GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.343.742/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 190015) beschikking van 28 november 2024 in de zaak van [verzoekster] (de vrouw), die woont in [woonplaats1] , verzoekster in hoger beroep, advocaat: mr. A.L. van Onna te Franeker, en [de man] (de man), zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland, geen advocaat gesteld. 1De procedure in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 30 april 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2De procedure in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 19 juli 2024; - een journaalbericht namens de vrouw van 15 augustus 2024 met bijlage(n); - een journaalbericht namens de vrouw van 16 augustus 2024 met bijlage(n). 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 5 november 2024 plaatsgevonden. De vrouw is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Omdat de man een onbekende woon- en verblijfplaats heeft, is hij opgeroepen door plaatsing van een oproep in de Staatscourant. De man is niet ter zitting verschenen. 3De feiten 3.1 De vrouw is geboren in Eritrea en is in 2015 naar Nederland gekomen, waar zij sindsdien woont. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. 3.2 In de basisregistratie personen (BRP) is geregistreerd dat de vrouw [in] 2012 is gehuwd met [de man] . 3.3 De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. 3.4 De rechtbank heeft de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek, omdat de vrouw het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk met de man niet aannemelijk heeft gemaakt. 4De omvang van het geschil De vrouw is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, naar het hof begrijpt, het inleidend verzoek om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken alsnog toe te wijzen, dan wel een zodanige voorziening te treffen als het hof passend acht. 5De omvang van het geschilRechtsmacht en toepasselijk recht 5.1 De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3, aanhef en sub a onder v Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter) bevoegd om te beslissen over de echtscheiding, omdat ten tijde van de indiening van het echtscheidingsverzoek de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond en de vrouw hier sedert ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het echtscheidingsverzoek verbleef. 5.2 Tegen het oordeel van de rechtbank dat het Nederlandse recht van toepassing is op het verzoek tot echtscheiding zijn geen grieven gericht, zodat ook het hof daarvan uit zal gaan.Voorvraag: erkenning huwelijk 5.3 De rechtbank heeft het verzoek tot echtscheiding afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing van het bestaan van het op 1 januari 2012 in Eritrea tussen partijen gesloten huwelijk. 5.4 Op grond van artikel 10:31 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet het hof beoordelen of partijen in Eritrea zijn gehuwd en zo ja, of dit in Eritrea gesloten huwelijk van de man en de vrouw in Nederland erkend kan worden. Het uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk in Nederland wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. Lid 4 van artikel 10:31 BW bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. 5.5 De vrouw heeft in hoger beroep een (kopie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.