Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004171-23 AV-nummer: 000734-24 Uitspraak d.d.: 3 december 2024 Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, woonplaats kiezende [adres] , hierna te noemen verzoeker. Procesgang Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker ten bedrage van € 72.246.21, namelijk kosten rechtsbijstand van; Cleerdin & Hamer eerste aanleg: € 21.634,80 Cleerdin & Hamer hoger beroep: € 12.312,96 Van Diepen Van der Kroef eerste aanleg: € 12.070,55 Van Diepen Van der Kroef werkzaamheden ten dienst aan strafzaak: € 15.790,10 Van Diepen Van der Kroef werkzaamheden rondom zittingen strafzaak: € 10.437,80 Daarnaast is verzocht om een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift. Het hof heeft het verzoek behandeld in openbare raadkamer van 19 november 2024, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en de verzoeker, bijgestaan door mr. T. Nieuwenhuis, advocaat. Beoordeling van het verzoek Bij onherroepelijk arrest van dit hof van 15 mei 2024, parketnummer 21-004171-23, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Op grond van artikel 530, vierde lid, juncto artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een vergoeding als verzocht steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Dit betekent enerzijds dat in geval van gemaakte kosten vergoeding als uitgangspunt heeft te gelden, maar anderzijds dat de rechter op gronden van billijkheid vergoeding achterwege kan laten of slechts gedeeltelijk kan toekennen. Verzoeker is door het openbaar ministerie vervolgd op verdenking van valsheid in geschrift. Deze verdenking kwam er - kort gezegd - op neer dat verzoeker ten behoeve van een exploitatievergunning het Bibob-vragenformulier onjuist zou hebben ingevuld. Verzoeker heeft zich in de strafzaak in eerste instantie laten bijstaan door advocaten van het kantoor van Van Diepen Van der Kroef. Dit kantoor stond verzoeker namelijk al langer bij in bestuursrechtelijke kwesties. Gedurende de eerste aanleg, vanaf januari 2023, heeft mr. Nieuwenhuis, van het kantoor van Cleerdin & Hamer, de verdediging in de strafzaak voor het grootste gedeelte overgenomen. De advocaten van Van Diepen Van der Kroef bleven betrokken bij de strafzaak en stonden verzoeker bij in de parallel lopende bestuursrechtelijke procedure(s). Het hof acht het billijk om aan verzoeker de hierboven onder a, b en c, gemaakte kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Het betreft de kosten die door Cleerdin & Hamer bij verzoeker in rekening zijn gebracht voor verleende rechtsbijstand in zowel eerste aanleg als hoger beroep en de door Van Diepen Van der Kroef gemaakte kosten voor rechtsbijstand van verzoeker in eerste aanleg, respectievelijk € 21.634,80, € 12.312,96 en € 12.070,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.