GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.347.278/01 en 200.347.281/01 (zaaknummers rechtbank Overijssel 318824 en 320954) beschikking van 3 december 2024 in de zaak van [verzoekster] ( [verzoekster] ), die momenteel verblijft in [plaats1] , verzoekster in hoger beroep, advocaat: mr. P.L. Hellinga te Zwolle, en Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (de GI), locatie Zwolle, verweerster in hoger beroep. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de vader] (de vader), die woont in [woonplaats1] . In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend: de raad voor de kinderbescherming (de raad), regio Overijssel, locatie Zwolle. 1De procedure in eerste aanleg In de zaak met zaaknummer 200.347.278/01 1.1. Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 31 juli 2024 en 6 augustus 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer 318824. In de zaak met zaaknummer 200.347.281/01 1.2. Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 24 september 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer 320954. 2. De procedure in hoger beroep In de zaak met zaaknummer 200.347.278/01 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 22 oktober 2024; - een brief van de raad van 30 oktober 2024 met de mededeling dat de raad niet ter zitting zal verschijnen; - het verweerschrift met bijlage(n); - een e-mailbericht namens [verzoekster] van 6 november 2024 met bijlage(n). In de zaak met zaaknummer 200.347.281/01 2.2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 23 oktober 2024; - een brief van de raad van 30 oktober 2024 met de mededeling dat de raad niet ter zitting zal verschijnen; - het verweerschrift met bijlage(n); - een e-mailbericht namens [verzoekster] van 6 november 2024 met bijlage(n). In beide zaken 2.3. De mondelinge behandeling van beide zaken heeft op 12 november 2024 plaatsgevonden. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Namens de GI is een zittingsvertegenwoordiger verschenen. Ter zitting heeft mr. Hellinga mede het woord gevoerd aan de hand van de door haar overgelegde pleitnota. 3De feiten 3.1. [verzoekster] , geboren [in] 2007 in Somalië, is de dochter van [de moeder] (hierna: de moeder) en de vader. De vader oefent alleen het ouderlijk gezag uit over [verzoekster] . De moeder is niet in het leven van [verzoekster] betrokken. 3.2. Sinds 6 juli 2022 is sprake van een ondertoezichtstelling van [verzoekster] . De termijn van de ondertoezichtstelling is laatstelijk bij beschikking van 17 september 2024 verlengd tot 1 juli 2025. 3.3. Op 27 september 2022 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [verzoekster] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van één jaar. De termijn van deze machtiging is nadien verlengd tot 27 september 2024. 3.4. Bij de bestreden beschikking van 31 juli 2024 is ten aanzien van [verzoekster] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, tot 14 augustus 2024. De kinderrechter heeft de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. 3.5. Bij de eveneens bestreden beschikking van 6 augustus 2024 is een machtiging verleend om [verzoekster] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 augustus 2024 tot 27 september 2024. 3.6. Bij de tevens bestreden beschikking van 24 september 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [verzoekster] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd voor de duur van drie maanden, met ingang van 27 september 2024 tot 27 december 2024. 3.7. Tot december 2022 heeft [verzoekster] bij haar vader gewoond. Van december 2022 tot september 2023 heeft [verzoekster] bij [naam1] verbleven. Vervolgens heeft zij tot eind november 2023 bij [naam2] verbleven en daarna tot 1 augustus 2024 bij [naam3] in [plaats2] . Sindsdien verblijft zij op een gesloten afdeling van [naam4] . 4De omvang van het geschil In de zaak met zaaknummer 200.347.278/01 4.1. [verzoekster] komt met vier grieven in hoger beroep van de beschikkingen van 31 juli 2024 en 6 augustus 2024. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. [verzoekster] verzoekt het hof de bestreden beschikkingen te vernietigen. 4.2. De GI voert verweer en verzoekt het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep, dan wel haar verzoek in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikkingen te bekrachtigen. In de zaak met zaaknummer 200.347.281/01 4.3. [verzoekster] komt met vier grieven in hoger beroep van de beschikking van 24 september 2024. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. [verzoekster] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de GI tot het verlengen van de machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen, althans de machtiging te verlengen voor een zo kort mogelijke periode. 4.4. De GI voert verweer en verzoekt het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep, dan wel haar verzoek in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5De motivering van de beslissing Wettelijk kader 5.1. Ingevolge artikel 6.1.1 lid 2 van de Jeugdwet (Jw) is [verzoekster] ontvankelijk in haar hoger beroep. 5.2. Ingevolge artikel 6.1.2 lid 1 Jw kan de kinderrechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan ingevolge artikel 6.1.2 lid 2 Jw slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. 5.3. Een machtiging voor een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, kan ingevolge artikel 6.1.2 lid 3 Jw bovendien slechts worden verleend indien, voor zover hier van toepassing, de jeugdige onder toezicht is gesteld. 5.4. Daarnaast geldt een aantal formele voorwaarden (artikel 6.1.2 lid 5 e.v. Jw). In het onderhavige geval is in hoger beroep niet betwist dat daaraan is voldaan. Beoordeling 5.5. Ter beoordeling aan het hof ligt de vraag voor of bij de bestreden beschikkingen van 31 juli 2024 en 6 augustus 2024 de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [verzoekster] in een in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp terecht is verleend tot respectievelijk 14 augustus 2024 en 27 september 2024, en of deze machtiging vervolgens bij de bestreden beschikking van 24 september 2024 terecht is verlengd tot 27 december 2024. 5.6. De periodes waarvoor de machtiging bij de bestreden beschikkingen van 31 juli 2024 en 6 augustus 2024 zijn verleend, zijn op respectievelijk 14 augustus 2024 en 27 september 2024 verstreken. Gelet op het door artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van haar gezinsleven, heeft [verzoekster] een rechtens relevant belang om de rechtmatigheid van de machtigingen over de periode van 31 juli 2024 tot 27 september 2024 te laten toetsen en behoort aan haar niet haar procesbelang te worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor de maatregelen golden, inmiddels zijn verstreken. 5.7. Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de spoedmachtiging tot een gesloten uithuisplaatsing van [verzoekster] uitgegaan moet worden van de omstandigheden en zorgen zoals die ten tijde van het afgeven van de machtiging voorlagen aan de kinderrechter. Bij de beoordeling van de lopende machtiging dient ook de actuele situatie te worden betrokken. 5.8. Het hof is van oordeel dat de kinderrechter bij de bestreden beschikkingen terecht heeft geoordeeld dat er sprake was van dusdanige ernstige zorgen dat een (verlenging van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.