GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.323.652 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 513948 arrest van 30 januari 2024 in de zaak van [appellant] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde, hierna: [appellant] , advocaat: mr. H.J. Alberts tegen Econocom Nederland B.V., die is gevestigd in Houten, die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiseres, hierna: Econocom, advocaat: mr. A.M. Bos. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 15 augustus 2023 heeft op 4 december 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.1. [appellant] is op 1 oktober 2003 in dienst getreden van Econocom en werkte daar in de functie van [functie] . Hij is op 20 maart 2020 op staande voet ontslagen door Econocom. Op vordering van Econocom heeft de rechtbank in haar eindvonnis van 7 december 2022 (hierna: het eindvonnis) [appellant] veroordeeld aan Econocom te betalen € 427.633,91 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente, beslag- en proceskosten. De rechtbank heeft namelijk bewezen geacht dat [appellant] zichzelf ten koste van Econocom heeft verrijkt. 2.2. De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen, met veroordeling van Econocom in de proceskosten van de procedure bij de rechtbank en die bij het hof. 3De beslissing in het kort Het hof zal beslissen dat het hoger beroep van [appellant] ongegrond is, behoudens op twee onderdelen van de door de rechtbank aan Econocom toegewezen vorderingen. Econocom wordt toegelaten tot het bewijs van haar stellingen op dat punt en mag zich bij akte uitlaten of zij dit bewijs wil leveren en zo ja op welke wijze. 4De vaststaande feiten 4.1. [appellant] was gedurende de laatste jaren van zijn dienstverband met Econocom nauw betrokken bij een klant van Econocom, te weten Hulpmiddelen Centrum (HMC) die in 2016 is overgenomen door [naam2] Groep B.V. (JBG). Econocom heeft leningen verstrekt aan HMC en JBG die werden gegarandeerd door de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Zij wenste dat de directie van JBG door een consultant werd ondersteund. 4.2. Als consultant werd [naam1] (hierna: [naam1] ) aangesteld. Hij verrichtte zijn consultancy werkzaamheden vanuit zijn besloten vennootschap Talent House B.V. (hierna: Talent House) op grond van een consultancy overeenkomst met JBG. [naam1] is een persoonlijke vriend van [appellant] . [naam1] voerde de werkzaamheden alleen uit. Onderdeel van de afspraken was dat zijn werkzaamheden aan Econocom zouden worden gedeclareerd. 4.3. Talent House B.V. heeft over de periode 2015 tot begin 2020 € 2.260.890,94 aan Econocom gefactureerd en daarvan € 2.177.317,45 van Econocom ontvangen. Oorspronkelijk was de vergoeding voor de werkzaamheden van [naam1] vastgesteld op € 1.200,00, exclusief BTW, per dag. Later is dit bedrag vastgesteld op € 2.200,00, exclusief BTW, per dag. 4.4. [appellant] had ook een eigen besloten vennootschap, te weten C4Horses B.V. (hierna: C4Horses). Deze had niets te maken met de bedrijfsvoering van Econocom. 5De verwijten aan [appellant] 5.1. Econocom verwijt [appellant] dat hij heeft bewerkstelligd dat Talent House haar facturen aan Econocom fors heeft opgehoogd zodat zij veel te veel heeft betaald voor de werkzaamheden van [naam1] . Met de door Econocom betaalde bedragen heeft [appellant] zich vervolgens verrijkt door de volgende transacties met [appellant] /C4Horses en [naam1] /Talent House aan te gaan (kick back vergoedingen volgens Econocom): de investeringen van Talent House in C4Horses B.V. (€ 170.000,00), lening voor het huis van [naam1] in Portugal in 2018 (€ 100.000,00), de factuur coaching sessies van C4 Horses aan Talent House (€ 45.012,00), privé-uitgaven van [appellant] die zijn betaald door [naam1] , althans Talent House, namelijk verjaardagsfeest echtgenote [appellant] , factuur van NEG IT, facturen van BTSW (€ 61.577,12) . 5.2. Daarnaast verwijt Econocom [appellant] ook nog dat hij andere privé-uitgaven voor rekening van Econocom heeft gebracht voor een bedrag van € 12.770,64. Daar hebben [naam1] en Talent House niets mee van doen gehad. Eerst gaat het hof in op de verwijten a. tot en met d. Daarna op de privé-uitgaven en op de kwestie van de advocaatkosten verband houdende met de Ajax seizoenskaarten. 6Het oordeel van de rechtbank 6.1. In het tussenvonnis heeft de rechtbank over de verwijten a. tot en met d. de volgende beslissing genomen: “laat [appellant] toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat hij zichzelf ten koste van Econocom heeft verrijkt voor een bedrag van € 376.589,12 door een deel van de door Econocom aan Talent House aan consultancy fees betaalde bedragen naar zichzelf of zijn b.v. C4Horses B.V. terug te laten vloeien.” 6.2. Nadat [appellant] en [naam1] als getuigen zijn gehoord heeft de rechtbank in het eindvonnis beslist dat [appellant] niet in het tegenbewijs is geslaagd en dat dus is komen vast te staan dat [appellant] zichzelf ten koste van Econocom heeft verrijkt. 7De bezwaren van [appellant] tegen het tussenvonnis en het eindvonnis 7.1. Uit de memorie van grieven volgt dat [appellant] het niet eens is met de bewijsopdracht en met de beslissing van de rechtbank over de uitkomst daarvan. [appellant] stelt dat niet is komen vast te staan dat hij er de hand in heeft gehad dat Talent House veel te hoge consultancy fees heeft ontvangen van Econocom. Bovendien stelt hij dat, zelfs al zou dat het geval zijn, Econocom daarmee heeft ingestemd. Verder stelt [appellant] dat geen sprake is geweest van enige kick back betaling die door Talent House / [naam1] aan hem/C4 Horses is betaald. En zelfs als daar wel sprake van zou zijn dan wil dat nog niet zeggen dat Econocom hierdoor een vermogensverlies heeft geleden waarvoor [appellant] aansprakelijk is. 7.2. Partijen onderschrijven het uitgangspunt van de rechtbank (r.o. 3.4. van het tussenvonnis) dat voor de vraag naar de aansprakelijkheid van [appellant] artikel 7:661 BW leidend is, ook al legt Econocom aan haar vorderingen niet dit wetsartikel maar onrechtmatig handelen van [appellant] ten grondslag. Het hof oordeelt dat als de verwijten komen vast te staan, er sprake is van opzet of grove schuld waardoor [appellant] in beginsel gehouden is de schade van Econocom te vergoeden. 7.3. Gelet hierop moet het hof onderzoeken of: [appellant] heeft bewerkstelligd dat door Talent House te hoge consultancy fees in rekening zijn gebracht aan Econocom en door Talent House/ [naam1] kick back betalingen zijn gedaan aan [appellant] /C4Horses. Als punten 1 en 2 komen vast te staan is de conclusie dat sprake is geweest van een vermogensverlies van Econocom waarvoor [appellant] aansprakelijk is. De door Econocom betaalde bedragen zijn dan immers (deels) niet betaald als beloning voor de consultancy werkzaamheden van [naam1] maar zijn via een omweg als zogenaamde kick back ten goede gekomen aan haar werknemer [appellant] . Daarvoor bestaat geen rechtsgrond omdat [appellant] voor zijn werkzaamheden een salaris van Econocom ontving. [appellant] heeft bewerkstelligd dat Talent House te hoge consultancy fees aan Econocom in rekening heeft gebracht 7.4. Het hof oordeelt dat dit bewijs als volgt is geleverd. Verwezen wordt naar de overwegingen 2.34. tot en met 2.42 van het eindvonnis waarmee het hof zich verenigt. Deze worden als volgt samengevat en deels van extra motivering voorzien. In de eerste plaats is onbetwist dat [naam1] een vriend van [appellant] was. [appellant] is nauw betrokken bij de opstelling van de concept overeenkomst tussen JBG en Talent House zoals blijkt uit het volgende. Op 24 februari 2015 geeft [appellant] aan [naam1] zijn wijzigingen (track changes) door in het document dat [naam1] hem die ochtend zond. Uit de e-mails in de periode daarna blijkt ook van zijn betrokkenheid. [appellant] regelt een brief van BNG waaruit volgt dat de inzet van [naam1] bij JBG voortvloeit uit de zorgplicht van Econocom jegens JBG. De concept-brief van BNG, gericht aan hemzelf, met die strekking wordt door [appellant] opgesteld. Deze brief wordt aangepast en vervolgens ondertekend namens BNG aan [appellant] toegezonden. Daags daarna, per e-mail op 13 mei 2015, laat hij aan het hoofdkantoor van Econocom in Parijs onder andere weten: “Confirmation BNG regarding Talent House [naam1] . Pls pay invoice of 50K as agreed earlier. I trust we now again realize regarding various outstandings, payment invoice, 2.5 mio guarantee, payment of 1,2 mio to ING, that we stop asking reconfirmations all the time at BNG. I have built a very trust full relation without hidden agendas with BNG and the fact that we as Econocom time over time request reconfirmations and seem rather unsecure due to our fears do not act makes business difficult! Thanks for your considerations in the future cases and execute payment by return.” 7.5. Naar aanleiding van kritische vragen van de bedrijfsjurist van het hoofdkantoor over deze overeenkomst reageert [appellant] direct per e-mail op 4 juni 2015: “dat geneuzel over regeren vanuit angst in Frankrijk moet niet onze motivatie worden!”. Wel stuurt [appellant] de mailwisseling door aan de advocaat mr. Van der Geld (die zowel zaken doet voor Econocom als voor [appellant] in privé). Op diens vraag waarop deze mails betrekking hebben antwoordt [appellant] per e-mail: “Vriendje welke ik als interim bij [naam2] gezet heb; BNG meer dan blij; groep denkt weer beren te zien in geval van faillissement dat wij aansprakelijk zijn.” Uit een en ander volgt dat [appellant] de drijvende kracht is achter de inschakeling van [naam1] . 7.6. In de tweede plaats kwamen de ongespecificeerde facturen van Talent House bij [appellant] binnen die ze, voorzien van zijn akkoord, per e-mail direct toestuurde aan de betalingsbevoegde personen binnen Econocom die vervolgens toestemming gaven deze facturen te betalen. Van de akkoordverklaringen per e-mail door [appellant] wordt door Econocom een aantal voorbeelden overgelegd. Anders dan [appellant] aanvoert is het niet doorslaggevend dat de financiële afdeling deze facturen altijd heeft goedgekeurd. Gelet op zijn positie als directeur en contactpersoon voor Talent House is duidelijk dat hij een eigen verantwoordelijkheid had of deze facturen al dan niet betaalbaar konden worden gesteld. Gebleken is dat [appellant] nooit enige vraag hierover aan [naam1] heeft gesteld. Integendeel zelfs, [appellant] heeft, nadat vanuit het hoofdkantoor wèl kritische vragen hierover werden gesteld, de achteraf door [naam1] opgestelde specificatie (van de voordien ongespecificeerde) facturen van Talent House aan Econocom aangepast en uiteindelijk goedgekeurd. 7.7. Bovendien heeft [appellant] bij die gelegenheid, samen met [naam1] , het tarief voor zijn inzet met 85% verhoogd naar € 2.200,00, exclusief BTW, per dag en dat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2017. Daarbij valt op dat [appellant] is uitgegaan van een tarief van € 2.200,00, exclusief BTW, waarmee hij bij 204 werkdagen precies uitkwam op het totaalbedrag van € 450.000,00 exclusief BTW, de som van de facturen die Talent House in 2015 en 2016 had ingediend en waarop het verzoek tot specificatie zag. Het hof overweegt dat hieruit volgt dat de specificatie zo is ingericht dat voor de reeds gedane betalingen over 2015 en 2016 achteraf een verklaring wordt gegeven door de facturen substantieel te verhogen. En zonder verdere toelichting wordt dit tarief ook voor de jaren daarna gehanteerd. 7.8. Daarover verklaart [naam1] als getuige: “Ik startte via Econocom voor [naam2] voor een periode van 6 maanden en een tarief van € 1.200,- per dag. Ik weet niet meer precies voor hoeveel uren per week het was, maar er zit een overeenkomst in het dossier en ik meen dat het ongeveer 3 á 3,5 dag per week was. De advocaat van Econocom had het contract opgesteld, dat was natuurlijk een beetje een gekke situatie omdat ik voor [naam2] aan de slag zou gaan.Op een gegeven moment bleek dat het nogal een grote puinhoop was bij [naam2] . Ik heb toen aangegeven dat ik niet meer voor het tarief dat ik in eerste instantie was overeengekomen wilde werken, maar dat ik betaald wilde worden naar een tarief dat ik normaal aan klanten bereken. Dat was ongeveer € 2.200,- per dag. Daarnaast kon ik mijn kilometers declareren. Ik ben niet meer uren gaan werken. Mijn facturen diende ik in bij [appellant] , En vervolgens werden ze betaald. Over deze facturen heb ik nooit vragen gehad totdat meneer [naam3] in beeld kwam. Zijn vragen heb ik toen beantwoord en de facturen, behalve één, de slotfactuur, zijn vervolgens gewoon betaald.(...)” [naam1] verklaart dat het een grote puinhoop was, dat hij niet meer uren is gaan werken, maar dat wèl een hoger tarief is afgesproken. Dat is al opmerkelijk, temeer [naam1] hierdoor met terugwerkende kracht veel meer is gaan verdienen, dit terwijl gesteld noch gebleken is dat [naam1] eerder aan Econocom ooit te kennen heeft gegeven dat hij met het afgesproken tarief niet uitkwam. Tegen de achtergrond dat door [appellant] onvoldoende is betwist dat een consultancy tarief van € 2.200,00 per dag bepaald niet marktconform is overtuigt de verklaring van [naam1] niet. In dit verband wordt overwogen dat [appellant] wel stelt maar niet concreet onderbouwd dat dit het tarief was dat [naam1] gewoon was te hanteren; alleen [naam1] verklaart dit als getuige maar enig bewijsstuk ontbreekt. Het hof oordeelt dat er geen goede reden was voor de substantiële verhoging van het afgesproken tarief.H 7.9. Anders dan [appellant] stelt mocht hij er niet vanuit gaan dat de betaling van de facturen van Talent House door Econocom betekende dat Econocom akkoord was met het hogere tarief en dat zij ervan uitging dat Talent House hiervoor leverde wat met haar was overeengekomen. Van [appellant] als directeur mocht worden verwacht dat hij de bijna verdubbeling van het tarief met de CEO van Econocom zou hebben besproken en daarover uitleg zou hebben gegeven. Daarvan is in het geheel niet gebleken. Integendeel zelfs, [appellant] souffleert de specificatie met de veel hogere vergoeding aan [naam1] en stuurt daarna de facturen van [naam1] door aan het hoofdkantoor met zijn akkoord voor uitbetaling. Het hof overweegt dat weliswaar duidelijk is dat Econocom onvoldoende kritisch is geweest toen zij de facturen accordeerde maar dat betekent niet dat [appellant] ervan uit mocht gaan dat Econocom het allemaal wel goed vond en hij zijn handen in onschuld kan wassen. Voor zover [appellant] hiermee een beroep doet op eigen schuld van Econocom oordeelt het hof dat dit niet opgaat. 7.10. Evenmin is relevant dat Econocom de teveel betaalde bedragen nooit van Talent House heeft teruggevorderd, zoals [appellant] aanvoert, omdat dit argument de verwijten die Econocom aan [appellant] maakt niet weerlegt. Bovendien heeft Talent House, zo blijkt uit mailverkeer met Econocom, op haar eerste verzoek ingestemd met eerdere beëindiging van de overeenkomst en heeft zij afgezien van de laatste aan haar verschuldigde betaling van € 83.573,49 (zie r.o. 4.3. van dit arrest) zodat dit argument feitelijk niet geheel juist is. Ook is niet belangrijk dat [naam1] zijn werkzaamheden als consultant naar behoren heeft verricht zoals door [appellant] wordt aangevoerd. Waar het immers om gaat is of voor die werkzaamheden al dan niet een te hoog bedrag in rekening is gebracht en of [appellant] daar de hand in heeft gehad. 7.11. Tot slot overweegt het hof nog het volgende. Op 4 oktober 2018 heeft [appellant] aan [naam1] een e-mail gestuurd met een overzicht van wat partijen zowel zakelijk als privé over en weer nog bij elkaar hebben uitstaan: “Hoi [naam1] , Op basis van afspraken is status vandaag als volgt: Privé: Lening totaal 100.000,- afbetaald op 19 juli 2018 55.000,- restant: 45.000,- Terugbetaling nog te doen 15 januari 2019 euro 22.500 15 april 2019 euro 22.500 Zakelijk Tegoed: tm 1e kwartaal 2018 Euro 60.000 (Facturatie 100K) 2e kwartaal Euro 30.000.- (facturatie 100K) 3e kwartaal Euro 30.000.- (facturatie 110K) 4° kwartaal Euro 50.000,- (facturatie 140K) ivm stop bonus vanuit Frankrijk). Totaal Euro 175.000.- Betaling: Graag even jouw invulling wat past inzake betalingen dan kan ik factuur sturen, ok?” 7.12. De tussen haakjes geplaatste bedragen onder “Zakelijk” zien op de facturatie door Talent House aan Econocom. Met deze e-mail geeft [appellant] weer hoeveel geld Talent House aan Econocom factureert, en dus zal ontvangen, zodat [appellant] vanuit C4Horses daarvoor een factuur kan zenden. De laatste zin over betaling ziet op de liquiditeit binnen Talent House. Uit deze e-mail volgt dus dat [appellant] en [naam1] afspraken maken over de betaling aan [appellant] van de te veel betaalde gelden door Econocom aan Talent House. Als zodanig is het ook een bewijs dat de facturen inderdaad zijn opgehoogd want waarom anders zou [appellant] voor het verzenden van de facturen van C4Horses (waarover hieronder meer) rekening moeten houden met de facturatie van Talent House aan Econocom en de liquiditeit van Talent House? 7.13. Met de rechtbank is het hof, alles bij elkaar genomen, van oordeel dat is komen vast te staan dat door toedoen van [appellant] door Talent House veel te hoge bedragen aan Econocom in rekening zijn gebracht waar geen afdoende verklaring voor is gegeven. Kick back betalingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.