GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.346.954 (zaaknummer rechtbank Gelderland 440455) beschikking van 12 december 2024 over de uithuisplaatsing van [de minderjarige] in de zaak van: [verzoekster] , die woont in [woonplaats1] , hierna: de moeder, advocaat: mr. D.Z. Celik, en de raad voor de kinderbescherming, die gevestigd is in Arnhem, hierna: de raad, en [de oma] , die woont in [woonplaats1] , hierna: de oma, en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, die gevestigd is in Arnhem, hierna: de GI. 1Samenvatting Het gaat in deze zaak om de beslissing van de kinderrechter om [de minderjarige] (geboren [in] 2014) onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2De feiten 2.1 De moeder en [de vader] (hierna: de vader) zijn de ouders van [de minderjarige] . De vader is in 2018 overleden. 2.2 Vanaf het overlijden van de vader had de moeder alleen het gezag over [de minderjarige] . In de beschikking van 15 januari 2024 is de oma (de moeder van de moeder) samen met de moeder met het gezag over [de minderjarige] belast. Dat betekent dat de moeder en de oma belangrijke beslissingen over [de minderjarige] kunnen nemen. 2.3 [de minderjarige] heeft in het verleden ook onder toezicht gestaan van de GI, namelijk van 10 september 2021 tot 10 september 2023. Het laatste verlengingsverzoek van de GI is door de kinderrechter afgewezen. 3De beslissing van de kinderrechter De kinderrechter in de rechtbank Gelderland (locatie Arnhem) heeft op 18 september 2024 op verzoek van de raad [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 18 september 2025 en een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verleend in een gezinsvervangende omgeving (pleeggezin of gezinshuis) tot 18 januari 2025. 4De procedure bij het hof 4.1 De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij vindt dat het hof het verzoek van de raad alsnog moet afwijzen. Als het hof dat niet doet, dan vindt de moeder dat [de minderjarige] bij [naam1] of één van de vijf andere door haar genoemde accommodaties moet worden geplaatst. De oma is het eens met de moeder. 4.2 De raad en de GI willen dat de beslissing van de kinderrechter in stand blijft. 4.3 Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift van 22 oktober 2024 met producties en een journaalbericht van mr. Celik van 28 november 2024 waarin de moeder haar oorspronkelijke verzoek heeft gewijzigd. 4.4 Het hof heeft [de minderjarige] uitgenodigd om zijn mening over de zaak te geven. Daar is geen gebruik van gemaakt. 4.5 De zitting bij het hof was op 29 november 2024. Aanwezig waren: de moeder, met haar advocaat; een vertegenwoordiger van de raad; de oma en twee vertegenwoordigers van de GI. 5Het oordeel van het hof Wat staat er in de wet? 5.1 De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij werken de ouders (in dit geval: de moeder en oma met gezamenlijk gezag) niet of niet genoeg mee aan vrijwillige hulpverlening. Het moet wel zo zijn dat de moeder en de oma de verzorging en opvoeding na een tijdje weer helemaal zelf kunnen gaan doen (artikel 1:255 en 253v lid 6 Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). 5.2 De kinderrechter kan een kind uit huis plaatsen als dit voor de verzorging en opvoeding van een kind noodzakelijk is (artikel 1:265b BW). Wat vindt de moeder? 5.3 De moeder vindt dat een ondertoezichtstelling niet nodig is. Zij geeft toe dat [de minderjarige] hulp nodig heeft om verder te komen in zijn ontwikkeling, maar zij heeft zelf gezorgd voor de benodigde zorg voor [de minderjarige] door hem aan te melden bij [naam1] . De deskundigheid en gespecialiseerde begeleiding die [naam1] biedt, maakt een ondertoezichtstelling overbodig. Ondanks dat [naam1] een wachtlijst heeft, is een plaatsing op termijn bij [naam1] de beste optie, aldus de moeder. Een machtiging tot uithuisplaatsing voor [de minderjarige] is ook niet noodzakelijk. De moeder is het namelijk eens met de plaatsing van [de minderjarige] , maar alleen als hij bij [naam1] (of één van de vijf andere accommodaties) geplaatst wordt. Wat vindt de raad? 5.4 De zorgen die er ten tijde van het raadsonderzoek waren, zijn er nog steeds. Hoewel de moeder zelf zegt de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet meer aan te kunnen, is het niet gelukt om hulp bij de moeder thuis in te zetten. [de minderjarige] werd regelmatig van school thuis gehouden. Hierdoor kon de hulp die op school voor hem was ingezet niet worden voortgezet. De moeder en de oma vertellen verhalen, zoals dat [de minderjarige] mishandeld is op de zorgboerderij en dat [de minderjarige] onderdeel is van een bende, waarvan de raad zich afvraagt of die kloppen. De oma komt ook verward over. Het baart de raad zorgen dat dit voor [de minderjarige] de dagelijkse realiteit is. Wat is het oordeel van het hof? Ondertoezichtstelling 5.5 Het hof is van oordeel dat de kinderrechter [de minderjarige] op goede gronden onder toezicht heeft gesteld. Ten tijde van de beslissing van de kinderrechter waren er grote zorgen op verschillende gebieden in het leven van [de minderjarige] . Het hof is het eens met wat de kinderrechter in de beslissing hierover heeft overwogen en neemt die overwegingen hieronder over. “(…) De negenjarige [de minderjarige] is een jongen die speciale zorg en aandacht nodig heeft doordat hij is gediagnosticeerd met autisme en hij een genetische afwijking heeft. Door de persoonlijke problematiek van [de minderjarige] vraagt de opvoeding en verzorging veel van zijn verzorger(s). (…) [de minderjarige] is veelvuldig zonder toestemming niet aanwezig tijdens schooldagen. (…) Naast het schoolverzuim, is ook de (lichamelijke) verzorging van [de minderjarige] ondermaats, is hij vaak in de avond weg van huis en wordt hij belast met volwassenzaken. De noodzakelijke hulpverlening, zoals de logopedie voor de taalontwikkelingsstoornis van [de minderjarige] , komt niet van de grond doordat de handtekeningen van de moeder en de oma (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.