← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:815

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.329.660/01 CJIB-nummer : 241893487 Uitspraak d.d. : 2 februari 2024 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2023, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juni 2021 om 14:21 uur op de Zwart Janstraat in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging niet heeft verricht. Ter plaatse is geen parkeerverbod(szone) van kracht. Het enkele feit dat de betrokkene stond geparkeerd aan de zijkant van de weg, alwaar parkeren is toegestaan, brengt niet mee dat concreet gevaar of hinder is veroorzaakt. Ook heeft de kantonrechter ten onrechte aangenomen dat sprake is van drukte. Dit blijkt niet uit de foto. Derhalve is er aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, aldus de gemachtigde.
  3. De gedraging betreft overtreding van het bepaalde in artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), dat luidt: “Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”
  4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor de doorgang voor het verkeer werd dan wel kon worden geblokkeerd. De situatie was als volgt: ik zag dat het genoemde voertuig met de alarmlichten op knipperen op de weg stond. Ik zag dat de bestuurder uit de supermarkt kwam lopen. Ik zag dat hierdoor het overige verkeer om het voertuig heen moest rijden. Hierdoor reden deze voertuigen tegen het tegemoetkomende verkeer in. (…) Bijlagen: een fotografische opname. (…)Verklaring betrokkene: uw collega gaf mij een waarschuwing.”
  6. De in het zaakoverzicht genoemde foto bevindt zich in het dossier. Hierop is te zien dat het voertuig met genoemd kenteken op de rijbaan staat met de alarmlichten aan. Ook is te zien dat een tegenligger het voertuig nadert.
  7. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal Wet Mulder van 29 november 2021 waarin de ambtenaar op ambtsbelofte onder meer verklaart: “Het moment van overtreding betrof een zonnige zaterdagmiddag op de Zwartjanstraat in Rotterdam. Dit is één van de drukste winkelstraten van Rotterdam waar erg veel parkeeroverlast wordt ondervonden door omwonenden en ondernemers. Ik verbalisant zag dat het erg druk was met verschillende soorten weggebruikers op de Zwartjanstraat. Ik zag dat betrokkene uit een supermarkt kwam lopen. Ik zag dat zijn voertuig op de weg stond met zijn alarmverlichting aan. Door deze gedraging moesten de voertuigen die in dezelfde richting reden uitwijken om om het betrokken voertuig heen te rijden. Hierdoor reden zij op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer. Doordat het een drukke winkelstraat is waar zich verschillende weggebruikers bevinden kunnen hierdoor zeer gevaarlijke situaties ontstaan (…).Betrokkene verklaart dat hij was gewaarschuwd door een collega. Na navraag bij deze collega bleek dit waar te zijn. De collega had de man gewaarschuwd zijn voertuig direct weg te halen. Ik kwam minimaal 4 minuten later langs het voertuig van betrokkene. Het voertuig stond nog steeds stil met zijn alarmlichten aan en betrokkene kwam uit de supermarkt. Betrokkene heeft dus niet voldaan aan het verzoek van de collega’s om zijn voertuig direct te verwijderen.”
  8. Het hof is, gelet de verklaring van de ambtenaar en op hetgeen op de foto van de gedraging te zien is, van oordeel dat het voertuig van de betrokkene op zodanige wijze op de weg stond dat dit hinder voor het overige verkeer opleverde of kon opleveren. Hieraan doet niet af dat uit de foto niet blijkt dat op dat moment concreet gevaar of hinder werd veroorzaakt. Voor de vaststelling dat de gedraging is verricht, is immers voldoende dat vast komt te staan dat door het laten staan van het voertuig gevaar of hinder kon worden veroorzaakt. Dat uit de foto niet blijkt dat het op dat moment erg druk is, leidt evenmin tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar. Nu uit het dossier afdoende blijkt dat het voertuig zodanig op de weg stond dat gevaar of hinder kon worden veroorzaakt, kan de gedraging worden vastgesteld.
  9. De gemachtigde voert voorts aan dat sprake is van schending van de redelijke termijn, zodat een strafkorting moet worden toegepast van 25%.
  10. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
  11. De proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. ov. 26 van voormeld arrest van het hof van 28 juli 2023). Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 875,-.
  12. Het voorgaande leidt tot de onderstaande beslissing. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op € 112,50; bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd. veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 875,-. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.