GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.331.010 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10419245) beschikking van 6 februari 2024 inzake [verzoeker1] , wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: [verzoeker1] , [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: [verzoekster] , en [verzoeker2] , wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: [verzoeker2] , verzoekers in hoger beroep, tezamen verder – ook - te noemen: de verzoekers of de kinderen, advocaat: mr. N.J. Hos te Amersfoort. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: [naam1] , wonende te [woonplaats2] , verder te noemen: [naam1] , [naam2] , wonende op een bij het hof bekend adres, verder te noemen: [naam2] , advocaat: mr. Ç. Türkeli te Den Haag, [naam3] , wonende te [woonplaats2] , verder te noemen: [naam3] , en [naam4] , wonende te Turkije, verder te noemen: [naam4] . 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, bewindsbureau, locatie Utrecht) van 19 mei 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10419245, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 augustus 2023. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 28 december 2023 tezamen met de behandeling in de zaak met nummer 200.331.029 (mentorschap) plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: [verzoeker2] en [verzoekster] , bijgestaan door hun advocaat; [naam1] , bijgestaan door een tolk Turkse taal; de advocaat van [naam2] en [naam3] , bijgestaan door een tolk in de Turkse taal. Hoewel behoorlijk opgeroepen is [naam4] niet verschenen. 3De feiten 3.1 [naam1] is [in] 1948 in [plaats1] , Turkije geboren. Zij is [in] 1966 gehuwd met [naam3] . [verzoeker1] , [verzoekster] , [verzoeker2] en [naam4] zijn de kinderen van [naam1] en [naam3] . [naam2] is de zoon van [verzoeker1] en derhalve de kleinzoon van [naam1] (en [naam3] ). 3.2 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 16 maart 2023, heeft [naam2] verzocht wegens de lichamelijke of geestelijke toestand van [naam1] een bewind in te stellen over de goederen die haar (zullen) toebehoren en om hemzelf tot bewindvoerder te benoemen. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [naam2] toegewezen en de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [naam1] onder bewind gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand en [naam2] tot bewindvoerder benoemd. 4.2 De verzoekers zijn het niet eens met die beslissing en zijn met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende: primair het verzoekt tot onderbewindstelling alsnog af te wijzen en subsidiair - als het bewind in stand blijft - [verzoeker2] dan wel een door het hof te benoemen bewindvoerder tot bewindvoerder te benoemen, kosten rechtens. 5De motivering van de beslissing 5.1 Het hof zal eerst de grief van de verzoekers, inhoudende dat zij in eerste aanleg ten onrechte niet als belanghebbenden zijn aangemerkt, bespreken. Op grond van artikel 798 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn in zaken van onderbewindstelling de echtgenoot en de kinderen van degene wiens goederen het in te stellen bewind betreft belanghebbenden. De enkele stelling van [naam2] dat [naam1] geen contact heeft met haar kinderen, hetgeen de kinderen overigens betwisten, maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders. De rechtbank had de kinderen derhalve dienen aan te merken als belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.