← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:181

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.299.326/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 200208) arrest van 14 januari 2025 in de zaak van 1 [appellante] ,

  1. [appellant] , die beiden wonen in [woonplaats1] , die hoger beroep hebben ingesteld, bij de rechtbank: eisers, hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten], advocaat: mr. P.R.W. Richter, die kantoor houdt in Rotterdam, tegen 1 [geïntimeerde1] ,
  2. [geïntimeerde2] , die beiden wonen in [woonplaats2] , bij de rechtbank: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. A.C. Winter, die kantoor houdt in Groningen. 1Wat er aan dit arrest voorafging 1.1 Het gaat in deze zaak – kort gezegd – om de vraag wat de oorzaak is van de lekkages aan het dak van de woonboerderij die [appellanten] in februari 2017 van [geïntimeerden] hebben gekocht en wie de kosten van het herstel moet dragen. Om deze vraag beantwoord te krijgen heeft het hof op 25 april 2023 de heer Noordberger als deskundige benoemd, die op 14 juli 2023 zijn rapport heeft uitgebracht. 1.2 Naar aanleiding van dit rapport en de reacties van partijen hierop, heeft het hof een mondelinge behandeling gelast en daarbij de deskundige opgeroepen om een toelichting te geven op zijn rapport en vragen van het hof te beantwoorden. Hierna heeft het hof opnieuw een datum voor arrest bepaald. 1.3 Het hof heeft in het daaropvolgende tussenarrest van 11 juni 2024 – kort gezegd – overwogen het uitgebrachte deskundigenbericht niet bij de beoordeling van het geschil te betrekken en, onder handhaving van de reeds vastgestelde vragen, een nieuwe deskundige te benoemen. 1.4 Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige. Uit de akten van partijen van 9 juli 2024 blijkt dat zij geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de persoon van de deskundige. Partijen refereren zich op dit punt aan het oordeel van het hof. 1.5 Vervolgens heeft het hof partijen een deskundige voorgesteld en hen verzocht om zich uit te laten over de persoon van de deskundige, de hoogte van het voorschot en de door de deskundige gehanteerde algemene voorwaarden. Daarnaast is aan partijen bericht dat een rechterswissel zal plaatsvinden. 1.6 Partijen hebben het hof op 18 december 2024 bericht in te kunnen stemmen met de benoeming van deze deskundige, de hoogte van het voorschot en de algemene voorwaarden. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in verband met de rechterswissel een nieuwe mondelinge behandeling te vragen. 1.7 Daarna heeft het hof opnieuw een datum voor het arrest vastgesteld. 2De verdere beoordeling 2.1 Door het ontbreken van een eensluidend voorstel door partijen ten aanzien van de persoon van de te benoemen deskundige, heeft het hof de heer [naam1] , werkzaam bij Ingenieursbureau Boorsma uit Drachten benaderd. De heer [naam1] is geregistreerd bij het landelijk register van gerechtelijke deskundigen en heeft zich bereid en in staat verklaard het onderzoek uit te voeren. Hij heeft het hof laten weten dat hij geen contacten heeft (gehad) met één van partijen. Verder heeft hij meegedeeld dat het voorschot, inclusief btw, € 10.920,- bedraagt. 2.2 Partijen hebben het hof op 18 december 2024 bericht geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van de deskundige, de te hanteren algemene voorwaarden en de hoogte van het voorschot. 2.3 Het hof zal de heer [naam1] tot deskundige benoemen en hem de volgende vragen voorleggen: a. Wat is de staat van het dak? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag onderscheid maken tussen de dakconstructie en dakbedekking? b. Is er sprake van zonkvorming op het dak? Zo ja, aan welke zijde(s) van het dak bevindt zich die, wanneer is die ontstaan en wat is daarvan de oorzaak? c. Is er sprake van lekkage? Zo ja, waar bevindt zich die en wat is daarvan de oorzaak? d. Is de renovatie van het dak omstreeks juni 2014 op correcte wijze uitgevoerd? Geeft deze renovatie u verder aanleiding tot het maken van opmerkingen? e. Als er sprake is van een onjuist uitgevoerde renovatie, wat zijn daarvan de gevolgen? f. Als er sprake is van constructiegebreken, wat zijn daarvan de gevolgen? g. Wilt u daarbij, voor zover mogelijk en gelet op het ‘doos in doos-principe’ van de woning, onderscheid maken tussen de gevolgen voor de schuur en de gevolgen voor het woonhuis? h. Is eventuele schade vergroot na het moment van de (ver)koop van de woning in februari 2017? Zo ja, wat is daarvan de oorzaak en had dit voorkomen kunnen worden door het treffen van maatregelen? Zo ja, welke en wat voor kosten zouden daaraan verbonden zijn geweest? i. Zijn er op dit moment maatregelen vereist aan het dak? Zo ja, op welke termijn? j. Kunt u een gespecificeerde begroting maken van de kosten van eventueel noodzakelijk herstel? k. Geeft het onderzoek u nog aanleiding tot verdere opmerkingen? 2.4 Het deskundigenbericht wordt gevraagd om de door [appellanten] ingestelde vorderingen te beoordelen. Op grond van de hoofdregel van artikel 195 Rv brengt dit mee dat [appellanten] het voorschot hebben te dragen. In het eindarrest zal worden geoordeeld welke partij uiteindelijk de kosten van de deskundige heeft te dragen. 2.5 De inhoudelijke bezwaren van [appellanten] tegen het laatste tussenarrest van 11 juni 2024, waarop [geïntimeerden] nog niet hebben gereageerd, behoeven bij deze stand van zaken geen verdere bespreking meer. 3De beslissing Het hof: 3.1 Het hof benoemt tot deskundige: De heer [naam1] , werkzaam bij Ingenieursbureau Boorsma Postbus 647 9200 AP DRACHTN Telefoon: [nummer1] en [nummer2] E-mail: [naam1] @boorsma-consultants.nl om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de vragen in rechtsoverweging 2.
  3. 3.2 Het hof stelt het voorschot van de deskundige vast op € 10.920,- (inclusief btw). [appellanten] moeten dit voorschot betalen. Aanwijzingen voor de deskundige 3.3 Pas als de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald, hoeft de deskundige met het onderzoek te beginnen. 3.4 De deskundige moet schriftelijk antwoorden op de hiervoor in rechtsoverweging 2.3 geformuleerde vragen. 3.5 Bij de uitvoering van het onderzoek moet de deskundige de Leidraad deskundige in civiele zaken volgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. 3.6 Als de deskundige vragen heeft, kan hij die stellen aan mr. M. Willemse als raadsheer-commissaris. 3.7 Het ondertekende deskundigenbericht moet vóór dinsdag 25 maart 2025 worden gestuurd aan de griffie van dit hof (postbus 1704 in Leeuwarden). Aanwijzingen voor partijen 3.8 Het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal aan [appellanten] een voorschotfactuur sturen van € 10.920,- (inclusief btw). Dit voorschot moet binnen vier weken na de datum op de factuur zijn betaald. 3.9 [appellanten] moeten aan de deskundige een kopie van het dossier sturen. De griffier stuurt de deskundige een kopie van dit arrest. 3.10 Partijen moeten de deskundige de inlichtingen geven waarom deze vraagt. 3.11 Op dinsdag 22 april 2025 kunnen [appellanten] op het deskundigenbericht reageren. Op dinsdag 20 mei 2025 mogen [geïntimeerden] daarop reageren. 3.12 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.E.L. Fikkers en M. Willemse en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.