Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004365-22 Uitspraak d.d.: 4 april 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 27 september 2022 met parketnummer 05/780020-21 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, wonende op het adres [adres] . Het hoger beroep Verdachte (hierna ook te noemen: [verdachte] ) en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 en 21 november 2024, 21 februari 2025 en 27 maart 2025 (tijdens welke zitting het onderzoek is gesloten) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J. Sietsma, naar voren is gebracht. Ook heeft het hof kennisgenomen van hetgeen naar voren is gebracht door mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 14] en [benadeelde partij 15] . Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft verdachte veroordeeld - kort gezegd - voor de eendaadse samenloop van medeplichtigheid aan het medeplegen van poging tot doodslag (feit 1 subsidiair) en medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen te duchten is (feit 2 subsidiair) tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Ook heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen en het beslag. Het hof zal het vonnis vernietigen, omdat het onder meer tot een andere beslissing ten aanzien van de aan verdachte op te leggen straf komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. 1Verkorte inhoud van de tenlastelegging De volledige tenlastelegging is als bijlage opgenomen en aan dit arrest gehecht. Het hof volstaat hier met de korte vermelding wat verdachte wordt verweten: Betrokkenheid bij een aanslag (brandstichting) op een woning aan [adres 14] in Tiel op 4/5 juni 2021, ten laste gelegd als:
(3)aantasting in de persoon op andere wijze. Onder aantasting in de persoon op andere wijze valt in ieder geval geestelijk letsel. Degene die zich hierop beroept zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Om van geestelijk letsel te kunnen spreken is niet voldoende dat sprake is van meer of minder sterk psychisch onbehagen of een zich gekwetst voelen. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van een dergelijke aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. Ook hier zal degene die zich hierop beroept in beginsel de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De enkele schending van een recht is daartoe niet voldoende. Context van de woningaanslagen waarop de vorderingen zijn gebaseerd Bij de beoordeling van de vorderingen tot vergoeding van immateriële schade heeft het hof rekening gehouden met het volgende. De woningaanslag waarover deze strafzaak gaat, vond plaats in het verlengde van een reeks woningaanslagen die zijn gepleegd in verband met een langdurige poging tot afpersing van (de directie van) [fruitbedrijf] . Die poging tot afpersing, die erop gericht was [fruitbedrijf] te bewegen tot betaling van een geldbedrag of bitcoins, begon in mei 2019 met een reeks dreigende telefoonberichten. Later heeft de afperser de druk op [fruitbedrijf] opgevoerd door middel van aanslagen op woning van (ex-)medewerkers en familieleden van [fruitbedrijf] . Een groot deel van die aanslagen vond plaats op adressen die voorkomen op een personeelslijst die in het bezit van afperser is gekomen en een aanzienlijk aantal vond plaats in een afgebakende regio, kort gezegd de [plaats ] en omliggende plaatsen. Door één van die aanslagen is op 25 november 2020 in Hedel een woning afgebrand als gevolg van de ontploffing van een vuurwerkbom die door het raam was gegooid. De poging tot afpersing en de daarmee samenhangende reeks woningaanslagen, die veel aandacht hebben gekregen in de landelijke maar vooral in de regionale media, hebben in dat gebied veel angst teweeggebracht. Een grote groep mensen was een potentieel doelwit van een eventuele volgende aanslag. Dat gold in ieder geval voor de mensen die woonden op een adres dat voorkomt op de personeelslijst. Die kring van potentiële doelwitten werd nog vergroot door de reële mogelijkheid van een vergisaanslag, waarbij door een vergissing de aanslag zou plaatsvinden op een ander adres dan het beoogde doelwit. Een grote groep mensen in de [plaats ] en omliggende plaatsen leefde dus geruime tijd voortdurend in de angst zelf het volgende slachtoffer te zullen worden. Daarbij was er, zeker na de hiervoor genoemde woningbrand in Hedel, de gegronde vrees dat een volgende aanslag een dodelijke afloop zou hebben. Toewijzing van de vorderingen Het hof wijst de vorderingen volledig toe. Het hof is van oordeel dat de benadeelde partijen recht hebben op smartengeld. Zij zijn het slachtoffer geworden van een woningaanslag waarbij de voordeur van de woning in brand is gestoken en het een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid was dat die brand bij de voordeur zou leiden tot een woningbrand met een voor hen fatale afloop. Die brandstichting vond bovendien plaats in het verlengde van een poging tot afpersing en daarmee verband houdende reeks woningaanslagen die maandenlang veel angst teweeg had gebracht in de regio waarin de slachtoffers woonden. De benadeelde partijen wisten dat hun adres voorkwam op de personeelslijst waarover de afperser beschikte. Zij leefden daardoor al geruime tijd onder de dreiging dat ook zij het slachtoffer zouden worden van een woningaanslag. Door de brandstichting kwam daar voor de benadeelde partijen het besef bij dat zij niet alleen potentieel, maar daadwerkelijk een doelwit waren van een afperser die op een meedogenloze wijze te werk ging om [fruitbedrijf] tot betaling te bewegen. Dat besef moet buitengewoon beangstigend zijn geweest, zeker als daarbij in aanmerking wordt genomen dat op een aantal adressen meerdere aanslagen zijn gepleegd. De benadeelde partijen hadden dus gegronde reden om te vrezen dat zij het slachtoffer zouden worden van nog een tweede aanslag. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de brandstichting, mede gelet op de context waarin die heeft plaatsgevonden, een normschending oplevert van een zodanige aard en ernst dat de voor toekenning van smartengeld relevante nadelige gevolgen van die normschending voor de benadeelde partijen zo voor de hand liggen dat kan worden aangenomen dat de benadeelde partijen door de brandstichting in hun persoon zijn aangetast (‘op andere wijze’, in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek). Verdachte is door zijn bijdrage aan die brandstichting naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze immateriële schade die de benadeelde partijen daardoor hebben geleden. Naar maatstaven van billijkheid zal het hof het smartengeld op een bedrag van € 7.500,- per benadeelde vaststellen. Verdachte is vanaf 5 juni 2021 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Hoofdelijkheid en schadevergoedingsmaatregel Het hof overweegt dat verdachte en zijn mededaders ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de schade reeds door één of meer van zijn mededaders is vergoed. Het hof ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 47, 48, 55, 57, 63, 157 en 289 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Gevangenisstraf Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 24 (vierentwintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beslag Gelast de teruggave aan verdachte van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen: ‒ een iPhone 12 ( [beslagcode] ); ‒ een trainingspak van Nike ( [beslagcode] ); ‒ schoenen van Nike ( [beslagcode] ); ‒ een shirt van The North Face ( [beslagcode] ). Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen: ‒ een (werk)handschoen van Condor (kenmerk: [beslagcode] ); ‒ een jas ( [beslagcode] ); ‒ een jas van The North Face ( [beslagcode] ; ‒ een joggingbroek ( [beslagcode] ); ‒ een linkerschoen van Nike ( [beslagcode] ); ‒ een pet van Under Armour ( [beslagcode] ); ‒ een flesje water ( [beslagcode] ); ‒ een hoodie ( [beslagcode] ; ‒ een spijkerbroek ( [beslagcode] ); ‒ een jas van Primark ( [beslagcode] ); ‒ een pet van Gucci ( [beslagcode] ); ‒ een pet van Under Armour ( [beslagcode] ); ‒ schoenen van Nike ( [beslagcode] ). Verklaart verbeurd de in beslag genomen flesdop ( [beslagcode] ). Vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 14] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 14] ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 14] , ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 juni 2021. [benadeelde partij 15] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 15] ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 15] , ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 juni 2021. Aldus gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. M. Keppels en mr. J. Corthals, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L.A.C. van den Berg-Veltman en mr. D. van der Geld, griffiers, en op 4 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte is -na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg- ten laste gelegd dat: 1. primair hij in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde partij 15] en/of de vrouw en/of de kinderen van die [benadeelde partij 15] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven met een hoeveelheid brandbare (vloei)stoffen naar een woning (perceel [adres 14] Tiel) waar op dat moment voornoemde [benadeelde partij 15] en zijn voornoemde gezinsleden lagen te slapen/verbleven) is/zijn gereden/gegaan en/of vervolgens brand heeft/hebben gesticht in/bij (de directe nabijheid van) die woning door (die) brandbare (vloei)stof(fen) te gooien en/of te plaatsen en/of uit te sprenkelen tegen de voordeur van die woning en/of die (vloei)stof(fen) aan te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 1. subsidiair [naam 20] en/of [naam 21] en/of [medeverdachte 9] in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [naam 20] en/of die [naam 21] en/of die [medeverdachte 9] en/of hun mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om [benadeelde partij 15] en/of de vrouw en/of de kinderen van die [benadeelde partij 15] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven met een hoeveelheid brandbare (vloei)stoffen naar een woning (perceel [adres 14] Tiel) waar op dat moment voornoemde [benadeelde partij 15] en zijn voornoemde gezinsleden lagen te slapen/verbleven) is/zijn gereden/gegaan en/of vervolgens brand heeft/hebben gesticht in/bij (de directe nabijheid van) die woning door (die) brandbare (vloei)stof(fen) te gooien en/of te plaatsen en/of uit te sprenkelen tegen de voordeur van die woning en/of die (vloei)stof(fen) aan te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van dit misdrijf hij, verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Amsterdam en/of Tiel en/of elders in Nederland opzettelijk ‒ die [naam 20] en/of [naam 21] en/of [medeverdachte 9] (vanuit Amsterdam) (midden in de nacht; vertrektijd ca 01.30 uur) te chaufferen en/of te navigeren naar, althans tot zeer nabij, de woning aan het adres [adres 14] te Tiel en/of ‒ vijf, althans meerdere, flessen met wasbenzine en/of benzine, althans brandbare vloeistoffen en/of latex handschoenen en/of kleding bestemd voor de uitvoering van dat delict -meegebracht door voormelde mededaders- in zijn, verdachtes auto te vervoeren naar dat adres in Tiel en/of ‒ een adres en/of andere informatie afkomstig van de opdrachtgever die van belang was voor de uitvoering van het delict door te geven en/of te delen aan/met zijn mededaders en/of (in zijn telefoon) voorhanden te hebben en/of ‒ met zijn, verdachtes auto nabij dat adres te Tiel klaar te staan voor de vlucht, althans te wachten, nadat een of meer van voormelde mededaders waren uitgestapt, en/of ‒ samen met [medeverdachte 9] , althans een mededader(s), althans alleen, ten tijde van de uitvoering van het delict op de uitkijk te staan en/of ‒ de vlucht mogelijk te maken aan voormelde mededaders door hen, na het door hen gepleegde delict, (weer) in te laten stappen en/of (vervolgens) (meteen) weg te rijden en met hen terug (richting Amsterdam) te rijden; 2. primair hij in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/bij een woning (perceel [adres 14] ) door (een) brandbare (vloei)stof(fen) te gooien en/of te plaatsen en/of uit te sprenkelen tegen de voordeur van die woning en/of die (vloei)stof(fen) aan te steken, althans door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, ten gevolge waarvan d(i)e voordeur en/of een kozijn en/of de voorgevel van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de bewoner(
- s)van die woning, te weten [benadeelde partij 15] en/of de vrouw en/of de kinderen van die [benadeelde partij 15] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor die bewoner(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die bewoner(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was; 2. subsidiair [naam 20] en/of [naam 21] en/of [medeverdachte 9] in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht in/bij een woning (perceel [adres 14] ) door (een) brandbare (vloei)stof(fen) te gooien en/of te plaatsen en/of uit te sprenkelen tegen de voordeur van die woning en/of die (vloei)stof(fen) aan te steken, althans door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, ten gevolge waarvan d(i)e voordeur en/of een kozijn en/of de voorgevel van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de bewoner(
- s)van die woning, te weten [benadeelde partij 15] en/of de vrouw en/of de kinderen van die [benadeelde partij 15] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor die bewoner(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die bewoner(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was tot en/of bij het plegen van dit misdrijf hij, verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door in of omstreeks de nacht van 4 op 5 juni 2021 te Amsterdam en/of Tiel en/of elders in Nederland opzettelijk ‒ die [naam 20] en/of [naam 21] en/of [medeverdachte 9] (vanuit Amsterdam) (midden in de nacht; vertrektijd ca 01.30 uur) te chaufferen en/of te navigeren naar, althans tot zeer nabij, de woning aan het adres [adres 14] te Tiel en/of ‒ vijf, althans meerdere, flessen met wasbenzine en/of benzine, althans brandbare vloeistoffen en/of latex handschoenen en/of kleding bestemd voor de uitvoering van dat delict -meegebracht door voormelde mededaders- in zijn, verdachtes auto te vervoeren naar dat adres in Tiel en/of ‒ een adres en/of andere informatie afkomstig van de opdrachtgever die van belang was voor de uitvoering van het delict door te geven en/of te delen aan/met zijn mededaders en/of (in zijn telefoon) voorhanden te hebben en/of ‒ met zijn, verdachtes auto nabij dat adres te Tiel klaar te staan voor de vlucht, althans te wachten, nadat een of meer van voormelde mededaders waren uitgestapt, en/of ‒ samen met [medeverdachte 9] , althans een mededader(s), althans alleen, ten tijde van de uitvoering van het delict op de uitkijk te staan en/of ‒ de vlucht mogelijk te maken aan voormelde mededaders door hen, na het door hen gepleegde delict, (weer) in te laten stappen en/of (vervolgens) (meteen) weg te rijden en met hen terug (richting Amsterdam) te rijden. Wanneer in een voetnoot wordt verwezen naar (pagina’s van dossier) ‘Panter 2’, wordt bedoeld: het procesdossier van de politie, eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, met het BHV zaaknummer [zaaknummer] . Het dossier bestaat uit acht mappen en is gesloten op 28 december 2021. Daarna zijn zes aanvullingen aan het dossier toegevoegd. Proces-verbaal van aangifte, p. 9 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 1129 (Panter 2, map 4). Proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden), p. 62 (Panter 2, map 2); proces-verbaal van bevindingen, p. 8992 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 72 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 69-70 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 21] , p. 1692-1697 en 1706-1707 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 20] , p. 1469, 1473-1476 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal van bevindingen, p. 161 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 162 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 292 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 238 (Panter 2, map 2); proces-verbaal van bevindingen, p. 244 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van bevindingen, p. 163-164 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 21] , p. 1702 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] (parketnummer 05/780020-21), p. 3. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 20] , p. 1473-1476 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 12 [verdachte] , p. 187-194 (Panter 2, map 2). Proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [verdachte] , p. 1622-1623 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 21] , p. 1696 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 21] , p. 1723 (Panter 2, map 5). Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 21] , p. 1697 en 1722 (Panter 2, map 5).