← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:2628

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000059-24 Uitspraak d.d.: 28 april 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 21 december 2023 met het parketnummer 08-298319-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2007, wonende te [adres] . Het hoger beroep De verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 april 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot: vernietiging van het vonnis van de rechtbank; vrijspraak van [verdachte] ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde; veroordeling van [verdachte] ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde, voor zover dit ziet op de periode 1 tot en met 30 april 2021, tot een taakstraf van tachtig uren, te vervangen door veertig dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door [verdachte] en zijn raadsman, mr. M. Tijken, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank [verdachte] ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden, met een proeftijd van twee jaren, en met oplegging van bijzondere voorwaarden, alsmede tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van honderd uren, bij niet (naar behoren) verrichten te vervangen door vijftig dagen jeugddetentie. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 30 april 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(

  1. en)die (mede) bestond(
  2. en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] te weten - het (over de kleding) betasten van de borsten en/of billen van [slachtoffer] en/of - het (meermaals, althans eenmaal) brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer] en bestaande dat geweld en/of die feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of feitelijkheden hierin dat verdachte - meermaals, althans eenmaal heeft gedreigd/gezegd een (naakt)foto, althans een foto waarop [slachtoffer] met (ont)bloot (boven)lichaam te zien is, te verspreiden als [slachtoffer] niet met hem, verdachte, zou afspreken, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingend aard of strekking en/of - aan [slachtoffer] de volgende tekst heeft gestuurd ‘’Ja geloof je ni isg. Als je volgende week ni komt is je foto over heel [plaats 1] en [plaats 2] ’’ en/of - ( toen [slachtoffer] met hem, verdachte, had afgesproken) tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij wilde dat hij de (naakt)foto zou verwijderen en niet zou verspreiden zij moest kiezen tussen vingeren en pijpen, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingend aard of strekking en/of - tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest gaan zitten, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of - [slachtoffer] bij haar (achter)hoofd heeft gepakt en/of - ( vervolgens) (meermaals) het hoofd van [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of - ( vervolgens) (meermaals) zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer] heeft geduwd en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht ten opzichte van [slachtoffer] en/of - ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [slachtoffer] en/of (aldus) voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 30 april 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2008) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen voornoemde [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te weten het met hem, verdachte, af te spreken en/of seksuele handelingen te verrichten - met [slachtoffer] contact heeft gelegd en/of - meermaals, althans eenmaal heeft gedreigd/gezegd een (naakt)foto, althans een foto waarop [slachtoffer] met (ont)bloot (boven)lichaam te zien is, te verspreiden als [slachtoffer] niet met hem, verdachte, zou afspreken, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingend aard of strekking en/of - aan [slachtoffer] de volgende tekst heeft gestuurd ‘’Ja geloof je ni isg. Als je volgende week ni komt is je foto over heel [plaats 1] en [plaats 2] ’’ terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 1 september 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, [slachtoffer] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen door (onverhoeds) - van achteren tegen [slachtoffer] aan te wrijven en/of - [slachtoffer] van achteren vast te pakken en/of (vervolgens) de borst(
  3. en)van [slachtoffer] te betasten en/of - de billen van [slachtoffer] te betasten en/of [slachtoffer] op haar billen te slaan/tikken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van feit 2 Aan [verdachte] is onder 2 tenlastegelegd dat hij – kort samengevat – heeft gepoogd om [slachtoffer] te dwingen met hem af te spreken en/of seksuele handelingen te verrichten. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat [verdachte] het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat [verdachte] daarvan behoort te worden vrijgesproken, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd en door de raadsman is bepleit. Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van feit 1 en feit 3 Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de feiten 1 en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Het standpunt van de verdediging [verdachte] heeft bij de politie, de rechtbank en het hof ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het plegen van de hem tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft hij – kort samengevat – het volgende aangevoerd. De verklaring van [slachtoffer] vormt het belangrijkste bewijsmiddel voor de veroordeling van [verdachte] . De verklaringen van [naam ] (hierna: de moeder van [slachtoffer] ), [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) en [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) zijn gebaseerd op hetgeen zij van [slachtoffer] hebben gehoord en zijn daarom afkomstig van dezelfde bron. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan de rechter het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend baseren op de verklaring van één getuige. De verklaringen van [slachtoffer] zijn volgens de verdediging onbetrouwbaar, ongeloofwaardig en weinig gedetailleerd. Over belangrijke details wordt door [slachtoffer] tegenstrijdig verklaard en de verklaring van [slachtoffer] verschilt met de verklaring van haar moeder. Gelet op de omstandigheden waaronder de eerste onthulling (disclosure) tot stand is gekomen, kan volgens de verdediging worden geconcludeerd dat deze disclosure weinig authentiek is. Bovendien werd [slachtoffer] op school gepest en dit zou volgens de verdediging een verklaarbare reden zijn waarom [slachtoffer] niet naar school wilde. [slachtoffer] heeft op enig moment mogelijk de druk gevoeld om met meer gegronde reden voor haar schoolverzuim te komen en is toen met het verhaal van [verdachte] gekomen. Los van de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] zit er in het dossier geen bewijsmateriaal dat haar verklaring op specifieke punten overtuigend ondersteunt. Als het al zou kloppen dat [slachtoffer] het verhaal over [verdachte] heeft verteld aan [getuige 2] en [getuige 1] , daags nadat het zou zijn gebeurd – hetgeen niet blijkt uit de verklaringen van [getuige 2] , [getuige 1] en [slachtoffer] zelf – is het opvallend dat [slachtoffer] het verhaal zonder emotie, op een vlakke, neutrale manier aan hen vertelt. Dit gedrag past niet bij iemand die in shock is en de dag ervoor nog is verkracht. Het oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 3 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof komt op grond van het volgende tot dit oordeel. Feiten en omstandigheden [verdachte] was ten tijde van de tenlastegelegde feiten dertien jaar en negen maanden oud. [slachtoffer] was toen dertien jaar en twee maanden oud. [verdachte] en [slachtoffer] kenden elkaar van school. Zij hebben op dezelfde lagere school gezeten en ten tijde van de tenlastegelegde feiten zaten beiden op dezelfde basisschool waar ook getuigen [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] (hierna: [getuige 3] ) naartoe gingen. Rond maart/april 2021 heeft [slachtoffer] , naar haar zeggen op verzoek van [getuige 3] , een foto van zichzelf gemaakt waarop haar (ont)blote borsten zijn te zien. Deze foto heeft zij via Snapchat naar [getuige 3] gestuurd. Van deze foto is een screenshot dan wel een foto gemaakt die is gedeeld in een groepsapp waar naast [getuige 3] ook [verdachte] in zat. Het hof stelt vast dat [verdachte] de betreffende foto in zijn bezit heeft gehad. Hij heeft dit ook zelf toegegeven. [slachtoffer] is vervolgens via het Snapchataccount van [verdachte] gechanteerd met het openbaar maken van deze foto. Wettelijk kader Voorop gesteld moet worden dat zedenzaken zich veelal kenmerken door de aanwezigheid van slechts twee personen bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: een slachtoffer en een verdachte. Wanneer de verdachte de seksuele handelingen ontkent, leidt dat er in veel voorkomende gevallen toe dat slechts de verklaringen van het slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van het slachtoffer. Dit betekent dat – in een geval als het onderhavige, waarin [verdachte] de tenlastegelegde feiten ontkent – het hof eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer moet beoordelen en daarnaast moet beoordelen of voor de verklaringen van het slachtoffer voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. Bij zedenzaken – zoals deze waarbij slechts twee personen aanwezig zijn geweest – is het niet vereist dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar is het afdoende dat de verklaring van [slachtoffer] op belangrijke onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen. Tussen de verklaring van [slachtoffer] en het andere bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband. Stukken in het dossier ten aanzien van de feiten 1 en 3 Na een informatief gesprek zeden door de politie met [slachtoffer] , heeft de moeder van [slachtoffer] op 7 december 2021 aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat [slachtoffer] op zeker moment bij haar kwam en dat zij vroeg "mama kunnen we praten". [slachtoffer] was op dat moment in tranen. [slachtoffer] vertelde haar dat een foto waarop zij te zien is met ontbloot bovenlijf, bij [verdachte] terecht was gekomen. Met de foto in zijn bezit heeft [verdachte] [slachtoffer] eerst drie keer gedwongen om met hem af te spreken. [verdachte] schreef [slachtoffer] berichten met de strekking: "als jij niet doet wat ik wil, dan verspreid ik deze foto. Ik zet hem op social media" en "Iedereen uit [plaats 2] , [plaats 1] , [plaats 3] , [plaats 4] , ze zullen het allemaal weten. Als jij doet wat ik wil, dan zal ik de foto wissen." Uit de aangifte volgt dat [verdachte] argumenten had als: "Ieder meisje van jouw leeftijd doet dat, dat is heel normaal". [verdachte] liet [slachtoffer] foto’s en filmpjes zien op zijn telefoon. De vierde keer heeft [verdachte] [slachtoffer] gedirigeerd: "Je moet komen en als je die seksuele handeling uitvoert op mij, dan wis ik die foto's." Uiteindelijk heeft [slachtoffer] ingestemd om [verdachte] te ontmoeten bij wat in [plaats 1] bekend staat als [location] Bij die afspraak werd [slachtoffer] voor de keuze gesteld door [verdachte] : "of ik ga je vingeren of jij moet mij pijpen". [slachtoffer] heeft [verdachte] toen gepijpt. Zij zat tijdens het uitvoeren van deze handelingen op haar knieën. In de berichten uit de telefoon van [slachtoffer] is het volgende te lezen: Bericht 1: " [verdachte] : Ja Naaktfoto Onleesbaar (mogelijk [slachtoffer] ): heb jij die [verdachte] : Ja" Bericht 2: " [verdachte] : Ja geloof je ni isg Als je volgende week ni komt Is Je foto Over heel [plaats 1] En [plaats 2] " Bericht 3: "Onleesbaar (..): Wil je je leven verpesten of 1 uur en half met iemand wat doen dat ni eens erg is". [slachtoffer] heeft op 14 december 2021 een verklaring afgelegd bij de politie. Zij heeft verklaard dat zij ergens in april 2021 een foto heeft gemaakt waarop haar naakte borsten te zien zijn. Zij heeft deze foto via Snapchat naar [getuige 3] gestuurd. Van de foto bleek een screenshot te zijn gemaakt die in een appgroep was gedeeld. [verdachte] had die screenshot in zijn bezit. [slachtoffer] had [verdachte] toentertijd geblokkeerd op social media. Op verzoek van [getuige 3] heeft [slachtoffer] [verdachte] vervolgens gedeblokkeerd op Snapchat, waarna [verdachte] haar begon te vragen om met haar af te spreken. [verdachte] chanteerde [slachtoffer] met die foto. [slachtoffer] heeft [verdachte] heel vaak gevraagd om die foto te verwijderen, maar [verdachte] zei tegen haar: "Als je wilt dat ik de foto ga verwijderen en dat de foto niet [plaats 2] , [plaats 1] en [plaats 4] door gaat, dan heb je twee keuzes". Die twee keuzes waren dat [slachtoffer] [verdachte] zou pijpen of dat zij zich door [verdachte] zou laten vingeren. Uiteindelijk heeft [slachtoffer] ingestemd met een ontmoeting. Bij die afspraak bracht [verdachte] haar naar een plekje bij de [location] in [plaats 1] . [verdachte] zei tegen [slachtoffer] dat zij op haar knieën moest gaan. Hierna pakte hij haar bij haar (achter)hoofd. Hij trok zijn broek een beetje naar beneden en hij trok het hoofd van [slachtoffer] naar zijn piemel toe. Hij drukte zijn piemel in haar mond. Uiteindelijk is [verdachte] op de grond naast haar klaargekomen. Voordat [verdachte] haar forceerde om hem te pijpen, had hij haar borsten en kont betast. Dat was over haar kleding. [verdachte] was ook achter haar gaan staan en ging van achteren een beetje wrijven tegen haar kont. Daarbij hield hij zijn handen op haar heupen. Zo hield hij haar vast. Met zijn piemel wreef hij dan tegen haar kont aan. De dag erna heeft [slachtoffer] aan [getuige 1] en [getuige 2] verteld dat [verdachte] haar had gedwongen om hem te pijpen. [slachtoffer] gebruikte het woord "plantje" als codewoord om [verdachte] aan te duiden in (het) gesprek(ken) over hem. [getuige 1] en [getuige 2] zijn bij zowel de politie als de raadsheer-commissaris als getuige gehoord. Bij de raadsheer-commissaris hebben [getuige 2] en [getuige 1] beiden aangegeven dat zij hun verklaring bij de politie naar waarheid hebben afgelegd. [getuige 1] heeft bevestigd dat [slachtoffer] aan hem heeft verteld dat en waarom zij [verdachte] had gepijpt. [getuige 2] was daarbij. [getuige 1] heeft verklaard dat dit midden groep acht was. Het was volgens hem na de winter gebeurd. [slachtoffer] stuurde een naaktfoto naar iemand. Die persoon heeft de foto weer naar anderen gestuurd. [slachtoffer] had toen een berichtje gekregen van iemand met de tekst: "Of je gaat mij pijpen of ik ga die foto op internet doen." [getuige 1] hoorde van [slachtoffer] dat het om [verdachte] ging. Er was een codewoord met elkaar afgesproken. [getuige 1] heeft verklaard dat wanneer [verdachte] in de buurt was en [slachtoffer] ging er iets over zeggen dan zei zij "plantjes of iets". [getuige 2] heeft verklaard dat zij van [slachtoffer] heeft gehoord over de naaktfoto en de keuze tussen pijpen en vingeren, en dat [slachtoffer] het laatste had gekozen. Het was niet vrijwillig. [slachtoffer] werd gedwongen. Het gebeurde onder [location] van [plaats 1] naar [plaats 5] . [slachtoffer] heeft dit rond het einde van groep acht aan [getuige 2] verteld. Wanneer [slachtoffer] over [verdachte] sprak was dat in codetaal. De codenaam die zij voor [verdachte] gebruikte was: "plantje". Dat codewoord werd gebruikt wanneer er iets over [verdachte] was. Als hij haar had bedreigd of weer iets had gedaan bij haar. Ook [getuige 3] is als getuige gehoord. [getuige 3] heeft verklaard dat [slachtoffer] [verdachte] had geblokkeerd (op Snapchat). [verdachte] heeft toen aan hem gevraagd om aan [slachtoffer] te vragen om hem, [verdachte] , te deblokkeren. [verdachte] heeft aan [getuige 3] de Snapchat van [slachtoffer] laten zien, zodat [getuige 3] haar dat kon vragen. [getuige 3] heeft [slachtoffer] gevraagd om [verdachte] te deblokkeren. De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] Het hof is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en daarom voor het bewijs kan worden gebruikt. De verklaring komt authentiek over en is daarnaast gedetailleerd en consistent. De verklaring van [slachtoffer] , eerst tegenover haar moeder in november 2021, daarna tegenover de politie op 14 december 2021 en tot slot tegenover de raadsheer-commissaris op 19 november 2024 is in de kern gelijk gebleven: [slachtoffer] heeft chanterende dan wel dreigende berichtjes ontvangen van [verdachte] en haar de keuze gegeven om hem te pijpen of hem haar te laten vingeren; zij hebben daarna afgesproken bij [location] en vervolgens is [slachtoffer] door [verdachte] betast en heeft [slachtoffer] [verdachte] moeten pijpen. Hoewel de verklaringen van [slachtoffer] en haar moeder op sommige punten niet helemaal overeenkomen, ziet het hof hierin, anders dan de verdediging, op zichzelf onvoldoende reden om vast te stellen dat hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] . In de kern komen de verklaringen immers wel overeen. Het hof is verder van oordeel dat niet aannemelijk is dat, zoals de verdediging aangeeft, [slachtoffer] mogelijk druk heeft gevoeld om met meer gegronde reden voor haar schoolverzuim te komen en daarom dit verhaal over [verdachte] heeft verzonnen. Het steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] Anders dan de verdediging is het hof ook van oordeel dat er aan het bewijsminimum is voldaan. De verklaring van [slachtoffer] wordt in het bijzonder ondersteund door de foto’s van het Snapchatgesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer] waaruit blijkt dat [verdachte] chanteert met de naaktfoto. Deze berichten suggereren dat het seksueel contact is voortgevloeid uit het chanteren. Dat deze berichtjes door [getuige 3] zouden zijn verstuurd, zoals [verdachte] heeft verklaard, acht het hof ongeloofwaardig. De berichtjes zijn verstuurd via het Snapchataccount van [verdachte] , [getuige 3] ontkent dat hij de betreffende berichtjes heeft gestuurd en uit de verklaringen van [slachtoffer] volgt dat zij na deze berichtjes met [verdachte] heeft afgesproken. Daarnaast acht het hof dit verhaal van [verdachte] ongeloofwaardig nu zowel [slachtoffer] als [getuige 3] hebben verklaard dat [slachtoffer] [verdachte] enige tijd heeft geblokkeerd en hem heeft gedeblokkeerd toen [getuige 3] dit vroeg. Nu [getuige 3] niet geblokkeerd was, is het onlogisch dat hij een bericht zou sturen via het account van [verdachte] . Verder wordt de verklaring van [slachtoffer] ondersteund door de inhoud van de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] wat betreft de periode waarin de gebeurtenissen tussen [verdachte] en [slachtoffer] zouden hebben plaatsgevonden en dat [slachtoffer] daar toen al met hen over gesproken heeft. [getuige 2] verklaarde immers dat [slachtoffer] dit rond het einde van groep acht aan haar heeft verteld. [getuige 1] heeft verklaard dat dit “een beetje midden groep acht (…) na de winter” is gebeurd. Deze verklaringen sluiten niet uit dat de gebeurtenissen in de door [slachtoffer] genoemde periode, namelijk omstreeks april 2021, hebben plaatsgevonden. Hoewel [getuige 2] en [getuige 1] niet exact dezelfde periode benoemen, betekent dit niet noodzakelijk dat zij niet naar dezelfde periode verwijzen. Zo klopt het dat de maand april na de winter is en dat deze periode ook als het einde van groep acht kan worden beschouwd. Het hof zal de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] ten aanzien van de periode waarin de gebeurtenissen tussen [slachtoffer] en [verdachte] hebben plaatsgevonden dan ook als steunbewijs gebruiken. Conclusie Het hof komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is, ook omdat daarvoor voldoende steunbewijs voorhanden is. Gelet op dat (hiervoor besproken) steunbewijs is ook voldaan aan het uit artikel 342 lid 2 Sc voortvloeiende bewijsminimum. De verweren worden verworpen. Het hof neemt de verklaring van [slachtoffer] als uitgangspunt. Uit de verklaringen van [slachtoffer] blijkt dat [verdachte] [slachtoffer] in of omstreeks april 2021 heeft gedwongen om hem te pijpen. Als zij dit niet deed zou hij de foto van [slachtoffer] waarop haar blote borsten te zien zijn (verder) verspreiden. Verder heeft [verdachte] , zonder dat [slachtoffer] dit wilde, van achteren tegen haar aan gewreven, haar van achteren vastgepakt en haar borsten en billen betast. Naar het oordeel van het hof is dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hieronder nader is opgenomen. Eendaadse samenloop Het hof is van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55 Sr. De feiten 1 en 3 leveren immers in zodanige mate een samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend (namelijk bij de [location] ), feitencomplex op dat [verdachte] in wezen één strafrechtelijk verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking en het beschermde belang van de afzonderlijk tenlastegelegde strafbepalingen ook nagenoeg hetzelfde zijn. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 30 april 2021 te [plaats 1] , door een feitelijkheid en door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] te weten: - het over de kleding betasten van de borsten en billen van [slachtoffer] en - het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer] , en bestaande die feitelijkheid en die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte - meermaals heeft gedreigd/gezegd een (naakt)foto, waarop [slachtoffer] met (ont)bloot (boven)lichaam te zien is, te verspreiden als [slachtoffer] niet met hem, verdachte, zou afspreken, en - aan [slachtoffer] de volgende tekst heeft gestuurd ‘Ja geloof je ni isg. Als je volgende week ni komt is je foto over heel [plaats 1] en [plaats 2] ’ en - ( toen [slachtoffer] met hem, verdachte, had afgesproken) tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij wilde dat hij de (naakt)foto zou verwijderen en niet zou verspreiden zij moest kiezen tussen vingeren en pijpen, en - tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest gaan zitten en - [slachtoffer] bij haar (achter)hoofd heeft gepakt en - vervolgens het hoofd van [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en - zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer] heeft geduwd en - meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [slachtoffer] en aldus voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 30 april 2021 te [plaats 1] , [slachtoffer] door geweld of een andere feitelijkheid, heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen door (onverhoeds) - van achteren tegen [slachtoffer] aan te wrijven en - [slachtoffer] van achteren vast te pakken en de borsten van [slachtoffer] te betasten en - de billen van [slachtoffer] te betasten. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 en 3 bewezenverklaarde levert op: de eendaadse samenloop van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ernst en aard van de feiten [verdachte] heeft [slachtoffer] gedwongen om hem te pijpen. Dit levert verkrachting op. [verdachte] heeft [slachtoffer] ook gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen door onverhoeds van achteren tegen haar aan te wrijven, haar van achteren vast te pakken en haar borsten en billen te betasten. Wanneer zij hem niet ter wille zou zijn, zou hij de foto waarop [slachtoffer] met blote borsten stond afgebeeld (verder) op social media verspreiden. Een verkrachting betekent per definitie een ernstige, grove aantasting van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. In zijn algemeenheid is verkrachting een schokkende, ingrijpende en beangstigende gebeurtenis die vaak langdurig fysieke, psychische en/of emotionele gevolgen voor het slachtoffer heeft. Door zijn handelen heeft verdachte een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de persoonlijke en lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . Het hof acht dit zeer kwalijk. Door zijn ontkennende houding gaat verdachte iedere verantwoordelijkheid voor zijn daden uit de weg. Hoewel [slachtoffer] zelf de foto heeft gedeeld, kan zij op geen enkele manier verantwoordelijk worden gehouden voor het feit dat een ander, die ongevraagd haar foto bemachtigd heeft, deze dreigt te verspreiden. Meisjes van zeer jonge leeftijd (zoals [slachtoffer] die destijds nog maar dertien jaar oud was) behoren beschermd te worden tegen dreiging en dwang, waardoor hun vrijheid om zelf te beslissen wordt aangetast. Dat [verdachte] ten tijde van de bewezenverklaarde feiten zelf pas dertien jaar en negen maanden oud was doet daaraan niet af. Persoonlijke omstandigheden Wat betreft de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] heeft het hof gekeken naar de Justitiële Documentatie (het strafblad) van [verdachte] van 11 maart 2025, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Na het bewezenverklaarde feit is [verdachte] wel onherroepelijk veroordeeld voor andersoortige strafbare feiten. Dit betekent dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Het hof heeft verder kennisgenomen van de rapportages die de deskundigen over [verdachte] hebben geschreven, waaronder de twee rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 6 juni 2023 en 14 november 2023 en het reclasseringsrapport van 20 november 2024. Uit de rapporten van de Raad volgt dat er vanwege de aanwezigheid van risicofactoren zorgen zijn ten aanzien van [verdachte] en ten aanzien van het wegvallen van de strakke kaders waaraan [verdachte] zich momenteel – in het kader van de veroordeling met bijzondere voorwaarden in een andere zaak – tot 30 mei 2025 moet houden. Daarentegen volgen er ook positieve punten uit de rapporten. [verdachte] is sociaal en kan beter dan voorheen woorden geven aan waar hij tegenaan loopt, zoals zijn beperkte inlevingsvermogen en het moeilijk kunnen uiten van gevoelens. [verdachte] is gemotiveerd om hier verandering in te brengen. Daarnaast gaat het goed op school. Uit persoonlijkheidsonderzoek van 21 februari 2023 volgt dat [verdachte] worstelt met zijn identiteit. Dit heeft te maken met de culturele verschillen in het land van herkomst en religie en de Nederlandse normen en waarden hieromtrent. Uit het tussenevaluatierapport van de jeugdreclassering van 20 november 2024 volgt dat [verdachte] zijn afspraken nakomt, zich houdt aan de aanwijzingen en zijn trajecten met goed gevolg heeft afgesloten. De heer [naam] heeft deze positieve ontwikkelingen tijdens de zitting bij het hof namens de jeugdreclassering bevestigd. [verdachte] heeft zich tijdens het proces positief ontwikkeld en het gaat op alle vlakken goed met hem. De jeugdreclassering ziet op dit moment geen aanleiding meer voor het adviseren van therapie. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en de jeugdreclassering schat daarnaast in dat [verdachte] geen verdere begeleiding van de jeugdreclassering nodig heeft. Strafoplegging De strafbare feiten die [verdachte] heeft gepleegd zijn ernstig. Bij de ernst van deze feiten is de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie in beginsel passend. Het hof ziet daarentegen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en zijn destijds zeer jonge leeftijd, in deze zaak reden om in plaats van een onvoorwaardelijke jeugddetentie een forse voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen in combinatie met een werkstraf. De langdurige en intensieve betrokkenheid van de jeugdreclassering heeft er bij [verdachte] voor gezorgd dat het nu goed met hem gaat en hij zich positief ontwikkelt. Hij gaat naar school, is op zoek naar werk en voetbalt veel. Het is positief dat [verdachte] zijn leven op orde lijkt te hebben en dat hij afstand heeft genomen van zijn oude vrienden. Een onvoorwaardelijke jeugddetentie is niet in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] en dus pedagogisch gezien niet wenselijk. Met onderstaande straf wordt de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking gebracht. Het hof acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan [verdachte] op te leggen een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van tachtig uren subsidiair veertig dagen jeugddetentie, en een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. Het hof ziet, in het bijzonder gelet op het advies van de jeugdreclassering en op het feit dat [verdachte] in het kader van de eerdere veroordeling een lange tijd onder toezicht van de jeugdreclassering heeft gestaan en in dit kader behandelingen en trainingen heeft gevolgd, geen aanleiding om hier bijzondere voorwaarden aan te verbinden. Het hof acht een voorwaardelijke straf van belang om [verdachte] ervan te weerhouden (opnieuw) soortgelijke strafbare feiten te plegen. Het hof komt tot een lagere straf dan de rechtbank omdat het hof ten aanzien van feit 2 tot een vrijspraak is gekomen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77ma, 77n, 77x, 77y, 77z, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie. Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) maanden. Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mr. P.S. Bakker, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. J.A.M. Kwakman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier, en op 28 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.