GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.350.893/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 137872 arrest in het incident van 29 april 2025 in de zaak van [appellant] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de rechtbank optrad als gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. R.P. van Boven te Assen, tegen [geïntimeerde] , die woont in [woonplaats2] , en bij de rechtbank optrad als eiser, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. J. Boelens te Assen. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op 26 april 2023 en op 6 november 2024, hersteld op 8 januari 2025, tussen partijen heeft uitgesproken. 1.2 Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: • de dagvaarding in hoger beroep • de incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring • het op 4 april 2025 door [appellant] ingezonden concept van de memorie van grieven • de op 15 april 2025 van [geïntimeerde] ontvangen productie. 1.3 Op 16 april 2025 heeft een mondelinge behandeling van het incident bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna is arrest bepaald op 3 juni 2025 of zoveel eerder als mogelijk is. 2De kern van de zaak Het hof gaat bij de beoordeling van dit incident uit van het volgende. 2.1 [geïntimeerde] is via Chroomplating Coevorden Beheer B.V. bestuurder en aandeelhouder van Chroomplating Vastgoed Coevorden B.V. (hierna: Chroomplating Vastgoed). Deze vennootschap was eigenaar van ernstig verontreinigde percelen grond in het gebied Holwert-Zuid in Coevorden. 2.2 Voor het gebied Holwert-Zuid, waarvan de verontreinigde percelen grond deel uitmaakten, ontstonden plannen voor herontwikkeling, waarvoor het noodzakelijk was dat de vervuilde percelen zouden worden gesaneerd. 2.3 Op 16 oktober 2013 zijn de vervuilde percelen door Chroomplating Vastgoed (om niet) overgedragen aan de gemeente Coevorden onder verlening van finale kwijting ten aanzien van de uit de bodemverontreiniging voortvloeiende saneringskosten. De bij de herontwikkeling betrokken projectontwikkelaar Esprit Projecten B.V. (hierna: Esprit) zou in dat verband aan [geïntimeerde] een vergoeding betalen van € 200.000 ter compensatie voor het gemis aan winst. 2.4 Esprit heeft op 16 augustus 2013 € 243.512,50 overgemaakt op een door [naam1] B.V. (hierna: de holding) aangehouden bankrekening. In dat bedrag was de hiervoor bedoelde vergoeding van € 200.000 begrepen. Samen met zijn zoon [de zoon] was [appellant] (hierna samen: [appellant] c.s.) (indirect) bestuurder van de holding. Op 4 januari 2018 is de holding ontbonden. 2.5 [appellant] c.s. waren tevens (indirect) bestuurder van [naam2] B.V. (hierna: [naam2] ). [naam2] is op 3 december 2013 in staat van faillissement verklaard. 2.6 [geïntimeerde] heeft diverse keren met [appellant] c.s. gesproken over het door Esprit betaalde bedrag. [appellant] c.s. hebben hun aansprakelijkheid voor schade bij [geïntimeerde] wegens het uitblijven van genoemde vergoeding bestreden en daartoe onder meer verwezen naar het faillissement van [naam2] . 2.7 De curator van [naam2] heeft op 17 maart 2020 aan [geïntimeerde] meegedeeld dat er geen betaling van € 200.000 aan [naam2] heeft plaatsgevonden. 2.8 [geïntimeerde] heeft [appellant] c.s. in april 2021 aansprakelijk gesteld voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van hun onrechtmatig handelen. [geïntimeerde] heeft vervolgens de veroordeling gevorderd van [appellant] c.s. tot betaling van € 200.000, te vermeerderen met wettelijke rente en € 2.775 aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. 2.9 Na bewijslevering heeft de rechtbank de vordering tegen [de zoon] afgewezen en tegen [appellant] toegewezen. [appellant] is daarbij eveneens veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank heeft dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zonder dat laatste te motiveren. 2.10 [geïntimeerde] heeft vervolgens executoriaal beslag doen leggen op de aan [appellant] en zijn echtgenote toebehorende woning alsook op de AOW-uitkering van [appellant] . [appellant] heeft op dit moment de leeftijd van 78 jaar. De woning is bezwaard met een recht van hypotheek ten gunste van een bank. [appellant] heeft een hypotheekschuld aan de bank van € 318.000. 3Het oordeel van het hof Inleiding 3.1 In het incident vordert [appellant] dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 6 november 2024 (zoals hersteld op 8 januari 2025) wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist. 3.2 Ter onderbouwing van deze vordering heeft [appellant] allereerst een kennelijke misslag in het vonnis van de rechtbank aangevoerd, te weten dat bij de toewijzing van de schadevergoeding ten onrechte geen rekening is gehouden met ter zake door [geïntimeerde] (dan wel zijn vennootschap) verschuldigde belasting. 3.3 Ten aanzien van de te maken belangenafweging voert [appellant] verder aan dat hij en zijn echtgenote inmiddels op leeftijd zijn en dat hij een zwakke gezondheid heeft met beperkingen. Hun vermogen zit vast in hun woning en zij beschikken niet over liquide middelen. Op hun AOW-uitkering ligt beslag. [geïntimeerde] heeft niet willen instemmen met een omzetting van het executoriale beslag op hun woning in een hypotheekrecht, terwijl dat de zekerheidspositie van [geïntimeerde] verbetert, hij vermogend is en geen spoedeisend belang heeft bij het onmiddellijk verkrijgen van betaling. Een executoriale verkoop van de woning leidt tot een lagere opbrengst, een onomkeerbare situatie en de zeer moeilijke opgaaf om elders woonruimte te vinden. Het belang bij onverwijlde tenuitvoerlegging van [geïntimeerde] staat daarmee in geen redelijke verhouding tot het belang van [appellant] om de bestaande situatie te handhaven totdat in hoger beroep is beslist. [appellant] heeft er daarbij geen bezwaar tegen dat bij een schorsing van de tenuitvoerlegging de voorwaarde wordt verbonden dat hij medewerking moet verlenen aan het vestigen van een hypotheekrecht op de woning ten gunste van [geïntimeerde] . 3.4 [geïntimeerde] concludeert tot afwijzing van de vordering. [geïntimeerde] heeft daarvoor aangevoerd dat hij na dertien jaar wachten op en lang procederen over het aan hem toekomende bedrag nu ook de feitelijke betaling wil ontvangen. Ook hij is met 83 jaren inmiddels op leeftijd en wil de kwestie bij zijn leven geregeld hebben. Volgens [geïntimeerde] is [appellant] niet zielig of kwetsbaar en zal hij na een verkoop van een woning niet dakloos raken. [appellant] heeft zelf via zijn (toenmalige) advocaat voorgesteld een schikking te treffen in het kader waarvan hij de woning wilde verkopen. Het is dan ook niet te begrijpen dat [appellant] zich met succes tegen een verkoop van zijn woning kan verzetten. Juridisch kader 3.5 Bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging heeft op grond van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 het volgende te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a. genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.