GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer 200.354.274/01 arrest van 28 mei 2025 inzake [appellant] , die woont in [woonplaats] , appellant, hierna te noemen: [de schuldenaar], advocaat: mr. J. Veninga, die kantoor houdt in Leeuwarden. 1Het verloop van de procedure bij de rechtbank In een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 30 april 2025 is het verzoek van [de schuldenaar] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem afgewezen. 2Het verloop van de procedure in hoger beroep 2.1 In een beroepschrift, ontvangen door de griffie van het hof op 7 mei 2025, heeft [de schuldenaar] verzocht dit vonnis te vernietigen en alsnog te bepalen dat hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp). 2.2 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder de brieven met bijlagen van 9 en 20 mei 2025 van mr. Veninga. 2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op woensdag 21 mei 2025, waarbij [de schuldenaar] is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. 3De feiten 3.1 [de schuldenaar] is in 2018 in gemeenschap van goederen getrouwd met mevrouw [de echtgenote] . Samen hebben zij twee kinderen. [de schuldenaar] heeft ook een kind uit een eerdere relatie. [de schuldenaar] is met zijn gezin woonachtig in [woonplaats] aan de [adres] . Bij deze woning staat een loods, waarin [de echtgenote] een dansschool exploiteert. 3.2 De schuldsaneringsregeling is eerder op [de schuldenaar] van toepassing geweest. Deze is in 2016 met een schone lei beëindigd. Kort daarna is [de schuldenaar] opnieuw in de schulden gekomen. Het huidige verzoek ziet op de nadien ontstane schulden. 3.3 De totale schuldenlast van [de schuldenaar] bedraagt € 148.372,82 en bestaat onder meer uit een schuld van in totaal van € 71.585,- aan de Belastingdienst, een schuld van € 25.000,- aan Speed Clean Mobile voor huur, een schuld van € 22.518,30 aan United Consumers B.V. voor energie en schulden aan Greenacre Capital Group van € 1.171,86 en € 1.202,51. De schulden betreffen zowel privé als zakelijke schulden. De schuldenlijst bevat ook schulden afkomstig van [de echtgenote] waar [de schuldenaar] – als gevolg van de huwelijkse gemeenschap – aansprakelijk voor is. 3.4 De zakelijke schulden zijn ontstaan in de periode waarin [de schuldenaar] een eenmanszaak in de steigerbouw had. De oorzaak van het ontstaan van de schulden is gelegen in een drugs- en gokverslaving. [de schuldenaar] is gedurende 25 jaar verslaafd geweest aan amfetamine. In 2019 heeft [de schuldenaar] zijn onderneming als gevolg van de oplopende schulden moeten staken. 3.5 In 2018 is [de schuldenaar] tot geloof gekomen en heeft hij zijn leven op de rit gekregen. Hij is in september 2020 van zijn drugsverslaving afgekomen en is in datzelfde jaar in loondienst getreden bij Snijtech Assemblage nr. 2 B.V (hierna: Snijtech). 3.6 Op 11 maart 2021 is door uitzendbureau WerkTijd B.V. beslag gelegd op het inkomen dat [de schuldenaar] ontvangt van Snijtech. [de schuldenaar] heeft tot op heden via het gelegde beslag afgelost. 3.7 In juni 2023 is [de schuldenaar] in de ziektewet geraakt als gevolg van artrose in de handen en polsen. Snijtech heeft sindsdien conform de loondoorbetalingsverplichting loon uitbetaald aan [de schuldenaar] . In juni 2025 eindigt deze verplichting. 3.8 [de schuldenaar] is in september 2024 begonnen met de tweejarige hbo-opleiding tot ervaringsdeskundige en loopt daarnaast stage bij daklozenopvang Wender. Met ingang van juli 2025 zal [de schuldenaar] - na het beëindigen van de loondoorbetalingsverplichting van Snijtech – in dienst treden bij Wender voor 32 uur per week. Dit betreft een werken/leren-traject waarbij [de schuldenaar] gedurende één dag per week naar school gaat. Na dit traject is hem een vast dienstverband in het vooruitzicht gesteld. 3.9 [de schuldenaar] en [de echtgenote] hebben zich in oktober 2023 gewend tot Bureau Benedictus voor schuldhulpverlening. Op aanraden van Bureau Benedictus zijn [de schuldenaar] en [de echtgenote] op 6 augustus 2024 huwelijkse voorwaarden overeengekomen. Hierbij is de bestaande gemeenschap niet verdeeld. 3.10 Voor de schulden van mevrouw [de echtgenote] is een minnelijk voorstel gedaan aan de schuldeisers. Een aantal schuldeisers hebben dat voorstel niet aanvaard, reden waarom aan de rechtbank is verzocht een dwangakkoord op te leggen. Dat verzoek wordt behandeld op 25 juni 2025. 4De beoordeling Het oordeel van de rechtbank 4.1 De rechtbank heeft het verzoek van [de schuldenaar] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat [de schuldenaar] ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden niet te goeder trouw is geweest. Ook het beroep op de hardheidsclausule is niet geslaagd. Weliswaar is er sprake van “een keer ten goede”, maar [de schuldenaar] heeft onvoldoende adequate actie ondernomen om de recent ontstane schulden aan United Consumers en Greenacre Capital Group te voorkomen. Het beroep van [de schuldenaar] 4.2 heeft twee grieven geformuleerd tegen het vonnis van de rechtbank. In zijn eerste grief betoogt [de schuldenaar] dat de rechtbank is uitgegaan van onjuiste feiten. Zo betreft de schuld aan Greenacre Capital Group geen recente schuld, maar volgt deze uit een verstekvonnis dat is gewezen op 1 december 2020. Ook de schuld aan United Consumers is geen recente schuld, omdat deze ziet op de levering van gas in de jaren 2020 tot en met 2023. Gedurende deze periode gaf [de schuldenaar] jaarlijks de meterstand door. Echter, volgens United Consumers klopte deze stand steeds niet, waarna het verbruik werd geschat. [de schuldenaar] betaalde de op de schatting gebaseerde rekening. In 2023 heeft [de schuldenaar] een foto van de meterstand verzonden naar United Consumers, waaruit bleek dat de doorgegeven meterstanden juist waren en [de schuldenaar] al die tijd te weinig had betaald. Op basis van de meterstand ontving [de schuldenaar] op 14 december 2023 een eindafrekening voor een bedrag van € 20.026,59. Volgens [de schuldenaar] is de vordering van United Consumers onterecht gelet op de hoogte van de vordering. Hij vermoedt dat de beginstand van de meter onjuist is geweest. Hij heeft dit samen met de netwerkbeheerder Liander proberen te achterhalen, maar dat is niet gelukt. 4.3 De tweede grief van [de schuldenaar] ziet op de beslissing van de rechtbank om het beroep op de hardheidsclausule af te wijzen. Volgens [de schuldenaar] is er sprake van een bestendige gedragsverandering en heeft hij wel degelijk adequate actie ondernomen. Zo heeft hij het contract bij United Consumers in december 2023 direct opgezegd. Hij is nu aangesloten bij Frank Energie en geeft maandelijks de meterstand door. Zo voorkomt hij dat er grote achterstanden ontstaan. Het oordeel van het hof 4.4 Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan op grond van artikel 288 lid 1, aanhef en onder b, Faillissementswet (hierna: Fw) slechts worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend. Het is aan de schuldenaar om dit aannemelijk te maken. 4.5 Uit de overgelegde schuldenlijst blijkt dat er meerdere schulden zijn ontstaan in de drie jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Ook staat er een aantal schulden op de lijst waarvan de ontstaansdatum en/of de hoogte niet duidelijk is. [de schuldenaar] heeft in het beroepschrift erkend dat hij ten aanzien van een deel van de schulden niet te goeder trouw is omdat een deel van deze (oudere) schulden uit de periode stammen dat hij verslaafd was en andere schulden zijn ontstaan en onbetaald gelaten door een gebrekkige administratie waardoor [de schuldenaar] geen overzicht meer had over zijn financiële situatie. Wat er ook zij van de stellingen van [de schuldenaar] over de schulden aan Greenacre Capital Group en United Consumers, gelet op deze omstandigheden is het hof – net zoals de rechtbank – van oordeel dat [de schuldenaar] niet te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten zijn van zijn schulden. 4.6 Het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan, ondanks het feit dat zich, zoals in dit geval, een weigeringsgrond voordoet, ingevolge het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw toch worden toegewezen, als voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (de hardheidsclausule). Het gaat bij de toepassing van de hardheidsclausule om de oorzaak van de problematiek, welke oorzaak de schuldenaar aantoonbaar onder controle moet hebben gekregen en waarbij in het algemeen is vereist dat de schuldenaar een (persoonlijke) ontwikkeling heeft doorgemaakt die zich toont in het feit dat hij greep heeft gekregen op de omstandigheden die hem in financiële problemen hebben gebracht. Met andere woorden: er dient sprake te zijn van een bestendige gedragsverandering waardoor in redelijkheid kan worden aangenomen dat de problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen. 4.7 Het hof overweegt in dit kader als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [de schuldenaar] zijn drugs- en gokverslaving onder controle heeft gekregen. Nadat [de schuldenaar] in 2018 tot geloof is gekomen, heeft hij in 2020 een vaste baan gevonden bij Snijtech. Hierdoor kwam er structuur in het leven van [de schuldenaar] . Vanaf dat moment is hij ook clean geweest. In juni 2023 werd bij [de schuldenaar] artrose ontdekt in de handen en polsen, waardoor hij zijn werk in de fabriek niet meer kon voortzetten. Het verlies van structuur heeft bij [de schuldenaar] niet geleid tot een terugval. Samen met een re-integratiebureau is [de schuldenaar] op zoek gegaan naar een andere invulling van zijn werkzame leven en heeft hij ontdekt dat het coachen en helpen van mensen met een verslaving of andere problemen goed bij hem past. Op dit moment volgt [de schuldenaar] dan ook een hbo-opleiding tot ervaringsdeskundige en loopt hij stage bij de daklozenopvang. Daarnaast zet hij zich in voor Verslavingszorg Noord Nederland en bezoekt hij gevangenissen om zijn verhaal te vertellen. [de schuldenaar] is er daarmee naar het zich laat aanzien in geslaagd zijn leven een structurele andere wending te geven. 4.8 Verder is het hof van oordeel dat sprake is van een voldoende stabiele financiële situatie. Daarvoor is redengevend dat [de schuldenaar] en [de echtgenote] zich in oktober 2023 hebben aangemeld bij Bureau Benedictus voor schuldhulpverlening. Bureau Benedictus heeft de schulden zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor [de schuldenaar] weer overzicht heeft gekregen. Er zijn geen nieuwe schulden ontstaan en na het sluiten van huwelijkse voorwaarden is [de schuldenaar] ook niet meer aansprakelijk voor de schulden van [de echtgenote] . Daarnaast is gebleken dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever binnenkort eindigt. [de schuldenaar] heeft voor de periode daarna opnieuw werk gevonden bij daklozenopvang Wender voor 32 uur in de week. [de schuldenaar] heeft ter zitting verklaard dat het salaris gelijk aan of zelfs hoger is dan het salaris van Snijtech. Na het afronden van zijn hbo-opleiding is hem een vaste baan in het vooruitzicht gesteld. 4.9 Uit de voorgaande omstandigheden blijkt dat [de schuldenaar] de oorzaak voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft gekregen. Het hof ziet daarom reden om de hardheidsclausule toe te passen en [de schuldenaar] toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De aanvang van de termijn van de wsnp 4.10 Op grond van artikel 349a lid 1 Fw bedraagt de termijn van de schuldsaneringsregeling anderhalf jaar. Die termijn begint (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.