Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003288-24 Uitspraak van: 5 juni 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 24 juli 2024 met parketnummer 05-194265-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 01-095792-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, thans verblijvende in [P.I.] . Het hoger beroep Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 mei 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A. van der Poel, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag. Verdachte is voor dit feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. Daarnaast is aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf afgewezen. Het hof zal het vonnis vernietigen omdat het hof de bewijsbeslissing op (deels) andere gronden baseert dan de rechtbank. Daarom zal het hof opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door twee maal, althans een of meerdere ma(a)l(en), met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik- en/of borststreek, althans in het bovenlichaam van die [slachtoffer] te steken, waardoor (ernstig) bloedverlies en/of long- en ademhalingsfunctiestoornissen is/zijn opgetreden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; subsidiairhij in of omstreeks de periode van 27 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd door twee maal, althans een of meerdere ma(a)l(en), met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik- en/of borststreek, althans in het bovenlichaam van die [slachtoffer] te steken, waardoor (ernstig) bloedverlies en/of long- en ademhalingsfunctiestoornissen is/zijn opgetreden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdacht zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag op [slachtoffer] . Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de dood van [slachtoffer] , zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat [slachtoffer] zichzelf heeft gestoken met een mes. De verklaring van verdachte over het tenlastegelegde is duidelijk, consistent en gedetailleerd. Zijn verklaring past ook bij het forensisch bewijs en de euthanasiewens van [slachtoffer] . Oordeel van het hof Het overlijden van [slachtoffer] Op dinsdag 1 augustus 2023 is [slachtoffer] (hierna aangeduid als [slachtoffer] dan wel als [slachtoffer] , zijn roepnaam) dood aangetroffen in zijn woning in [plaats] . is overleden door verbloeding en long- en ademhalingsfunctiestoornissen als gevolg van één steekletsel aan de buik en één steekletsel aan de romp. Waarmee is het steekletsel toegebracht? In de woning van [slachtoffer] is onder een stoel in de woonkamer naast de leuning van de bank een mes (SIN-nummer AAOC1845NL) aangetroffen. Het mes is door het NFI onderzocht. Aan de rechterzijde van het lemmet is ter hoogte van een vettige substantie een bloedspoor aangetroffen. Dit is bemonsterd en als AAOC1845NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Uit deze bemonstering is aan DNA-profiel van één persoon verkregen. Dit DNA-profiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] , dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon. Op grond van deze onderzoeksbevindingen stelt het hof vast dat op het heft van het mes DNA van verdachte zat en DNA van [slachtoffer] . Daarnaast is het gehele heft van het mes bemonsterd met als doel DNA te verzamelen van diegene die het mes heeft gehanteerd. Deze bemonstering is als AAOC1845NL#02 veiliggesteld. Uit de bemonstering is een DNA-mengprofiel verkregen. Dit DNA-mengprofiel wordt het beste verklaard wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer] en van verdachte [verdachte] . Het DNA-mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer] en verdachte [verdachte] , dan wanneer de bemonstering DNA bevat van hoogstens één van deze personen.In de bemonstering van het lemmet is ook een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van spierweefsel en vetweefsel. Dit betekent dat het DNA van [slachtoffer] afkomstig kan zijn uit zowel zijn bloed als zijn spier- en/of vetweefsel. Het hof stelt op grond van deze onderzoeksbevindingen vast dat het op het lemmet van het mes aangetroffen DNA van [slachtoffer] was en afkomstig was uit bloed, spierweefsel en/of vetweefsel. Bij het aantreffen was [slachtoffer] gekleed in een grijze blouse, die open was geknoopt. De verwondingen op borst en buik lijken overeen te komen met twee gaten in het bebloede overhemd.Op het hiervoor bedoelde mes (met SIN-nummer AAOC1845NL) zijn ook vezelsporen veiliggesteld. Naar deze sporen is microscopisch onderzoek ingesteld. Op het mes zijn 29 witte linnenvezels aangetroffen. Deze vezels komen overeen met vezels zoals verwerkt in de blouse van [slachtoffer] . Het NFI concludeert dat de resultaten van het onderzoek waarschijnlijker zijn wanneer de blouse van [slachtoffer] is doorstoken met het mes dan wanneer de blouse van [slachtoffer] is doorstoken met een willekeurig ander scherp voorwerp. De combinatie van het uit een bloedbemonstering van het lemmet verkregen DNA van [slachtoffer] en de aanwezigheid van vezelsporen op het lemmet die overkomen met de vezels in de blouse die [slachtoffer] droeg, brengt het hof tot de vaststelling dat de dodelijke steekletsels bij [slachtoffer] zijn toegebracht met het mes met SIN-nummer AAOC1845NL. Verklaring van verdachte De vervolgvraag die het hof moet beantwoorden, is wie de dodelijke steekletsels met het mes heeft toegebracht. Verdachte heeft over wat zich heeft afgespeeld in de woning van [slachtoffer] samengevat weergegeven het volgende verklaard. Verdachte ontkent dat hij met het mes de steekletsels bij [slachtoffer] heeft toegebracht. Hij heeft verklaard dat hij op 27 juli 2023 ruzie kreeg met [slachtoffer] . Daarop gaf [slachtoffer] verdachte een klap in zijn gezicht en gaf verdachte hem ook een klap terug. [slachtoffer] liep daarop naar de keuken en kwam terug met het mes. [slachtoffer] ging op de bank zitten en stak zichzelf twee keer met het mes in zijn borst en buik. Hij ging vervolgens op de bank liggen en zei tegen verdachte dat hij zijn huis uit moest gaan. Verdachte heeft, nadat [slachtoffer] zichzelf twee keer stak, het mes uit de handen van [slachtoffer] gepakt en weggegooid. Daarna heeft verdachte de woning van [slachtoffer] verlaten. Twee scenario’s Verdachte was die middag van 27 juli 2023 met [slachtoffer] in diens woning. Na het vertrek van de hulpverlening om 14.15 uur was er verder niemand aanwezig en waren verdachte en [slachtoffer] met zijn tweeën. Zoals hiervoor vastgesteld, is op het heft van het mes waarmee de dodelijke steekletsel zijn toegebracht, DNA aangetroffen van zowel verdachte als [slachtoffer] . Deze omstandigheden in combinatie met de verklaringen van verdachte over wat zich zou hebben afgespeeld die middag, maken naar het oordeel van het hof dat er redelijkerwijs twee scenario’s mogelijk zijn als antwoord op de vraag wie de dodelijke steekletsels heeft toegebracht. Het eerste scenario is dat [slachtoffer] om het leven is gebracht door middel van steken door verdachte. Het tweede scenario is dat [slachtoffer] suïcide heeft gepleegd door zichzelf te steken. In het kader van beide scenario’s zijn diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd door de forensische opsporing van de politie en het NFI. Forensisch patholoog [patholoog] heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat op basis van die bevindingen geen onderscheid kan worden gemaakt tussen het scenario van zelfdoding en het scenario dat verdachte de letsels heeft toegebracht bij [slachtoffer] . Ook bloedspooronderzoek deskundige [deskundige] is als deskundige gehoord ter terechtzitting van de rechtbank. Hij heeft verklaard dat de resultaten van het bloedsporenonderzoek niet onderscheidend zijn voor een van beide scenario’s. [deskundige] is tijdens zijn onderzoek geen aanwijzingen tegengekomen die één van de twee scenario’s meer waarschijnlijker maakt. Het hof concludeert dat op grond van het forensisch bewijs niet kan worden vastgesteld wie de dodelijke letsel heeft toegebracht. Nu verdachte het tenlastegelegde bestrijdt met de (alternatieve) lezing dat [slachtoffer] zichzelf twee keer met het mes heeft gestoken, zal hof ter beantwoording van de vraag volgens welk scenario de gebeurtenissen in de woning van [slachtoffer] zich hebben voltrokken, de aannemelijkheid van de verklaringen van verdachte moeten toetsen aan de hand van de op grond van de overige bewijsmiddelen vaststaande feiten en omstandigheden. Deze zal het hof hierna bespreken. Buurtzorg-bezoek van 7 juli 2023 Op 7 juli 2023 is getuige [getuige 1] , buurtzorgmedewerkster, bij [slachtoffer] op huisbezoek geweest. Zij heeft hierover verklaard dat [naam 1] en [naam 2] (hof: collega’s van [getuige 1] ) hadden gezien dat [slachtoffer] een gast had. De man die bij hem in huis was noemde zich [verdachte] (het hof begrijpt dat het hier gaat om verdachte, nu getuige ten aanzien van een foto van verdachte bij de politie heeft verklaard dat dat de man is die zij herkent als [verdachte] ). [naam 1] en [naam 2] informeerden [getuige 1] over deze man en gaven aan dat dit voor problemen ging zorgen. Hij (verdachte) gebruikte veel alcohol en mogelijk drugs. Met de problematiek van [slachtoffer] , waaronder een alcoholverslaving zou dit niet goed komen en zou [slachtoffer] verder naar beneden zakken. [getuige 1] is door [naam 1] en [naam 2] ingelicht en gevraagd om op 7 juli 2023 een bezoek aan [slachtoffer] te gaan brengen. Er werd aan haar gevraagd om eventueel aan te sturen op het vertrek van deze [verdachte] . Op die dag is [getuige 1] samen met een collega naar [slachtoffer] toegegaan. Het viel haar op dat het een rotzooi in huis was. Toen zei [slachtoffer] : ‘jullie hebben een hele goede timing want ik heb net tegen hem gezegd dat hij, [verdachte] er uit moet’. [getuige 1] en haar collega troffen toen een heel agressieve man aan die in eerste instantie verbaal agressief was tegen [slachtoffer] . Hij gebruikte allerlei scheldwoorden en gaf aan dat hij niet wegging. [verdachte] was veel aan het schelden en verbaal agressief richting hen. Op een gegeven moment hoorde [getuige 1] hem zeggen ‘oke ik ga wel weg’, maar toen begon het uitstellen. [getuige 1] en haar collega hoorde hem nog een tijdje schelden en tieren buiten. Getuige [getuige 2] , een van de buren van [slachtoffer] , is verdachte nog tegengekomen. Hij heeft hierover op 1 augustus 2023 verklaard dat hij ongeveer drie weken geleden langs het huis van [slachtoffer] is gelopen en toen een andere man, die [verdachte] heet, op de grond voor de woning met een grote rugzak naast hem zag zitten. Hij denkt dat dit op 7 of 8 juli 2023 is geweest. [verdachte] vertelde aan [getuige 2] dat hij de woning niet meer in kon. Hij zei dat de hulpverlening hem eruit had gezet. Een paar dagen later kwam [verdachte] terug. Hij zei dat hij op straat moest slapen, omdat [slachtoffer] hem eruit had gegooid. [verdachte] zei tegen [getuige 2] : ‘ik slaap vandaag in de bak’. [getuige 2] zei ‘dan moet je toch iets doen, wil je in de bak slapen’. [verdachte] zei ‘maar dan ga ik ook doen, ik ga wraak nemen’. Het was voor [getuige 2] duidelijk dat hij hiermee bedoelde dat hij wraak ging nemen op [slachtoffer] . Het hof leidt hieruit af dat verdachte (verbaal) agressief werd om het feit dat [slachtoffer] en de buurtzorgmedewerkers hem op 7 juli 2023 hadden verzocht de woning van [slachtoffer] te verlaten. Buurtzorg-bezoek van 27 juli 2023 Getuige [getuige 3] , GGZ-agoog bij Buurtzorg, is op 27 juli 2023 bij [slachtoffer] op huisbezoek geweest. Zij heeft hierover verklaard dat zij op donderdag 27 juli 2023 in haar agenda had staan dat zij een bezoek zou brengen bij [slachtoffer] . [verdachte] deed open. Hij zei tegen [getuige 3] dat zij niet binnen mocht komen. [getuige 3] rook al gelijk dat [verdachte] had gedronken. [slachtoffer] riep van boven dat [getuige 3] kon binnenkomen. [slachtoffer] was goed aanspreekbaar. [slachtoffer] zei tegen [getuige 3] dat hij [verdachte] die avond zou wegsturen. [getuige 3] voelde zich op dat moment in de woning niet prettig. Tussen 14:00 en 14:15 is [getuige 3] weer weggegaan bij [slachtoffer] . Verdachte heeft in zijn eerste verhoor verklaard dat er in de vijf dagen dat hij bij [slachtoffer] verbleef, dus tot en met 27 juli 2023, geen mensen of bezoek zijn geweest. Nadat verdachte werd geconfronteerd met de verklaring van getuige [getuige 3] , heeft hij verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij de deur opendeed. Verder heeft verdachte verklaard dat het best zou kunnen, maar dat het hem niets zegt en dat hij waarschijnlijk een stukje is gaan lopen. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat toen de hulpverlener weg was, de sfeer niet meer prettig was. Verder blijkt uit het tapgesprek van 24 augustus 2023 dat verdachte tegen [naam 4] het volgende heeft gezegd: ‘op een gegeven moment had die die ochtend had die (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) een gesprek met haar, en na was heel zijn bui omgeslagen en met spullen lopen gooien ga maar door’. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte zijn verklaring voor het wat betreft het bezoek van [getuige 3] aan de woning gedurende het onderzoek heeft aangepast. Eerst geeft hij immers aan dat [slachtoffer] helemaal geen bezoek heeft gekregen en na de confrontatie met de verklaring van getuige [getuige 3] , weet verdachte zich dit bezoek niet meer (goed) te herinneren. Uit het tapgesprek kan echter worden opgemaakt dat verdachte zich de komst van de getuige [getuige 3] wel degelijk kan herinneren omdat hij heeft gezegd dat de sfeer omsloeg nadat de hulpverlener was vertrokken. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte vervolgens verklaard dat nadat de hulpverlening weg was de sfeer niet prettig was. Gelet op het feit dat verdachte hierover wisselend heeft verklaard, acht het hof de verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig. In dit verband merkt het hof nog op dat verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard dat hij op 27 juli 2023 al van plan was te vertrekken en dat zijn tas klaarstond. Deze verklaring strookt niet met de verklaring van [getuige 3] dat [slachtoffer] aan haar heeft gezegd dat hij [verdachte] in de avond van 27 juli 2023 zou wegsturen. Reisgedrag na vertrek bij woning [slachtoffer] Op 27 juli 2023 om 18.06 uur is verdachte te zien op camerabeelden van de camera aan de [adres] in [plaats] . Hij wandelt in de richting van het station. Hij komt uit de richting van de woning van [slachtoffer] gelopen. Dit is op twee minuten loopafstand. Vervolgens bezoekt verdachte de [supermarkt] op ca. 400 meter afstand (5 minuten lopen) vanaf de [adres] . Hij rekent om 18:14 af. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte om 18:24 uur het centraal station van [plaats] binnenloopt. Vervolgens is te zien dat verdachte om 18:25 uur voor de kaartjesautomaat staat. Uit de bankmutaties blijkt dat verdachte om 18:27 uur een pinbetaling van € 10,60 heeft verricht bij NS [plaats] . Vervolgens neemt verdachte om 18:39 uur de trein richting [plaats] . Om 20:25 uur is verdachte te zien op het centraal station van [plaats] . Uit het onderzoek is gebleken dat de telefoon van verdachte tussen 20:45 uur en 22:46 uur meerdere keren heeft gebeld naar verschillende telefoonnummers. Verder blijkt uit financieel onderzoek naar de bankpas van verdachte dat er om 21:42 uur en 21:43 uur twee keer € 100,00 bij de Geldmaat in [plaats] is gepind. Ook blijkt dat er om 21:56 uur € 5,00 bij de [locatie] in [plaats] is gepind. Op de camerabeelden is verder te zien dat verdachte om 22:30 uur een ontmoeting heeft met een man en dat ze gezamenlijk verder lopen. Uit onderzoek blijkt verder dat verdachte op 31 juli 2023 omstreeks 23:20 uur in beeld komt bij de toegangspoortjes van het centraal station in [plaats] en het station verliet. Verdachte heeft in zijn eerste verhoor verklaard dat hij op 27 juli 2023 bij de conducteur een kaartje voor de trein heeft gekocht met uitstel van betaling. Verder heeft verdachte verklaard dat hij in [plaats] naar een portiek is gegaan, daar is gaan zitten, wat wijn heeft gedronken en heeft gejankt als een kind. Vervolgens is hij nog een stukje gaan lopen en uiteindelijk gaan slapen. Op de vraag van de verbalisant hoeveel tijd er zat tussen zijn aankomst in [plaats] en zijn aanhouding, heeft verdachte verklaard dat hij gistermiddag (het hof begrijpt: 3 augustus 2023) in [plaats] is aangekomen vanuit [plaats] en dezelfde dag is aangehouden. De verklaring van verdachte dat hij een kaartje met uitstel van betaling heeft gekocht acht het hof ongeloofwaardig, nu op de camerabeelden van 27 juli 2023 is te zien dat verdachte bij de kaartjesautomaat staat en uit de bankmutaties blijkt dat hij pinbetaling van € 10,60 bij NS [plaats] heeft verricht. Ook de verklaring dat verdachte zich – aangekomen in [plaats] – heeft teruggetrokken en heeft gejankt als een kind, acht het hof ongeloofwaardig, nu blijkt dat hij meerdere keren heeft gebeld naar verschillende telefoonnummers, twee keer een bedrag van 100 euro heeft gepind, één keer 5 euro heeft gepind en een ontmoeting heeft gehad met een man met wie hij samen verder is opgelopen. De verklaring van verdachte dat hij op 3 augustus 2023 voor het eerst terug in [plaats] was, is aantoonbaar onjuist, nu verdachte op 31 juli 2023 op camerabeelden te zien is op het centraal station in [plaats] . Telefoongebruik Zoals hiervoor is vastgesteld heeft verdachte op 27 juli 2023 omstreeks 18:04 uur de woning van [slachtoffer] verlaten. Uit het onderzoek is gebleken dat de telefoon van verdachte: op 27 juli 2023 tussen 08:52 uur en 12:25 uur, 12:56 uur en 13:03 uur en 13:31 uur en 16:36 uur is opgeladen; op 27 juli 2023 om 17:20 uur voor 34% is opgeladen; op 27 juli 2023 om 11:11 uur belt naar verdachtes moeder, duur gesprek 3 seconden; op 27 juli 2023 om 12:46 uur belt naar [naam 5] waarna verdachtes telefoonnummer wordt teruggebeld door het nummer van [naam 5] om 15:46 uur en 16:51 uur; op 27 juli 2023 om 17.16 uur naar zijn moeder is gebeld, zij nam niet op; op 27 juli 2023 vanaf 17.16 uur tot 22.23 uur heeft verdachte nog 7x met zijn moeder gebeld. Eén van deze gesprekken, om 18.40 uur, duurde 365 seconden. Verdachte heeft in zijn eerste verhoor verklaard dat zijn telefoon leeg was op het moment dat hij de woning verliet. Nadat verdachte is geconfronteerd met de onjuistheid van zijn verklaring heeft hij als volgt verklaard: ‘ik had het idee dat hij leeg was. Volgens mij stond er nog 3% op. Ik heb in de trein gezeten en heb hem daar opgeladen.’ Het hof stelt vast dat de verklaring van verdachte dat zijn telefoon leeg was op het moment dat hij de woning van [slachtoffer] verliet aantoonbaar onjuist is. Verder stelt het hof vast dat verdachte zijn verklaring gedurende het onderzoek heeft aangepast aan de onderzoeksresultaten. Immers heeft hij eerst verklaard dat zijn telefoon leeg was en later verklaard dat hij dacht dat zijn telefoon leeg was, maar dat de batterij nog maar 3% was opgeladen. Dat verdachte dacht dat zijn telefoon leeg was acht het hof ongeloofwaardig, nu verdachte op 27 juli 2023 zijn telefoon drie keer heeft opgeladen en voorafgaand aan het steekincident en daarna nog veelvuldig gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon. Handelen na vertrek uit woning van slachtoffer Op de vraag of verdachte eraan gedacht heeft om hulp in te schakelen voor [slachtoffer] heeft hij in zijn eerste verhoor het volgende verklaard: ‘dat ik neem ik mijn eigen wel kwalijk. Mijn telefoon was ook leeg maar je kunt ook naar de supermarkt lopen of zo’. Ter terechtzitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij helemaal niet naar de hulpdiensten wilde bellen. Als reden gaf hij op dat hij bang was om de schuld te krijgen, in die zin dat hem zou worden verweten dat hij [slachtoffer] zou hebben gestoken. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij geen hulp heeft ingeschakeld, omdat hij in paniek was. Het hof overweegt dat verdachte meerdere verklaringen heeft afgelegd over de reden waarom hij geen hulp heeft ingeschakeld voor [slachtoffer] nadat de steekverwondingen bij hem waren toegebracht. Het hof heeft reeds vastgesteld dat de verklaring van verdachte dat zijn telefoon leeg was op het moment dat hij de woning van [slachtoffer] verliet aantoonbaar onjuist is en dat zijn verklaring dat hij dacht dat zijn telefoon leeg was ongeloofwaardig is. Op 27 juli 2023 is verdachte, direct ná het steekincident, in de supermarkt geweest. Uit niets blijkt dat verdachte aldaar heeft verzocht om de hulpdiensten in te laten schakelen. De verklaring van verdachte dat hij bang was om de schuld te krijgen acht het hof ongeloofwaardig, want als de verklaring van verdachte, dat [slachtoffer] zichzelf heeft gestoken, waar zou zijn, hoefde verdachte immers niet bang te zijn voor de gevolgen van het inschakelen van hulp. Als [slachtoffer] nog leefde, zoals verdachte dacht, had hij wellicht ook kunnen bevestigen dat hij zichzelf had gestoken. In het scenario van verdachte dat [slachtoffer] zichzelf heeft gestoken acht het hof het onnavolgbaar dat verdachte geen hulpdiensten heeft ingeschakeld, zelfs niet anoniem. Dit geldt te meer nu verdachte meermaals heeft verklaard dat hij van [slachtoffer] hield. Hulp bieden was dan de aangewezen reactie geweest. Ook de verklaring dat verdachte in paniek was, acht het hof ongeloofwaardig. Verdachte is immers, direct na het steekincident naar de supermarkt geweest en heeft om 18:40 uur, één minuut nadat hij in de trein zat, 365 seconden – ruim zes minuten – met zijn moeder gebeld. Het hof is van oordeel dat deze handelingen laten zien dat verdachte in staat was op een rationele manier te handelen. Verder is opvallend dat in de periode 30 juli 2023 om 09:03 tot en met 2 augustus 2023 om 10:47 uur verdachte zeventien keer naar de telefoon van [slachtoffer] heeft gebeld. Ook heeft verdachte drie keer een sms aan hem verzonden. Ter terechtzitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij op 31 juli 2023 langs de woning van verdachte is gelopen, omdat hij zich zorgen maakte. Het hof concludeert op grond hiervan dat verdachte op dat moment nog niet wist dat [slachtoffer] overleden was, maar dat hij kennelijk wel bang was voor de gevolgen van de steekletsels die [slachtoffer] had opgelopen. Het hof overweegt dat dit gedrag van verdachte impliceert dat hij in de dagen na het steekincident hoopte dat hij nog een teken van leven van [slachtoffer] zou ontvangen ter bevestiging dat [slachtoffer] niet was overleden. Concluderend Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat de verklaringen van verdachte onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn. Verdachte ontkent belangrijke gebeurtenissen of kan ze zich niet meer herinneren, zoals het bezoek van de medewerkers van Buurtzorg op 27 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.