GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.351.565 (zaaknummers rechtbank Gelderland 11157720 en 11420018) beschikking van 19 juni 2025 inzake [verzoekster] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld hierna: [verzoekster] advocaat: mr. M.A. Smits Als belanghebbenden in hoger beroep zijn aangemerkt: [de curator] B.V. die is gevestigd in [plaats1] hierna ook: [de curator] [zus1] en [zus2] die wonen in [woonplaats1] hierna ook: de zussen [de moeder] die woont in [woonplaats1] hierna: de moeder 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 26 november 2024, uitgesproken onder voormelde zaaknummers (hierna: de bestreden beschikking). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het beroepschrift met producties, ingekomen op 25 februari 2025; een brief van [zus1] , ingekomen op 29 april 2025; een brief (‘verweerschrift’) van [zus2] , ingekomen op 6 mei 2025; een brief van [naam1] (neef van [verzoekster] ) van 12 april 2025. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 22 mei 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat en vergezeld van [naam2] (hierna: [naam2] ). De curator, de moeder en de zussen van [verzoekster] zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling in hoger beroep, maar zijn niet verschenen. 3De feiten 3.1 [verzoekster] is geboren [in] 1958. Bij beschikking van de kantonrechter van 7 september 2022 is een bewind ingesteld over alle goederen die [verzoekster] (zullen) toebehoren wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand. Bij beschikking van 11 september 2023 heeft de kantonrechter (kort weergegeven) met ingang van 1 oktober 2023 (ambtshalve) een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoekster] met benoeming van [de curator] tot mentor en bewindvoerder. Daarbij heeft de kantonrechter een verzoek tot opheffing van het bewind en een verzoek tot ondercuratelestelling van [verzoekster] afgewezen. 3.2 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 16 april 2024, heeft [verzoekster] de kantonrechter verzocht [de curator] als mentor en bewindvoerder te ontslaan. Op 27 mei 2024 heeft [de curator] verzocht om ondercuratelestelling van [verzoekster] , omdat zij tijdelijk of duurzaam haar belangen niet behoorlijk waarneemt als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand. 3.3 Bij tussenbeschikking van de kantonrechter van 26 juni 2024 is een provisioneel bewind ingesteld ten behoeve van [verzoekster] met benoeming van [de curator] B.V. tot provisionele bewindvoerder, waarbij iedere verdere beslissing is aangehouden. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter (kort gezegd) het verzoek van [verzoekster] tot ontslag van [de curator] als bewindvoerder en mentor afgewezen en het verzoek van [de curator] tot ondercuratelestelling van [verzoekster] – met benoeming van [de curator] tot curator – toegewezen. 4.2 [verzoekster] is het niet eens met die beschikking en zij is hiervan (met drie grieven) in hoger beroep gekomen. Zij verzoekt het hof de door de kantonrechter uitgesproken ondercuratelestelling van haar te vernietigen en die beslissingen te nemen die het hof geraden voorkomt. 5De motivering van de beslissing 5.1 In de procedure in eerste aanleg heeft [verzoekster] verzocht [de curator] (als bewindvoerder en mentor) te ontslaan. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen en [verzoekster] heeft daartegen in hoger beroep geen bezwaren aangevoerd. In dit hoger beroep ligt dus uitsluitend ter beoordeling aan het hof voor de beslissing tot ondercuratelestelling van [verzoekster] . 5.2 Het hof zal eerst beslissen of [naam2] als belanghebbende moet worden aangemerkt. [naam2] is van mening dat hij belanghebbende is omdat hij de levensgezel van [verzoekster] is. [verzoekster] is het daarmee eens. 5.3 Iemand kan als de ‘levensgezel’ van een betrokkene worden aangemerkt indien partijen een relatie hebben die vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten. Of daarvan sprake is, hangt af van door de rechter te beoordelen feitelijke omstandigheden. De (kanton)rechter zal kunnen afgaan op de uiterlijke omstandigheden, waaromtrent hij zo nodig door getuigen kan worden voorgelicht. Bij de beoordeling of sprake is van een levensgezel is relevant
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.