GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.349.564/01 CJIB-nummer : 254428567 Uitspraak d.d. : 19 juni 2025 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 september 2024, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats1] (Polen). De gemachtigde van de betrokkene is [de betrokkene] , gevestigd te [vestigingsplaats2] (Polen). De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De griffier van het hof heeft de gemachtigde van de betrokkene bij brief van 31 januari 2025 medegedeeld dat het hoger beroep niet tijdig is ingesteld. Hierbij is de gemachtigde in de gelegenheid gesteld de redenen van de termijnoverschrijding op te geven. Hiervan is geen gebruik gemaakt. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 6 mei 2025 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene d.d. 28 januari 2025 ontvangen. Een afschrift hiervan is aan de advocaat-generaal toegezonden. De beoordeling
- Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Ingevolge het tweede lid van artikel 6:9 van de Awb is een beroepschrift dat per post wordt verzonden tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
- De beslissing van de kantonrechter is op 27 september 2024 aan de gemachtigde van de betrokkene toegestuurd. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde dus op 8 november
- Het beroepschrift is gedateerd 6 november 2024 en uit een stempel blijkt dat het beroepschrift op 21 november 2024 door het Parket CVOM is ontvangen. Het poststempel is gedateerd 7 november
- Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld. Er is niet gebleken dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend. Weliswaar is het beroepschrift binnen de termijn voor het instellen van hoger beroep ter post bezorgd, maar het beroepschrift is niet binnen een week na afloop van de termijn ontvangen. De gevolgen van de omstandigheid dat het beroepschrift aan het einde van de beroepstermijn is opgesteld en ter post is bezorgd, vanuit het buitenland naar Nederland is verzonden waardoor het langer onderweg is geweest en daardoor niet tijdig is ontvangen, komen voor rekening van de betrokkene. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Het hof kan de bezwaren van de gemachtigde van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie van € 106,- voor een snelheidsovertreding niet beoordelen. De beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.