Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003922-22 Uitspraak d.d.: 20 juni 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 6 september 2022 met parketnummer 16-088467-21 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. S.Ph.Chr. Wester, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 6 september 2022 verdachte integraal vrijgesproken van het ten laste gelegde. Volgens de rechtbank was er onvoldoende grond om de woning van verdachte te betreden en is er aldus sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft de uitkomsten van dat onderzoek uitgesloten van het bewijs waardoor de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen heeft geacht dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.zij op of omstreeks 9 februari 2021 te [plaats] opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 39, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 9 februari 2021 te [plaats] met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 39, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 9 februari 2021 te [plaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; 2.zij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 9 februari 2021 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 9 februari 2021 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebeleven persoon/personen, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven persoon/personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 9 februari 2021 te [plaats] , (meermalen) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die onbekend gebleven persoon/personen meermalen, althans eenmaal, toegang tot haar woning te verschaffen en/of een illegale elektriciteitsaansluiting te laten maken, teneinde een hennepkwekerij van elektriciteit te voorzien. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het binnentreden Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman naar voren gebracht dat de binnentreding door de politie in de woning van verdachte aan de [adres 1] op 9 februari 2021 onrechtmatig is geweest, omdat er onvoldoende verdenking was dat daar een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd. Volgens de raadsman is de enkele constatering dat er een ‘afwijkend warmtebeeld’ is waargenomen onvoldoende, omdat een afwijkend warmtebeeld ook kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een sauna. Omdat het huisrecht en het recht op privacy door deze onrechtmatige binnentreding zijn geschonden, dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van de uitkomsten van het onderzoek en daarmee tot vrijspraak van het tenlastegelegde, aldus de raadsman. Het hof overweegt hierover het volgende. Ten tijde van het binnentreden van de woning was er, anders dan de raadsman stelt, naar het oordeel van het hof sprake van een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet in die woning. Daarvoor zijn de volgende omstandigheden van belang. Op 28 december 2017 zijn er door de afdeling Dienst Infra Luchtvaart tijdens een routinevlucht fotografische opnames gemaakt van de daken van de woningen gelegen aan de [adres 1] te [plaats] . Bij die gelegenheid werd waargenomen dat het dak van de woning gelegen aan de [adres 1] , ondanks de sneeuwval in die periode, slechts gedeeltelijk met sneeuw was bedekt, hetgeen naar ervaringsregels zou kunnen worden veroorzaakt door de aanwezigheid van een hennepkwekerij op de zolderverdieping. Op 5 februari 2021 is er naar aanleiding van een anonieme melding dat er in een woning aan de [adres 2] hennep wordt geteeld opnieuw onderzoek gedaan met een warmtebeeldcamera in de betreffende straat. Bij dit onderzoek blijkt dat er wederom een afwijkend warmtebeeld wordt waargenomen op (onder meer) nummer [adres 1] . Deze afwijkende warmtebron bevindt zich op exact dezelfde plek als tijdens het onderzoek op 28 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.