← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:4154

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000032-23 Uitspraak d.d.: 10 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Arnhem en Rotterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem en Rotterdam, van 20 december 2022 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-142029-21 en 05-102899-22, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, thans gedetineerd in [P.I.] . Het hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 31 mei 2024 (op welke datum het onderzoek is onderbroken tot 3 juni 2024, zodat in de zaken van verdachte en zijn medeverdachten gelijktijdig tussenarrest kon worden gewezen), 4 maart 2025, 5 maart 2025, 10 april 2025, 14 april 2025, 15 april 2025, 24 april 2025, 12 mei 2025, 13 mei 2025 en 17 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Op 10 juli 2025 is het onderzoek gesloten en is er aansluitend uitspraak gedaan. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, mr. S.C. van Bunnik en mr. Y. Moskowicz naar voren is gebracht. Ook heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door mr. B. Pernot, mr. L.H.C. van Sommeren en mr. P. van der Geest namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere kwalificatie en andere beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging De tenlastelegging is in beide zaken ter terechtzitting in eerste aanleg gewijzigd. Abusievelijk is de rechtbank bij het wijzen van het vonnis ten aanzien van de zaak met parketnummer 05-102899-22 uitgegaan van de ongewijzigde tenlastelegging. Nu de wijziging van de tenlastelegging wel heeft plaatsgevonden, leest het hof het vonnis van de rechtbank in dit opzicht verbeterd. Aan de verdacht is -na wijziging van de tenlastelegging in beide zaken ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 05-142029-21: 1. primairhij op of omstreeks 6 juli 2020 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door met een of meer vuurwapens een of meer kogels in/door het hoofd en/of het (boven-)lichaam van [slachtoffer 1] te schieten; 1. subsidiair[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) schutters/personen, op of omstreeks 6 juli 2020 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven hebben/heeft beroofd door met een of meer vuurwapens een of meer kogels in/door het hoofd en/of het (boven-) lichaam van [slachtoffer 1] te schieten, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 15 juni 2020 tot en met 6 juli 2020, te Amsterdam en/of Almere en/of Diemen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 juni 2020 tot en met 6 juli 2020, te Amsterdam en/of Almere en/of Diemen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 7] en/of die (onbekend gebleven) schutters/personen te benaderen en/of opdracht te geven een persoon/doelwit (in Beuningen) te liquideren en/of ter zake aanwijzingen en/of instructies te geven en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 7] en/of die (onbekend gebleven) schutters/personen een beloning/betaling in het vooruitzicht te stellen en/of vuurwapens en/of voertuigen (een VW Transporter met vals- kenteken [kenteken 3] en/of een Renault Megane met -vals- kenteken [kenteken 2] ) te leveren/verschaffen aan die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 7] en/of die (onbekend gebleven) schutters/personen en/of een voertuig (VW Golf met kenteken [kenteken 7] ) te regelen voor en/of ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 7] en/of die (onbekend gebleven) schutters/personen, om een voertuig (VW Transporter met -vals- kenteken [kenteken 3] ), bestemd voor/gebruikt bij de liquidatie, weg te brengen naar en/of te parkeren in (de omgeving van) Beuningen en/of ter zake contacten te leggen en/of te onderhouden met en/of instructies te geven aan die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 7] en/of die (onbekend gebleven) schutters/personen; 2.hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2020 tot en met 5 juli 2020 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, en/of Amsterdam en/of Almere en/of Diemen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf van moord op [slachtoffer 1] of een ander slachtoffer, althans een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een of meer voertuigen (een VW Transporter met -vals- kenteken [kenteken 3] en/of een Renault Megane met -vals- kenteken [kenteken 2] ) en/of een of meer vuurwapens (automatische vuurwapens, vermoedelijk een of meerdere Glocks en/of Skorpions) en/of gegevensdragers (om te communiceren over het te plegen feit en/of het slachtoffer en/of bevattende informatie over het te plegen feit en/of het slachtoffer), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad; 3. primairhij op of omstreeks 4 juni 2020 te Tienhoven, gemeente Stichtse Vecht, en/of Amsterdam en/of Almere en/of Diemen, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer personen (onder wie [slachtoffer 2] , aanwezig in chalet met nummer [nummer] , en/of [naam] ) op chaletpark aan de Westbroekse Binnenweg te Tienhoven, van het leven te beroven, zich hebben/heeft begeven naar de omgeving van het chalet met nummer [nummer] , waarna verdachte en/of verdachtes mededader(
  2. s)met een of meer (automatische) vuurwapens meerdere kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten/wanden van dat chalet hebben/heeft geschoten, waarbij die [slachtoffer 2] in zijn hals/bovenlichaam werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. subsidiair[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 4 juni 2020 te Tienhoven, gemeente Stichtse Vecht, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere (onbekend gebleven) perso(o)n(
  3. en)en/of verdachte en/of hun/zijn mededader(
  4. s)voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer personen (onder wie [slachtoffer 2] , aanwezig in een chalet met nummer [nummer] , en/of [naam] ) op chaletpark aan de Westbroekse Binnenweg te Tienhoven van het leven te beroven, met een of meer (automatische) vuurwapens meerdere kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten/wanden van een chalet (met nummer [nummer] ) hebben/heeft geschoten, waarbij die [slachtoffer 2] in zijn hals/bovenlichaam werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 29 mei 2020 tot en met 4 juni 2020 te Tienhoven, gemeente Stichtse Vecht, en/of Amsterdam en/of Almere en/of Diemen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, te weten door aan die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 6] en/of die [medeverdachte 9] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere (onbekend gebleven) perso(o)n(
  5. en)opdracht te geven die [naam] te liquideren en/of ter zake aanwijzingen en/of instructies te geven en/of een geldelijke beloning voor het liquideren van die [naam] in het vooruitzicht te stellen en/of informatie/gegevens te verschaffen over die [naam] en/of diens verblijfplaats; Zaak met parketnummer 05-102899-22 (gevoegd): primairhij in of omstreeks de periode van de maand november 2020 tot en met 28 januari 2021 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf van moord, in ieder geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk (onder meer) een -gestolen- Volkswagen Caddy met het (valse/vervalste) kenteken [kenteken 9] en/of een of meer vuurwapens (een pistool, merk Glock, kaliber 9mm en/of een automatisch militair aanvalsgeweer, merk CZ, kaliber 7,62mm / Kalashnikov/AK47) en/of munitie (een aantal scherpe patronen) en/of een gegevensdrager/telefoontoestel (SKY-ECC iPhone), houdende -onder meer- een of meer foto's van en/of gegevens over (de woon- en/of verblijfplaats en/of het voertuig van) het doelwit/slachtoffer ( [naam] ) en/of gegevens over (aangeschafte/aan te schaffen) vuurwapens en/of een -gestolen- Volkswagen Caddy en/of (verdeling van) geldelijke beloningen, bestemd tot het (in vereniging) begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad. subsidiair [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer (al dan niet onbekend gebleven) anderen in of omstreeks de periode van de maand november 2020 tot en met 28 januari 2021 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf van moord, in ieder geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk (onder meer) een -gestolen- Volkswagen Caddy met het (valse/vervalste) kenteken [kenteken 9] en/of een of meer vuurwapens (een pistool, merk Glock, kaliber 9mm en/of een automatisch militair aanvalsgeweer, merk CZ, kaliber 7,62mm / Kalashnikov/AK47) en/of munitie (een aantal scherpe patronen) en/of een jerrycan met benzine en/of een of meer gegevensdragers/telefoons, bestemd tot het (in vereniging) begaan van dat misdrijf, hebben/heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden hebben/heeft gehad, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van de maand november 2020 tot en met 28 januari 2021 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen door die [medeverdachte 11] en/of die [medeverdachte 12] en/of die [medeverdachte 8] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(
  6. s)te benaderen en/of opdracht te geven een persoon ( [naam] ) te liquideren en/of die Volkswagen Caddy en/of die/dat vuurwapen(
  7. s)en/of die munitie te regelen voor en/of ter beschikking te (laten) stellen van die [medeverdachte 11] en/of die [medeverdachte 12] en/of die [medeverdachte 8] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(
  8. s)en/of die [medeverdachte 11] en/of die [medeverdachte 12] en/of die [medeverdachte 8] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(
  9. s)-onder meer- een of meer foto's van en/of informatie te verschaffen over (de woon- en/of verblijfplaats en/of het voertuig van) het doelwit/slachtoffer ( [naam] ) dat geliquideerd moest worden en/of die [medeverdachte 11] en/of die [medeverdachte 12] en/of die [medeverdachte 8] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(
  10. s)een of meer geldbedragen/een financiële vergoeding/beloning te verstrekken en/of in het vooruitzicht te stellen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. SkyECC Verweren raadsman De raadsman heeft tijdens de zittingen van 24 april 2025 (bij pleidooi) en 13 mei 2025 (bij dupliek) gesteld dat het SkyECC-bewijs uitgesloten dient te worden om de volgende redenen: Onrechtmatige rol Nederland: Nederland speelde een centrale rol in de operatie. Deze rol maakt het vertrouwensbeginsel onbruikbaar en vereist volledige rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid. Onbetrouwbaarheid van het bewijs: bij belangrijke conversaties is berichtenverkeer slechts eenzijdig zichtbaar. Het Openbaar Ministerie heeft gesteld dat ontsleuteling duidt op betrouwbaarheid van de berichten. Daaruit volgt volgens de raadsman dat niet ontsleutelde berichten duiden op wijzigingen waardoor sprake is van onbetrouwbaarheid en dat betekent dat de rechter een onderzoeksplicht heeft. Doorbreking vertrouwensbeginsel: de actieve betrokkenheid van Nederland en de schendingen van de Europol-verordening door massale dataverzameling maken dat het Openbaar Ministerie zich niet kan beroepen op het vertrouwensbeginsel. Op verzoek van de raadsman is op 17 jun 2025 een extra zitting gehouden in verband met het beschikbaar komen van het document D2. Op die zitting is dat document besproken en is de raadsman ook ingegaan op nog andere nieuwe informatie, namelijk de verklaring van de Amerikaanse DEA-agent [naam] . Op basis van deze documenten verzoekt de raadsman het hof om uitsluiting van het SkyECC-bewijs, althans om toewijzing van de eerder geformuleerde onderzoekswensen. Daarnaast verzoekt de raadsman om het horen van de politiemensen die aanwezig waren bij het overleg van de politie van 27 mei 2019 in verband met de stelling van het Openbaar Ministerie dat het niet aanwezig was bij dat overleg. Tenslotte heeft de raadsman verwezen naar zijn eerder bij pleidooi en dupliek genoemde conclusies. Reactie advocaat-generaal Ten aanzien van de bij pleidooi en dupliek genoemde conclusies: Het Openbaar Ministerie vindt het lastig om een onderscheid te maken tussen de verweren genoemd onder 1 en 3; twee keer staat het vertrouwensbeginsel centraal. Het Openbaar Ministerie ziet daarnaast de argumenten die worden aangevoerd in het kader van het vertrouwensbeginsel veel meer in het licht van nadere onderzoekswensen dan in het licht van onrechtmatigheid. De stap naar bewijsuitsluiting kan het Openbaar Ministerie niet meteen volgen. Anders dan de verdediging vindt het Openbaar Ministerie dat zich geen situatie voordoet waarin het gezag volledig of in overwegende mate aan het Nederlandse Openbaar Ministerie toekwam. Het ging om de inzet in een Frans onderzoek. Het belang van het onderzoek was – naast uitvoering van de Europese Opsporingsbevelen (hierna: EOB’
  11. s)– wel degelijk om in Frankrijk onderzoek te doen naar gebruikers en naar feiten die onder de werking van het Franse wetboek vielen. De Nederlanders hebben een techniek ontwikkeld om een kopie van het werkgeheugen te maken zonder dat de servers offline gingen en een techniek tot ontsleuteling (the man in the middle). Deze technieken zijn door Frankrijk in het Franse onderzoek ingezet. Al deze technische bijstand doet niet af aan het feit dat de juridische verantwoordelijkheid voor de inzet van de tool bij de Franse autoriteiten lag. Het Openbaar Ministerie weerspreekt nadrukkelijk dat de Nederlandse politie – zoals de raadsman stelt – ook zelf data heeft onderschept. Het Openbaar Ministerie vindt dat het vertrouwensbeginsel nog steeds opgeld doet en dat de Nederlandse rechter van de rechtmatigheid van het door Frankrijk verkregen bewijsmateriaal moet uitgaan. Dit maakt dat ook niet aan de Europolverordening het recht kan worden ontleend om de rechtmatigheid te onderzoeken. De verordening beveelt Europol om gegevens raadpleegbaar te houden in geval er een recht ontstaat voor bijvoorbeeld de verdediging om die gegevens in te zien. Dat recht is er in deze zaak niet omdat de Nederlandse rechter geen oordeel toekomt over de rechtmatigheid van het onderzoek. Ten aanzien van het tweede punt volgt het Openbaar Ministerie de redenering van de verdediging niet. De ontsleuteling hangt af van de beschikbaarheid van sleutels, niet van de gebruikte methode van interceptie. Dat volgt uit het feit dat per nieuwe ontsleutelingsbatch, waar steeds meer beschikbare sleutels op worden losgelaten, ook steeds meer berichten worden ontsleuteld. Er zijn inmiddels talloze berichten die intrinsiek samenhangend en adequaat zijn, maar ook verankering vinden in andere onderzoeksgegevens. Ten aanzien van de zitting van 17 juni 2025 De advocaat-generaal handhaaft zijn standpunt dat Nederland geen leidende rol heeft gehad en niet het gezag heeft gehad over de interceptie. Frankrijk had dat gezag. Nederland had wel een wens om tot een interceptie te komen, maar dat betreft geen nieuwe informatie. De verklaring van [naam] bevat evenmin nieuwe informatie waaruit een zodanige misleiding blijkt dat bewijsuitsluiting aan de orde zou moeten komen en/of op grond waarvan er een begin van aannemelijkheid is dat Nederland een leidende rol of gezag had, zodat het vertrouwensbeginsel aan de kant zou moeten worden gezet en/of waardoor bewijsuitsluiting wegens onbetrouwbaarheid aan de orde zou moeten komen. De verklaring van [naam] over het gedeeltelijk kunnen ontsleutelen van de berichten, zegt niets over de betrouwbaarheid van die berichten. [naam] zegt zelf dat hij geen verstand heeft van de technische redenen die er voor gezorgd hebben dat niet alles ontsleuteld kon worden. Wat hij hierover verklaart heeft hij slechts van anderen gehoord. Bespreking van de verweren door het hof; relevante feiten en rechterlijke uitspraken Inleidende opmerkingen Ofschoon door verdachte en de raadsvrouw is weersproken dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het SkyECC-account [accountnaam 8] , heeft de raadsman gesteld dat het SkyECC-bewijs dient te worden uitgesloten in de zaak van verdachte. Dit impliceert dat de raadsman ervan uitgaat dat verdachte wel de gebruiker is geweest van dat account, althans dat de raadsman er rekening mee houdt dat het hof dit vaststelt. Dat laatste is inderdaad het geval; verderop in het arrest concludeert het hof dat de verdachte gebruiker was het SkyECC-account [accountnaam 8] . Het hof zal daarom ingaan op de door de raadsman gevoerde verweren. Wel merkt het hof op dat het niet zijn taak is om alles omtrent de hack van SkyECC te onderzoeken en dat het niet nodig is om (via het Openbaar Ministerie) te beschikken over alle (wereldwijde) informatie met betrekking tot (de voorbereiding van) die hack. Het hof heeft slechts de informatie nodig die relevant is in verband met de rechten van verdachte en de beantwoording van de in artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering genoemde vragen. Dit uitgangspunt lijkt de raadsman niet steeds voor ogen te hebben gehad. De raadsman heeft gebeurtenissen genoemd waarbij volgens hem regels niet zijn nageleefd, zonder dat hij aangeeft dat daardoor inbreuk is gemaakt (dan wel op welke wijze dat zou zijn gebeurd) op de rechten van verdachte. Voor zover ook het hof geen aanwijzingen heeft dat de eventuele onrechtmatigheden gevolgen hebben gehad voor de verdachte, is er voor het hof geen reden om die eventuele onrechtmatigheden te bespreken of te onderzoeken. [accountnaam 8] Tussen 30 mei 2020 en februari 2021 is er gebruik gemaakt van het SkyECC-account [accountnaam 8] . Een groot aantal via dat account verstuurde en ontvangen berichten bevindt zich in het dossier. De wijze waarop de politie toegang heeft gekregen tot de berichten is verschillend. In de eerste plaats heeft de politie berichten en andere informatie aangetroffen op de telefoon die bij de aanhouding van verdachte op 6 juli 2020 in beslag is genomen. Het betrof een iPhone 8 behorend bij het account [accountnaam 8] . Het bleek mogelijk om 22 bestanden uit de Vault/kluis te ontsleutelen. Deze bestanden hadden onder meer betrekking op de poging tot liquidatie in Tienhoven. Ook werd een afbeelding van de in De Lier gestolen Renault Megane aangetroffen. Die Renault Megane werd bij de liquidatie van [slachtoffer 1] op 6 juli 2020 in Beuningen gebruikt. Ook lukte het om 69 berichten die tussen [accountnaam 8] en [accountnaam 10] en tussen [accountnaam 8] en [accountnaam 18] zijn uitgewisseld te herstellen. Deze berichten waren uitgewisseld op 6 juli 2020, zijnde dag dat de [accountnaam 10] en de [accountnaam 18] bij medeverdachten in gebruik waren. De informatie uit het toestel kwam op 21 april 2022 beschikbaar. In de tweede plaats (zo leidt het hof uit het dossier
  12. af)zijn door [accountnaam 8] verstuurde en ontvangen berichten verkregen door interceptie in de tijd dat Nederland, Frankrijk en België samenwerkten in het kader van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (of Joint Investigation Team, afgekort als JIT). Het hof acht bij de beoordeling van de verweren de volgende stukken van belang. De brief van het Openbaar Ministerie van 2 juni 2022 (onderwerp: Franse vertaalde processtukken gevoegd in Belgische strafzaken) Deze brief bevat over de samenwerking tussen Nederland, Frankrijk en België – voor zover relevant in verband met het account [accountnaam 8] – de volgende informatie: “(…) Vanaf de start van het eerste Nederlandse strafrechtelijke onderzoek naar (het gebruik van) Sky is door Frankrijk, België en Nederland zowel voorafgaand als tijdens het JIT samengewerkt en is in dat kader onderling kennis en expertise gedeeld. (….) Zoals gezegd zijn de Franse autoriteiten in februari 2019 uit eigen beweging een onderzoek naar SkyECC gestart. De Franse autoriteiten hebben aangegeven dat zij voornemens waren de interceptie in hun eigen onderzoek uit te voeren om vervolgens de verkregen informatie vrijwillig op basis van het Cybercrimeverdrag aan België en Nederland te verstrekken. (….) Uit de bijgevoegde documenten blijkt dat op 14 juni 2019 een bevel is afgegeven voor de toepassing en aansluiting van het verzochte interceptiemiddel voor de periode van één maand. Nadat de data succesvol werden geïntercepteerd, zijn de verkregen data vanaf 11 juli 2019 verstrekt aan Nederland en België. Dit gebeurde op vrijwillige basis. (…) Op 2 en 20 augustus 2019 heeft Nederland formeel toestemming van de Franse autoriteiten verkregen om deze data vanaf het eerste moment dat Nederland deze data ontving en gedurende de loop van de interceptie, te gebruiken voor strafrechtelijk onderzoek in Nederland (…). Naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen van Nederland, België en Frankrijk is de samenwerking op 13 december 2019 voortgezet in de vorm van een JIT. Daarbij is besloten om gezamenlijk de verdenking jegens het bedrijf SkyECC dat zich onder meer bezighoudt met deelname aan een criminele organisatie nader te onderzoeken, onder meer met als doel deze criminele organisatie te ontmantelen en strafrechtelijk te vervolgen. Daarbij is aangegeven dat het relevant was dat ook onderzoek werd gedaan naar de gebruikers van de software applicatie van SkyECC. Gelet hierop is op 1 november 2019 het strafrechtelijk onderzoek Werl gestart. Dit onderzoek betreft de verdenking dat de ondernemingen Sky Secure en Sky Global door het op de markt brengen van de applicatie SkyECC zich hebben schuldig gemaakt aan onder meer witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Onderzoek Werl maakt deel uit van het JIT met Frankrijk en België dat op 13 december 2019 is ondertekend. Vanaf de start van het JIT is de geïntercepteerde data door Frankrijk aan het gemeenschappelijk onderzoeksteam verstrekt en op die wijze gedeeld met Nederland en België. Beide landen hebben steeds geassisteerd bij de analyse van de data en de resultaten daarvan zijn steeds onderling gedeeld met de deelnemende JIT-partners. Het doen van onderzoek naar mogelijkheden tot decryptie van het onderschepte versleutelde berichtenverkeer maakte van meet af aan onderdeel uit van het gemeenschappelijk onderzoek. (…) Binnen het gemeenschappelijk onderzoeksteam zijn Nederlandse rechercheurs en technici er uiteindelijk in november 2020 in geslaagd een techniek te ontwikkelen om met behulp van een zogeheten Man in the Middle (MITM) de versleutelingselementen te verkrijgen die zijn opgeslagen op elke telefoon die de Sky ECC-applicatie gebruikte. De techniek is gedeeld met de Fransen zodat zij de techniek konden gebruiken indien en voor zover de techniek paste binnen de voorwaarden die de Franse wet stelt aan de door hen gekozen vorm van interceptie. (….) (…), nadat duidelijk werd dat het technisch mogelijk zou worden de inhoud van het berichtenverkeer (gedeeltelijk) te ontsleutelen, is op 11 december 2020 het Titel V onderzoek Argus gestart. Dit onderzoek richtte - en richt zich nog steeds – op de gebruikers van de Sky ECC applicatie die in een georganiseerd verband middels deze applicatie zware strafbare feiten beraamden en pleegden. Omdat werd voorzien dat met de verkrijging van de inhoudelijke communicatie een inbreuk op de privacy van Sky gebruikers in Nederland zou worden gemaakt, is voor het gebruik van het inhoudelijke berichtenverkeer een voorafgaande machtiging gevorderd aan de rechter-commissaris. Dit betrof een machtiging ex artikel 126t lid 1 en lid 6 Sv als later een machtiging 126 uba Sv. (….)” Beslissingen Nederlandse rechter-commissaris In de beschikking van de rechter-commissaris van 15 december 2020 staat onder meer het volgende: “(…) Het onderzoek 26Argus vloeit voort uit het eerder gestarte onderzoek 26Werl. (…) In het kader van het onderzoek (…) is vanaf juni 2019 door de Franse autoriteiten een IP-tap geplaatst tussen twee servers van Sky, na toestemming van de Franse rechter. De data die daaruit zijn verkregen zijn gedeeld met de Nederlandse opsporing, aanvankelijk vrijwillig en vanaf december 2019 in het kader van een joint investigation team (JIT). (….) De inhoud van de berichten tussen individuele gebruikers is door encryptie (nog) niet leesbaar. Naar verwachting zal het voor de Franse autoriteiten op korte termijn mogelijk zijn sleutels (private keys) af te vangen, waarmee berichtenverkeer via Sky leesbaar kan worden gemaakt. De Franse autoriteiten zijn bereid die te ondervangen sleutels te delen met het Nederlandse opsporingsteam van 26Argus. Deze vordering 26Argus is tweeledig en richt zich op: Het onderscheppen van communicatie met ingang van de ingangsdatum van deze machtiging. Het (doen) ontsleutelen van zowel de op basis van deze machtiging te onderscheppen data, als de data die tot op heden onder Franse rechterlijke machtiging zijn vergaard. Het onderzoek 26Argus is gericht op Nederlandse gebruikers van Sky en gebruikers die zich tijdens het gebruik in Nederland bevonden. (….) Hoewel er dus sterke aanwijzingen zijn dat communicatie van Sky vaak gelieerd is aan ernstige strafbare feiten, is het enkele gebruik van een Sky-telefoon onvoldoende voor een redelijk vermoeden van concrete betrokkenheid van de individuele gebruiker bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven in de zin van artikel 12t lid 1 Sv. Het onderzoek naar en in de Sky communicatie mag niet leiden tot een ‘fishing expedition’ waarbij meer of andere informatie wordt verkregen dan op grond van de voorwaarden van artikel 126t Sv gerechtvaardigd zou zijn Dit kan worden gewaarborgd door een machtiging twee fasen, waarbij: De te verkrijgen informatie wordt gefilterd aan de hand van vooraf door de rechter-commissaris goed te keuren zoeksleutels, waaronder gebruikersgegevens van specifieke onderkende criminele samenwerkingsverbanden en/of vooraf vast te stellen zoektermen of afbeeldingen die sterke aanwijzingen leveren voor ernstige georganiseerde criminaliteit. De langs die weg verkregen onderzoeksresultaten pas na aanvullende machtiging van de rechter-commissaris worden gebruikt voor verder opsporingsonderzoek en alleen indien wordt voldaan aan de eisen van artikel 126t Sv, te weten een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan, in georganiseerd verband beraamd of gepleegd en die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. (…..) Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. De rechter-commissaris zal een machtiging verlenen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie zoals gevorderd voor de duur van vier weken. Die machtiging houdt mede in de machtiging om een vordering tot ontsleuteling te doen van zowel de data uit de tap als de eerder in het kader van 26Werl verkregen data, waarvan als uitgangspunt geldt dat die rechtmatig door de Franse autoriteiten zijn vergaard en gedeeld met de Nederlandse opsporing. De aldus ontsleutelde informatie komt daardoor beschikbaar voor analyse. Voordat echter (een deel) van die verkregen data mag worden gebruikt ter opsporing, is daarvoor aanvullende voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris vereist.” In een mail van 17 februari 2021 heeft de rechter-commissaris toestemming gegeven dat de onderschepte en ontsleutelde communicatie van en naar [accountnaam 8] en van en naar [accountnaam 19] mag worden ingezien en gebruikt voor het strafrechtelijk onderzoek. Beslissingen Franse rechter(-commissaris) Bij de hierboven genoemde brief van het Openbaar Ministerie van 2 juni 2022 is een groot aantal bijlagen gevoegd, waaronder de bevelen van de Franse rechter die zien op de interceptie van berichten die via de SkyECC-app zijn verstuurd, zoals een bevel van 14 juni 2019 (bijlage 1, D10/15) . In dat bevel staat onder meer: “(….) Gezien het verzoek van de officier van justitie bij de Rechtbank Lille (…) Overwegende dat uit het bovengenoemde verzoek en politierapport de volgende aanwijzingen blijken: Naar aanleiding van een onderzoek door de Belgische politie die in het kader van drugssmokkel in de haven van Antwerpen was georganiseerd en waarbij versleutelde telefoons in beslag zijn genomen waarop de SkyECC-app was geïnstalleerd om in het geheim te communiceren, is vastgesteld dat het gebruik van deze SkyECC-app uitsluitend diende om criminele activiteiten te faciliteren. Er werden tientallen dossiers van Antwerpse recherche geteld met betrekking tot criminele organisaties die SkyECC-toestellen gebruikten. (….) In het kader van hun onderzoek hebben de Belgische rechercheurs een versleutelde telefoon met de SkyECC-app gekocht om inzicht te krijgen in de werkwijze. Zo kon het verdachte karakter van de verkoop van ECC-producten worden vastgesteld. Het was namelijk onmogelijk om dit type telefoon rechtstreeks op de website van SkyECC te kopen. (….) Er werd dan een afspraak met een retailer gemaakt, in dit geval in de achterkamer van een louche café. Deze retailer accepteerde alleen contant geld en vroeg niet om een adres- of identiteitsbewijs. Bovendien werd er geen factuur of koopovereenkomst verstrekt. Uit onderzoek van de Belgische autoriteiten bleek dat de server die SkyECC-berichten hostte, een server was (….) die bij [hostingbedrijf] in het Franse Roubaix stond. Op grond van zijn territoriale bevoegdheid werd het parket Lille derhalve door de Belgische en Nederlandse autoriteiten gevraagd om eerst door vorderingen aan [hostingbedrijf] te Roubaix de vereiste informatie te verkrijgen over de identificatie van de accounts, servers en virtuele machines met betrekking tot Sky Holding of de SkyECC-app. (…..) Naar aanleiding van het eerste Europese onderzoeksbevel (EOB) dat op 13 december 2018 door de Belgische autoriteiten aan het parket van de Rechtbank Lille werd gericht, werd de architectuur van de in Frankrijk gehoste servers geanalyseerd. Twee servers die bij [hostingbedrijf] stonden vielen daarbij op, te weten de hoofdserver die rechtstreeks met het internet verbonden was (…) en een backupserver. (….) Op 19 februari 2019 besloot de officier van justitie bij de Rechtbank Lille een opsporingsonderzoek te openen naar SkyECC. (….) Een computeruitdraai van bijna 9000 berichten van Franse gebruikers van SkyECC werd door de Nederlandse autoriteiten overgelegd. Deze computeruitdraai betrof uitwisselingen tussen gebruikers van SkyECC die tijdens het Nederlandse onderzoek zijn ontdekt. Ze waren in straattaal geschreven en draaiden vooral om de handel in verdovende middelen (…) en afrekeningen tussen dealers. Om die redenen willen de rechercheurs een systeem opzetten voor de interceptie van inkomende en uitgaande berichten (…) tussen twee Franse servers die worden gehost door [hostingbedrijf] (….). Omdat het namelijk de interne communicatie (….) tussen de onlineserver en de backupserver betreft, zou het kunnen gaan om een belangrijke bron van informatie om onder andere vast te stellen of de backupserver de ontsleutelingssleutels ontvangt en de berichten van de gebruikers opslaat (….). Op deze gronden geven wij toestemming (….) om voor een periode van één maand over te gaan tot de plaatsing van een systeem voor de interceptie, opname en transcriptie van berichten die langs de weg van elektronische communicatie worden verzonden.” In de periode dat via het [accountnaam 8] SkyECC-account berichten werden verstuurd en ontvangen, lagen er bevelen van de Franse rechter-commissaris die zien op de interceptie van gegevens (bijlagen 7 tot en met 10 bij de hierboven genoemde brief van 2 juni 2022), zoals het bevel van de rechter-commissaris van de Rechtbank te Lille van 10 april 2020 (bijlage 7), waarin onder meer staat: “Opdracht Hierbij wordt u verzocht over te gaan tot alle nuttige vorderingen voor de interceptie, opname en transcriptie Van de elektronische communicatie tussen de twee servers die fysiek bij het hostingbedrijf [hostingbedrijf] te Roubaix staan (…) Van de inkomende en uitgaande elektronische communicatie van de hoofdserver (….) Van inkomende en uitgaande elektronische communicatie van de backupserver (….) En wel voor de duur van 4 maanden, te weten van 13 april 2020 tot 13 augustus 2020.” Rechtspraak Hoge Raad In zijn beschikking van 22 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:612) heeft de Hoge Raad beslist op een klaagschrift dat naar aanleiding van de inbeslagname van servers (naar het hof begrijpt van SkyECC) die in Frankrijk heeft plaatsgevonden. In die beschikking staat onder meer het volgende: “2.1 Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat bij de Nederlandse rechter niet kan worden geklaagd over het in Nederland verrichte onderzoek aan in Frankrijk in beslag genomen servers, welk beslag is gelegd in het kader van een onderzoek door een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). 2.2 De rechtbank heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het beklag. Zij heeft daartoe onder meer het volgende vastgesteld en overwogen: “Klager huurt serverruimte op verschillende servers van [A] in Frankrijk. In de periode van juni 2019 tot en met 9 maart 2021 hebben de Franse autoriteiten in het kader van hun eigen strafrechtelijke onderzoek op bevel van de Franse onderzoeksrechter een interceptietool ingezet, waarmee het mogelijk was om berichten die met de dienst van klager werden verzonden of ontvangen te onderscheppen. Op 13 december 2019 is een gemeenschappelijk onderzoeksteam (ook wel ‘Joint Investigation Team’, hierna: JIT) opgericht tussen België, Frankrijk en Nederland. Het doel van het JIT is - blijkens punt 2. van de JIT-overeenkomst - de lopende onderzoeken in België, Frankrijk en Nederland naar de aanbieder(
  13. s)en de gebruikers van de communicatiedienst van klager te faciliteren en de technische knowhow en middelen te delen.Uit de brief van het Landelijk Parket van 30 april 2021 met als onderwerp ‘Juridisch kader gebruik geïntercepteerde data’ volgt dat vanaf 15 februari 2021 binnen het JIT is gestart met het actueel meelezen van een gedeelte van het berichtenverkeer tussen gebruikers van de dienst van klager. Uit het proces-verbaal met nummer 02289/2019/000289 volgt dat op 9 maart 2021 in het hoofdkantoor van [A] in [plaats] (Frankrijk) een huiszoeking is verricht, waarbij Franse opsporingsambtenaren zijn overgegaan tot de inbeslagneming en verzegeling van drie servers. Hierbij zijn voornoemde opsporingsambtenaren bijgestaan door een team van opsporingsambtenaren en technici van de Nederlandse politie. Vervolgens zijn de servers overgebracht naar het laboratorium van het Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid in Driebergen. Daar zijn de servers conform artikel 60-3 van het Franse Wetboek van Strafvordering (...) bewaard in afwachting van een gekwalificeerd persoon om over te gaan tot het kopiëren van het levende geheugen, alsmede een kopie van de drie harddisks van de drie servers als deze aanstaan (dus zonder deze uit te schakelen). Op 12 maart 2021 heeft de onderzoeksrechter van de rechtbank in Parijs (Frankrijk) de Nederlandse justitiële en politiële autoriteiten middels een ‘verzoek om technische bijstand’ verzocht om “over te gaan tot de analyse met het oog op het maken van kopieën van de harde schijven en de RAM-geheugens van de (...) verzegelde servers.” (….) 5.1 De inbeslagneming De rechtbank stelt voorop dat de doorzoeking en daaropvolgende inbeslagneming heeft plaatsgevonden op Frans grondgebied, naar aanleiding van een Frans strafrechtelijk onderzoek, onder gezag van een Franse onderzoeksrechter binnen het juridisch kader van een ‘commission rogatoire’ en uitgevoerd door de Franse politie. Met andere woorden: de Nederlandse justitiële autoriteiten zijn daar in strafvorderlijke zin op geen enkele manier bij betrokken geweest. Dit is ook bevestigd door de verantwoordelijke Franse onderzoeksrechter in een e-mail van 27 maart 2021. De enkele omstandigheid dat door gespecialiseerde Nederlandse opsporingsambtenaren technische bijstand is verleend, maakt dit niet anders, nu dit geen werkzaamheden betreffen ter uitoefening van Nederlandse strafvorderlijke bevoegdheden. Dit wordt ook niet anders door het gegeven dat het verzoek om technische bijstand is gedaan in het kader van de JIT-overeenkomst. Nu de servers niet door de Nederlandse autoriteiten in beslag zijn genomen, kan bij de Nederlandse rechter niet worden geklaagd over het uitblijven van een last tot teruggave daarvan. (….) Vervolgens is het de vraag of bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over handelingen die op Nederlands grondgebied hebben plaatsgevonden. 5.2 (…) Het klaagschrift richt zich tegen het onderzoek aan de servers, zoals dat heeft plaatsgevonden bij het Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid in Driebergen. De rechtbank constateert dat het onderzoek dat aan de servers is verricht geen strafvorderlijk onderzoek betreft op vordering van de Nederlandse justitiële en/of politiële autoriteiten dan wel onderzoek met gebruikmaking van Nederlandse strafvorderlijke bevoegdheden. Het betreft immers een technisch onderzoek op uitdrukkelijk verzoek van een Franse rechter in het kader van een Frans strafrechtelijk onderzoek. Het artikel waar klager zich op beroept, art. 552a Sv, voorziet niet in een beklagmogelijkheid (in Nederland) tegen dergelijk technisch onderzoek (verricht op verzoek van een buitenlandse autoriteit). (….) 2.4.1 Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat bij de Nederlandse rechter niet kan worden opgekomen tegen de inbeslagneming in Frankrijk van de betreffende servers, faalt het. Uit het onder 2.3 weergegeven juridische kader volgt immers dat het nationale recht van de lidstaat waar de opsporingsbevoegdheid ten behoeve van een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt uitgeoefend, leidend is. De omstandigheid dat een team van opsporingsambtenaren en technici van de Nederlandse politie bijstand heeft verleend tijdens deze inbeslagneming in Frankrijk, maakt het voorgaande niet anders. Deze omstandigheid betekent immers niet dat sprake is van een “uitoefening van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied” als bedoeld in artikel 5.2.2 Sv noch dat sprake is van stukken, voorwerpen of gegevens “die in Nederland zijn vergaard” als bedoeld in artikel 5.2.4 Sv. Het oordeel van de rechtbank dat de servers niet door de Nederlandse autoriteiten in beslag zijn genomen, is niet onbegrijpelijk. (….) 2.4.2 Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat bij de Nederlandse rechter niet kan worden opgekomen tegen het in Nederland verrichte onderzoek aan de betreffende servers, is van belang dat de rechtbank heeft vastgesteld dat door de Franse onderzoeksrechter is verzocht om technische bijstand bij het maken van “kopieën van de harde schijven en de RAM-geheugens van de (...) verzegelde servers” en dat die bijstand is verleend door het Nederlandse Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid in Driebergen. Het oordeel van de rechtbank dat deze verleende bijstand niet wordt aangemerkt als een uitoefening van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied ten behoeve van een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 5.2.2 Sv, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.” In zijn arrest van 13 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:913) heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord. Over gemeenschappelijke onderzoeksteams staat in het arrest onder meer het volgende: “ 6 .7 De EU-Rechtshulpovereenkomst biedt in artikel 13 de grondslag voor het optreden van een gemeenschappelijk onderzoeksteam. Een vrijwel gelijkluidende regeling is opgenomen in artikel 1 van Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams, PbEG 2002, L 162/1. In het Wetboek van Strafvordering zijn enkele voorschriften over het optreden van een gemeenschappelijk onderzoeksteam opgenomen in artikel 5.2.1-5.2.5 Sv. (….) 6 .10 De Hoge Raad heeft in zijn beschikking van 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:612 overwogen dat bij het optreden van een gemeenschappelijk onderzoeksteam het nationale recht van de lidstaat waar de opsporingsbevoegdheid ten behoeve van een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt uitgeoefend, leidend is, en dat – kort gezegd – het verlenen van (technische) bijstand vanuit de Nederlandse politie bij de uitoefening van een opsporingsbevoegdheid door de autoriteiten van een andere deelnemende lidstaat dat niet anders maakt. Bij het verlenen van dergelijke bijstand is immers geen sprake van het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied of van het in Nederland vergaren van stukken, voorwerpen of gegevens. 6 .11 Uit het vorenstaande volgt ook dat het optreden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam telkens wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar het team actief is, waarbij de leider van het gemeenschappelijk onderzoeksteam optreedt binnen de grenzen van zijn bevoegdheid krachtens het nationale recht van de lidstaat waar het gemeenschappelijk onderzoeksteam actief is. Verder volgt daaruit dat, voor zover ten behoeve van het gemeenschappelijk onderzoeksteam onderzoekshandelingen in een andere lidstaat plaatsvinden, deze handelingen op verzoek kunnen worden verricht met inachtneming van het recht van die andere lidstaat. Dit stelsel komt er dus op neer dat onderzoekshandelingen telkens worden verricht onder verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de lidstaat waar de onderzoekshandelingen plaatsvinden. Waar het gaat om de beoordeling van de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de resultaten die zijn verkregen met het onderzoek van het gemeenschappelijk onderzoeksteam, geldt eveneens het stelsel zoals hiervoor onder 6 .5 en 6 . 6 is besproken. De regeling van het optreden van gemeenschappelijke onderzoeksteams zoals opgenomen in artikel 13 EURechtshulpovereenkomst geeft geen aanleiding om tot een ander stelsel te komen.” Over het vertrouwensbeginsel heeft de Hoge Raad in hetzelfde arrest het volgende overwogen: “ 6 .5.1 Waar het gaat om de beoordeling van verweren die betrekking hebben op de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen die hebben plaatsgevonden in het buitenland, verschillen – zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629 – de aard en de omvang van de rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van die onderzoekshandelingen naargelang deze onderzoekshandelingen zijn uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten dan wel onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten. In het geval dat de onderzoekshandelingen zijn uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten (…) en het daarbij tevens gaat om de autoriteiten van een staat die tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is toegetreden, geldt het volgende. 6 .5.2 Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop het onderzoek onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, strookt met de rechtsregels die gelden in het betreffende land voor het uitvoeren van dat onderzoek. Zou de Nederlandse strafrechter wel tot zo’n toetsing overgaan, dan levert dat een aantasting op van de soevereiniteit van dat land. Daarnaast geldt dat, voor zover bij het verrichten van het onderzoek onder de verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten sprake zou zijn van schending van enig recht dat wordt gewaarborgd door het EVRM, de verdachte het recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM voor een instantie van het betreffende land. Om deze redenen worden de beslissingen van de buitenlandse autoriteiten die aan het verrichte onderzoek ten grondslag liggen, gerespecteerd en wordt ervan uitgegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht. Dat is uitsluitend anders als in het betreffende land onherroepelijk is komen vast te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels is verricht. In dat geval beoordeelt de Nederlandse strafrechter – aan de hand van de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde beoordelingsfactoren, waaronder het belang van het geschonden voorschrift en het concreet voor de verdachte en ook na aanwending van het rechtsmiddel in het betreffende buitenland nog resterende nadeel – of die onherroepelijke vaststelling aanleiding geeft tot het verbinden van een rechtsgevolg aan het betreffende verzuim. 6 .5.3 Het vorenstaande brengt in relatie tot het recht op eerbiediging van het privéleven, zoals dat wordt gewaarborgd door artikel 8 lid 1 EVRM, met zich dat de Nederlandse strafrechter niet beoordeelt of in het recht van het land onder wiens verantwoordelijkheid het onderzoek is verricht, al dan niet een toereikende wettelijke grondslag bestond voor de eventueel bij het verrichten van het onderzoek gemaakte inbreuk op het recht van de verdachte op respect voor zijn privéleven, en ook niet of die inbreuk geacht kan worden noodzakelijk te zijn, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 8 EVRM. Zo’n beoordeling zou immers vergen dat de Nederlandse rechter aan het buitenlandse recht toetst. Daaraan staat in de weg wat onder 6 .5.2 is overwogen. 6 .5.4 Waar het gaat om het recht van de verdachte op een eerlijk proces, zoals dat wordt gewaarborgd door artikel 6 EVRM, is het volgende van belang. Uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) volgt dat het EVRM op zichzelf niet eraan in de weg staat dat in een strafzaak gebruik wordt gemaakt van de resultaten van in het buitenland verricht onderzoek, maar dat het gebruik van dergelijke resultaten voor het bewijs niet in strijd mag komen met het recht op een eerlijk proces dat door artikel 6 EVRM wordt gewaarborgd. Ook als van de resultaten van het onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten verrichte onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt voor het bewijs, moet de rechter de ‘overall fairness’ van die strafzaak waarborgen. Dat betekent dat de rechter alleen aandacht besteedt aan de wijze waarop die resultaten zijn verkregen, als die wijze van verkrijging van belang is voor de beoordeling of het gebruik voor het bewijs van de resultaten in overeenstemming is met het recht op een eerlijk proces. 6 . 6 Het vorenstaande heeft betrekking op (de beoordeling van) de rechtmatigheid van het onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd. Waar het gaat om de betrouwbaarheid van onderzoeksresultaten die voor het bewijs worden gebruikt, geldt dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, alleen dat bewijsmateriaal gebruikt dat hij betrouwbaar en bruikbaar acht. Er kan grond voor bewijsuitsluiting bestaan als zich onregelmatigheden hebben voorgedaan die de betrouwbaarheid en accuraatheid van onderzoeksresultaten wezenlijk hebben aangetast. Hierbij maakt het in beginsel geen verschil of die onderzoeksresultaten zijn verkregen onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten dan wel in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek. Dat doet echter niet eraan af dat de rechter in de strafzaak tot uitgangspunt mag nemen dat onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, op zodanige wijze is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. Als er echter – al dan niet naar aanleiding van een daartoe strekkend verweer – concrete aanwijzingen voor het tegendeel bestaan, is de rechter gehouden de betrouwbaarheid van die resultaten te onderzoeken. Daartoe kan hij bijvoorbeeld – met tussenkomst van het openbaar ministerie – nadere informatie inwinnen over de wijze waarop het onderzoek onder de verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten is verlopen en de (procedurele) waarborgen die daarbij in acht zijn genomen; één en ander voor zover dat voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de door die autoriteiten verkregen resultaten van belang is. Deze nadere informatie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de waarborgen die bij de verkrijging van gegevens in acht zijn genomen in relatie tot de betrouwbaarheid, integriteit en/of herleidbaarheid van die gegevens. Deze plicht tot het onderzoeken van de betrouwbaarheid van de resultaten hangt samen met het op grond van artikel 6 EVRM aan de verdachte toekomende recht om de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het bewijs te betwisten en zich tegen het gebruik ervan te verzetten. (….) 6 .17 Kenmerkend voor de hiervoor besproken vormen van internationale en Europese samenwerking tussen (lid)staten is dat de onderzoekshandelingen telkens onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten – van de staat die de klassieke rechtshulp verleent, van de lidstaat waar het gemeenschappelijk onderzoeksteam actief is, respectievelijk van de lidstaat die uitvoering geeft aan een EOB – worden uitgevoerd. Dit neemt niet weg dat de situatie zich kan voordoen dat buiten Nederland onderzoekshandelingen worden verricht onder verantwoordelijkheid van Nederlandse autoriteiten. Op grond van artikel 539a lid 1 Sv kunnen Nederlandse opsporingsambtenaren de hun bij de Nederlandse wet toegekende opsporingsbevoegdheden ook in het buitenland uitoefenen. Of in een concreet geval van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt, wordt mede bepaald door het toepasselijke verdragsrecht en Unierecht (vgl. artikel 539a lid 3 Sv). 6 .18 In de situatie dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de Nederlandse autoriteiten ligt, vindt artikel 359a Sv toepassing op vormverzuimen die zich eventueel in verband met die uitvoering voordoen met betrekking tot de toepassing van de hun op grond van het Nederlandse recht toekomende bevoegdheden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de Nederlandse autoriteiten (
  14. i)als onder gezag van de (Nederlandse) officier van justitie in het buitenland overeenkomstig artikel 539a Sv door Nederlandse opsporingsambtenaren toepassing wordt gegeven aan de hun bij de Nederlandse wet toegekende opsporingsbevoegdheden, of (
  15. ii)als een zodanig nauwe samenwerking bestaat tussen Nederlandse en buitenlandse autoriteiten bij de opsporing dat het gezag daarover feitelijk volledig of in overwegende mate toekomt aan de (Nederlandse) officier van justitie. De onder (
  16. i)bedoelde situatie doet zich niet voor in het geval dat een Nederlandse opsporingsambtenaar slechts betrokken is bij de uitvoering van een opsporingsbevoegdheid in het buitenland die in overeenstemming met het recht van dat land en onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten wordt uitgeoefend. Van de onder (
  17. ii)bedoelde situatie is geen sprake op grond van de enkele omstandigheid dat Nederlandse opsporingsambtenaren aanwezig mogen zijn bij de uitvoering van een onderzoekshandeling door een buitenlandse autoriteit, of door Nederlandse opsporingsambtenaren technische assistentie wordt verleend aan een buitenlandse autoriteit.” In zijn arrest van 13 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:192) overwoog de Hoge Raad onder meer: “5.2.2 Deze vaststellingen komen erop neer dat de inzet van de interceptietool plaatsvond onder verantwoordelijkheid van de Franse en dus buitenlandse autoriteiten. Het daarop gebaseerde oordeel van het hof dat ten aanzien van de toetsing van de inzet van de interceptietool het vertrouwensbeginsel van toepassing is – zodat het niet aan de Nederlandse rechter is om te toetsen of de wijze waarop die inzet heeft plaatsgevonden strookt met de rechtsregels die daarvoor gelden in Frankrijk – getuigt, gelet op wat in de onder 3 weergegeven beslissing van de Hoge Raad is overwogen, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat de inzet van de interceptietool meebracht dat ook gegevens van EncroChat-toestellen die zich op het moment van interceptie in Nederland bevonden, werden verzameld en gekopieerd, leidt daarbij niet tot een ander oordeel. Die omstandigheid doet er immers niet aan af dat de inzet van de interceptietool, met het daaropvolgende onderscheppen en kopiëren van data en het vervolgens delen van die data met de Nederlandse politie, plaatsvond in en vanuit Frankrijk, terwijl die omstandigheid ook niet met zich brengt dat de verantwoordelijkheid voor de inzet van de interceptietool overgaat naar of mede komt te liggen bij de autoriteiten van het land waar een gebruiker van het toestel zich op dat moment bevindt. Ook artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU geeft geen aanleiding hierover anders te oordelen (vgl. rechtsoverweging 6 .23 in de onder 3 weergegeven beslissing van de Hoge Raad).” Oordeel hof Omvang verweer Het hof merkt allereerst op dat de verweren van de raadsman niet zien op de berichten die zijn aangetroffen in de telefoon die hoorde bij het SkyECC-account [accountnaam 8] . Deze berichten zijn van 6 juli 2020 en kunnen in relatie worden gebracht met de moord op [slachtoffer 1] . Ook werden er in de telefoon afbeeldingen aangetroffen die niet alleen te relateren zijn aan bovengenoemde moord, maar ook aan de beschieting van een chalet in Tienhoven. De verweren van de raadsman hebben betrekking op de berichten die zijn verkregen door interceptie op basis van bevelen van de Franse rechter-commissaris in de tijd dat sprake was van een samenwerkingsverband tussen Nederland, Frankrijk en België in de vorm van een gemeenschappelijk onderzoeksteam. Het hof begrijpt dat de verweren die de raadsman onder 1 en 3 heeft genoemd zien op de rechtmatigheid van de verkrijging en dat het verweer onder 2 ziet op de betrouwbaarheid. Ten aanzien van de rechtmatigheid De raadsman vindt dat die berichten moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat door de vergaande rol van Nederland in het onderzoek en de schendingen van de Europolverordening door massale dataverzameling het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Het hof verwerpt dat verweer, omdat als het vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn, dit nog niet betekent dat de gegevens onrechtmatig zijn verkregen. Bovendien geldt dat in het geval gegevens onrechtmatig zouden zijn verkregen, dit nog niet meebrengt dat die gegevens van het bewijs moeten worden uitgesloten. Overigens is het hof van oordeel dat ten aanzien van de verkrijging van de met het SkyECC-account [accountnaam 8] ontvangen of verstuurde berichten op grond van de bevelen van de Franse rechter-commissaris, het vertrouwensbeginsel wel van toepassing is. Die berichten werden verkregen door het plaatsen van een interceptiemiddel op of tussen de servers die op Frans grondgebied stonden. Het onderzoek vond plaats onder de verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten. De omstandigheid dat de Nederlandse politie in belangrijke mate het interceptieproces op technisch gebied heeft begeleid, maakt dit niet anders. Het hof heeft kennis genomen van het door de raadsman overgelegde Inzetplan 13 Werl van 7 oktober 2020, waarin onder meer de doelstellingen met betrekking tot de reeds onderschepte of te onderscheppen SkyECC-berichten worden genoemd en waarin een beschrijving wordt gegeven van het programma Chat X. Dat inzetplan doet niet af aan het feit dat de tap liep op de servers in Frankrijk en de beslissingen daarover genomen moesten worden en ook werden genomen door de Franse rechter in het kader van een door de Franse autoriteiten geïnitieerd onderzoek. Daarmee is het onderzoek uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van buitenlandse, te weten Franse, autoriteiten Ook document D2, de verklaring van [naam] en de omstandigheid dat Europol een rol heeft gespeeld bij de analyse van gegevens (in verband met internationale dreigingen) of anderszins, doen aan het bovenstaande niet af. Het hof merkt verder op – ook ten overvloede – dat het niet bekend is met een (onherroepelijke) Franse rechterlijke uitspraak waaruit blijkt dat de interceptie in Frankrijk onrechtmatig is geweest, terwijl de berichten van vele gebruikers (ook van zich in Frankrijk bevindende gebruikers) zijn of moeten zijn onderschept. Voor al die gebruikers geldt dat zij via de Franse rechter (in hun strafprocedure in Frankrijk dan wel een procedure op grond van artikel 13 EVRM) de rechtmatigheid van de interceptie ter discussie hebben kunnen stellen. Als dat is gebeurd, heeft dat – voor zover het hof bekend – er niet toe geleid dat in een onherroepelijke uitspraak is geoordeeld dat de berichten door de wijze van interceptie in Frankrijk of anderszins onrechtmatig zijn verkregen. Ten aanzien van artikel 6 EVRM Ten aanzien van het kunnen doen van onderzoek naar de inhoud van de zich in het dossier bevindende SkyECC-berichten die door interceptie zijn verkregen, heeft het hof eerder in zijn tussenarrest in deze zaak overwogen dat het Openbaar Ministerie de volledige dataset van relevante accounts in een Excel bestand aan de verdediging heeft verstrekt. Daarnaast heeft de verdediging andere mogelijkheden gehad om te onderzoeken of de inhoud van de SkyECC-berichten juist is. Dat had de verdediging met name kunnen doen door hierover vragen te stellen aan medeverdachten die in hoger beroep hebben toegegeven gebruik te hebben gemaakt van een SkyECC-account (onder meer) door te communiceren met het SkyECC-account [accountnaam 8] . Van die mogelijkheid om medeverdachten hierover vragen te stellen heeft de verdediging geen gebruik gemaakt. Zelfs toen één van de medeverdachten als getuige werd gehoord in de zaak van verdachte is die getuige niet gevraagd of de door hem (naar het SkyECC-account [accountnaam 8] ) verzonden berichten en door hem ontvangen berichten (van het SkyECC-account [accountnaam 8] ) in het dossier juist waren weergegeven. De pijlen van de verdediging (de raadsvrouw) waren ook niet zozeer gericht op de inhoud van de berichten, maar vooral op de identificatie van de gebruiker van het SkyECC-account [accountnaam 8] . De bewijsmiddelen die zien op de identificatie van de gebruiker van dat account komen ook uit andere bronnen dan de chatberichten die via de servers in Frankrijk werden verzameld en ook hier geldt dat de verdediging mogelijkheden had om de identificatie te onderzoeken (bijvoorbeeld door het horen van getuigen). Het hof is aldus van oordeel dat – (ook) als het gaat om de mogelijkheden om onderzoek te doen naar de SkyECC-berichten – sprake is geweest van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de berichten Het hof is het niet eens met de raadsman dat uit de omstandigheid dat niet alle berichten konden worden ontsleuteld, kan worden afgeleid dat de wel ontsleutelde berichten onbetrouwbaar zijn. Met de advocaat-generaal gaat het hof ervan uit dat de ontsleuteling afhangt van de beschikbaarheid van sleutels en niet van de gebruikte methode van ontsleuteling. Ook in de verklaring van [naam] ziet het hof geen aanwijzingen voor de stelling dat de wel ontsleutelde berichten onbetrouwbaar zouden zijn. Het dossier biedt verder voldoende aanknopingspunten dat de door middel van interceptie vergaarde berichten betrouwbaar zijn. De berichten van en naar het SkyECC-account [accountnaam 8] (die via interceptie zijn verkregen) komen namelijk overeen met de berichten in de telefoon die in beslag werd genomen toen verdachte op 6 juli 2020 werd aangehouden. Ook bestaat er een relatie tussen de door interceptie vergaarde berichten en de afbeeldingen die op de op 6 juli 2020 in beslag genomen telefoon zijn aangetroffen. Daarbij komt dat medeverdachten die met [accountnaam 8] via de SkyECC-app communiceerden ( [medeverdachte 9] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] ) in hoger beroep verklaard hebben over de berichten die zij via hun SkyECC-account hebben verstuurd. Zij hebben uitleg gegeven over de inhoud van de berichten, maar geen enkele keer hebben zij naar voren gebracht dat berichten anders in het dossier stonden dan zij op hun telefoon hadden ingetoetst. Ook hebben zij niet aangeven dat de berichten die zij (van bijvoorbeeld [accountnaam 8] ) ontvingen anders in het dossier zijn weergegeven dan dat zij zich herinneren. [medeverdachte 9] is als getuige gehoord in de zaak van verdachte, maar zijn raadslieden hebben [medeverdachte 9] niet gevraagd of de berichten die hij had getypt en/of gelezen juist in het dossier terecht zijn gekomen. Dat [medeverdachte 9] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] de juistheid van de chatberichten (zoals weergegeven in het dossier) niet hebben betwist, vormt voor het hof een belangrijke aanwijzing dat die berichten betrouwbaar zijn. Tegenover deze belangrijke aanwijzing voor de betrouwbaarheid van de berichten, beschikt het hof niet over informatie waaruit blijkt dat de inhoud van de berichten niet betrouwbaar is of zou zijn. Ook vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid is er dus geen reden voor uitsluiting van de SkyECC-berichten voor het bewijs of voor het doen van nader onderzoek naar die berichten. Ten aanzien van het verzoek om aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen te stellen De raadsman heeft verzocht verschillende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voor te leggen die zien op de uitleg van artikel 31 van de Richtlijn 2014/41 (notificatie). Het hof ziet in deze zaak geen noodzaak die vragen voor te leggen en wijst het verzoek af. Het hof heeft die antwoorden niet nodig voor de beslissingen die het in deze zaak moet nemen, dan wel is zelf in staat de antwoorden te geven voor zover dat nodig is in deze zaak. Ten aanzien van de verzoeken De raadsman heeft een groot aantal verzoeken gedaan die in het (voorafgaand aan de zitting verzonden) geschrift ‘SkyECC ontrafeld’ zijn geconcretiseerd. Daarnaast heeft de raadsman ter zitting van het hof van 17 juni 2025 nog een nieuw verzoek gedaan. Het hof wijst al deze verzoeken af, omdat het hof de noodzaak/relevantie van het horen van de gevraagde getuigen, het toevoegen van de genoemde stukken, het laten opmaken van processen-verbaal en laten doen van onderzoek door een deskundige niet ziet. Ten aanzien van veel van de getuigenverzoeken is de relevantie niet gebleken (en dus ook de noodzaak niet) omdat ze in het geheel niet zijn gemotiveerd of niet is uitgelegd in hoeverre uitvoering van die verzoeken bijdraagt aan de beantwoording van één van de vragen van artikel 348 en 350 Wetboek van Strafvordering in de zaak van verdachte. Daarbij geldt onder meer dat de raadsman niet uitlegt waarom (opsporings)onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar gebruikers van SkyECC in de tijd dat verdachte nog geen gebruiker was van SkyECC toch in zijn zaak relevant is. Ook legt de raadsman onvoldoende uit waarom bemoeienis van de Amerikaanse of Canadese autoriteiten van invloed kan zijn op de zaak van verdachte. Ten aanzien van andere getuigenverzoeken geldt dat deze worden afgewezen omdat toewijzing in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel of omdat het hof over de gang van zaken voldoende is geïnformeerd. Ten aanzien van de verzoeken die zien op het verstrekken van stukken of het laten opmaken van processen-verbaal geldt eveneens dat de relevantie van die stukken of processen-verbaal niet is gebleken of dat die verzoeken niet uitvoerbaarheid zijn vanwege het vertrouwensbeginsel. Ook worden stukken gevraagd (ChatX) om de betrouwbaarheid van het bewijs te onderzoeken. Ook toevoeging daarvan mist relevantie nu er geen begin van aannemelijkheid is dat er sprake zou zijn van een onjuiste weergave van de inhoud van de communicatie in het dossier. Bovendien heeft de verdediging naar het oordeel van het hof voldoende andere (en zelfs betere) mogelijkheden gehad om het bewijs te onderzoeken (zoals het ondervragen van medeverdachten die hebben verklaard via SkyECC te hebben gecommuniceerd met [accountnaam 8] ). Om die reden wijst het hof ook het verzoek af om onderzoek te laten verrichten door een deskundige (dhr. M. Epifani). Overweging met betrekking tot het bewijs De advocaten-generaal hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 05-142029-21 onder 1 primair, 2 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 05102899-22 (naar het hof begrijpt) primair tenlastegelegde. De raadslieden hebben verzocht verdachte integraal vrij te spreken. Het hof is van oordeel dat het namens [medeverdachte 1] gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 05-142029-21 onder 1 primair, 2 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 05102899-22 primair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze hieronder zijn uitgewerkt. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Voor zover niet anders vermeld, wordt hierna telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het dossier van de Politie Oost-Nederland (onderzoek Nigeria; ONRAB20005) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina’s 1 tot en met 13103). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processenverbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Bewijsmiddelen worden in het onderstaande steeds opgenomen bij het eerste onderwerp waarvoor ze van belang zijn. Geregeld zijn zij echter ook van belang voor onderwerpen die daarna aan de orde komen. Bovendien dragen de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang, bij aan het bewijs. BEUNINGEN Dodelijk schietincident – twee schutters 1. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 juli 2020 (pagina’s 1 en 2), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Op 6 juli 2020 omstreeks 08:33 uur werden wij door de centrale politie-meldkamer te Arnhem gestuurd naar Burgermeester Geradtslaan te Beuningen. Daar was iemand neergeschoten. Ter plaatse zag ik dat het slachtoffer gereanimeerd werd. Ik in de portemonnee van het slachtoffer. Ik zag dat daarin een identiteitskaart zat. Ik zag dat die op naam stond van: [slachtoffer 1] . Ik zag dat de foto op de identiteitskaart overeen kwam met het gelaat van het slachtoffer. 2. Een geschrift, zijnde het schouwverslag van GGD Gelderland-Zuid van 6 juli 2020 (pagina’s 5 tot en met 7), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [forensisch arts] : Cliënt [slachtoffer 1] Voornamen [slachtoffer 1] Datum schouw 06/07/2020 Evaluatie Betrokkene is in de ambulance overleden na een schietincident kort ervoor. 3. NFI-rapport Pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van 10 juli 2020 (pagina’s 8 tot en met 21), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [naam] , arts en patholoog: Overledene [slachtoffer 1] Conclusie Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] werden 7 schotletsels vastgesteld, die samen 3 doorschoten en 1 inschot vormden. Zijn overlijden wordt verklaard door één doorschot van de romp. De overige schotletsels kunnen op zich het overlijden niet verklaren, maar kunnen wel hebben bijgedragen aan de snelheid van het overlijden. 4. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 4 augustus 2020 (pagina’s 35 tot en met 39), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 4] : V: staat voor de vragen en opmerkingen van de verbalisanten aan de verdachte A: staat voor de door getuige gegeven antwoorden V: Wat kun je vertellen over de schietpartij van 6 juli 2020 in Beuningen? A: Ik kwam vanaf de rotonde Wilhelminalaan de Burgemeester Geradtslaan op. Toen ik net het zebrapad over was gereden, renden er twee mannen over van rechts naar links. Eentje stopte er op de linker weghelft, de ander op de rechter weghelft, en begonnen te schieten vanaf daar. Het doelwit was een man in witte werkkleding die kwam vanuit een gangetje tussen de frietzaak en het appartementencomplex vandaan. Ik zag dat deze man in elkaar zakte. V: Hoe laat is het gebeurd? A: Het was op maandag 6 juli 2020, iets voor 08.30. Ik zag een witte bus staan. V: Wat gebeurde er na het schieten? A: Ik zag dat de linker schutter zich omdraaide en naar de bus rende. Ik zag dat de andere dader, dus degene die bij de bus was blijven staan, zich ook omdraaide en met de eerste dader mee rende naar de zijkant van de bus. Na 1 à 2 seconden was de bus weg. 5. Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( Burgemeester Geradtslaan Beuningen Gld) van 13 juli 2020 (pagina’s 2410 tot en met 2416), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Aanleiding en opdracht onderzoek Op 6 juli 2020 omstreeks 09.05 uur verkregen wij het verzoek om voor een forensisch onderzoek te gaan naar de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen naar aanleiding van een schietincident. Op 6 juli 2020 omstreeks 09.45 uur kwamen wij ter plaatse. Bevindingen Tijdens ons ingestelde onderzoek op de plaats delict werd door ons het navolgende gezien, gedaan en bevonden: - Verspreid over de stoep lagen vijf hulzen van het kaliber 9 mm. Te weten AAJB3614NL, AAJB3615NL, AAJB3616NL, AAJB3617NL en AAJB3618NL. Deze hulzen werden alle door mij, [verbalisant] , separaat veiliggesteld. - Halverwege de steeg, gelegen tussen het appartementencomplex en de achterzijde van het Chinese restaurant, lagen op de bestrating drie hulzen. Te weten twee hulzen van het kaliber 7,65 (AAJB3611NL en AAJB3612NL) en één huls van het kaliber .32 (AAJB3613NL). Deze hulzen werden alle door mij, [verbalisant] , separaat veiliggesteld. - Op een straat nabij de steeg lag een gedeformeerd projectiel (kogelpunt). Dit projectiel (AAJB3610NL) werd door mij, [verbalisant] , veiliggesteld. - Op de stoep aan de voorzijde van het appartementencomplex op ongeveer 6 ,60 meter vanaf de linker zijgevel van het appartementencomplex zagen wij nog een gedeformeerde mantel van een projectiel (kogelpunt). Dit projectiel (AAMK7010NL) werd door mij, [verbalisant] , veiliggesteld. 6 . Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( Burgemeester Geradtslaan Beuningen Gld) van 7 juli 2020 (pagina’s 2447 en 2448), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Op 6 juli 2020 omstreeks 16.25 uur maakten ik en [verbalisant] een afsluitende ronde over de plaats delict. In de steeg die lag achter de plaats waar het slachtoffer was aangetroffen, zagen wij een gedeformeerd deel van een kogelpunt liggen. Ik heb de kogelpunt veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAJB3619NL. 7. Het proces-verbaal gerechtelijke sectie en vrijgave stoffelijk overschot van 9 juli 2020 (pagina’s 2502 en 2503), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Op 8 juli 2020 heeft de patholoog, [naam] , verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te Den Haag (NFI), in aanwezigheid van mij als forensisch onderzoeker, sectie verricht op het stoffelijk overschot van: Achternaam : [slachtoffer 1] Voornamen : [slachtoffer 1] Voorlopige sectiebevindingen Tijdens de Gerechtelijke Sectie is door de patholoog een projectiel aangetroffen in de buik van het stoffelijk overschot. Sporenregistratie Spoor identificatienr. : AAMU3928NL Bijzonderheden : Projectiel afkomstig uit lichaam (buik) van overledene 8. NFI-rapport Munitieonderzoek naar aanleiding van schietincident in Beuningen op 6 juli 2020 van 14 september 2020 (pagina’s 2768 tot en met 2780), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van ing. R. Hermsen, NFIdeskundige wapens en munitie: Hulzen Het vergelijkend hulsonderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de acht hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens: - de drie hulzen [AAJB3611NL, AAJB3612NL en AAJB3613NL] zijn verschoten met één vuurwapen, kaliber 7,65mm Browning; - de vijf hulzen [AAJB3614NL tot en met AAJB3618NL] zijn verschoten met één vuurwapen, kaliber 9mm Parabellum. Voor de verschillende hulzenparen die te combineren zijn binnen de drie hulzen [AAJB3611NL, AAJB3612NL en AAJB3613NL], kaliber 7,65mm Browning, zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen. Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese l waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. Voor de verschillende hulzenparen die te combineren zijn binnen de vijf hulzen [AAJB3614NL tot en met AAJB3618NL], kaliber 9mm Parabellum, zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 3: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen. Hypothese 4: De hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 3 waar is, dan wanneer hypothese 4 waar is. Kogels Het vergelijkend kogelonderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de vier kogels/kogeldelen zijn afgevuurd uit minimaal twee lopen. Voor de verschillende kogelparen die te combineren zijn binnen de drie kogels [AAJB3610NL, AAJB3619NL en AAMU3928NL], kaliber 7,65mm Browning, zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 5: De kogels zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop. Hypothese 6 : De kogels zijn afgevuurd uit twee lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. De resultaten van het vergelijkend kogelonderzoek voor de twee kogels [AAJB3610NL en AAMU3928NL] zijn iets waarschijnlijker wanneer hypothese 5 waar is, dan wanneer hypothese 6 waar is. De resultaten van het vergelijkend kogelonderzoek voor de kogel [AAJB3619NL] met de twee kogels [AAJB3610NL en AAMU3928NL] zijn ongeveer even waarschijnlijk wanneer hypothese 5 waar is, als wanneer hypothese 6 waar is. Het kogelmanteldeel [AAMK7010NL], onder andere passend bij het kaliber 9mm Parabellum, is verschoten uit een andere loop dan de drie overige kogels. Verbale term Ordegrootte bewijskracht Ongeveer even waarschijnlijk 1-2 iets waarschijnlijker 2-10 extreem veel waarschijnlijker >1.000.000 De drie hulzen [AAJB3611NL, AAJB3612NL en AAJB3613NL] zijn vermoedelijk verschoten met een (semi-)automatisch werkend machinepistool van het kaliber 7,65mm Browning, type Skorpion. De afvuursporen in de drie kogels [AAJB3610NL, AAJB3619NL en AAMU3928NL] passen onder andere bij dit vuurwapen. De vijf hulzen [AAJB3614NL tot en met AAJB3618NL] zijn vermoedelijk verschoten met een (semi-)automatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Parabellum, merk Glock. Betrokken auto’s VW Transporter 9. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Rotterdam, van 4 maart 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van getuige [getuige 15] : De voorzitter vraagt: En hebt u in Beuningen geschoten ? De getuige verklaart: Ja, dat heb ik wel gedaan, ja. De voorzitter vraagt of de getuige kan vertellen wat er is gebeurd op 6 juli 2020. De getuige verklaart: Ja, die meneer is doodgeschoten. Het klopt dat ik in de VW Transporter zat. Ik zat achterin het busje, de hele tijd. Het klopt dat de Transporter in Winssen is geparkeerd. Op 4 juli 2020 ben ik met de zwarte Golf naar Beuningen gegaan om de buurt te verkennen. Ik was ook in Beuningen om te kijken waar die jongens de Transporter neerzetten. Toen was ik weer met de zwarte Golf. Op 5 juli waren we in de vroege ochtend in Beuningen. We wachtten op de plekken waar hij het meeste kwam. Ik kreeg bericht dat hij niet in de buurt was, dus we waren rond 12 uur al weer terug in Amsterdam. En hij zei dat ik gewoon de hele dag bij [medeverdachte 2] moest blijven. 10. Een geschrift, zijnde het ongetekende proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juli 2020 (pagina’s 52 tot en met 55), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 3] : V: Wat kunt u vertellen over de schietpartij van 6 juli 2020 in Beuningen? A: Ik reed via de Wilhelminalaan naar de Burgemeester Geradtslaan . Toen ik ter hoogte van het zebrapad was zag ik die twee overvallers naar de man lopen in witte kleding. Ik zag dat de overvallers hem neerschoten. Vervolgens liepen de overvallers naar de Volkswagen bus, een witte of crèmekleurige Transporter die aan de rechterzijde van de weg stond. Na het schieten liepen de overvallers gelijk hard terug naar de bus. V: Wat gebeurde er daarna? A: Het busje reed weg in de richting van de Haagstraat . V: Wat kunt u zeggen over snelheid waarmee het busje weg reed? A: Het busje reed met een rotgang weg. O: Aan de collega's die ter plaatse waren heeft u iets over het kenteken gezegd. V: Wat kunt u zich daarvan nog herinneren? A: In het midden van het kentekenplaat stond [deel kenteken] . 11. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 augustus 2020 (pagina’s 70 tot en met 74), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: AANLEIDING Op maandag 6 juli 2020 omstreeks 08:31 uur vond een schietpartij plaats op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen, waarbij een persoon om het leven is gekomen. BEELDMATERIAAL Er zijn onder andere beelden gevorderd die op 6 juli 2020 geregistreerd zijn door een in een voertuig aanwezige dashcam en die geregistreerd zijn door camera's aanwezig op/in een Tesla. LOCATIEBESCHRIJVING De beelden werden onder andere geregistreerd op de navolgende locatie: De Burgemeester Geradtslaan te Beuningen, gelegen tussen de Korhoenlaan en de Emmastraat . Op het trottoir van de Burgemeester Geradtslaan , gelegen tussen het Thorbeckeplein en de Emmastraat , werd het slachtoffer na het schietincident aangetroffen (PD). Aan de overzijde van de Burgemeester Geradtslaan is een parkeerhaven gesitueerd, geschikt voor het parkeren van maximaal vijf (motor)voertuigen. ONDERZOEK BEELDMATERIAAL TESLA Op het beeldmateriaal, geregistreerd op 6 juli 2020 tussen 08:20 uur en 08:21 uur door camera's bevestigd op/aan de over de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen rijdende Tesla, is onder andere het navolgende waar te nemen: In de parkeerhaven in het eerste vak, gerekend vanaf de Korhoenlaan , staat het voertuig van het slachtoffer, zijnde een Volkswagen Passat, kenteken [kenteken 8] , geparkeerd. Voorts is waar te nemen dat een Volkswagen Transporter stil staat op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Het voertuig staat half in parkeervak 4 (gerekend vanaf de Korhoenlaan ) en half op de daar aanwezige fietsstrook. Waar te nemen is dat de Volkswagen Transporter op dat moment aan de voorzijde is voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] . 12. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 7 juli 2020 (pagina’s 319 en 320), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 5] : Op 6 juli 2020, omstreeks 08.35 uur, bevond ik mij in de tuin gelegen naast mijn woning aan de Molenstraat/Alex Willemsstraat in Winssen. Ik was even in de tuin bezig toen ik vanaf de Molenstraat een witte bus de Alex Willemsstraat in zag rijden. Onze tuin ligt naast de Alex Willemsstraat en ik heb vrij uitzicht hierop. Deze bus stopte, gezien zijn rijrichting, aan de linkerzijde van de straat en parkeerde in een parkeervak. Ik zag dat de bestuurder uitstapte en het portier dichtdeed. Ik zag dat de bestuurder weg liep van de bus en verder de Alex Willemsstraat inliep. Dit gebeurde op een "normale" manier. Ik zag dat deze man naar een kleine zwarte auto liep, die ongeveer 30 meter verderop in de straat stond. Ik zag dat de achterlichten van deze auto brandden. Het kan ook zijn dat ik de remlichten van deze auto heb gezien. Ik zag vervolgens dat het portier aan de rechterachterzijde van deze auto van binnenuit geopend werd waarna deze man rechtsachter in deze kleine zwarte auto stapte, waarna de auto met een "normale" snelheid wegreed in de richting van de kruising Alex Willemsstraat / Hendrik de Haardtstraat . Omtrent de plaats waar dat kleine zwarte autootje stond kan ik zeggen dat deze, gezien zijn rijrichting, aan de linkerzijde van de weg stil stond naast een heg. Die kleine zwarte auto heb ik niet aan zien komen rijden en stond daar al voordat de bestuurder van de bus er instapte. 13. Het proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2020 (pagina’s 321 en 322), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Op 6 juli 2020 kwamen wij omstreeks 13:00 uur aan op de Alex Willemsstraat te Winssen. Ter plaatse zagen wij dat er op een parkeerstrook naast het grasveld stonden een witte bus stond die was voorzien van kenteken [kenteken 3] . Wij zagen dat de lampen van deze bus nog aan waren. Via de OVD kreeg ik de volgende informatie door met betrekking tot het voertuig. Busje is voorzien van [chassisnummer] en is gestolen. 14. Het proces-verbaal aangifte van 22 juni 2020, inclusief de Bijlage goederen (pagina’s 410 tot en met 413), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [benadeelde 14] : Ik doe aangifte van diefstal van mijn bestelauto, gepleegd tussen 21 juni 2020 om 23:55 uur en 22 juni 2020 om 9:10 uur te Amsterdam. In de bijlage goederen wordt het goed genoemd dat is weggenomen. Bijlage goederen Voertuig : Bestelauto Merk/Type : Volkswagen Transporter Bestel Kleur : Wit Kenteken : [kenteken 10] Chassisnummer : [chassisnummer] 15. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 juli 2020 (pagina’s 289 tot en met 291), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Herkomst kenteken [kenteken 3] Op 6 juli 2020 omstreeks 13.00 uur werd te Winssen een witte bestelbus aangetroffen. De achtergelaten bestelbus was voorzien van het kenteken [kenteken 3] . De kentekenplaten bleken nagemaakte kentekenplaten te zijn. De originele kentekenplaat [kenteken 3] behoort toe aan een blauwe Volkswagen Transporter. Bevel Raadplegen kentekengegevens ANPR Het bevel werd afgegeven om bij het ANPR, landelijk, in de periode 21 juni 2020 tot en met 6 juli 2020 de historische passagegegevens van het kenteken [kenteken 3] te bevragen. In de opgevraagde periode blijkt het kenteken [kenteken 3] zeven keer te zijn geregistreerd. De blauwe Volkswagen Transporter met het originele kenteken is zes keer gefotografeerd. De gestolen witte Volkswagen Transporter met de valse kentekenplaten is één keer gefotografeerd. Witte bestelbus Op 4 juli 2020 om 16:56 uur blijkt dat de witte bestelbus voorzien van het kenteken [kenteken 3] door de ANPR camera welke opgesteld staat op de A15 rechts, bij hectometerpaal 121.1 locatie Deil Oost, is gefotografeerd. 16. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2020 (pagina’s 221 tot en met 225), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Aanleiding: Op 6 juli 2020 om 08.31 uur komt bij de meldkamer de melding binnen dat er een schietpartij heeft plaatsgevonden op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Er werden camerabeelden opgevraagd en verstrekt door de bewoners van de Wilhelminalaan [nummer] te Beuningen. Bevindingen De camerabeelden bekeken van 4 juli 2020. Ik zie op de camerabeelden om 17:22:30 uur een witte VW Transporter in beeld komen, komende uit de richting van de rotonde Wilhelminalaan / Trajanussingel / Thujapark (in de richting van A73) en rijdt in de richting van de Van Heemstraweg te Beuningen. De witte VW Transporter is vervolgens niet meer in beeld gekomen tot en met 17:45.02 uur. Zwarte Volkswagen Golf 17. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Rotterdam, van 4 maart 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van getuige [getuige 15] : Op 4 juli 2020 ben ik met de zwarte Golf naar Beuningen gegaan om de buurt te verkennen. Ik heb de zwarte Golf in Ochten neergezet en ben met een andere auto doorgereden naar Beuningen. In Beuningen heb ik gekeken hoe we erin en er weer uit konden komen en waar we de auto’s konden neerzetten. Ik heb de buurt lopend verkend. Ik heb heel veel straatnamen opgeschreven, straten voor de uitwegen, waar de auto’s moesten staan en misschien de straatnaam waar diegene die gepakt moest worden, zou zijn. Ik had een paar straatnamen gekregen in de buurt van de Jumbo en ik geloof een straatnaam bij een seniorenwoning. 18. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2020 (pagina’s 226 tot en met 232), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: ANPR - Automatic Number Plate Recognition Er zijn ANPR (blok)bevragingen gedaan. Daaruit bleek dat op zaterdag 4 juli 2020 om 16:56:17 uur het kenteken [kenteken 3] was geregistreerd door de ANPR, op locatie A15 Re,121.1 Deil Oost (richting oosten). Uit de historische passage gegevens van de blokbevraging bleek dat op zaterdag 4 juli 2020 om 16:56:16 uur, direct voor de witte Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 3] , een zwarte Volkswagen Golf type VI , voorzien van het kenteken [kenteken 7] reed. KENTEKENBEVRAGING [kenteken 7] Kentekenhouder [naam] Begindatum 26-06-2020 Einddatum 28-10-2020 19. Het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2020 (pagina’s 2299 en 2300), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Het Centraal Justitieel Incasso Bureau heeft aan mij verstrekt de boetes die door de bestuurder(
  18. s)van een Volkswagen Golf, rood van kleur, voorzien van het kenteken [kenteken 11] zijn begaan. Ik zag dat op 4 juli 2020 om 06:52 uur het voertuig een boete had gekregen, op de A2 rechts Breukelen. Van het Centraal Justitieel Incasso Bureau heb ik de boetes van de zwarte Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 7] gekregen. Ik zag dat op 4 juli 2020 het voertuig een boete had gekregen om 6 :52 uur bij trajectcontrole A2 rechts Breukelen. 20. Het proces-verbaal van bevindingen van 8 maart 2021 (pagina’s 1245 tot en met 1247), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Op 3 maart 2021 omstreeks 16.00 uur hebben wij een gesprek gehad met: Naam: [naam] Voornamen: [naam] vertelde ons dat hij een zwarte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 7] op naam had gehad in de periode van 26 juni 2020 tot 28 oktober 2020. Vorig jaar exploiteerde [naam] een autoverhuurbedrijf, genaamd [naam] . Tot zijn vaste klanten behoort [medeverdachte 1] . [naam] maakte met [medeverdachte 1] de afspraak dat er een huurcontract werd opgemaakt en dat de VW Golf voorzien van het kenteken [kenteken 7] werd verhuurd. 21. Een geschrift, zijnde de huurovereenkomst auto (pagina’s 1248 en 1249), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven: HUUROVEREENKOMST AUTO Partijen: [naam] Huurder [medeverdachte 1] Partijen komen hierbij het volgende overeen: Verhuurder verklaart te hebben verhuurd en in goede staat te hebben afgeleverd aan huurder, die verklaart te hebben gehuurd en in goede staat in ontvangst te hebben genomen van de verhuurder, de hieronder omschreven auto. Merk auto: Volkswagen Type auto: Golf Kenteken auto: [kenteken 7] 26-06-2020 tot nader te bepalen 22. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2020 (pagina’s 214 tot en met 220), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Aanleiding: Op 6 juli 2020 om 08.31 uur komt bij de meldkamer de melding binnen dat er een schietpartij heeft plaatsgevonden op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Er werden camerabeelden opgevraagd en verstrekt door de bewoners van de Wilhelminalaan [nummer] te Beuningen. Onderzoek zwarte VW Golf Teneinde de zwarte VW Golf op de beelden in Beuningen te kunnen vergelijken met de VW Golf met het kenteken [kenteken 7] werd deze gezocht en aangetroffen. Van de zwarte VW Golf werden foto's gemaakt. Bevindingen De camerabeelden bekeken van 4 juli 2020. Ik zie op de camerabeelden om 17:22:05 uur een donkerkleurige VW Golf in beeld komen, komende uit de richting van de rotonde Wilhelminalaan / Trajanussingel / Thujapark (in de richting van A73) en rijdt in de richting van de Van Heemstraweg te Beuningen. Op 4 juli 2020 omstreeks 17:37.19 uur komt de zwarte VW Golf weer in beeld en rijdt dan uit de richting van de Van Heemstraweg te Beuningen en rijdt in de richting van de rotonde Wilhelminalaan / Trajanussingel / Thujapark (in de richting van rijksweg A73) te Beuningen. Na vergelijking met de camerabeelden in Beuningen en foto's van genoemde VW Golf kon blijken van grote gelijkenis. Het betroffen soortgelijke types en de vormgeving van de 5spaaks licht metalen velgen komen overeen. De zwarte VW Golf rijdt kort voor de witte VW Transporter. Er zit ongeveer 5 seconden tussen beide voertuigen. Renault Megane 23. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Rotterdam, van 4 maart 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van getuige [getuige 15] : Ik ben met de andere auto uit Beuningen gegaan, de Megane, dat klopt ja. Ik ben ingestapt bij de begraafplaats. De Megane is eerst naar Winssen gegaan om de Transporter weg te zetten en daarna naar Zaandam. 24. Een geschrift, zijnde het ongetekende proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2020 (pagina 325), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Op 7 juli 2020 om 00:28 uur kregen wij het verzoek om te gaan naar Bergumermeer Zaandam gemeente Zaanstad. Aldaar zou een personenauto in brand staan. Ter plaatse zagen wij dat het een zwarte Renault Megane betrof voorzien van kenteken: [kenteken 2] . Nadat de brand was geblust hebben wij een onderzoek ingesteld. Wij zagen op de passagiersstoel een zwarte jerrycan liggen. Ik, verbalisant [verbalisant] , voelde dat de jerrycan leeg was. Ik rook de voor mij herkenbare lucht benzine uit de jerrycan komen. 25. Het ongedateerde proces-verbaal van bevindingen (pagina 477), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Op 7 juli 2020, 00.28 uur werd in Zaandam een brandend voertuig aangetroffen. Dit voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Uit onderzoek bleek dat de te naam gestelde [naam] was. Uit onderzoek bleek dat het voertuig voorzien was van valse kentekenplaten. Het kenteken dat is afgegeven voor dit voertuig moest zijn [kenteken 12] . Op 14 juli 2020 om 15.15 uur heb ik, verbalisant [verbalisant] , telefonisch contact gehad met [naam] . Op mijn vraag waar ze met haar auto is geweest van 30 juni 2020 tot en met 7 juli 2020 antwoorde ze het volgende: Mijn auto is in deze periode Hoorn niet uit geweest. 26. Een geschrift, zijnde het ongetekende proces-verbaal van aangifte van 5 juli 2020, inclusief de Bijlage goederen (pagina’s 326 tot en met 329), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [naam] : Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, gepleegd tussen 28 juni 2020 om 17:35 uur en 30 juni 2020 om 6 :45 uur te De Lier. In de bijlage goederen wordt het goed genoemd dat is weggenomen. Bijlage goederen Voertuig : Personenauto Merk/Type : Renault Megane Kleur : Zwart Kenteken : [kenteken 12] 27. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2020 (pagina’s 296 tot en met 303), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Op vordering van de officier van justitie zijn alle ANPR-registraties gevorderd van het kenteken [kenteken 2] en verkregen. Onderstaande registraties werden ontvangen: 1. 04-07-2020 21:36 A10 Re 29.2 Coentunnel(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt noordwaarts door de Coentunnel) 2. 05-07-2020 08:24 A15 Re 121.1 Deil Oost(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt in oostelijke richting naar knooppunt Valburg) 3. 05-07-2020 08:59 A2 Li 72.4 Vianen(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt noordwaarts richting Zaandam / Amsterdam) 4. 05-07-2020 10:14 A15 Re 121.1 Deil Oost(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt in oostelijke richting naar knooppunt Valburg) 5. 05-07-2020 13:14 A50 Re 164.3 Grijsoord Z(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt noordwaarts richting A12 / Arnhem) 6 . 05-07-2020 13:56 A12 Li 38. 6 Nieuwerbrug(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt in westelijke richting) 7. 06-07-2020 06:49 A15 Re 121.1 Deil Oost(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt in oostelijke richting naar knooppunt Valburg) 8. 06-07-2020 08:58 A15 Li 150, 6 Valburg West(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt in westelijke richting) 9. 06-07-2020 09:29 A2 Li 72.4 Vianen(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt noordwaarts) 10. 06-07-2020 10:03 A10 Re 29.2 Coentunnel(opmerking verbalisant: Het voertuig rijdt noordwaarts richting Zaandam / Amsterdam) 28. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2020 (pagina’s 304 tot en met 315), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Aanleiding: Op 6 juli 2020 om 08.31 uur komt bij de meldkamer de melding binnen dat er een schietpartij heeft plaatsgevonden op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Er werden camerabeelden opgevraagd en verstrekt bij een woning gelegen aan de Van Heemstraweg [nummer] te Beuningen. Bevindingen Door mij zijn de beelden bekeken van 06-07-2020. Ik zag dat om 07:29:46 uur een donkerkleurig personenauto in beeld komt. Deze auto lijkt op het model van de uitgebrande Renault Megane die in Zaanstad is aangetroffen. Opvallend aan deze auto zijn de bijzondere velgen. Op de auto die om 07:29:46 in beeld komt lijken deze velgen aanwezig. Deze zijn te herkennen aan de markante ronde gaten. Deze auto komt uit de richting van de Haagstraat en gaat in de richting van Weurt. Om 07:31:20 rijdt deze auto met dezelfde kenmerken komende uit de richting Weurt en gaat in de richting van de Haagstraat . Om 07:32:06 rijdt deze auto met dezelfde kenmerken komend uit de richting van de Haagstraat en gaat in de richting van Weurt. Om 07:33:22 rijdt deze auto met dezelfde kenmerken komende uit de richting Weurt en gaande richting Haagstraat . Ik zag dat om 07:55:54 uur een donkerkleurig personenauto met dezelfde kenmerken in beeld komt. Vervolgens is te zien dat deze auto rijdt tot de afslag naar de parkeerplaats bij de begraafplaats. Te zien is dat de remlichten van deze auto gaan branden. Vervolgens is te zien dat de auto naar rechts afslaat en de parkeerplaats van de begraafplaats oprijdt. Om 07:56:57. Nadat deze Renault daar de parkeerplaats is opgereden komt hij voor het eerst pas weer in beeld om 08:30:12. Om 08:29:54 komt een witte Volkswagen transporter voorbij rijden. Deze VW lijkt op de witte transporter die is gezien bij de plaats delict en waarin de verdachten zijn weggereden. Geheel rechts in beeld is een klein gedeelte zichtbaar alwaar de toerit naar de begraafplaats zichtbaar is. Voertuigen die vanaf de Van Heemstraweg rechtsaf slaan en de parkeerplaats van de begraafplaats op willen rijden maken gebruik van deze toerit. Op de camerabeelden valt op die plek geen onderscheid te maken tussen voertuigen. Om 8:29:59 is te zien hoe daar een voertuig rijdt. Om 08:30:12 komt een Renault Megane uit de richting van de begraafplaats en rijdt over de van Heemstraweg in de richting van de Haagstraat . 29. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2020 (pagina’s 127 tot en met 136), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: INLEIDING Op 6 juli 2020, tussen 08.25 en 08.30 uur, vond op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen een schietpartij plaats. De dader(
  19. s)zijn gevlucht in een witte Volkswagen Transporter voorzien van het valse kenteken [kenteken 3] . CAMERABEELDEN Op diverse locaties tussen de plaats delict in Beuningen, Ewijk en de aangetroffen VW Transporter in Winssen zijn in verband met een mogelijke aanrij- of vluchtroute camerabeelden gevorderd. BEUNINGEN Burgemeester Geradtslaan Bij onderzoek van camerabeelden locatie Burgemeester Geradtslaan [nummer] te Beuningen, bleek dat de witte VW Transporter daar op 6 juli 2020 om 08:29:42 uur voorbij reed, in de richting van de kruising met de Lindenstraat en de Haagstraat . Van Heemstraweg Bij onderzoek van camerabeelden locatie Restaurant ' [naam] ', Van Heemstraweg [nummer] te Beuningen, zag ik, dat op 6 juli 2020 om 08:32:23 uur op korte afstand voor deze witte VW Transporter, een zwarte Renault Megane Estate over de rotonde voorbij reed. TIJDMETING ONDERLINGE AFSTAND De tijd die deze VW Transporter nodig had, om de onderlinge afstand van de locatie Burgemeester Geradtslaan [nummer] naar de rotonde op de van Heemstraweg met de Wilhelminalaan in Beuningen te overbruggen, bedraagt exact 2 minuten en 41 seconden (08:29:42 tot 08:32:23 uur). Volgens Google maps bedraagt deze afstand, gezien de mogelijk gevolgde route via de Haagstraat richting rotonde met de van Heemstraweg tot op de rotonde met de Wilhelminalaan ongeveer 1,5 kilometer. Deze afstand is per auto normaliter in 2 minuten te overbruggen. Ik zag dat voorin deze zwarte Renault Megane twee personen zaten. Er was geen zicht op eventuele inzittenden achter in deze auto. Ik zag dat deze auto was voorzien van opvallende honinggraad lichtmetalen velgen, kleine achterdakspoiler en vaste zwarte trekhaak. Ik zag verder dat deze Renault Megane was voorzien van lichtkleurige deurgrepen, buitenspiegelkappen en dakrailing. Vervolgens zag ik dat op 6 juli 2020 om 08:32:26 uur, op korte afstand achter deze zwarte Renault, vermoedelijk dezelfde witte VW Transporter volgde en via de rotonde eveneens voorbij reed in de richting van Ewijk en Winssen. Voor in deze witte VW Transporter lijkt alleen een bestuurder te zitten. Er was geen goed zicht op eventuele inzittenden in de laadruimte. WINSSEN Komende vanuit de richting Beuningen-Ewijk loopt de van Heemstraweg onder de A50 door in de richting van Winssen. Notaris Stephanus Roesstraat Vervolgens zag ik, dat op 6 juli 2020 om 08:37:08 uur vermoedelijk dezelfde voertuigen, zijnde de zwarte Renault Megane, op korte afstand gevolgd door de witte VW Transporter, komende uit de richting van de van Heemstraweg op de rotonde de eerste afslag Winssen namen en hun weg vervolgden over de Notaris Stephanus Roesstraat in de richting van het centrum van Winssen. Ik zag dat voorin deze zwarte Renault Megane twee personen zaten. Er was geen goed zicht op het exacte aantal inzittenden. Ik zag dat voorin deze witte VW Transporter een persoon als bestuurder zat. Er was totaal geen zicht op eventuele inzittenden in de gesloten laadruimte. De witte VW Transporter is daarna niet meer op camerabeelden in Winssen te zien. Alex Willemsstraat Ik zag op de camerabeelden op locatie Alex Willemsstraat [nummer] te Winssen, dat op 6 juli 2020 om 08:40:19 uur, zeer vermoedelijk dezelfde zwarte Renault Megane met de opvallende velgen, voorbij komt rijden. Deze auto verdwijnt vervolgens in de richting van Alex Willemsstraat [nummer] te Winssen. Ik zag dat voorin deze zwarte Renault Megane twee personen zaten. Vervolgens zag ik op de camerabeelden van locatie Alex Willemsstraat [nummer] te Winssen, dat op 6 juli 2020 om 08:40:24 uur hoogst waarschijnlijk dezelfde zwarte Renault Megane voorbij komt rijden. Ik zag dat deze zwarte Renault Megane op de kruising met de Jan Libottéstraat en Hendrik de Haardtstraat , rechtsaf sloeg, in de richting van de Molenweg . Conclusie Op de camerabeelden van de Alex Willemsstraat in Winssen blijkt, dat het kenteken op de passerende Renault Megane zeer veel lijkt op dat van de aangetroffen gedeeltelijk uitgebrande zwarte Renault Megane, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Tevens zag ik, dat op zowel de aangetroffen gedeeltelijk uitgebrande zwarte Renault Megane als op de zwarte Renault Megane die op de camerabeelden in Winssen is vastgelegd, zeer opvallende honingraadvormige lichtmetalen velgen waren gemonteerd. 30. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 juli 2020 (pagina’s 147 tot en met 156), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Aanleiding: Op 6 juli 2020 om 08.31 uur komt bij de meldkamer de melding binnen dat er een schietpartij heeft plaatsgevonden op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Er werden onder andere camerabeelden opgevraagd en verstrekt bij Restaurant [naam] , van Heemstraweg [nummer] te Beuningen. In Ewijk werden beelden opgevraagd van [naam] van Heemstraweg [nummer] te Ewijk. Bevindingen Op de beelden afkomstig van het restaurant [naam] te Beuningen zag ik een donkere Renault Megane en een witte Volkswagen Transporter rijden. Op 6 juli 2020 om 08.35.11 uur en 08.35.18 uur komen beide voertuigen in beeld bij het bedrijf [naam] , Van Heemstraweg [nummer] te Ewijk, ongeveer 2.4 km verderop, gemeten vanaf restaurant [naam] . Vergelijking voertuigen De beelden van de VW Transporter komen sterk overeen met de in Winssen aangetroffen VW Transporter met het kenteken [kenteken 3] . Na vergelijking van foto's van de aangetroffen gedeeltelijk uitgebrande zwarte Renault Megane, voorzien van het kenteken [kenteken 2] en de camerabeelden veiliggesteld in Beuningen en Ewijk is het zeer aannemelijk dat deze uitgebrande Renault Megane op 6 juli 2020 in Beuningen is geregistreerd door beveiligingscamera's opgesteld in Beuningen en Ewijk. Overeenkomsten tussen Renault Megane op camera [naam] en aangetroffen Renault Megane uitgebrand te Zaandam: Kleur, merk en type, opvallende bijzondere velgen, trekhaak, grijze dakrails. Overeenkomsten tussen VW Transporter op camera [naam] en te Winssen achtergelaten VW Transporter: merk, type en kleur, raam in rechterzijdeur, aluminium velgen en trekhaak. 31. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2020 (pagina’s 257 tot en met 264), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Aanleiding: Op 6 juli 2020 om 08.31 uur komt bij de meldkamer de melding binnen dat er een schietpartij heeft plaatsgevonden op de Burgemeester Geradtslaan te Beuningen. Er werden camerabeelden opgevraagd en verstrekt bij het tankstation Shell aan de Schoenaker [nummer] te Beuningen. Bevindingen De camerabeelden bekeken vanaf 5 juli te 10:30 uur. Ik zie op de camerabeelden omstreeks 10:39.50 uur een donkerkleurige auto aan komen uit de richting van de rijksweg A73 en rijdt vervolgens de rotonde over. Ik zie om 10:41.03 uur dat het om de zwarte Renault Megane gaat. De velgen van de zwarte Renault Megane zijn bijzondere velgen. Ik zie op de camerabeelden omstreeks 10:41.06 uur dat de Megane doorrijdt de Schoenaker over in de richting van de Van Heemstraweg te Beuningen. Op de camerabeelden is niet te zien of de Renault Megane ook weer teruggereden is naar de rijksweg A73 vanuit Beuningen. 32. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2020 (pagina’s 265 tot en met 270), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Er zijn camerabeelden opgevraagd en verstrekt bij [naam] aan de Van Heemstraweg [nummer] te Beuningen. Tevens werden camerabeelden opgevraagd en verstrekt door Restaurant [naam] aan de Van Heemstraweg [nummer] te Beuningen Onderzoeksvraag: De Renault Megane is op 5 juli 2020 omstreeks 10:41 uur langs het Shell tankstation gevestigd aan de Schoenaker [nummer] te Beuningen gereden. Het doel van het bekijken van de camerabeelden is om de route bepalen welke de Renault Megane heeft gereden na het passeren van het Shell tankstation. Camerabeelden Van Heemstraweg [nummer] i.v.m. de Renault Megan Ik zie op de beelden dat de Renault Megane om 10.42.57 uur aankomt uit de richting van de kruising van Heemstraweg / Schoenaker , vervolgens rijdt deze de rotonde op om direct daarna, om 10.43.11 uur, weer terug te rijden naar de kruising van Heemstraweg / Schoenaker . Vervolgens komt de Renault Megane om 10.44.13 uur weer in beeld komende vanaf de kruising van Heemstraweg / Schoenaker . Camerabeelden Van Heemstraweg [nummer] en nogmaals camerabeelden Van Heemstraweg [nummer] i.v.m. de Renault Megane Ik zie op de beelden van Van Heemstraweg [nummer] om 12.49.40 uur de Renault Megane komen vanuit de richting van de kruising Haagstraat / Van Heemstraweg en vervolgens op de beelden van Van Heemstraweg [nummer] , om 12.49.53 uur gaande in de richting kruising Schoenaker / Van Heemstraweg . Camerabeelden Van Heemstraweg [nummer] i.v.m. de Volkswagen Transporter Op de beelden heb ik gezien dat op 5 juli om 11.21.44 uur een witte Volkswagen Transporter in beeld komt vanuit de Wilhelminalaan . Deze rijdt de rotonde op en rijdt vervolgens de Van Heemstraweg in. Om 11.22.13 uur rijdt de witte Volkswagen Transporter weer over de Van Heemstraweg en slaat op de rotonde rechts af de Wilhelminalaan in. Deze witte VW heeft dezelfde kenmerken als de witte Volkswagen Transporter welke in ons onderzoek voorkomt. Diefstal Renault Megane en aflevering op Fokkezeil 33. Het proces-verbaal van 18 januari 2021 (pagina’s 1295 tot en met 1300), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: IMEI nummer [IMEI nummer 5] is een Apple iPhone X. Periode historische gegevens Historische gegevens zijn opgevraagd van 20-06-2020 tot en met 20-12-2020. Door provider KPN zijn de gegevens verstrekt van 23-06-2020 tot en met 10122020. Gebruikt telefoonnummer In de telefoon met IMEI nummer [IMEI nummer 5] is gedurende de periode dat er historische gegevens beschikbaar zijn, één telefoonnummer gebruikt:  [telefoonnummer 3] Telefoonnummer [telefoonnummer 3] betreft een telefoonnummer op naam van [naam] Dit betreft volgens GBA [naam] , wonende Neherkade [nummer] , 'sGravenhage. Nacht van 28-06-2020 op 29-06-2020 In de nacht van 28-06 op 29-06-2020 is onder andere de volgende registratie aanwezig in de historische gegevens van IMEI nummer [IMEI nummer 5] : Startdatum Starttijd Telefoonnummer Plaats 29-06-2020 03:17:12 [telefoonnummer 3] De Lier Zaterdag 04-07-2020 Op 04-07-2020 is er aan de hand van de door IMEI nummer [IMEI nummer 5] gebruikte zendmasten een reisbeweging. De registraties staan hieronder vermeld: Startdatum Starttijd Telefoonnummer Plaats 04-07-2020 21:42:47 [telefoonnummer 3] Amsterdam 04-07-2020 22:07:13 [telefoonnummer 3] Halfweg 04-07-2020 22:14:19 [telefoonnummer 3] Hoofddorp 04-07-2020 22:59:15 [telefoonnummer 3] ‘s-Gravenhage De gegevens van de gebruikte zendmast om 21 :42 uur zijn als volgt Cel-ID = 005970207 Locatie = IJDOORNLAAN THV OOSTERLENGTE 0 AMSTERDAM De snelweg A10 valt voor een gedeelte in de zendrichting van KPN zendmast 5970207 aan de IJdoornlaan in Amsterdam. Vanaf de ANPR A10 Coentunnel tot het gedeelte van de A10 dat in de zendrichting van KPN mast 5970207 aan de IJdoornlaan valt is volgens Google Maps ongeveer 10,5 kilometer en 7-9 minuten rijden met een personenauto. Het gebruik van KPN mast 5970207 aan de IJdoornlaan om 21:42:47 uur is 6 minuten en 38 seconden later dan de ANPR registratie van de Renault Megane met (vals) kenteken [kenteken 2] . 34. Een geschrift, zijnde het ongetekende proces-verbaal van 9 februari 2021 (pagina’s 657 tot en met 662), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Van [naam] is binnen politiesystemen het telefoonnummer [telefoonnummer 4] bekend. Telefoonnummer [telefoonnummer 4] staat bij het Ciot op naam van [naam] Nacht van 28-06-2020 op 29-06-2020 De registraties op 29-06-2020 van telefoonnummer [telefoonnummer 4] in de historische mastgegevens staan hieronder verkort in een tabel vermeld: Startdatum Starttijd Telefoonnummer Plaats 29-06-2020 03:41:15 [telefoonnummer 4] De Lier 29-06-2020 03:44:02 [telefoonnummer 4] De Lier De gegevens van de gebruikte zendmasten op 29-06-2020 om 03:41 en 03:44 uur zijn als volgt. Cel-ID = 006991648 Locatie = VEILINGWEG 26 DE LIER Cel-ID = 627018556 Locatie = VEILINGWEG 26 DE LIER De plaats delict van de diefstal van de Renault Megane met (vals) kenteken [kenteken 2] ligt in de zendrichting van de genoemde zendmasten aan de Veilingweg 26 in de Lier. De afstand van de plaats delict tot de zendmasten is ongeveer 780 meter (hemelsbreed). 35. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2020 (pagina’s 522 tot en met 556), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: In beslagname mobiele telefoons Op 6 -7-2020 werd aangehouden:  [naam] . Er werd een zwarte Samsung inbeslaggenomen. De data uit de zwarte telefoon werd onderzocht. De aangetroffen mogelijk relevante gegevens uit de uitgelezen data van de GSM worden hieronder weergegeven. Device user: [naam] Images met betrekking tot Volkswagen Transporter [kenteken 10] : Type: images Path: nl.snapcar.app Created: 27-05-2020 12:01:51 Images met betrekking tot Renault Megane [kenteken 12] : Type: images Created: 29- 6 -2020 11:36:31 Type: images Created: 29- 6 -2020 11:36:31 Type: images Created: 29- 6 -2020 13:57:05 Type: images Created: 29- 6 -2020 13:57:06 Type: images Created: 29- 6 -2020 13:57:05 36. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 juni 2020 (pagina’s 8756 tot en met 8860), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: 8. Vault toestel [accountnaam 8] De gebruiker van het account [accountnaam 8] heeft 22 bestanden opgeslagen in de zogenoemde Vault (kluis) op de bij zijn account behorende Apple Phone 8. Het betreft onder andere het volgende Vault-bestand: Datum Tijd Bestandsnaam Soort bestand Bijlage 04-07-2020 16:26:24 [bestandsnaam] image A22 Bestand A22 betreft een foto van de in de Lier gestolen Renault Megane. 8.5. Vault Afbeelding Renault Megane [kenteken 12] Op de GSM van [naam] werden vijf foto's van de gestolen Renault Megane met het originele kenteken [kenteken 12] aangetroffen. Deze vijf foto's werden op 29 juni 2020 op de GSM opgeslagen. Eén van deze foto's, welke op 29 juni 2020 omstreeks 13:57 uur werd opgeslagen, vertoond sterke overeenkomst met de foto welke door de [accountnaam 8] in de Vault werd opgeslagen. 37. Het proces-verbaal van bevindingen van 16 november 2020 (pagina’s 10248 tot en met 10273), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: 3.4. Berichten [accountnaam 15] – [accountnaam 8] Op 4 juli 2020 wisselt [accountnaam 15] berichten uit met [accountnaam 8] . [accountnaam 15] zendt om 16:23 uur twee foto's naar [accountnaam 8] . Dit betreft foto's van de zwarte Renault Megane, nog voorzien van het originele kenteken [kenteken 12] . De 2e foto ( [bestandsnaam] ) werd ook in de Vault van het bij de [accountnaam 8] behorende toestel aangetroffen. De volgende berichten worden uitgewisseld: Datum Tijd Zender Bericht 04-07-2020 16:16:57 [accountnaam 15] Paar min krijg je fototje van me 04-07-2020 16:23:00 [accountnaam 15] [bestandsnaam] 04-07-2020 16:23:00 [accountnaam 15] [bestandsnaam] 04-07-2020 16:23:27 [accountnaam 15] 6bak 260pk stage 2. Getuned. 04-07-2020 16:32:52 [accountnaam 15] Waar moet die pap gehaald worden bij waar we laatst waren? 04-07-2020 21:07:02 [accountnaam 15] Als ze daar zijn 04-07-2020 21:09:02 [accountnaam 15] Die 1 set locatie wat je me gaf daar zijn ze naartoe vertrokken . Ik heb nu net andere locatie doorgegeven die jongen zegt ik geef het door aan die chauffeur maar die is al onderweg naar die lste locatie. Zit iemand tussen ik heb geen contact met die chauffeur bro. 04-07-2020 22:06:37 [accountnaam 15] [bestandsnaam] Tekst in afbeelding: Nummer 1-13 rechts achter zit de sleutel links kon niet 22:03 Staat er al krijg net door 22:04 04-07-2020 23:02:56 [accountnaam 15] [bestandsnaam] Tekst in afbeelding: IK Dit is vanuit de auto gemaakt? SAUSS SAUSJES Weet niet? Dat vroeg ik dus ook IK Want die auto staat hier niet op 04-07-2020 23:02:57 [accountnaam 15] [bestandsnaam] 04-07-2020 23:03:08 [accountnaam 15] [bestandsnaam] 04-07-2020 23:07:52 [accountnaam 15] Ik wacht op antwoord 04-07-2020 23:09:07 [accountnaam 15] Dit kan niet man dit zijn geen foto's 04-07-2020 23:09:15 [accountnaam 15] Oké sterk 38. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2021 (pagina’s 654 tot en met 656), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Op 04-07-2020 om 21:36:09 uur wordt de Renault Megane met (vals) kenteken [kenteken 2] , rijdend in de noordelijke richting geregistreerd door de ANPR A10 in de Coentunnel. Ik zag op het aangeleverde bestand met historische ANPR gegevens dat het eerstvolgende voertuig dat achter de Renault Megane door de ANPR camera bij de A10 Coentunnel rijdt op 4 juli 2020 om 21.36 uur een voertuig betreft voorzien van het kenteken: [kenteken 13] . Ik zag dat het kenteken behoorde bij een: Renault Clio zwart uit 2017 en dat het voertuig sinds 10-06-2020 op naam stond van: [naam] . Ik zag in de politiesystemen dat op 15 januari 2021 bestuurder van de Renault Clio voorzien van kenteken [kenteken 13] [naam] betrof. Hij is blijkens gegevens uit de gemeentelijke basis administratie de zoon van [naam] , zijnde de tenaamgestelde van de Renault Clio. 39. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2021 (pagina’s 1301 tot en met 1304), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: In de Samsung S9 van [naam] is een filmpje aangetroffen waarin te zien is dat er in een Renault wordt gereden. In het filmpje is te zien dat door de bijrijder wordt gefilmd. Eerst de zijkant van een flatwoning en vervolgens een grote parkeerplaats. Ik zag dat de streetview foto's van de flat en parkeerplaats aan de Fokkezeil in Amsterdam exact overeenkomen zoals te zien is in het filmpje. Geconcludeerd kan worden dat het filmpje op de Fokkezeil is opgenomen. 40. Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2021 (pagina’s 1309 tot en met 1312), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisant: Fokkezeil / zendmast IJdoornlaan in Amsterdam De parkeerplaats aan de Fokkezeil in Amsterdam ligt in de zendrichting van zendmast KPN zendmast 5970207 aan de IJdoornlaan in Amsterdam en is ongeveer 535 meter (hemelsbreed) verwijderd van de zendmast. Andere gebruikers zendmast IJdoornlaan Telefoonnummer [telefoonnummer 5] Startdatum Starttijd Telefoonnummer Straat Plaats 04-07-2020 23:02:23 [telefoonnummer 5] IJdoornlaan Amsterdam 41. Een geschrift, een overzicht van de historische verkeersgegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 5] (pagina’s 3129 tot en met 3135), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven: Richting Dienst Startdatum Starttijd Telefoon A Telefoon B uitgaand gesprek 04-07-2020 23:02:23 [telefoonnummer 5] [telefoonnummer 6] 42. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2021 (pagina’s 650 tot en met 653), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten: Ik, verbalisant [verbalisant] , heb op 17 december 2020 een uitgelezen mobiele telefoon onderzocht. Deze telefoon werd op 6 juli 2020 in beslag genomen bij de aanhouding van [verdachte] . Tijdens het onderzoek zag ik in het onderdeel 'Searched Items' dat er op 4 juli 2020 om 23:01 uur in Apple Maps gezocht is naar " Fokkezeil Amsterdam" 43. Een geschrift, zijnde de weergave van een tap-gesprek van 4 juli 2020 (pagina 3617 en 3618), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven: Beller: [telefoonnummer 6] Datum: 04-07-2020 23:05:37 Gebelde: [telefoonnummer 5] Locatie gebelde: IJDOORNLAAN THV OOSTERLENGTE 0 AMSTERDAM [medeverdachte 1] (
  20. sh)wordt gebeld door NNv Samenvattend: NNv geeft aan het niet te kunnen smsen. [medeverdachte 1] is op de achtergrond druk aan het communiceren. NNm : ja wacht even ... ( NNman zegt tegen een NNman2 op de achtergrond. NNm : parkeer de auto even, ik wacht wel, waar heb je allemaal gelopen? NNm2 : ... parkeer ... ) NNm : Kijk het hier dan! Kijk het hier! Je bent echt dood man (saai/dom) Kijk die klote auto is hier! Jullie kijken niet goed. Laten we de sleutel nemen en laten we weg gaan, tijdnood man! (opschieten) NNm : Ja geef me het. NNm : Hé [bijnaam voor medeverdachte 7] ! Schrijf even een nummer voor me. 3? 44. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 april 2024 (pagina’s 12799 tot en met 12810), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [medeverdachte 7] : V: vraag A: antwoord verdachte O: opmerking verbalisant V: Is [bijnaam voor medeverdachte 7] jouw bijnaam? A. Dat is mijn bijnaam. V: Door wie word jij [bijnaam voor medeverdachte 7] genoemd? A: Door iedereen buiten, vrienden en mijn familie. O: Medeverdachte [medeverdachte 1] werd in juli 2020 getapt. Tijdens een opgenomen telefoongesprek werd door [medeverdachte 1] onder andere gezegd. Hé [bijnaam voor medeverdachte 7] ! Schrijf even een nummer voor me 3? V: Wie bedoelde [medeverdachte

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.