← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:4308

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003598-24 Uitspraak d.d.: 11 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 8 december 2022 met parketnummer 16-168337-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedatum] 1982, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, maar met als ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven [adres] , [postcode] te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 juni 2025. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van hetgeen hem ten laste is gelegd tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.G.M. Dassen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft verdachte bij het vonnis waarvan beroep veroordeeld ten aanzien van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 26 oktober 2021, te [plaats] , [gemeente] , en/of te [plaats] , in elk geval in Nederland, (van) een of meerdere geldbedrag(

  1. en)(van in totaal € 14.194,00), althans een of meer voorwerpen Sub a - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(
  2. n)op dat /die voorwerp(
  3. en)was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(
  4. en)voorhanden had(den) Sub b - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(
  5. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit in de vorm van schuldheling, nu uit verdachtes verklaring en het dossier blijkt dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door hem ontvangen geld uit enig misdrijf afkomstig was. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich namens verdachte primair op het standpunt gesteld dat hij van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken nu gezien verdachtes verklaring en de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat het door hem ontvangen geld uit enig misdrijf afkomstig was. Oordeel van het hof Door het hof gebezigde bewijsmiddelen 1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 27 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik had € 700,00 nodig voor het betalen van mijn huur. Daarom ging ik naar een vriend van mij. Deze vriend heet [naam] . Ik weet zijn achternaam niet. Ik vroeg [naam] of ik het geld van hem kon lenen. [naam] zei dat hij op dat moment nog geen geld had, maar dat hij mij zou bellen zodra hij dit wel had. Ook vroeg hij mij om mijn bankrekeningnummer. Hij zei dat dit nodig was zodat hij het geld naar mij kon overmaken zodra hij het had. Zelf had hij echter geen bankrekening. Hij belde mij later en vertelde mij dat ik in mijn internetbankierenapp moest kijken. Toen zag ik dat hij veel meer geld had overgemaakt dan de € 700,00 die ik zou lenen. Dit geld was overgemaakt vanaf de rekening van iemand die ik niet kende. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hij zei dat hij mij zou komen ophalen met de auto. Toen hij eraan kwam, vroeg ik hem weer wat er was gebeurd en hoe hij aan het geld kwam. Dit deed ik omdat ik al eens meegemaakt heb dat ik werd beschuldigd van fraude. Dit wilde ik niet weer. [naam] zei dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat het geld van hem was. Daarna heeft hij mij meegenomen naar een pinautomaat. Hij heeft mij bij de pinautomaat contant eerst de € 700,00 gegeven die ik van hem zou lenen. Dit had hij toen al apart in zijn broekzak zitten. Daarna zei hij dat ik een deel van het geld dat naar mij was overgemaakt, moest pinnen. Dat heb ik in delen gedaan. Al het geld dat ik gepind heb, is naar [naam] gegaan. De rest van het geld moest ik voor hem investeren in Bitcoins. Ook dat heb ik gedaan. Het kan zijn dat dit via een bedrijf genaamd [bedrijf] is gegaan, dat weet ik niet meer. Alle bankhandelingen met mijn bankrekening die dag heb ik zelf uitgevoerd. Wanneer hierna naar paginanummers wordt verwezen, worden hiermee, tenzij anders aangegeven, bedoeld paginanummers van een in wettelijke vorm, door de daartoe bevoegde ambtenaren, opgemaakt proces-verbaal uit het politiedossier met nummer PL0900-2022066405 van Politie Midden-Nederland, op ambtsbelofte opgemaakt en afgesloten door [verbalisant] , hoofdagent bij Politie-eenheid Midden-Nederland, op 20 juni 2022. 2. Het proces-verbaal van aangifte van 2 november 2021, opgenomen op pagina’s 1 en 2 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster, zakelijk weergegeven: Ik doe aangifte van oplichting. Op dinsdagavond 26 oktober 2021 om 18.30 uur werd ik gebeld op mijn vaste telefoonnummer. Degene die mij belde was een dame. De dame die belde sprak keurig Nederlands. Ik hoorde dat de dame zei dat ik was verzekerd voor € 500,00 en dat ik dit bedrag zou moeten verhogen. Ik was volgens haar te laag verzekerd. Ik hoorde dat ik geld moest overmaken naar ene [verdachte] (het hof begrijpt [verdachte] ) met IBAN nummer [bankrekeningnummer] op naam van [verdachte] . Ik heb driemaal bedragen overgemaakt van mijn privé rekening met IBAN nummer [bankrekeningnummer] .Ik hoorde dat ik eerst € 4869,00 met de omschrijving ‘Document 136’ moest overmaken. Ten tweede € 4693,00 met de omschrijving ‘Document 116’. De laatste overboeking was € 4632,00 met de omschrijving ‘Document 115r8’. Al deze drie bedragen heb ik moeten overmaken naar [verdachte] met IBAN nummer [bankrekeningnummer] . In totaal heb ik € 14.194,00 overgemaakt. 3. Een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van bankgegevens van de [bank] van 9 november 2021, opgenomen op pagina 9 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Productkenmerken Soort product Betaalrekening IBAN [bankrekeningnummer] Contractpartij [bank] Status Geblokkeerd op 1-11-2021 Rekeninghouder(
  6. s)natuurlijk persoon [verdachte] ( [geboortedatum] -1982) [voornaam] [achternaam] [geboortedatum] -1982 [adres] , [postcode] te [woonplaats] 4. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 juli 2022, opgenomen op pagina’s 30 en 31 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven: De aangeleverde vordering betrof de volgende bruikbare informatie:Genoemde bankrekeningen staan op naam van [verdachte] . Er zijn geen gemachtigden bekend op deze rekening(en). Uitgegeven passen ( [bankrekeningnummer] ) [pasnummer] [volgnummer] Actief/Inactief: Actief Geldig tot: 2025-11 Datum aanvraag: 2020-11-09 Tenaamgestelde: [verdachte] Uit het rekening overzicht kwam de volgende informatie: Op 26 oktober 2021 om 17:58 uur een storting van € 4.869,00 vanuit rekening [bankrekeningnummer] op naam van [naam] en/of [naam] met omschrijving: Document 136. Op 26 oktober 2021 om 18:09 uur een een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:10 uur een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:12 uur een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:18 uur een storting van € 4.693,00 vanuit rekening [bankrekeningnummer] op naam van [naam] en/of [naam 3] met omschrijving: Document 116. Op 26 oktober 2021 om 18:31 uur een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:32 uur een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:33 uur een storting van € 4.632,00 vanuit rekening [bankrekeningnummer] op naam van [naam] en of [naam] met omschrijving: Document 115r8. Op 26 oktober 2021 om 18:33 uur een afname van € 800,00 bij Geldmaat [adres] [plaats] met gebruik van pasnr. [nummer] . Op 26 oktober 2021 om 18:46 uur een afschrift van 2.000,00 euro naar rekening [bankrekeningnummer] op naam van [bedrijf] via Pay nl met omschrijving: [omschrijving 1] met gebruik van pasnr. [nummer] Op 26 oktober 2021 om 18:54 uur een afschrift van 2.000,00 euro naar rekening [bankrekeningnummer] op naam van [bedrijf] via Pay nl met omschrijving: [omschrijving 2] met gebruik van pasnr. [nummer] Op 26 oktober 2021 om 18:57 uur een afschrift van 2.000,00 euro naar rekening[bankrekeningnummer] op naam van [bedrijf] . via Pay nl met omschrijving: [omschrijving 3] met gebruik van pasnr. [nummer] . Bewijsoverweging Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weerlegd door de hierboven opgenomen en uitgewerkte bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder op de navolgende wijze. Uit de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster slachtoffer is geworden van helpdeskfraude. In de veronderstelling dat zij dit moest doen voor haar verzekering, maakte zij verschillende geldbedragen over, van in totaal € 14.194,00, naar de bankrekening van verdachte. Derhalve stelt het hof op basis van de bewijsmiddelen vast dat de geldbedragen van in totaal € 14.194,00 afkomstig waren uit enig misdrijf. De vraag die het hof vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte wist dat de geldbedragen die op zijn bankrekening terechtkwamen uit enig misdrijf afkomstig waren. Hierbij stelt het hof voorop dat voor de vaststelling of dit het geval is geweest voldoende is dat komt vast te staan dat verdachte hier voorwaardelijk opzet op heeft gehad. Hiervan is sprake als verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de ontvangen geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf. In dit kader acht het hof van belang dat verdachte heeft verklaard dat hij op zeker moment een geldbedrag van € 700,00 nodig had voor zijn huur. Dit geldbedrag mocht hij naar zijn zeggen lenen van zijn vriend [naam] , maar deze had hem verteld, zo blijkt uit verdachtes verklaring, dat hij het geld op dat moment nog niet had. [naam] , die verdachte ook had verteld zelf geen bankrekening te hebben, zou het geldbedrag naar verdachte overmaken zodra hij over het geldbedrag zou beschikken. Hierbij heeft verdachte kennelijk niet gevraagd hoe of via wiens bankrekening [naam] het geld dan van plan was over te maken. Desondanks heeft verdachte zijn bankrekeningnummer aan [naam] gegeven. Op 26 oktober 2021 om 17:58 uur wordt er vervolgens niet een bedrag van € 700,00, maar een beduidend hoger bedrag van € 4.869,00 overgemaakt naar verdachtes bankrekening. Verdachte heeft dit gezien, alsmede dat het overmaken is gebeurd vanaf een bankrekeningnummer op naam van iemand die verdachte niet kende of zou kunnen linken aan [naam] . Nadat dit bedrag is overgemaakt, belt verdachte [naam] en maakt zijn zorgen omtrent het grote bedrag telefonisch aan hem kenbaar. Daarna wordt hij door [naam] met de auto opgehaald. Omdat verdachte het overgemaakte bedrag opvallend vindt, vraagt hij [naam] nogmaals, dit keer in persoon, waar het geld vandaan komt. [naam] vertelt hem dat het zijn eigen geld is. Ondanks het feit dat [naam] eerst geen geld had en later over een fors geldbedrag blijkt te beschikken, gaat verdachte door met het door [naam] voorgestelde plan om het geld te pinnen. Vervolgens gaan zij samen naar een pinautomaat. Aldaar krijgt verdachte, nog voordat er iets is gedaan met het gestorte geldbedrag van € 4.869,00, de € 700,00 die hij zou lenen contant van [naam] , die dit geld uit zijn broekzak haalt. Dit is opvallend aangezien [naam] verdachte, blijkens verdachtes verklaring, aanvankelijk had verteld dat hij het geld nog niet had en dit later naar verdachte zou overmaken. Op dit moment is dan ook de reden voor het storten van het geld op verdachtes rekening, namelijk het lenen van de € 700,00, komen te vervallen. Immers verdachte heeft het geldbedrag dat hij wilde lenen, contant ontvangen van [naam] . Op dit moment had verdachte het op zijn rekening gestorte geldbedrag van € 4.869,00 terug kunnen storten. Dit is echter niet gebeurd nu [naam] verdachte vroeg om het overgemaakte geldbedrag te pinnen en verdachte hieraan gehoor heeft gegeven. Door hem is zes maal een bedrag van € 800,00 gepind, hetgeen in totaal € 4.800,00 oplevert. Op dat moment zou de bankrekening van verdachte leeg moeten zijn, althans zou er, op € 69,00 euro na, geen geld meer over moeten zijn van het bedrag van € 4.869,00 dat aanvankelijk was gestort op zijn rekening. In de tussentijd worden echter nog twee bedragen, één van € 4.693,00 en één van € 4.632,00, overgemaakt naar de bankrekening van verdachte. Dit heeft verdachte moeten weten, aangezien hij, nadat hij het aanvankelijk overgemaakte bedrag van € 4.869,00 vrijwel helemaal van zijn bankrekening had gepind, nog driemaal een bedrag van € 2.000,00 heeft overgemaakt naar [bedrijf] ., naar zeggen van verdachte om het geld te investeren in Bitcoins, over welk geld hij dus op dat moment kennelijk beschikte op zijn bankrekening. Verdachte heeft, kortom, terwijl hij al voor de eerste transactie gealarmeerd was, gedurende de transacties steeds meer geld op zijn rekening zien verschijnen. Onder deze omstandigheden, waaronder het feit dat verdachte, die zich bovendien naar zijn eigen zeggen al eens eerder in een soortgelijke situatie had bevonden waarbij hij zich moest verantwoorden voor de herkomst van door hem van anderen ontvangen gelden, alle alarmbellen heeft genegeerd en de ontvangen geldbedragen alsnog heeft gepind, overhandigd en/of overgeboekt, zonder zich ervan te vergewissen dat de herkomst van het ontvangen geld legaal was, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door hem ontvangen geld afkomstig was uit enig misdrijf. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het ten laste gelegde witwassen wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten overvloede merkt het hof op dat, anders dan door de advocaat-generaal aangenomen en los van de vraag of de tenlastelegging, die met name toegespitst lijkt te zijn op witwassen, mede het strafbare feit heling behelst, geen schuldbestanddeel, maar slechts een opzetbestanddeel ten laste is gelegd. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 26 oktober 2021, te [plaats] , geldbedragen (van in totaal € 14.194,00) voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, terwijl hij, verdachte, wist dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: witwassen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het navolgende in ogenschouw genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van geldbedragen van in totaal € 14.194,00 dat door (een) ander(
  7. en)van aangeefster afhandig was gemaakt door middel van helpdeskfraude. Door zijn handelen heeft verdachte eraan bijgedragen dat de door de oplichting ontvangen opbrengsten aan het zicht werden onttrokken, niet meer terug konden worden gekregen door aangeefster en dat daaraan een schijnbaar legale herkomst werd gegeven. Hiermee heeft hij eveneens bijgedragen aan het schaden van de legale economie en de ontwrichting van de integriteit van het financieel economische verkeer en de openbare orde. Voor zijn handelen en de gevolgen daarvan heeft hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen. Het hof weegt bij de strafoplegging in strafverzwarende zin mee dat uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 mei 2025 van verdachte blijkt dat hij in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het hof heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf en de strafmodaliteit ook de persoonlijke omstandigheden van verdachte meegewogen, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep van 27 juni 2025 naar voren zijn gebracht. Verdachte heeft verklaard dat het goed met hem gaat. Hij heeft een baan in de vleesverwerking waarbij hij machines bedient. In dit kader wordt hij momenteel opgeleid tot operator. Verdachte heeft schulden, maar weet niet om welk bedrag het precies zou gaan. Verdachte is momenteel niet in Nederland ingeschreven maar verblijft hier feitelijk wel. Hij woont namelijk bij zijn vriendin waarmee hij al langere tijd samen is en waarmee hij ook kinderen heeft. Eén van hun kinderen heeft ernstige gezondheidsproblemen, wat emotioneel en financieel zwaar is voor verdachte en zijn vriendin. Gelet op het hiervoor overwogene, alsmede op de ouderdom van het feit, is het hof van oordeel dat, conform het subsidiaire standpunt van de raadsman, passend en geboden is de oplegging van een taakstraf van 100 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis, in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van drie jaren. Deze voorwaardelijke straf zal als stok achter de deur dienen om verdachte er in de toekomst van te weerhouden wederom (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis. Aldus gewezen door mr. P.S. Bakker, voorzitter, mr. M.C. Fuhler en mr. T.H. Bosma, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Bita, griffier, en op 11 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.