← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:4606

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.354.787 zaaknummer rechtbank Overijssel 328701 beschikking van 24 juli 2025 over de uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] in de zaak van [verzoekster] (de moeder) die woont in [woonplaats1] advocaat: mr. W. Geersen-Janssen en de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel (de GI) die is gevestigd in Hengelo en [de vader] (de vader) die woont in [woonplaats2] 1Samenvatting De kinderrechter in de rechtbank Overijsel, locatie Almelo, heeft [de minderjarige1] en [de minderjarige2] uit huis geplaatst tot 18 maart

  1. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. 2De feiten 2.
  2. De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . [de minderjarige1] is [in] 2012 geboren en [de minderjarige2] is [in] 2014 geboren. 2.
  3. De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. 2.
  4. De kinderen staan sinds 18 maart 2021 onder toezicht van de GI. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder. De kinderen verbleven vervolgens, op basis van een machtiging uithuisplaatsing bij oma vaderszijde en daarna bij de groep [naam1] in [plaats1] . Daar verblijven de kinderen nog steeds. 3De procedure bij de kinderrechter 3.
  5. De GI heeft de kinderrechter verzocht de kinderen uit huis te mogen plaatsen naar [naam1] in [plaats1] . 3.
  6. De kinderrechter heeft op 17 februari 2025 het verzoek van de GI toegewezen en de GI gemachtigd om de kinderen uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder ( [naam1] [plaats1] ) voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 18 maart
  7. 3.
  8. Die beslissing is gegeven bij de mondelinge uitspraak van de kinderrechter op 17 februari 2025 en de schriftelijke uitwerking van de beschikking is vastgesteld op 3 maart
  9. 4De procedure bij het hof 4.
  10. De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt en dat het hof beslist dat de kinderen per direct bij haar moeten worden teruggeplaatst. 4.
  11. De GI wil dat de beslissing in stand blijft. 4.
  12. De vader is het eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij wil ook dat het hof de beslissing van de kinderrechter in stand laat. Dat heeft hij op de zitting gezegd. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.
  13. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift het verweerschrift van de GI de stukken van de moeder ingediend op 24 juni
  14. 4.
  15. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben op 23 juni 2025 afzonderlijk van elkaar gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van de uithuisplaatsing. 4.
  16. De zitting bij het hof was op 26 juni
  17. Aanwezig waren: de moeder met haar advocaat twee vertegenwoordigers van de GI de vader. 5Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.
  18. De kinderrechter kan een machtiging geven de kinderen uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen of voor onderzoek van de kinderen. De rechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoeken. Hoe oordeelt het hof? 5.
  19. De machtiging voor de uithuisplaatsing van de kinderen loopt tot 18 maart
  20. 5.
  21. De machtiging aan de GI is terecht gegeven, omdat de kinderen nog niet thuis kunnen wonen. De beslissing van de kinderrechter zal in stand blijven. Het hof neemt de beoordeling van de rechtbank in de bestreden beschikking na eigen onderzoek over. Het hof voegt het volgende toe. 5.4 Uit de stukken en wat op de zitting is gezegd, is duidelijk dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Dit komt doordat zij opgroeien in een opvoedsituatie die onvoldoende rustig, veilig en stabiel is. Vanuit de hulpverlening bestaan serieuze vermoedens dat de moeder moeite heeft met het onderscheiden van haar eigen belevingswereld van de realiteit. Zij lijkt haar persoonlijke pijn, verdriet en problematiek te projecteren op de kinderen, hetgeen een zware emotionele belasting voor hen vormt. Er is onvoldoende duidelijkheid over de opvoedvaardigheden van de moeder en er zijn ernstige zorgen over de emotionele veiligheid van de kinderen in de thuissituatie. De kinderen laten zorgelijke signalen zien, waaronder gesloten gedrag. Zij zijn erg afhankelijk van de moeder en hun moeder is de enige persoon die zij vertrouwen. Bij beide kinderen is daarnaast sprake (geweest) van veelvuldig schoolverzuim, sociale isolatie en sociaal onhandig gedrag. Het lukte de moeder daarnaast niet om de kinderen contact te laten hebben met de vader en zijn familie omdat bij haar de emotionele toestemming daarvoor ontbreekt. De kinderen hadden de vader daardoor sinds 2022 niet gezien. 5.5 Binnen zowel het vrijwillig als het gedwongen kader zijn verschillende hulpverleningstrajecten gestart, die allemaal negatief zijn afgesloten. De GI ziet een patroon waarbij de moeder meerdere samenwerkingen met hulpverleningsinstanties heeft verbroken. Daardoor bestaat nog steeds onvoldoende zicht op [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en hun thuissituatie. Ook is het niet gelukt om de huidige patronen tussen de moeder en de kinderen te doorbreken. De hulpverlening heeft de moeder meerdere keren geadviseerd om hulp voor zichzelf in te schakelen om zo te werken aan haar emotieregulatie, traumaklachten en te leren hoe zij beter bij de kinderen kan aansluiten. Die hulpverlening heeft de moeder tot nu toe niet ingeschakeld. Zij ontkent dat bij haar sprake is van psychische problemen en zegt dat zij geen hulp nodig heeft en dat de huisarts dit ook zou vinden. Sinds de uithuisplaatsing zijn de zorgen van de GI en andere hulpverleners over het (psychisch) welbevinden verder toegenomen, mede omdat de moeder nog steeds geen hulp voor zichzelf heeft ingeschakeld. Na een incident op de groep mag de moeder niet meer langskomen om de kamers van de jongens schoon te maken. Tot op heden heeft de moeder niet willen tekenen voor een aanmelding voor een gezinsopname in [plaats2] , waardoor veel, voor de jongens kostbare tijd, verloren is gegaan. De GI twijfelt daardoor of dit nog wel een passend traject is. De GI wil nog steeds aan thuisplaatsing werken, maar daarvoor is noodzakelijk dat de moeder eerst zelf hulpverlening aangaat en positief afrondt. Pas dan komt een eventuele gezinsopname in [plaats2] of terugplaatsing van de kinderen in beeld. De door de moeder genoemde alternatieve vormen van hulpverlening aan het gezin zijn onvoldoende passend. Daar komt nog bij dat de moeder bij de mondelinge behandeling heeft verteld dat de jongens eerst naar huis moeten komen en dat dan de hulpverlening vanuit de thuissituatie wordt ingezet. Er is echter al veel hulp in de thuissituatie ingezet maar deze had onvoldoende positief resultaat. Daarnaast belast de moeder de kinderen nog steeds met volwassenenproblematiek en haar eigen kijk op de wereld waardoor de omgangsmomenten op [naam1] [plaats1] begeleid moeten worden. Dit blijkt ook uit recente omgangsverslag van [naam1] van 30 mei
  22. Met de jongens gaat het na een gewenningsperiode inmiddels beter op de groep. [de minderjarige1] gaat nu iedere dag naar school. Met de vader en oma vaderszijde is er wekelijks onbegeleide omgang. De kinderen komen nu langzaam maar zeker aan hun ontwikkeling toe, ook al is duidelijk geworden dat hun loyaliteit aan de moeder groot is. Dit alles maakt dat het hof net als de rechtbank tot het oordeel komt dat aan de voorwaarden voor een machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. 6De beslissing Het hof: bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijsel, locatie Almelo, van 17 februari 2025, over de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, M.H.F. van Vugt en D.J.I. Kroezen en is in het openbaar uitgesproken op 24 juli
  23. artikel 1:265b lid 1 BW. artikel 1:265c lid 2 BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.