← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:5201

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005265-24 Uitspraak d.d.: 22 augustus 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 30 september 2024 met parketnummer 96-066320-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, wonende te [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkende dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het door de verdachte ingestelde hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.K. Bulthuis, naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Namens verdachte is aangevoerd dat verdachte weliswaar zijn Berichtenbox op de app van MijnOverheid heeft geopend, maar dat hij de dagvaarding voor de zitting in eerste aanleg nooit heeft gezien. Na het inloggen op MijnOverheid moet nog worden doorgeklikt naar het juiste bericht in de Berichtenbox, hetgeen verdachte niet heeft gedaan. Enkel heeft hij kunnen zien dat er sprake was van een gerechtelijke mededeling, niet wat de inhoud daarvan was. Het enkele inloggen op MijnOverheid is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een rechtsgeldige betekening. Verdachte dient ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep. Het hof overweegt als volgt. De dagvaarding voor de terechtzitting van de rechtbank is op 12 juli 2024 om 11:12 uur geplaatst in de ‘MijnOverheid Berichtenbox’ van de verdachte. Verdachte heeft op 12 juli 2024 om 21:59 uur door middel van een tweefactorauthenticatie ingelogd in MijnOverheid, waarna een bevestiging is verzonden aan de verdachte in de Berichtenbox van MijnOverheid. In deze bevestiging is de verdachte geïnformeerd over de elektronische overdracht van de gerechtelijke mededeling. Gelet op artikel 36f, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geldt betekening door elektronische overdracht als betekening in persoon indien degene voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is, zich toegang verschaft tot de elektronische voorziening. Zoals hiervoor is gebleken heeft de verdachte zich toegang verschaft tot de elektronische voorziening op 12 juli 2024 en aldus heeft dit te gelden als een betekening in persoon. Dat verdachte zegt de dagvaarding niet te hebben gelezen maakt dat niet anders. Omdat de dagvaarding in persoon aan verdachte is betekent, kon verdachte volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Daarom zal verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. E. de Witt en mr. M.C. van Linde, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en op 22 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.