GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.351.853/01 en Wahv 200.351.855/01 CJIB-nummer : 260289973 en 260322987 Uitspraak d.d. : 1 september 2025 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 december 2024, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissingen van de kantonrechter De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissingen vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikkingen ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de beroepen schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee administratieve sancties opgelegd, namelijk: - een sanctie van € 169,- (CJIB-nummer 260289973) voor: “17 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 augustus 2023 om 02:01 uur op de N3 Randweg thv hmp 3.2 richting Papendrecht te Dordrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] ; - een sanctie van € 248,- (CJIB-nummer 260322987) voor: “23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 augustus 2023 om 02:02 uur op de N3 Randweg thv hmp 1.1 richting A15 te Dordrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] . 2. De gemachtigde voert aan dat er een korting van 25% had moeten worden toegepast in verband met de schending van de hoorplicht. In de jurisprudentie van het hof is al voorgesorteerd op een schending van de hoorplicht na 1 oktober 2023 in die zin dat het hof een matiging mogelijk acht. De beslissing in de onderhavige zaak dateert van 16 januari 2024. Verder blijft de gemachtigde op het standpunt dat er sprake is van een voortgezette gedraging, gelet op de korte termijn tussen beide gedragingen. 3. In artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat indien meerdere feiten, die elk op zichzelf een misdrijf of overtreding opleveren, in zodanig verband staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, slechts één strafbepaling wordt toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Deze bepaling is in de Wahv niet van (overeenkomstige) toepassing verklaard. Dit neemt niet weg dat indien zich een situatie voordoet die als voortgezette handeling in de zin van bedoeld artikellid kan worden aangemerkt, daarin – op de voet van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv – grond kan worden gevonden voor het oordeel dat één of meer gedraging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.