← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:5361

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.346.496/01 zaaknummer rechtbank Midden - Nederland 569446 arrest van 26 augustus 2025 in de zaak van [appellant] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de rechtbank optrad als eiser, hierna: [appellant], advocaat: mr. S.T.L.A. [naam17] uit Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , zonder bekende woon - of verblijfplaats, en die bij de rechtbank niet is verschenen, hierna: [geïntimeerde], die in hoger beroep ook niet is verschenen. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het verstekvonnis dat de rechtbank Midden - Nederland, zittingsplaats Lelystad, op 19 juni 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verdere procesverloop blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep met daarin opgenomen de grieven tegen voornoemd vonnis en de gewijzigde eis. Tegen [geïntimeerde] is ook in hoger beroep verstek verleend. Dat wil zeggen dat hij opnieuw geen verweer heeft gevoerd. 2De procedure bij de rechtbank 2.1 [appellant] heeft – samengevat – gevorderd dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat de inhoud van de publicaties waarnaar de in de dagvaarding opgenomen 271 URL’s verwijzen, feitelijk onjuist is, omdat daarin onder meer in strijd met de waarheid wordt beweerd dat (

  1. a)[appellant] criminele woekerleningen (criminally usurious loans) zou hebben verstrekt of zou hebben geprobeerd te innen; (
  2. b)[appellant] zou hebben gelogen in een juridische procedure en zich daarom schuldig zou hebben gemaakt aan malicious prosecution, slander of defamation; (
  3. c)[appellant] een getuige zou hebben bedreigd; (
  4. d)[appellant] geld zou hebben aangenomen van [naam1] , terwijl hij wist dat [naam1] betrokken zou zijn bij illegale witwasconstructies c.q. daarvan beschuldigd wordt; of beschuldigingen van gelijke strekking of aard; II. voor recht verklaard dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld door de publicaties waarnaar de 271 URL’s verwijzen, te schrijven, althans te openbaren, althans daaraan medewerking te verlenen; III. [geïntimeerde] gebiedt de publicaties waarnaar de 271 URL’s verwijzen, binnen zeven dagen na vonnisdatum van het internet te verwijderen en verwijderd te houden; IV. [geïntimeerde] gebiedt om, binnen zeven dagen na vonnisdatum Google, Yahoo, Microsoft en Lycos te verzoeken, de 271 URL’s te de - indexeren c.q. te delisten, onder toezending van een bewijs van dat verzoek aan de advocaat van [appellant] ; V. [geïntimeerde] verbiedt om dezelfde of vergelijkbare beschuldigingen online of offline te publiceren als de beschuldigingen aan het adres van [appellant] die staan in de publicaties waarnaar de 271 URL’s verwijzen; VI. [appellant] machtigt om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichting onder III. voldoet, om namens [geïntimeerde] , de partijen die de betreffende publicaties hosten, waaronder maar niet beperkt tot Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), Techplanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; VII. [appellant] machtigt om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichting onder IV. voldoet, om namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos te verzoeken om de betreffende URL’s te de - indexeren c.q. te delisten; VIII. [appellant] machtigt om, voor zover [geïntimeerde] niet aan zijn verplichting onder V. voldoet, om namens [geïntimeerde] , de partijen die de betreffende publicaties hosten, waaronder maar niet beperkt tot Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), Techplanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; IX. [appellant] machtigt om, voor zover [geïntimeerde] niet aan zijn verplichting onder V. voldoet, om namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos te verzoeken om de URL’s die de betreffende beschuldigingen bevatten te de - indexeren c.q. te delisten. 2.2 De rechtbank heeft – kort gezegd – voor recht verklaard dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld en heeft de vorderingen van [appellant] toegewezen en [geïntimeerde] daarbij veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank heeft de vordering sub I. om voor recht te verklaren dat de gedane uitingen feitelijk onjuist zijn, zonder nadere motivering, niet toegewezen. 3De bezwaren van [appellant] tegen het vonnis en de vordering in hoger beroep 3.1 [appellant] heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld en hierbij twee grieven (bezwaren) opgeworpen. De eerste grief richt zich tegen de niet toegewezen vordering om voor recht te verklaren dat de door [geïntimeerde] gedane uitingen feitelijk onjuist zijn. In de tweede grief heeft [appellant] zijn eis vermeerderd. Deze eisvermeerdering omvat 1) het toevoegen van nieuwe URL’s, 2) nieuwe onrechtmatige en onjuiste uitingen, 3) een contact - en benaderverbod, 4) een dwangsomveroordeling en 5) een schadevergoeding. 3.2 De vordering van [appellant] in hoger beroep luidt dat het hof het vonnis van de rechtbank gedeeltelijk vernietigt en opnieuw rechtdoende: I. te verklaren voor recht dat de inhoud van de publicaties waarnaar de volgende URL's verwijzen feitelijk onjuist is, omdat daarin onder meer, in strijd met de waarheid of zonder voldoende feitelijke basis, wordt beweerd dat: (
  5. a)[appellant] criminele woekerleningen (criminally usurious loans) zou hebben verstrekt of zou hebben geprobeerd te innen; (
  6. b)[appellant] zou hebben gelogen in een juridische procedure en zich daarom schuldig zou hebben gemaakt aan malicious procecution, slander of defamation; (
  7. c)[appellant] een getuige zou hebben bedreigd; (
  8. d)[appellant] geld zou hebben aangenomen van [naam1] , terwijl hij wist dat [naam1] betrokken zou zijn bij illegale witwasconstructies c.q. daarvan beschuldigd wordt; (
  9. e)[appellant] zou hebben gedreigd een kind te bezoeken tijdens een voetbalwedstrijd of dat [appellant] een child predator zou zijn; of beschuldigingen van gelijke strekking of aard; [emailadres] II. te verklaren voor recht dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld door de publicaties waarnaar de URL’s zoals genoemd onder I. verwijzen, te schrijven, althans te openbaren, althans daaraan medewerking te verlenen; III. [geïntimeerde] te gebieden de publicaties waarnaar de URL's die onder I. zijn genoemd verwijzen, binnen zeven dagen na vonnisdatum, van het internet te verwijderen en verwijderd te houden; IV. [geïntimeerde] te gebieden om, binnen zeven dagen na vonnisdatum, Google, Yahoo, Microsoft, en Lycos te verzoeken de URL’s zoals genoemd onder I. te de - indexeren c.q. te delisten, onder toezending van een bewijs van dat verzoek aan de advocaat van [appellant] ; V. [geïntimeerde] te verbieden om dezelfde of vergelijkbare beschuldigingen online of offline te publiceren als de beschuldigingen aan het adres van [appellant] die staan in de publicaties waarnaar de URL’s zoals genoemd onder I. verwijzen; VI. [appellant] te machtigen om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichting onder III. voldoet, om namens [geïntimeerde] , de partijen die de betreffende publicaties hosten, waaronder maar niet beperkt tot: Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), Techplanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; VII. [appellant] te machtigen om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichting onder IV. voldoet, om namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos, te verzoeken om de betreffende URL’s te de - indexeren c.q. te delisten; VIII. [appellant] te machtigen om, voor zover [geïntimeerde] niet aan zijn verplichting onder V. voldoet, namens [geïntimeerde] , partijen die de betreffende publicaties hosten, waaronder maar niet beperkt tot: Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), TechPlanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; IX. [appellant] te machtigen om, voor zover [geïntimeerde] niet aan zijn verplichting onder V. voldoet, namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos te verzoeken de URL's die de betreffende beschuldigingen bevatten te de - indexeren c.q. te delisten; X. [geïntimeerde] te verbieden om aan personen in [appellant] ’s netwerk, waaronder maar niet beperkt tot, de heren [naam2] , [naam1] , [naam7] en [naam17] , e - mails of andere berichten te sturen die betrekking hebben op [appellant] , tenzij [geïntimeerde] reageert op een bericht dat door die persoon is verzonden; XI. te bepalen dat als [geïntimeerde] een van de onder III., IV., V., X. in het petitum genoemde geboden c.q. verboden overtreedt hij per overtreding een dwangsom verbeurt van € 100.000, te vermeerderen met € 10.000 per dag of gedeelte dat die overtreding voortduurt, met een maximum van € 1.000.000 voor iedere overtreding; XII. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan [appellant] van € 90.000 zijnde een vergoeding voor de immateriële reputatieschade die [appellant] heeft geleden vanwege zijn lastercampagne; XIII. [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten in beide instanties. 4Het oordeel van het hof 4.1 [geïntimeerde] is op correcte wijze opgeroepen en is niet verschenen in de procedure. Daarom is tegen hem verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen van [appellant] in beginsel voor toewijzing in aanmerking komen, tenzij het hof deze onrechtmatig of ongegrond acht. 4.2 Het hof zal deze vorderingen toewijzen, ook de in eerste aanleg niet toegewezen verklaring voor recht dat de door [geïntimeerde] gedane uitlatingen feitelijk onjuist zijn, omdat die het hof niet voorkomen als onrechtmatig of ongegrond, met uitzondering van het navolgende. 4.3 [appellant] vordert in hoger beroep onder XI. dat het hof onder meer een dwangsom verbindt aan het niet - nakomen door [geïntimeerde] van de veroordeling onder X. Die vordering houdt in dat het hof [geïntimeerde] verbiedt om aan “personen in [appellant] ’s netwerk, waaronder maar niet beperkt tot, de heren [naam2] , [naam1] , [naam7] en [naam17] , e - mails of andere berichten te sturen die betrekking hebben op [appellant] , tenzij [geïntimeerde] reageert op een bericht dat door die persoon is verzonden”. In zijn toelichting hierop heeft [appellant] naast de hiervoor genoemde personen ook genoemd: de heren [naam18] , [naam19] , [naam20] , de vader van [appellant] en de Rabobank. De vordering onder X. komt voor toewijzing in aanmerking voor zover deze ziet op met name genoemde personen en de Rabobank. Voor het overige is de vordering te onbepaald. 4.4 Verder komt het hof de door [appellant] gevorderde hoogte van de dwangsommen als onredelijk voor. Het hof acht het aangewezen om aan de afzonderlijke veroordelingen een dwangsom te verbinden van € 5.000 per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding van de betreffende veroordeling voortduurt, met een maximum van € 50.000. Datzelfde geldt voor de vergoeding van “immateriële repuratieschade” wat het hof leest als reputatieschade. Het gevorderde bedrag van € 90.000 is niet toegelicht. Het hof zal deze vordering toewijzen tot een bedrag van € 10.000. 4.5 De conclusie luidt dat de bezwaren tegen het vonnis terecht zijn en de gewijzigde eis deels voor toewijzing in aanmerking komt. Omdat [geïntimeerde] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof [geïntimeerde] tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. 5De beslissing Het hof: 5.1 vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden - Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 19 juni 2024 - behoudens de proceskostenveroordeling (rov. 3.9) die wordt bekrachtigd - en opnieuw rechtdoende: 5.2 verklaart voor recht dat de inhoud van de publicaties waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2 van dit arrest, verwijzen feitelijk onjuist is, omdat daarin onder meer, in strijd met de waarheid of zonder voldoende feitelijke basis, wordt beweerd dat: (
  10. a)[appellant] criminele woekerleningen (criminally usurious loans) zou hebben verstrekt of zou hebben geprobeerd te innen; (
  11. b)[appellant] zou hebben gelogen in een juridische procedure en zich daarom schuldig zou hebben gemaakt aan malicious procecution, slander of defamation; (
  12. c)[appellant] een getuige zou hebben bedreigd; (
  13. d)[appellant] geld zou hebben aangenomen van [naam1] , terwijl hij wist dat [naam1] betrokken zou zijn bij illegale witwasconstructies c.q. daarvan beschuldigd wordt; (
  14. e)[appellant] zou hebben gedreigd een kind te bezoeken tijdens een voetbalwedstrijd of dat [appellant] een child predator zou zijn; of beschuldigingen van gelijke strekking of aard; 5.3 verklaart voor recht dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld door de publicaties, waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2 verwijzen, te schrijven, althans te openbaren, althans daaraan medewerking te verlenen; 5.4 gebiedt [geïntimeerde] de publicaties, waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2 van dit arrest, verwijzen, binnen zeven dagen na betekening van dit arrest, van het internet te verwijderen en verwijderd te houden; 5.5 gebiedt [geïntimeerde] om, binnen zeven dagen na betekening van dit arrest, Google, Yahoo, Microsoft, en Lycos te verzoeken de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2 te de - indexeren c.q. te delisten, onder toezending van een bewijs van dat verzoek aan de advocaat van [appellant] ; 5.6 verbiedt [geïntimeerde] om dezelfde of vergelijkbare beschuldigingen online of offline te publiceren als de beschuldigingen aan het adres van [appellant] die staan in de publicaties, waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2, verwijzen; 5.7 machtigt [appellant] om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan de veroordeling onder 5.4 voldoet, om namens [geïntimeerde] , de partijen die de publicaties hosten, waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2, verwijzen, waaronder maar niet beperkt tot: Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), Techplanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; 5.8 machtigt [appellant] om, voor zover [geïntimeerde] niet binnen de gestelde termijn aan de veroordeling onder 5.5 voldoet, om namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos, te verzoeken om de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2, te de - indexeren c.q. te delisten; 5.9 machtigt [appellant] om, voor zover [geïntimeerde] niet aan zijn verplichting onder 5.6 voldoet, namens de heer [geïntimeerde] , partijen die de publicaties, waarnaar de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2, verwijzen, hosten, waaronder maar niet beperkt tot: Medium, Google, HackMD, LinearBytes (Hashnode), TechPlanet en Diveboard te verzoeken deze te verwijderen; 5.10 machtigt [appellant] om, voor zover [geïntimeerde] niet aan de veroordeling onder 5.6 voldoet, om namens [geïntimeerde] de zoekmachine - exploitanten Google, Yahoo, Microsoft en Lycos, te verzoeken om de 313 URL’s, zoals genoemd in rov. 3.2, te de - indexeren c.q. te delisten; - verbiedt [geïntimeerde] om, na betekening van dit arrest, e - mails en andere berichten te sturen aan, de heer [naam2] - de heer [naam1] - de heer [naam7] - de heer [naam17] - de heer [naam18] - de heer [naam20] - de vader van [appellant] - de Rabobank; voor zover die berichten betrekking hebben op [appellant] , tenzij [geïntimeerde] reageert op een bericht dat door die (rechts)persoon is verzonden: 5.11 bepaalt dat [geïntimeerde] aan [appellant] een dwangsom verbeurt van € 5.000 voor iedere dag, of gedeelte van een dag, dat hij niet voldoet aan de veroordelingen onder 5.4, 5.5, 5.6 en 5.11 (alleen voor zover het de daarin genoemde (rechts)personen betreft), totdat per afzonderlijke veroordeling een maximum van € 50.000 aan verbeurde dwangsommen is bereikt; 5.12 veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 10.000, zijnde een vergoeding voor immateriële reputatieschade die [appellant] heeft geleden; 5.13 veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] : € 798 aan griffierecht € 152,91 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan [geïntimeerde] € 1.214 aan salaris van de advocaat van [appellant] (1 procespunt x appeltarief II) 5.14 wijst af wat verder is gevorderd. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en M. Willemse, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2025. Waarbij de eiswijziging van [appellant] vetgedrukt wordt weergegeven. HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.