GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.347.033/01 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 565564 arrest van 23 september 2025 in de zaak van [appellant] , die thans woont in [woonplaats1] (Zwitserland), die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de voorzieningenrechter optrad als gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. J.T. Maalderink te 's-Gravenhage, tegen Noble House B.V., die is gevestigd in Almere, en bij de voorzieningenrechter optrad als eiseres, hierna: Noble House, advocaat: mr. I.K.M. Hoffmann LLM. te Enschede. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad op 29 maart 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit • de dagvaarding in hoger beroep • de memorie van grieven (met producties) • de memorie van antwoord • een akte van [appellant] • een antwoordakte van Noble House 2De kern van de zaak 2.1 In het kortgedingvonnis waartegen dit hoger beroep zich richt, is Noble House in het ongelijk gesteld. Zij is veroordeeld tot betaling aan [appellant] van de gebruikelijke ‘geliquideerde’ proceskosten die deze partij heeft gemaakt. Toch is het [appellant] die hoger beroep heeft ingesteld. Hij wil daarmee bereiken dat Noble House wordt veroordeeld tot betaling van de reële proceskosten. Dat is een hoger bedrag. Die vordering heeft de volgende achtergrond. 2.2 Eind 2021 heeft Noble House voor [appellant] werkzaamheden verricht aan een Aston Martin. Nadat discussie was ontstaan over de voor dat werk in rekening gebrachte bedragen, heeft Noble House zich op een retentierecht beroepen (het recht om te auto niet af te leveren zolang de rekeningen niet worden betaald). De discussie daarover heeft geresulteerd in een vonnis van 20 december 2023 waarin de voorzieningenrechter Nobel House heeft veroordeeld de auto (inclusief trailer, onderdelen en toebehoren) uiterlijk op 8 februari 2024 af te geven, onder de opschortende voorwaarden dat [appellant] zekerheid zou stellen. Aan deze veroordeling was een dwangsom van € 500 per dag verbonden. Op 7 februari heeft [appellant] de vereiste bankgarantie gesteld. De auto met toebehoren is daarna op 15 februari 2024 afgegeven. 2.3 De door de voorzieningenrechter bepaalde datum is in overleg verschoven, maar [appellant] heeft wel aanleiding gezien een dwangsom van € 500 te incasseren omdat de auto op 13 februari 2024 nog niet was afgegeven. Daarna is op 23 februari 2024 een tweede bevel tot betaling van een dwangsom van € 500 betekend, omdat dat de volgende dag ook nog niet was gebeurd. Noble House wilde deze tweede dwangsom niet betalen en vreesde dat [appellant] nog vaker aanspraak op dwangsommen zou maken als de rechter hem dat niet zou beletten. Daarom heeft zij zich tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek [appellant] te verbieden nadere executiemaatregelen te treffen. In dit tweede kort geding heeft de voorzieningenrechter die vordering op 29 maart 2024 afgewezen. Zoals gezegd, is Noble House toen volgens het zogenoemde standaard liquidatietarief veroordeeld tot betaling aan [appellant] van € 1.035 aan proceskosten. 2.4 [appellant] is het met die kostenveroordeling niet eens. Hij voert aan dat de voorzieningenrechter gebruik had moeten maken van de mogelijkheid om Noble House te veroordelen tot betaling van het aanzienlijk hogere bedrag van de reële proceskosten (€ 12.733 voor de procedure bij de voorzieningenrechter), omdat Noble House in de inleidende dagvaarding een vals beeld heeft geschetst van wat zich heeft afgespeeld en ook heeft geprobeerd dat beeld tijdens de mondelinge behandeling overeind te houden. 3Het oordeel van het hof Inleiding 3.1 Het hof zal de verwijten die [appellant] aan het adres van Noble House maakt hierna schetsen. De bezwaren (grieven) zullen daarbij thematisch worden behandeld. Eerst zal het hof echter uiteenzetten aan welke criteria de vordering van [appellant] moet voldoen. De conclusie zal zijn dat het bestreden vonnis in stand kan blijven. Dat wordt hierna uitgelegd. Uitgangspunten 3.2 Een vordering tot betaling van integrale proceskosten is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Dat is alleen aan de orde als de vordering van Noble House is gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM. De beoordeling 3.3 De verwijten die [appellant] aan het adres van Noble House maakt, komen erop neer dat Noble House de onjuiste suggestie heeft gewekt (i) dat [appellant] niet inhoudelijk heeft gereageerd op een e-mail van 9 februari 2024, (ii) dat hij de datum 13 februari 2024 zonder overleg heeft aangewezen alsmede (iii) dat hij heeft aangegeven dat het vermoedelijk twee dagen zou duren om de auto op te halen, en Noble House daarvoor dus 13 en 14 februari 2024 moest vrijhouden. Bovendien klopt het volgens [appellant] niet (iv) dat Noble House 14 februari 2024 als datum heeft voorgesteld toen 13 februari 2024 niet mogelijk bleek. 3.4 Het hof zal deze verwijten hierna in hun onderlinge verband bespreken aan de hand van de door Noble House bij de inleidende dagvaarding overgelegde correspondentie. 3.5 Op woensdag 7 en 8 februari 2024 vond de volgende e-mailwisseling plaats tussen (de advocaten van) Noble House en [appellant] : Noble House deelde [appellant] mee dat alles in gereedheid was gebracht, en dat zij graag nadere informatie zou ontvangen over wie de auto de volgende dag zou komen ophalen en hoe laat dat zou gebeuren. In deze e-mail is gewezen op de verplichting om eerst een bankgarantie af te geven. Daarop antwoordde [appellant] dat de bankgarantie was gesteld. Het verzoek om dan voor ontvangst te tekenen, wees [appellant] in deze en een latere e-mail af. Daarop volgde de mededeling dat de auto maandag 12 februari 2024 zou worden opgehaald. Vijf minuten later antwoordde Noble House echter dat de specialistische chauffeur die de auto uit de garage zou halen niet op maandag werkte, en dat de afspraak opnieuw gearrangeerd moest worden op dinsdag
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.