GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.349.040 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 576080) beschikking van 30 september 2025 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. W. Vahl, en [verweerster] , wonende te [woonplaats1] , verweerster in hoger beroep, verder te noemen: vrouw, advocaat: mr. K.J. de Vaan. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 23 augustus 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: het beroepschrift met producties, ingekomen op 22 november 2025; het verweerschrift met een productie; een journaalbericht namens de man van 18 september 2025; een journaalbericht namens de vrouw van 18 september
- 3De feiten De man en de vrouw zijn de ouders van: [de minderjarige1] , geboren [in] 2020, en [de minderjarige2] , geboren [in]
- De kinderen wonen bij de vrouw. 4De motivering van de beslissing 4.1 Blijkens de hiervoor onder
- genoemde correspondentie hebben partijen overeenstemming bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage kosten in de verzorging en opvoeding van de kinderen. Zij verzoeken het hof een beslissing te geven overeenkomstig deze afspraken. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Het hof acht de afspraken van partijen in overeenstemming met de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen. 4.2 Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt. 5De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 23 augustus 2024, enkel voor wat betreft de hoogte van de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, en in zoverre opnieuw beschikkende: beslist dat de man vanaf 27 mei 2024 een bedrag van € 375,- per kind per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ; beslist dat de man de toekomstige termijnen telkens voor de eerste van de maand moet betalen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, R. Feunekes en K.A.M. van Os-ten Have bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 30 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.