Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003357-24 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 2 augustus 2024 met parketnummer 18-061687-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, wonende te [adres 1] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 oktober 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I.J.K. van der Meer, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 491,91, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de vordering voor het overige afgewezen. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring, een andere strafoplegging en een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 13 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] , uit een weide en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, kalveren en (melk)emmers, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 13 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] , uit een weide, gelegen aan [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, kalveren die aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: diefstal van vee uit de weide. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Ter terechtzitting van het hof heeft de advocaat-generaal gevorderd het vonnis van de politierechter te bevestigen. De raadsvrouw heeft verzocht verdachte een taakstraf op te leggen. Het hof overweegt als volgt. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van twee kalfjes uit de weide van het slachtoffer, waar deze kalfjes in een zogenaamde iglo stonden. Verdachte heeft de kalfjes in de nacht meegenomen in zijn auto en had de bedoeling deze dieren naar een opvang te brengen, uit een dierenactivistisch oogpunt. Hoewel verdachte uit een nobele overtuiging handelt en hij het zijn levensmissie heeft gemaakt om op te komen voor dierenrechten, dient hij zijn activisme binnen de grenzen van de wet uit te voeren. Verdachte heeft dat niet gedaan en heeft laten zien weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Met zijn handelen heeft hij gevoelens van onrust en onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt. Het hof heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.