Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002580-25 Uitspraakdatum: 7 oktober 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 2 juni 2025 met parketnummer 05-157194-21 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2003, wonende te [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 september 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.A. Schenk,- naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De verdediging heeft aangevoerd dat [verdachte] nog minderjarig was toen het feit waarvan hij wordt verdacht zich voordeed. Er is inmiddels sprake van een dusdanig tijdsverloop dat de verdediging primair van oordeel is dat een strafvervolging mosterd na de maaltijd is en dat het openbaar minserie niet ontvankelijk verklaard dient te worden. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat daar gelet op de jurisprudentie geen ruimte voor is en dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de (verdere) strafvervolging. Oordeel hof De Hoge Raad heeft als uitgangspunt gesteld dat overschrijding van de redelijke termijn niet tot de niet-ontvankelijkheid verklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging leidt, ook niet in uitzonderingsgevallen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in het hoger beroep. Het vonnis waarvan beroep De kinderrechter heeft verdachte voor openlijke geweldpleging tegen personen veroordeeld tot een werkstraf van 23 uren subsidiair 11 dagen jeugddetentie geheel voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] is toegewezen tot een bedrag van € 3.087,90 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging en een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 6 juni 2021 te [gemeente] , openlijk, te weten in een pand van [restaurant] , gelegen aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten tegen [benadeelde partij] door die [benadeelde partij] meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen en/of door die [benadeelde partij] meerdere malen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te duwen en/of te schoppen en/of te trappen; Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 6 juni 2021 te [gemeente] , openlijk, te weten in een pand van [restaurant] , gelegen aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten tegen [benadeelde partij] door die [benadeelde partij] meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen en/of door die [benadeelde partij] meerdere malen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te duwen en/of te schoppen en/of te trappen; Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en of maatregel Standpunt van openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd tot oplegging van een werkstraf van 10 uur subsidiair 5 dagen jeugddetentie geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Standpunt van verdediging De verdediging heeft primair gepleit dat artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, subsidiair tot een werkstraf gelijk aan die door de advocaat-generaal is gevorderd. Standpunt hof Verdachte heeft samen met twee andere mededaders openlijk geweld gepleegd tegen aangever. Aangever werd overdag in het restaurant ‘ [restaurant] ’ door de mededader en verdachte aangevallen. Hij was op dat moment aan het werk in het restaurant. Aangever is door het geweld dat op hem werd uitgeoefend gewond geraakt. Een dergelijk feit zorgt naast gevoelens van onveiligheid bij de direct betrokkenen ook voor gevoelens van onveiligheid in de maatschappij in zijn algemeenheid. In de “ [restaurant] ’ waren opdat moment meerdere personen getuigen van het geweld. Het hof houdt ook rekening met het feit dat deze zaak op 24 augustus 2021 op een OM hoorzitting heeft gestaan. Verdachte heeft toen ingestemd met een taakstraf van 38 uren die hij binnen 9 maanden moest uitvoeren. Op 26 april 2023 is de taakstraf negatief teruggestuurd. Verdachte heeft van de 38 uren 15 uur gewerkt. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij in de tijd dat hij de taakstraf uitvoerde ook aan het werk was in de schoonmaakbranche en nachtdiensten draaide. Hij had zich verslapen en werd daardoor weggestuurd bij de taakstraf. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij bij zijn werk ernstig gewond is geraakt aan zijn arm en daardoor arbeidsongeschikt is geraakt. Op dit moment ontvangt hij geen uitkering en heeft hij moeite om iedere maand rond te komen. Gelet op het tijdsverloop, zowel vanaf 6 juni 2021 als ook de tijd gelegen tussen de instemming met de taakstraf en de datum waarop die negatief retour is gestuurd, de ingrijpend gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het feit dat hij al uren werkstraf in een transactiemodel heeft verricht, is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf op dit moment niets meer toevoegt. Het hof acht het passend dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.587,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.