GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.350.363/01 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, 11141374 beschikking van 25 november 2025 in de zaak van [appellante] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de kantonrechter optrad als verzoekster, hierna: [appellante], advocaat: mr. R.P.M. de Laat te Utrecht, tegen Vereniging van eigenaars [woonplaats2], die is gevestigd in [woonplaats2] , en bij de kantonrechter optrad als verweerster, hierna: de VvE, advocaat: mr. J.G.M. Scholte te Arnhem. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere van 18 december 2024 (hierna: de beschikking). Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: • het beroepschrift met producties, bij het hof binnengekomen op 20 januari 2025, • het verweerschrift met producties, bij het hof binnengekomen op 21 maart 2025, • de kopieën van de oproepingsbrieven voor de belanghebbenden, • de akte van de VvE met productie 19, bij het hof binnengekomen op 13 oktober 2025, • de akte van [appellante] met producties 4 tot en met 6, bij het hof binnengekomen op 13 oktober 2025 en (in verbeterde vorm) op 15 oktober 2025, • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 21 oktober 2025 tezamen met de zaak met nummer 200.350.364/01 is gehouden. 1.2 Partijen hebben aan het slot van de mondelinge behandeling het hof gevraagd beschikking te geven. 2Waarover gaat deze procedure? 2.1 [appellante] is sinds 3 augustus 2015 lid van de VvE. Zij is het niet eens met een groot aantal besluiten dat door de VvE-vergadering is genomen. Zij heeft in deze procedure bij de kantonrechter verzocht de volgende besluiten van de VvE-vergadering van 6 mei 2024 respectievelijk 30 juni 2020 nietig te verklaren althans te vernietigen: a. het besluit om, zonder heldere opdracht, de kascontrole over de boekjaren 2022 en 2023 aan de firma Kascontrole.com op te dragen met [naam1] als tweede controleur; b. het besluit om artikel 22 in het Huishoudelijk Reglement aan te passen; c. het besluit ter zake het memorandum van [appellante] met betrekking tot haar correcties op de notulen van 15 mei 2023 niet aan die notulen te hechten; en d. het besluit van de VvE-vergadering van 30 juni 2020 om een deel van de collectieve tuin voor privégebruik te blijven afstaan aan de eigenaars van appartement [nummer1] . [appellante] heeft verder verzocht de VvE te veroordelen in de proceskosten, met de bepaling dat [appellante] hieraan niet hoeft bij te dragen. 2.2 De kantonrechter heeft het verzochte afgewezen en [appellante] veroordeeld in de kosten van het geding. 2.3 [appellante] heeft het geschil in hoger beroep in omvang beperkt. Zij heeft verzocht de beschikking gedeeltelijk te vernietigen en het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE van 30 juni 2020 tot het exclusief in gebruik geven van een deel van de tuin dat tot de gemeenschappelijke gedeelten behoort, nietig te verklaren. Zij heeft daartoe twee grieven (bezwaren) tegen de beschikking geformuleerd. Het hof zal het verzoek toewijzen. Het hof zal hierna uitleggen hoe het tot dit oordeel komt, na eerst de feiten te hebben vermeld. 3De feiten 3.1 Het appartementsgebouw aan de [woonplaats1] is bij notariële akte van splitsing van 10 mei 1978 (hierna: de splitsingsakte) gesplitst in zeven appartementen met bijbehorende berging en parkeerplaats in de ondergrondse garage. 3.2 [appellante] is eigenares van het appartementsrecht [woonplaats1] dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van het betreffende appartement in het appartementsgebouw. 3.3 Door middel van de splitsingsakte is ook de VvE opgericht. De appartementseigenaars, onder wie [appellante] , zijn van rechtswege lid van de VvE. 3.4 In de splitsingsakte is het ‘Modelreglement van splitsing van eigendom, februari 1973’ (hierna: MR 1973), van toepassing verklaard, dit met de in de splitsingsakte opgenomen wijzigingen en aanvullingen. 3.5 Artikel 4 van MR 1973 luidt: ‘Een eigenaar of gebruiker heeft het genot van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken, volgens de bestemming daarvan. Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk reglement en hij mag geen inbreuk maken op het recht van mede-genot van de andere eigenaars of gebruikers.’ 3.6 In het huishoudelijk reglement van de VvE staat: ‘ Gebruik gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken (…) Artikel 12 Het gazon en de borders vormen een gemeenschappelijke kijktuin, niet te gebruiken als verblijfsruimte.’ 3.7 De vorige eigenaar van het appartementsrecht [nummer1] , mevrouw [naam2] , heeft kort na aankoop van haar appartement in 1987 toestemming gekregen van de VvE om in een hoekje van de gemeenschappelijke tuin, een klein terras van enkele vierkante meters te maken. Op 15 maart 2020 is dit appartementsrecht verkocht aan de familie [naam1] . In de koopovereenkomst/akte van levering die tussen [naam2] en [naam1] is opgemaakt, staat: ‘Artikel 23 Het is koper bekend dat de Vereniging van Eigenaars gedoogt dat gebruik wordt gemaakt van een aan de Vereniging toebehorende strook grond waarop zich een terras bevindt. Koper is geïnformeerd over het feit dat de Vereniging dit gebruik kan beëindigen indien er sprake is van overlast of ongewenst gebruik van het terras.’ 3.8 De huidige bestuurder van de VvE is Gooisch Beheer. 3.9 Op 30 juni 2020 heeft een algemene ledenvergadering (hierna verder: ALV) plaatsgevonden. In de notulen en de besluitenlijst van die vergadering staat vermeld: ‘ 8. Lopende zaken Algemene ruimten : punt 6 aanvulling heer [naam3] : de heer [naam4] reageert dat de vergadering in het verleden heeft besloten dat gedoogd wordt dat [nummer1] de tuin gebruikt. De heer [naam4] geeft aan dat een dergelijk besluit ook herroepen kan worden. De heer [naam1] reageert dat in de leveringsakte is opgenomen dat het besluit alleen herroepen kan worden bij overlast. Hij ziet dan ook geen reden hierover opnieuw te stemmen. De heer [naam3] is van mening dat na 20 jaar een recht ontstaat. De heer [naam4] bestrijdt dit omdat er een besluit is genomen. De heer [naam4] brengt in stemming of het gebruik van de tuin door [nummer1] kan worden voortgezet zoals de heer [naam1] het destijds heeft gekocht. De vergadering gaat akkoord met 6 stemmen vóór en 1 stem tegen. Besluit: VvE besluit dat gedoogconstructie voor het gebruik van de tuin door [nummer1] van toepassing blijft .’ 3.10 Tussen partijen loopt naast de onderhavige procedure nog een procedure bij het hof, bekend onder nummer 200.350.364/01. 4Het oordeel van het hof Vooraf 4.1 [appellante] heeft verzocht het besluit van de ALV om te blijven gedogen dat een gedeelte van de gemeenschappelijke tuin wordt gebruikt door de eigenaar van appartement [nummer1] , nietig te verklaren. Het hof is, volgens vaste rechtspraak, bevoegd in hoger beroep kennis te nemen van dit verzoek. Is het besluit nietig? 4.2 [appellante] heeft ter onderbouwing van haar verzoek naar voren gebracht dat de ALV op 30 juni 2020 in wezen toestemming heeft verleend voor het voorzetten van het exclusief in gebruik hebben van (een gedeelte van) een gemeenschappelijke zaak. Daarmee wordt de gemeenschappelijke zaak voor dit deel aan de bestemming daarvan conform de akte van splitsing, aan de gemeenschap onttrokken. Feitelijk is ter plaatse van de borstwering op de begane grond bij appartement [nummer1] een opening gecreëerd waardoor vrije toegang vanuit het appartement is verkregen naar dit gedeelte van de tuin. Andere appartementseigenaars kunnen daarvan geen gebruik maken, waardoor het gebruik een exclusief karakter heeft. Ook is het terrein bestraat en ingericht door de eigenaar van appartement [nummer1] , althans door de rechtsvoorganger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.