Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – ECLI:NL:GHARL:2025:7834
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.354.913 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 573017 en 580601 beschikking van 9 december 2025 in de zaak van [appellant] die voor deze zaak [woonplaats1] als woonplaats kiest advocaat: eerst mr. S. Yntema, nu mr. O.J. Hennis en [geïntimneerde1] die woont in [woonplaats2] en 1 [geïntimeerde2] 2. [geïntimeerde3] 3. [geïntimeerde4] die wonen in [woonplaats3] advocaat: mr. J. Witvoet en [geïntimeerde5] die woont in [woonplaats3] 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikking die de rechtbank Midden-Nederland (Afdeling Toezicht/Bureau Erfrecht) op 21 februari 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: het beroepschrift het verweerschrift van [geïntimneerde1] het verweerschrift van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] de mail van [geïntimeerde5] van 23 juli 2025 een akte overlegging bijlagen (37-42) van [appellant] het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 20 oktober 2025 is gehouden 2De kern van de zaak 2.1.
De moeder van [appellant] , [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] , [geïntimeerde4] en [geïntimeerde5] (erflaatster) is in 2018 overleden met achterlating van haar vijf kinderen als haar enige erfgenamen. Erflaatster heeft [geïntimeerde2] en [geïntimeerde4] tot executeurs benoemd. [appellant] en [geïntimeerde5] hebben haar nalatenschap in 2021 beneficiair aanvaard. Op 3 februari 2022 heeft de rechtbank [geïntimneerde1] tot vereffenaar benoemd.
2.2. [geïntimneerde1] heeft de rechtbank verzocht haar te ontslaan als vereffenaar. Ook [appellant] heeft dat verzoek gedaan. [appellant] heeft verder verzocht een nieuwe vereffenaar te benoemen en een rechter-commissaris te benoemen.
2.3.
De rechtbank heeft [geïntimneerde1] ontslagen als vereffenaar en de overige verzoeken afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat zijn afgewezen verzoeken alsnog worden toegewezen.
2.4.
Het hof zal een nieuwe vereffenaar benoemen en licht dat hierna toe. Het hof laat de beschikking van de rechtbank niet in stand en beslist anders.
3De toelichting op de beslissing van het hof 3.1.
De rechtbank heeft op verzoek van [appellant] [in] 2022 [geïntimneerde1] benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster (artikel 4:203 lid 1 letter a BW). Die benoeming was volgens de rechtbank in het belang van alle erfgenamen, omdat zij er zelf als vereffenaars niet in slaagden de nalatenschap samen te beheren en te vereffenen. Vanwege de ernstig verstoorde verhoudingen en de verwijten die zij elkaar over en weer maakten was ook niet te verwachten dat zij de vereffening samen alsnog tot een goed eind zouden kunnen brengen. Na het ontslag van [geïntimneerde1] is dat nog steeds zo en ook nu ziet het niet ernaar uit dat de erfgenamen samen de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder kunnen realiseren. Dat zij alsnog weer samen vereffenaar zijn is dan ook niet in hun belang en ook niet in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap.
3.2. [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] vinden de benoeming van een nieuwe vereffenaar niet nodig, omdat partijen alle geschillen die er zijn bij de afwikkeling van de nalatenschap ook en volgens hen zelfs beter kunnen laten beslechten door de rechter in een verdelingsprocedure. Zij leggen uit dat er geen derden als schuldeisers zijn, maar alleen de erfgenamen zelf (vorderingen op erflaatster uit de ouderlijke boedelverdeling die hun vader heeft gemaakt). Verder kost een vereffenaar veel geld en is er eigenlijk niets meer te vereffenen.
3.3.
Het hof volgt dat standpunt van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] niet om de volgende redenen.
3.4.
Het hof zal mr. [naam1] benoemen tot vereffenaar. Het hof zal geen rechter-commissaris benoemen. Dat is aan de rechtbank (artikel 4:208 BW).
De conclusie 3.5.
Het hoger beroep slaagt, met uitzondering van de benoeming van een rechter-commissaris.
3.6.
Het hof bepaalt dat iedere partij de eigen kosten moet dragen omdat partijen ieder deels gelijk/ongelijk hebben gekregen en vanwege de aard van de zaak (familieverhoudingen).
4De beslissing Het hof:
4.1. vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 21 februari 2025;
4.2. benoemt met ingang van de dag van deze beschikking de heer [naam1] , werkzaam bij [naam2] Notarissen in [woonplaats4] Telefoon [nummer1] E-mail [emailadres1] tot vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster] , geboren te [griekenland] [in] 1927 en overleden [in] 2018 in [gemeente1] 4.3. draagt de griffier van de rechtbank Midden-Nederland op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;
4.4. draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
4.5. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van deze procedure;
4.6. wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en L. Hamer en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.