GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.333.184/02 beschikking van 16 december 2025 in de zaak van [verzoeker] , die woont in [woonplaats] , verzoeker, hierna: [verzoeker] , advocaat: mr. J.M. van Rongen, en [verweerder] , die woont in [woonplaats] , verweerder, hierna: [verweerder] , advocaat: mr. A.A. Bos. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, het verweerschrift, namens [verzoeker] toegezonden productie 8, het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 5 juli 2024 is gehouden, namens [verweerder] toegezonden producties 5 t/m 8, het verslag (proces-verbaal) van de voortgezette mondelinge behandeling die op 20 november 2024 is gehouden. 2De beoordeling 2.1 [verzoeker] verzoekt een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. [verweerder] is van mening dat dit verzoek moet worden afgewezen. Volgens hem dient het verzoek geen redelijk doel, is het verzoek in strijd met de goede procesorde althans is sprake van misbruik van bevoegdheid en staan zwaarwichtige bezwaren van [verweerder] aan toewijzing van het verzoek in de weg. 2.2 Aan het verzoek ligt het volgende feitencomplex ten grondslag. [verzoeker] is samen met zijn broer [verweerder] in 2010 een vennootschap onder firma aangegaan met als doel voor gezamenlijke rekening en risico jongvee op te fokken. In een schriftelijke overeenkomst van 25 maart 2014 (hierna: de vof overeenkomst) zijn de afspraken vastgelegd. De naam van de vennootschap onder firma is “ [naam] ” (hierna: vof [naam] ). Vof [naam] heeft tot doel het opfokbedrijf van jongvee uit te breiden naar een volwaardig melkveebedrijf. Op 9 maart 2015 mishandelt [verzoeker] [verweerder] waarvoor [verzoeker] op 11 mei 2015 door de politierechter is veroordeeld. De verstoorde verhouding leidt ertoe dat beide broers hun vof [naam] willen beëindigen. In juli 2015 hebben [verzoeker] en [verweerder] hun afspraken over de procedure tot beëindiging van de vof [naam] schriftelijk vastgelegd (hierna: de beëindigingsovereenkomst). De vof [naam] zal op een nader overeen te komen datum worden ontbonden (artikel 1). [verweerder] heeft vanaf 10 maart 2015 geen arbeid binnen de onderneming meer verricht. [verzoeker] heeft vanaf die datum alle werkzaamheden in de onderneming uitgevoerd en zal tot de beëindiging van de vof [naam] de werkzaamheden voortzetten (artikel 3). [verweerder] zal na ontbinding van de vof [naam] de onderneming voortzetten, tenzij hij geen financiering van de koopprijs kan krijgen (artikelen 1 en 2). De broers zullen over de koopprijs – het bedrag van overbedeling als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de vof overeenkomst – overleggen. Als over de koopprijs geen overeenstemming wordt bereikt, zal de koopprijs overeenkomstig de deskundigenprocedure in de vof overeenkomst worden vastgesteld (artikel 2). Over de uitvoering van de beëindigingsovereenkomst en de vof overeenkomst zijn geschillen ontstaan. De broers hebben hun geschillen aan de rechter voorgelegd en inmiddels zijn er meerdere gerechtelijke procedures gevoerd. In een gerechtelijke bodemprocedure die heeft geleid tot een op 3 mei 2023 door de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle gewezen eindvonnis is [verzoeker] onder meer veroordeeld een deskundige aan te wijzen voor de waardebepaling overeenkomstig artikel 15 van de vof overeenkomst. [verzoeker] is van het eindvonnis bij dit hof in hoger beroep gekomen (zaaknummer 200.333.184/01). In het licht van het vonnis van de rechtbank hebben partijen elk een deskundige benoemd en deze twee deskundigen hebben een derde deskundige aangewezen. De drie deskundigen hebben [verzoeker] en [verweerder] bij brief van 3 oktober 2023 en e-mail van 27 oktober 2023 gevraagd een gezamenlijke schriftelijke opdracht te verstrekken. Ten tijde van de voortgezette mondelinge behandeling van het verzoekschrift was die gezamenlijke opdracht nog niet gegeven. 2.3 [verzoeker] wil dat aan de door het hof te benoemen deskundigen “alle aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot ontvlechting van de vennootschap en toedeling van de onderneming aan één van partijen” worden voorgelegd. In het verzoekschrift zijn vervolgens tien vragen, genummerd a t/m j, geformuleerd. [verweerder] maakt bezwaar tegen deze vragen en heeft twee vragen voor deskundigen geformuleerd. 2.4 Voor de beoordeling van een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht stelt het hof het volgende voorop. Het verzoek van [verzoeker] tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht is bij het hof ingediend vóór 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.