← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:8320

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 24/1364 uitspraakdatum: 16 december 2025 Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer op het door mr. D.A.N. Bartels (hierna: Bartels) ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 25 juni 2024, nummer UTR 22/768, in het geding tussen Bartels, veronderstellenderwijs handelend namens Serry, Jachtwerf & Jachtmakelaardij B.V. te Almere (hierna: belanghebbende) en de heffingsambtenaar van de gemeente Wijdemeren (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. Het hoger beroep is volgens het hogerberoepschrift ingesteld namens belanghebbende. Voor de machtiging wordt verwezen naar het Rechtbankdossier. 1.
  2. De Rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat degene die de machtiging heeft ondertekend bevoegd is om op te treden namens belanghebbende. Het Hof heeft hierin aanleiding gezien om van Bartels een nieuwe machtiging te verlangen binnen een termijn van vier weken. Hierbij is Bartels erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard wanneer van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt. 1.
  3. In reactie hierop heeft Bartels een door [naam1] (hierna: [naam2] ) in maart 2024 ondertekende machtiging overgelegd. 1.
  4. Bij brief van 17 september 2024 heeft het Hof gelegenheid geboden om binnen een termijn van vier weken een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel in te brengen, waaruit blijkt dat [naam2] bevoegd is om namens belanghebbende de machtiging te tekenen. Hierbij is Bartels erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard wanneer van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt. 1.
  5. In reactie hierop heeft Bartels verschillende uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd, maar niet ter zake van belanghebbende. 1.
  6. De onderhavige zaken zijn gaan behoren tot een cluster van zaken waarin Bartels voor verschillende belanghebbenden optreedt, telkens met de heffingsambtenaar als wederpartij. Op 28 mei 2025 heeft het Hof op een regiezitting met partijen procesafspraken gemaakt voor de behandeling van de zaken die tot het cluster behoren. Van de regiezitting is een proces-verbaal opgesteld dat aan partijen is verzonden. Het Hof heeft de procesafspraken voor de clustergewijze behandeling bij bericht van 12 juni 2025 bevestigd. 1.
  7. Het Hof heeft bij bericht van 21 juli 2025 een overzicht verstrekt van zaken waarin de machtiging ontbreekt of niet toereikend is. Ter zake van onderhavige zaak is in dat overzicht opgemerkt dat de in 1.5 bedoelde uittreksels geen betrekking hebben op belanghebbende. Bartels is daarbij in de gelegenheid gesteld om dit overzicht op juistheid te controleren en daarop schriftelijk te reageren. Bartels heeft niet gereageerd. 1.
  8. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober
  9. Daarbij zijn verschenen en gehoord Bartels en [naam3] namens de heffingsambtenaar. Het proces-verbaal van de zitting is aan partijen toegezonden. 2Beoordeling van het geschil 2.
  10. In een procedure voor de bestuursrechter kunnen partijen zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen (artikel 8:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb). De bestuursrechter kan van een gemachtigde die geen advocaat is, een schriftelijke machtiging verlangen (artikel 8:24, tweede en derde lid, van de Awb). 2.
  11. Het Hof heeft Bartels in de gelegenheid gesteld om een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel over te leggen waaruit dat blijkt dat [naam2] bevoegd is om de machtiging namens belanghebbende te ondertekenen. Daarbij is Bartels op de mogelijke gevolgen voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep gewezen. De daarvoor gestelde termijn is onbenut gelaten. Ook op het bericht van 21 juli 2025 heeft Bartels niet gereageerd. 2.
  12. Gelet op het vorenstaande kan het Hof niet vaststellen dat Bartels bevoegd was namens belanghebbende hoger beroep in te stellen. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan het namens belanghebbende gedane verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn komt het Hof niet toe, omdat niet is gebleken dat Bartels bevoegd was dat verzoek te doen. 3Griffierecht en proceskosten Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, voorzitter, mr. J.W. Keuning en mr. V.F.R. Woeltjes, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J. Hollander als griffier. De beslissing is op 16 december 2025 in het openbaar uitgesproken. De griffier, De raadsheer, (J. Hollander) (J.M.W. van de Sande) Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
  13. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.