Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001315-25 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Tegenspraak Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 6 maart 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-289911-24, 96-141608-24 en 96-290805-24, van de verdachte [Verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1960 in [Geboorteplaats ] , wonende te [Adres] . Hoger beroep De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hierboven genoemde vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het onderzoek van de zaak Het gerechtshof heeft bij de beslissing betrokken wat besproken is op de zitting van het gerechtshof van 3 december 2025 en op de zitting van de rechtbank van 6 maart 2025. Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de verdachte ter zake van de vier aan hem ten laste gelegde feiten (die hieronder zijn weergegeven) zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken. Verder heeft het gerechtshof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Zech, hebben aangevoerd op de zitting van het gerechtshof. Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht Het hoger beroep is gericht tegen het hierboven genoemde vonnis. In dat vonnis heeft de politierechter de verdachte ter zake van de vier aan hem ten laste gelegde feiten (die hieronder zijn weergegeven) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen weken, waarvan vijf weken voorwaardelijk. Het gerechtshof vernietigt dat vonnis van de politierechter om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht. Tenlastelegging Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-289911-24 ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2.hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] , als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 420 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-290805-24 ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 3 november 2023 te [Locatie 2] , gemeente [Locatie 2] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [Locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-141608-24 ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 8 april 2024 te [Locatie 3] , gemeente [Locatie 3] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De bewijsvoering Feit 2 van het parketnummer 96-289911-24. De verdachte heeft op de zitting van het gerechtshof bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een auto onder invloed van alcohol, zoals ten laste is gelegd in feit 2 van het parketnummer 96-289911-24. Het gerechtshof acht dat feit bewezen op grond van die bekennende verklaring van de verdachte, alsmede het proces-verbaal van rijden onder invloed en het ademanalyseresultaat. De overige feiten De verdachte heeft ook op de zitting in hoger beroep ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de overige drie aan hem ten laste gelegde feiten. Die feiten betreffen telkens het besturen van een personenauto terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard. Meer in het bijzonder heeft de verdachte verklaard dat hij geen berichten heeft ontvangen over ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, dat verwarring bij hem is ontstaan over de vraag op welke periode de ongeldigverklaring waarover de politie het met hem heeft gehad betrekking heeft en dat hij (steeds) met het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft gebeld en (steeds) te horen heeft gekregen dat hij mag rijden. De raadsvrouw van de verdachte heeft hierover op de zitting van het gerechtshof het volgende aangevoerd: De verdediging verzoekt Uw Hof cliënt vrij te spreken van deze feiten. Cliënt ontkent dat hij op de hoogte was van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Ook volgt niet uit de stukken dat hij hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Immers, de brief van het CBR is niet aan cliënt uitgereikt. Ook is niet duidelijk om welke brief het precies gaat. In het dossier van de tweede zaak zitten brieven van het CBR van 2012, 2017 en 2021. Dit is dus nog zijn oude rijbewijs. Cliënt heeft in 2022 zijn rijbewijs opnieuw gehaald. Uit een brief van 2022 volgt dan dat cliënt zijn rijbewijs op 24 november 2022 ongeldig is verklaard, maar deze brief is dus nooit aan cliënt betekend. In het dossier van de derde zaak zit een akte van uitreiking. Cliënt heeft op 26 september 2022 een brief afgehaald. Kenmerk van die brief is [Kenmerk 1] . Het is niet duidelijk welke brief dit precies is, want dit is het kenmerk van het algehele rijgeschiktheidsonderzoek. Het kan dus ook een brief zijn over het onderzoek zelf of over de opleggingskosten. Lijkt in ieder geval niet de brief te zijn waarin de ongeldverklaring van het rijbewijs staat, want die brief is aangemaakt op 17 november 2022, dus het kan niet zo zijn dat cliënt die brief op 26 september 2022 al heeft afgehaald. Cliënt stelt dus dat hij het al die tijd niet wist. Hij is in januari van 2025 hierachter gekomen. Hij heeft toen direct contact opgenomen met het CBR en de opleggingskosten alsnog betaald. Nog geen maand later was zijn rijbewijs dan ook weer geldig verklaard. Beoordeling van het bewijs voor de overige feiten door het gerechtshof Het gerechtshof acht niet aannemelijk geworden hetgeen de verdachte op de zitting van het gerechtshof heeft verklaard over zijn telefonische contacten met het CBR en over de bij hem ontstane verwarring over de status van zijn rijbewijs. Voor het bestaan van dergelijke telefonische contacten en van dergelijke verwarring is geen enkele concrete aanwijzing gepresenteerd. Het gerechtshof hecht daarom geen geloof aan hetgeen de verdachte daarover heeft verklaard. Vast staat dat de politie al op 5 juli 2023 aan de verdachte heeft meegedeeld dat diens rijbewijs ongeldig is verklaard. Vast staat bovendien dat de verdachte sinds die datum geen ander rijbewijs is uitgereikt. Onder meer die omstandigheden acht het gerechtshof er redengevend voor dat de verdachte op 18 augustus 2023, op 3 november 2023 en op 8 april 2024 redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Ook op 18 augustus 2023 en op 3 november 2023 heeft de politie verdachte meegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Op grond van het bovenstaande en op grond van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen verwerpt het gerechtshof hetgeen de verdachte heeft verklaard op de zitting van het gerechtshof en hetgeen zijn raadsvrouw heeft aangevoerd op die zitting. Het gerechtshof hanteert de volgende bewijsmiddelen: Feit 1 van het parketnummer 96-289911-24 - 1. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, op 18 augustus 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 1] bij de politie eenheid Noord-Nederland, en [Verbalisant 2] , agent bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen in proces-verbaalnummer PL0100-2023218892-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als relaas van de verbalisanten: Locatie: op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [Locatie 1] Op 18 augustus 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. Verdachte Achternaam: [Verdachte] Voornaam: [Verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1960 Motorrijtuig Personenauto Rijbewijscategorie Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie(ën): B Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994) Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard. Zie de als bijlage bijgevoegde uitdraai [Kenmerk 2] . 2. De integrale inhoud van een schriftelijk stuk, houdende de in bewijsmiddel 1 genoemde bijlage: een uitdraai [Kenmerk 2] , opgenomen direct achter het in bewijsmiddel 1 genoemde proces-verbaal, in het hierboven onder 1 genoemde dossier. 3. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, op 5 juli 2023 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 3] bij de politie eenheid Noord-Nederland, en [Verbalisant 4] bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023175369-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als relaas van de verbalisanten: Op 5 juli 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. Verdachte Achternaam: [Verdachte] Voornaam: [Verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1960 Verdachte werd door ons aangehouden. Mededelingen aan de verdachte De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. 4. Een schriftelijk stuk, houdende een brief namens de directeur van het CBR van 17 november 2022, gericht aan de verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Onderwerp: besluit Geachte heer [Verdachte] , Op 9 september 2022 hebben wij u een brief gestuurd. In de brief staat dat u moet meewerken aan een onderzoek naar uw alcoholgebruik. Ook staat in deze brief dat u eerst de opleggingskosten moet betalen. Helaas heeft u deze kosten niet, of niet op tijd betaald. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 24 november 2022. En mag u niet meer rijden. 96-290805-24 5. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, op 12 november 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 5] bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen in het proces-verbaalnummer PL0100-2023295632-1, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als relaas van de verbalisant: Weg/Locatie: [Locatie 2] Voor het openbaar verkeer openstaande weg Op 3 november 2023 zag ik dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. Verdachte Achternaam: [Verdachte] Voornaam: [Verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1960 Motorrijtuig Personenauto Rijbewijscategorie Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie(ën): B Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994) Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard. Zie de als bijlage bijgevoegde uitdraai [Kenmerk 2] . 6. De integrale inhoud van een schriftelijk stuk, houdende de hieronder (in bewijsmiddel 10) genoemde bijlage: een uitdraai [Kenmerk 2] , opgenomen in de pagina’s 19 tot en met 25 van het hieronder (onder 10) genoemde dossier. 7. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, op 5 juli 2023 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 3] voornoemd, en [Verbalisant 4] voornoemd, opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023175369-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als relaas van de verbalisanten: Op 5 juli 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. Verdachte Achternaam: [Verdachte] Voornaam: [Verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1960 Verdachte werd door ons aangehouden. Mededelingen aan de verdachte De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. 8. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, op 18 augustus 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 1] voornoemd en [Verbalisant 2] voornoemd, opgenomen in proces-verbaalnummer PL0100-2023218892-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: als relaas van de verbalisanten: Op 18 augustus 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. Verdachte Achternaam: [Verdachte] Voornaam: [Verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1960 Verdachte werd door ons aangehouden. Mededelingen aan de verdachte De verdachte is meegedeeld, dat de volgende rijbewijsmaatregel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.