← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:8462

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001285-25 Uitspraakdatum van 17 december 2025 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 4 maart 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-335866-23 en 08-248641-24, tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , op dit moment verblijvende in P.I. [P.I.] Het hoger beroep De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel. Medeverdachten (onderzoek TGO Zwitserland) De strafzaak tegen de verdachte maakt deel uit van een aantal bij het hof aanhangige strafzaken die verband houden met het onderzoek TGO Zwitserland. Het onderzoek richt zich kort gezegd op de mogelijke betrokkenheid bij twee woningovervallen; in [plaats 1] op 16 oktober 2023 en in [plaats 2] op 12 december

  1. Het gaat in hoger beroep ook om de strafzaken tegen medeverdachten: [medeverdachte 1] (parketnummer: 21-001292-25); [medeverdachte 2] (parketnummer: 21-001288-25); [medeverdachte 3] (parketnummer: 21-001283-25); [medeverdachte 4] (parketnummer: 21-001267-25); [medeverdachte 5] (parketnummer: 21-001097-25). De verdachte wordt verweten betrokken te zijn geweest bij beide woningovervallen. Het procesverloop rondom de regiezitting van 3 december 2025 Bij appelschriftuur van 31 maart 2025 heeft de raadsvrouw, mr. J.H. Rump, de grieven tegen het vonnis kenbaar gemaakt en verzocht [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] te horen als getuige. Op de regiezitting van 3 december 2025 heeft de raadsvrouw aanvullende verzoeken gedaan. Het hof heeft voorts op de regiezitting kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal. Dit tussenarrest wordt gewezen naar aanleiding van de genoemde regiezitting. Getuigenverzoeken Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de getuigenverzoeken genoemd in de appelschriftuur op de regiezitting gehandhaafd en aangevoerd dat [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] kunnen verklaren over de vermeende plattegrond van de woning in [plaats 2] die in het kantoor van het bedrijf van de verdachte is aangetroffen. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat het kantoor van de verdachte niet afgesloten kan worden en dat ook anderen gebruik maakten van het kantoor, ook op momenten dat de verdachte zelf niet aanwezig was. Door en namens de verdachte wordt niet betwist dat het in zijn kantoor gevonden briefje met aantekeningen door de verdachte is gemaakt maar het is niet uitgesloten dat het anderen zijn geweest die de plattegrond hebben gemaakt. Op de regiezitting is aanvullend verzocht te mogen aansluiten bij de (eventueel) in de strafzaken tegen de medeverdachten toegewezen getuigenverhoren. De raadsvrouw wenst bij deze verhoren aanwezig te zijn, voor het geval de medeverdachten (mogelijk) belastend gaan verklaren over de verdachte. Standpunt van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de getuigenverzoeken dienen te worden afgewezen, omdat de uitkomst van deze verhoren niet relevant is voor enige door het hof te beantwoorden rechtsvraag. De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen het verzoek om eventueel te mogen aansluiten bij de in de zaken tegen de medeverdachten toegewezen getuigenverzoeken. Oordeel van het hof Ten aanzien van het horen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] als getuige Het hof stelt vast dat het verdedigingsbelang van toepassing is, nu de getuigenverzoeken tijdig zijn ingediend. Uit de motivering van en nadere toelichting op de getuigenverzoeken blijkt dat de getuigen alleen kunnen verklaren dat ook andere personen dan de verdachte toegang hadden tot het kantoor en daar mogelijk gebruik van hebben gemaakt. Aan de getuigenverzoeken is niet ten grondslag gelegd dat één of meer opgegeven getuigen antwoord kunnen geven op de vraag of iemand anders dan de verdachte de door de rechtbank als bewijs gebruikte plattegrond met aantekeningen heeft gemaakt. Het hof is op grond daarvan van oordeel dat de verdachte door het achterwege blijven van het horen van de genoemde personen als getuige redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad. Ambtshalve onderzoek Gelet op de verwevenheid van deze strafzaak, in dit geval de zaken [plaats 1] en [plaats 2] , met de zaken van de medeverdachten zal het hof bepalen dat de in de gelijktijdig aanhangige zaken toegewezen getuigen ook zullen worden gehoord in de strafzaak van verdachte. Ambtshalve bepaalt het hof daarom dat de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] in deze zaak eveneens als getuige worden gehoord. Overige verzoeken Standpunt van de verdediging Op de regiezitting heeft de raadsvrouw aanvullende verzoeken gedaan, namelijk het laten opmaken van een reclasseringsrapportage en het uitlezen van de boordcomputer van de met de woningoverval in [plaats 1] in verband gebrachte personenauto van de verdachte van het merk Lynk & Co. De raadsvrouw geeft aan dat de auto is teruggegeven aan de leasemaatschappij maar dat de boordcomputer van de auto niet is teruggegeven en mogelijk nog bij de politie ligt. Of de in de boordcomputer opgeslagen reisbewegingen zijn uitgelezen door de politie is niet bekend. Dergelijke gegevens bevinden zich in elk geval niet in het dossier. Met het uitlezen van de boordcomputer kan de stelling van het Openbaar Ministerie dat de verdachte op 16 oktober 2023 met de Lynk & Co ‘rondjes’ door [plaats 1] heeft gereden worden bevestigd maar ook ontkracht. De verdachte betwist de voor hem belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 4] en op basis van het dossier blijkt niet dat de Lynk & Co in het dossier de auto van de verdachte is, aldus de raadsvrouw. Standpunt van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen het verzoek tot het laten opmaken van een reclasseringsrapportage. Het uitlezen van de boordcomputer is niet noodzakelijk, omdat uit de camerabeelden en de stills daarvan kan worden opgemaakt dat er die avond in [plaats 1] is gereden met de Lynk & Co en het niet relevant is welk rondje er zou zijn gereden. Dat verzoek moet worden afgewezen. Oordeel van het hof Het hof zal deze verzoeken toetsen aan het noodzakelijkheidscriterium, vanwege de aard van de verzoeken en het tijdstip waarop deze zijn gedaan. Reclasseringsrapportage Het hof wijst het verzoek tot het laten opmaken van een reclasseringsrapportage ten behoeve van de inhoudelijke behandeling toe. Boordcomputer Op dit moment is niet duidelijk of de boordcomputer reeds door de politie is uitgelezen en/of waar de boordcomputer zich nu bevindt. Het hof zal het verzoek daarom voorwaardelijk toewijzen als volgt: Mocht de boordcomputer reeds zijn uitgelezen, dan dienen deze uitleesgegevens alsnog aan het dossier te worden toegevoegd; Zo nee -ervan uitgaande dat de boordcomputer nog wel in het bezit is van de politie- dan moet de boordcomputer alsnog worden uitgelezen en worden de uitleesgegevens toegevoegd aan het dossier. Indien beide vragen negatief worden beantwoord, dan wenst het hof dit schriftelijk in de vorm van een op te maken aanvullend proces-verbaal bevestigd te krijgen. Eén en ander heeft betrekking op de periode van 16 tot en met 17 oktober
  2. De voorlopige hechtenis Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft op de regiezitting verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen. De verdachte heeft financiële problemen door het faillissement van zijn bedrijven als gevolg van zijn detentie. Hij is gemotiveerd om zijn leven een andere draai te geven. De verdachte heeft verschillende certificaten behaald in de gevangenis en inmiddels ook een baan gevonden waar hij aan de slag zou kunnen. De raadsvrouw heeft laten weten dat bij tussenarrest op dit verzoek kan worden beslist. Standpunt van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek omdat de strafvorderlijke belangen zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de verdachte. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat na afweging van alle betrokken belangen, het maatschappelijk en strafvorderlijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder moet wegen dan het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing daarvan, zodat het verzoek zal worden afgewezen. Het hof heeft hierbij in het bijzonder mee laten wegen de ernst van de feiten waarvan de verdachte wordt verdacht, de aard van de aan het bevel tot voorlopige hechtenis ten grondslag gelegde gronden (12-jaarsgrond en recidivegrond) en het veroordelend vonnis waarbij aan de verdachte een langdurige gevangenisstraf van achttien jaren is opgelegd. BESLISSING Het hof: Heropent het onderzoek. Bepaalt ambtshalve het horen van de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] Cervera als getuige. Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij dit hof en stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris om als getuigen te horen:
  3. [medeverdachte 1], geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen); 2 [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen); 3 [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ; 4 [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen); 5 [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Colombia). Wijst toe het verzoek tot het laten opmaken van een reclasseringsrapportage over de verdachte ten behoeve van de inhoudelijke behandeling van de zaak. Wijst toe het verzoek om nader onderzoek te laten verrichten naar de gegevens van de boordcomputer van de onder de verdachte inbeslaggenomen personenauto Lynk & Co op de wijze zoals hiervoor is vermeld en daarvan door de politie aanvullend proces-verbaal op te laten maken. Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel. Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis en hetgeen overigens anders of meer is verzocht. Schorst het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden, om de klemmende redenen dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid. Bepaalt dat het onderzoek wordt voortgezet op een nog te bepalen zitting. Beveelt dat verdachte wordt opgeroepen tegen het nog te bepalen tijdstip en de raadsvrouw van verdachte en de benadeelde partijen en hun advocaten hierover tijdig worden geïnformeerd. Beveelt dat de slachtoffers worden opgeroepen tegen het nog te bepalen tijdstip. Aldus gewezen door mr. K.J.C. Geeve, voorzitter, mr. G. Mintjes en mr. H. Heins, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier, en op 17 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 17 december
  4. Tegenwoordig: mr. K.J.C. Geeve, voorzitter, mr. G. Nijpels, advocaat-generaal, mr. G.J.H. van Vliet, griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De voorzitter spreekt het tussenarrest uit. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.