← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2025:8571

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.359.052 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: 11529185 arrest in het incident van 23 december 2025 in de zaak van 1 [appellant1] die woont in [woonplaats1]

  1. [appellant2] die woont in [woonplaats1]
  2. [appellant3] die woont in [woonplaats2]
  3. [appellant4] die woont in [woonplaats3] hierna gezamenlijk: [appellanten] advocaat: mr. L.R. Brendel en [geïntimeerde] die woont in [woonplaats1] advocaat: mr. D. Molenkamp 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellanten] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis in kort geding dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter), op 5 augustus 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven inclusief incidentele vordering op grond van artikel 351 Rv; de memorie van antwoord. 2De kern van de zaak 2.
  4. [appellanten] verhuren een woning (hierna: de huurwoning) aan [geïntimeerde] . Naar aanleiding van een inspectie aan de elektrische installatie is geconstateerd dat die installatie niet voldoet aan de veiligheidsnormen en dat met grote spoed de elektrische installatie afgesloten moest worden om erger te voorkomen. [appellanten] hebben dat advies opgevolgd en de elektrische installatie vervolgens afgesloten. Later bleek ook dat in een gasleiding een lekkage zat zodat geadviseerd werd om de gaskraan af te sluiten. [appellanten] hebben naar aanleiding van dit advies [geïntimeerde] verzocht de gaskraan dicht te draaien. In een e-mail van 4 juni 2025 heeft de gemachtigde van [appellanten] [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld voor alle eventuele schade als gevolg van het niet-afsluiten van de gaskraan. Ongeveer een maand later heeft een brand gewoed in de huurwoning. [appellanten] hebben de schade die daardoor is ontstaan gemeld bij de verzekering. De expert van de verzekering heeft onder andere aangegeven dat de inboedel van [geïntimeerde] volledig verloren is gegaan. 2.
  5. [geïntimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd [appellanten] hoofdelijk te veroordelen – op straffe van verbeurte van een dwangsom bij overtreding – tot het herstellen van de schade, zodat de huurwoning weer bewoonbaar is, waaronder in ieder geval het herstel van het raam(kozijn) en het professioneel verwijderen van roet- en rookschade. Daarnaast heeft [geïntimeerde] onder meer gevorderd [appellanten] hoofdelijk te veroordelen tot het herstellen en hersteld houden van de nutsvoorzieningen in de woning, al dan niet middels een noodvoorziening, op straffe van verbeurte van een dwangsom bij overtreding. 2.
  6. De kantonrechter heeft [appellanten] hoofdelijk veroordeeld de schade aan de huurwoning als gevolg van de brand binnen drie weken na het bericht van de verzekeraar dat het onderzoek is afgerond, zodanig te herstellen dat de woning weer bewoonbaar is. Daarnaast heeft de kantonrechter [appellanten] hoofdelijk veroordeeld binnen zes weken na het bericht van de verzekeraar dat het onderzoek is afgerond, de elektrische installatie in de woning te herstellen en hersteld te houden, en voorts binnen veertien dagen na het bericht van de verzekeraar dat het onderzoek is afgerond, een (elektrische) noodvoorziening aan te brengen totdat de elektrische installatie is hersteld. De kantonrechter heeft een dwangsom van € 150,- opgelegd, met een maximum van € 100.000,-, voor iedere dag dat [appellanten] in gebreke blijven aan de hiervoor genoemde veroordelingen te voldoen. 2.
  7. [appellanten] zijn in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis en hebben een incidentele vordering ingesteld op grond van artikel 351 Rv. Zij vorderen de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. 2.
  8. Het hof zal de incidentele vordering van [appellanten] tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring van het bestreden vonnis gedeeltelijk toewijzen en legt hierna uit hoe het tot die beslissing is gekomen. 3De toelichting op de beslissing van het hof Uitvoerbaarheid bij voorraad 3.
  9. De kantonrechter heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Deze beslissing is niet gemotiveerd. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij om de situatie te houden zoals die was voordat de uitspraak werd gedaan, zwaarder weegt dan het belang van de andere partij om de uitspraak meteen te kunnen uitvoeren. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van het vonnis van de kantonrechter en kijkt voor zijn beslissing niet naar de kans van slagen van het hoger beroep. Als blijkt dat de beslissing van de kantonrechter op een duidelijke fout of vergissing (een ‘kennelijke misslag’) berust, kan het hof de uitvoerbaarheid schorsen. Ook kan het hof de uitvoerbaarheid schorsen als zich na de bestreden uitspraak nieuwe feiten hebben voorgedaan waarmee in de bestreden uitspraak geen rekening gehouden kon worden. Die feiten moeten wel kunnen rechtvaardigen dat van de bestreden uitspraak wordt afgeweken. 3.
  10. [appellanten] hebben niet (expliciet) gesteld dat het vonnis van de kantonrechter berust op een kennelijke misslag, of dat zich na de bestreden uitspraak nieuwe feiten hebben voorgedaan waarmee in de bestreden uitspraak geen rekening gehouden kon worden. [appellanten] hebben wel aangevoerd dat zij niet in staat zijn om (tijdig) te voldoen aan de veroordelingen omdat de kantonrechter is uitgegaan van een onjuiste, te korte termijn voor het herstel van de woning en de elektrische voorziening. Volgens hen hebben diverse deskundigen aangegeven dat de werkzaamheden maanden zullen duren, nog los van de lange wachttijden in de bouw. Herstel binnen de termijnen uit het dictum is dus niet haalbaar, aldus [appellanten] Volgens hen leidt dat vervolgens tot onomkeerbare gevolgen en ernstige (financiële) schade, aangezien dan dwangsommen verbeurd zullen worden. 3.
  11. [geïntimeerde] heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering van [appellanten] Hij heeft de door [appellanten] aangevoerde belangen bij schorsing dus niet weersproken en heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de vordering zou moeten worden afgewezen. Het hof overweegt dat het in het kader van dit incident niet kan oordelen over de vraag of de in het vonnis gestelde termijnen voor herstel onhaalbaar of niet realistisch zijn. Daarmee zou het hof vooruitlopen op de beoordeling in de hoofdzaak. Wel begrijpt het hof dat de dwangsom zijn functie van prikkel tot nakoming verliest als nakoming onmogelijk is. De financiële gevolgen voor [appellanten] kunnen daarbij aanzienlijk zijn. Gelet op dit belang van [appellanten] en het ontbreken van een reactie van [geïntimeerde] in het incident, acht het hof schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de dwangsomveroordeling in dit geval gerechtvaardigd. Conclusie 3.
  12. Het hof wijst de incidentele vordering toe voor zover deze ziet op de dwangsomveroordeling, en wijst deze voor het overige af. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan. 4De beslissing Het hof: in het incident 4.
  13. schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing onder 5.4 van het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 5 augustus 2025 tot het eindarrest in de hoofzaak; 4.
  14. houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist; 4.
  15. wijst af wat verder is gevorderd; in de hoofdzaak in hoger beroep 4.
  16. bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt; 4.
  17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, G.R. den Dekker en G.A. Diebels, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 december
  18. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.