GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.355.115/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11274819) beschikking van 30 december 2025 in de zaak van [verzoekster1] (de moeder), die woont in [woonplaats1] , verzoekster in hoger beroep, advocaat: mr. J.P. van Mulken te Nuth, en [belanghebbende1] (de betrokkene), die verblijft in Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek in Almere, verweerder in hoger beroep, advocaat: mr. V.S.J. Chorus te Nuth, en Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek (de Oostvaarderskliniek), die is gevestigd in Almere, verweerster in hoger beroep, advocaat: mr. L.F.W. van Zuijlen te Utrecht. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: 1) [belanghebbende2] , h.o.d.n. Buitengewone Mentoren (de mentor), kantoorhoudende te Biddinghuizen, 2) [belanghebbende3] (broer [belanghebbende3] ), die woont in [woonplaats2] , 3) [belanghebbende4] (broer [belanghebbende4] ), die woont in [woonplaats3] , 4) [belanghebbende5] (half)zus [belanghebbende5] ), die woont in [woonplaats4] , 5) [belanghebbende6] (zus [belanghebbende6] ), die woont in [woonplaats5] . 1De procedure in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter), van 27 februari 2025 en 17 april 2025, uitgesproken onder zaaknummer 11274819. 2De procedure in hoger beroep 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 18 mei 2025; - een journaalbericht namens de moeder van 16 juni 2025 met bijlage(n); - een brief, gedateerd 16 juni 2025 en door het hof ontvangen op 1 juli 2025, namens de moeder, met bijlage(n); - een brief van de mentor van 3 juli 2025; - het verweerschrift van de betrokkene; - het verweerschrift van de Oostvaarderskliniek met bijlage(n). 2.2. De mondelinge behandeling heeft op 12 november 2025 in Zwolle plaatsgevonden. Verschenen zijn: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de betrokkene (via een beeldbelverbinding), bijgestaan door zijn advocaat; - namens de Oostvaarderskliniek: [naam1] en [naam2] , bijgestaan door hun advocaat; - broer [belanghebbende3] ; - broer [belanghebbende4] ; - ( half)zus [belanghebbende5] ; - zus [belanghebbende6] . Tijdens de zitting hebben de advocaten van de moeder en de Oostvaarderskliniek spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. 3De feiten 3.1. De betrokkene is geboren [in] 1984. 3.2. Bij beschikking van 9 december 2019 is op verzoek van de moeder een mentorschap voor de betrokkene ingesteld. De moeder is tot mentor benoemd. 3.3. Bij uitspraak van 16 november 2021 is aan de betrokkene een gevangenisstraf en een terbeschikkingstelling-maatregel (tbs) opgelegd, met verpleging van overheidswege, wegens diefstal en afpersing, mishandeling en bedreiging. 3.4. De betrokkene is op grond van voornoemde uitspraak gedetineerd geweest. In het kader van de hem opgelegde tbs verblijft hij sinds 25 juli 2022 in de Oostvaarderskliniek, op een structuurafdeling voor kwetsbare patiënten die voor hun dagelijkse functioneren meer individuele zorg en ondersteuning nodig hebben. 3.5. Bij verzoekschrift van 26 juni 2024 heeft de Oostvaarderskliniek verzocht de moeder te ontslaan als mentor van de betrokkene. 4. De omvang van het geschil 4.1. Bij de bestreden (tussen)beschikking van 27 februari 2025 heeft de kantonrechter de betrokkene in de gelegenheid gesteld om een professionele mentor voor te dragen. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat bij het uitblijven van een reactie van de betrokkene de kantonrechter zal overgaan tot benoeming van een nieuwe mentor. De kantonrechter heeft iedere verdere beslissing aangehouden. 4.2. Bij de bestreden (eind)beschikking van 17 april 2025 heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, de moeder met ingang van de dag na de uitspraak van die beschikking ontslagen als mentor en een professionele mentor tot mentor van de betrokkene benoemd. 4.3. De moeder komt met ongenummerde grieven in hoger beroep van de bestreden beschikkingen. Met deze grieven beoogt zij het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikkingen te vernietigen en het verzoek tot haar ontslag als mentor met de aanstelling van een andere mentor alsnog af te wijzen, en daarmee de moeder weer als mentor aan te wijzen. Verder verzoekt de moeder om de Oostvaarderskliniek in de kosten van deze procedure te veroordelen. 4.4. De betrokkene is het eens met het hoger beroep van de moeder. Hij verzoekt, net als de moeder, de bestreden beschikkingen te vernietigen en het verzoek tot ontslag van de moeder als zijn mentor en de aanstelling van een andere mentor, alsnog af te wijzen en daarmee de moeder weer als zijn mentor aan te wijzen. Verder verzoekt de betrokkene om de Oostvaarderskliniek te veroordelen in de proceskosten. 4.5. De Oostvaarderskliniek voert verweer en vraagt het hof het door de moeder ingestelde hoger beroep af te wijzen, althans ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen te bekrachtigen. Verder verzoekt de Oostvaarderskliniek de moeder te veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep. 5De motivering van de beslissing 5.1. Op grond van artikel 1:461 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een mentor ontslag verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden, dit op verzoek van de medementor of degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:451 lid 1 en 2 BW, dan wel ambtshalve.De Oostvaarderskliniek stelt zich op het standpunt dat er gewichtige redenen zijn (geweest) die het ontslag van de moeder van de betrokkene als mentor rechtvaardigen, zoals de kantonrechter heeft geoordeeld. De moeder betwist in hoger beroep dat die gewichtige redenen er zijn. 5.2. De betrokkene is een 41-jarige man die een justitiële voorgeschiedenis heeft en kampt met persoonlijke problematiek. In 2017 is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf voor een poging tot een overval, een overval op een winkel en een diefstal met geweld. In 2021 is hij opnieuw veroordeeld en is aan hem een gevangenisstraf en tbs opgelegd. Voor die strafrechtelijke procedure zijn een psychologisch en psychiatrisch rapport opgesteld over de betrokkene, waarin de volgende diagnoses zijn gesteld: schizofrenie, stoornis in het gebruik van middelen, andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale persoonlijkheidstrekken en andere gespecificeerde trauma- of stressorgerelateerde stoornis. De betrokkene heeft een beperkt ziektebesef en -inzicht. Hij heeft behandeling nodig voor zijn problematiek. Hij verblijft inmiddels 3,5 jaar in de Oostvaarderskliniek en zit nog midden in zijn behandeltraject. 5.3. Het verblijf en behandeltraject van de betrokkene in de Oostvaarderskliniek vraagt van een mentor meer dan gemiddelde ervaring om diens (niet-vermogensrechtelijke) belangen op een adequate manier te kunnen behartigen. Bovendien vraagt dit om een gepaste (emotionele) afstand tot de betrokkene. Daarnaast is het voor een tbs-instelling van groot belang dat zij in de samenwerking met een mentor erop kan vertrouwen dat er geen (extra) risico’s op onveilige situaties kunnen ontstaan. Het doel van een tbs-maatregel is in de eerste plaats bescherming van de samenleving - wat nog uitgaat boven het belang van de patiënt - en daarmee het beperken van risicofactoren. Het hof verwijst naar de rechtsoverwegingen 5.3. en 5.4. van de bestreden beschikking van 27 februari 2025, waarin de kantonrechter de bijzondere verhouding tussen de kliniek en de betrokkene duidt. Bij het uitspreken van het mentorschap voor de betrokkene in 2019 is, conform het wettelijke uitgangspunt, de voorkeur van de betrokkene gevolgd door de moeder tot mentor te benoemen. Voor het hof is duidelijk dat de moeder een toegewijde moeder is voor haar zoon. Het hof is echter ook gebleken dat de (hechte) relatie tussen de moeder en de betrokkene de afgelopen jaren een belemmering heeft gevormd en nog altijd vormt voor een effectieve behandeling van de betrokkene in de Oostvaarderskliniek. Naar het oordeel van het hof zijn bij de moeder haar rollen als moeder en als mentor van de betrokkene de afgelopen jaren te veel verstrengeld geraakt. 5.4. Vanaf het begin van de plaatsing van de betrokkene in 2022 in de Oostvaarderskliniek is de samenwerking tussen de moeder en de kliniek moeizaam verlopen. De moeder trok de expertise van het behandelteam in twijfel en stelde meermaals adviezen en beslissingen van het behandelteam ter discussie. De moeder bleef vasthouden aan haar eigen opvattingen die ze ook overbracht op de betrokkene. Hierdoor werd de (voortgang van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.