← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:110

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.357.456/01 CJIB-nummer : 260132312 Uitspraak d.d. : 12 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 23 april 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De griffier van het hof heeft de betrokkene in de gelegenheid gesteld om redenen op te geven waarom het hoger beroep te laat is ingesteld. De betrokkene heeft hier gebruik van gemaakt. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Het hof heeft van de rechtbank een dossier ontvangen met een (per post verstuurd) hoger beroepschrift dat buiten de beroepstermijn is ontvangen. Gedurende de procedure van hoger beroep heeft het hof via het openbaar ministerie een beroepschrift ontvangen dat, weliswaar niet op de juiste wijze want via het Digitaal Loket Verkeer, maar wel op tijd is ingediend. Daarom is het hoger beroep ontvankelijk.
  2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 augustus 2023 om 17.56 uur op de Utrechtsebaan (A12) in Voorburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  3. De betrokkene voert aan dat hij niet rechts heeft ingehaald. Uit de foto’s blijkt niet dat een voertuig rechts is ingehaald, maar slechts dat zijn voertuig rechts van een ander voertuig rijdt. Dit is dus geen bewijs van een verboden inhaalactie. Rechts passeren is onder bepaalde omstandigheden toegestaan. Het proces-verbaal beschrijft niet de verkeerssituatie ten tijde van de gedraging. Zonder context is niet vast te stellen of sprake was van een strafbare gedraging. Daarnaast voert de betrokkene aan dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Daardoor kon de betrokkene zich niet direct verweren, wat de mogelijkheden tot verdediging beperkt heeft. In de motivering van de beslissing van de kantonrechter blijkt tot verbazing van de betrokkene niet dat deze standpunten en argumenten zijn meegewogen. Dit komt niet overeen met de zorgvuldige behandeling die in het kader van hoor en wederhoor van belang is.
  4. Ten aanzien van deze laatste opmerking van de betrokkene, wijst het hof er op dat uit de stukken blijkt dat de betrokkene de aanvullende gronden pas op 22 april 2025 om 21.36 uur en op 23 april 2025 om 08.26 uur heeft ingediend via het Digitaal Loket Verkeer van het openbaar ministerie, terwijl de behandeling van de zaak door de kantonrechter stond gepland op 23 april 2025 om 09.20 uur. Door op deze wijze en op zo’n laat moment de nadere gronden in te dienen, neemt de betrokkene het risico dat deze de kantonrechter niet meer op tijd bereiken waardoor de kantonrechter deze niet kan beoordelen. Dat komt voor zijn rekening. Daarbij constateert het hof dat de betrokkene in een eerder stadium van de procedure rechtstreeks mailcontact met de griffie van de rechtbank heeft gehad.
  5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Rijstrook waarop betrokkene aanvankelijk reed: 2.Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: 3.Snelheid waarmee betrokkene inhaalde: 105 kilometer per uur.Aantal ingehaalde voertuigen:
  7. (…)Reden geen staandehouding: geen stop&volgtransparant aanwezig in voertuig.”
  8. Verder bevat het dossier foto’s die de ambtenaren hebben gemaakt. Hierop is het voertuig van de betrokkene te zien. Op de eerste foto is dit voertuig te zien op rijstrook 3, rechts van een ander voertuig op rijstrook 2, namelijk een grijze Mini. Op de tweede foto is het voertuig te zien op de streepmarkering tussen rijstrook 3 en rijstrook
  9. Verder bevat het een uitvergroting van het kenteken van de het voertuig. Te lezen is [kenteken] .
  10. Ook bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:“Ik zag dat de Volkswagen op rijstrook 2 reed en met verhoogde snelheid, van ongeveer 110 km/h op rijstrook 1 (het hof begrijpt: 3) ging rijden. Ik zag dat de Volkswagen met genoemde snelheid een ander voertuig inhaalde via de rechterzijde. Ik zag dat dit een voertuig betrof van het merk Mini, grijs van kleur. Mijn collega De Graaf, die op de bijrijder stoel zat, maakte van de inhaalactie direct een fotografische opname, die bij het originele proces-verbaal was gevoegd. Hierna verplaatste de Volkswagen van rijstrook 1 (het hof begrijpt: 3) naar rijstrook 2 en reed verder in de richting van het Prins Clausplein.”
  11. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaringen van de ambtenaren, in combinatie met de foto’s die zich in het dossier bevinden dat met het voertuig van de betrokkene een ander voertuig rechts is ingehaald. Het verweer van de betrokkene komt neer op een enkele ontkenning van de gedraging. Dat geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Geen rechtsregel schrijft voor dat de verkeerssituatie verdergaand dan hier moet zijn beschreven om de gedraging vast te kunnen stellen. Hoewel de betrokkene terecht stelt dat rechts passeren onder bepaalde omstandigheden is toegestaan, is gesteld noch gebleken dat hier sprake was van die omstandigheden. Het hof stelt vast dat de gedraging is verricht.
  12. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
  13. Uit de verklaring van de ambtenaren blijkt dat zij de bestuurder niet konden staandehouden omdat zij niet beschikten over een stop- en volgtransparant. Hierdoor was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De sanctie is terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Daarbij merkt het hof nog op dat artikel 5 van de Wahv ziet op het aanstonds vaststellen van de identiteit van de bestuurder en niet (ook) op het bieden van de gelegenheid tot verdediging bij de ambtenaar. In beginsel zijn de gegevens die in de inleidende beschikking worden opgenomen voldoende om (een begin) van een verweer tegen de gedraging te voeren.
  14. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er bestaat geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.