← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:1230

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000196-20 Uitspraakdatum: 3 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad , van 31 december 2019 met parketnummer 16-659264-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 20 januari 2026 en 3 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot: vernietiging van het vonnis van de rechtbank; niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het hoger beroep ter zake van feit 5; vrijspraak van verdachte van de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten; veroordeling van verdachte van de onder 1 subsidiair en 4 tenlastegelegde feiten tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest; niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij] in de vordering tot schadevergoeding. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.C.M. Sprenger, hebben aangevoerd. Omvang van het hoger beroep Verdachte is door rechtbank Midden-Nederland vrijgesproken van wat aan hem onder 5 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak. Het vonnis Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank: verdachte van het onder 5 tenlastegelegde vrijgesproken; verdachte van de onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest; de teruggave aan verdachte gelast van het onder hem inbeslaggenomen geldbedrag van € 5.300,00; de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding; het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof in hoger beroep is onderworpen – ten laste gelegd dat: 1. primairhij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2017 tot en met 09 februari 2018 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1893 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 1. subsidiair [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2017 tot en met 09 februari 2018 te [plaats 1] , met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [straat 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1893 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk(

  1. e)misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 01 oktober 2017 tot en met 9 februari 2018 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door (onder meer) contact te leggen en/of te onderhouden met de verhuurder van voornoemd pand en/of op één of meer tijdstippen enig(
  2. e)(contant(e)) geldbedrag(
  3. en)aan huur en/of borg aan voornoemde verhuurder te betalen; 2. primairhij in of omstreeks de periode van 01 november 2017 tot en met 14 maart 2018 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5304 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 01 november 2017 tot en met 14 maart 2018 te [plaats 2] , met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [straat 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5304 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk(
  4. e)misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 01 november 2017 tot en met 14 maart 2018 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door (onder meer) voornoemd pand te huren en/of voornoemd pand ten behoeve van hennepteelt ter beschikking te stellen en/of het gebruik van voornoemd pand te faciliteren; 3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 september 2017 tot en met 14 maart 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (telkens) heeft weggenomen (in totaal) 163.564 kWh, althans een (grote) hoeveelheid elektricteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan energiemaatschappij [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( [verdachte] ), waarbij verdachte en/of zijn mededader( [verdachte] ) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 4.hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2017 tot en met 14 maart 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een aantal onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging feit 1 hennepteelt [straat 1] [plaats 1] Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rol van verdachte moet worden geduid als medeplichtigheid aan hennepteelt in [plaats 1] . Verdachte was betrokken bij de huur van het pand en het regelen van de bestickering van het pand waardoor het pand werd afgeschermd en het regelen van beplating zodat een dekmantel kon worden gecreëerd. Dat zijn volgens de advocaat-generaal ondersteunende handelingen. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het onder 1 primair en 1 subsidiair moet worden vrijgesproken. De door getuigen [getuige 1] en [getuige 2] beschreven signalementen komen niet overeen met de uiterlijke kenmerken van verdachte. [getuige 2] heeft verklaard op 27 juli 2017 twee voertuigen bij de loods te hebben gezien, waaronder een bus met een kenteken dat op naam staat van verdachte. Verdachte was verifieerbaar op 27 juli 2017 in de [locatie] . Dat [getuige 2] dus verklaart het voertuig van verdachte bij de loods te hebben zien rijden zegt dus dat die bus die dag aan een ander was uitgeleend. Verder kunnen de verklaringen van getuige [getuige 3] niet voor het bewijs worden gebruikt. [getuige 3] heeft tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris zijn eerdere verklaring zoals afgelegd bij de politie herroepen. Bij de rechter-commissaris heeft [getuige 3] verklaard dat niet verdachte maar [getuige 2] contant de huur heeft betaald. Bij de raadsheer-commissaris heeft [getuige 3] verklaard verdachte maar één keer te hebben gezien. De verklaringen van [getuige 3] moeten als onbetrouwbaar terzijde worden geschoven. Met betrekking tot het bestickeringsschema dat is aangetroffen op zijn iPhone heeft verdachte in hoger beroep een aannemelijke en ontlastende verklaring gegeven, wat wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 4] bij de raadsheer-commissaris, te weten kort gezegd dat zij samen op verzoek van [medeverdachte 1] bestickering op het pand aan de [straat 1] hebben aangebracht. Het aanstralen van de iPhone van verdachte van de zendmasten langs de [weg] en nabij de kwekerij kan verklaard worden door het bezoek van verdachte aan het pand aan de [straat 1] voor het bestickeren en herstellen van losgelaten bestickering. Dat kan niet als redengevend worden beschouwd voor het medeplegen van hennepteelt, omdat de kwekerij toen nog niet in gebruik was en verdachte niet wist dat het bestickeren voor een later aan te leggen kwekerij was. Oordeel van het hof Betrouwbaarheid verklaringen [getuige 3] is meerdere malen door de politie gehoord. Vervolgens is [getuige 3] in eerste aanleg door de rechter-commissaris en daarna in hoger beroep door de raadsheer-commissaris gehoord. Met de verdediging constateert het hof dat er onduidelijkheden dan wel verschillen bestaan in de verklaringen van [getuige 3] . Bij de politie heeft [getuige 3] namelijk onder meer verklaard [verdachte] maar één keer te hebben gezien en ook dat hij contant huurbetalingen heeft ontvangen toen [verdachte] al in beeld was. Bij de rechter-commissaris verklaart [getuige 3] dat niet [verdachte] maar [getuige 2] de huur contant heeft betaald en dat hij [verdachte] één keer bij de loods heeft gezien toen hij langs kwam over de wijziging van de bedrijfsvoering. De raadsheer-commissaris heeft [getuige 3] gevraagd of [getuige 3] bij de rechter-commissaris zijn verklaringen bij de politie heeft herroepen omdat deze niet zouden kloppen. [getuige 3] heeft daarop in ontkennende zin geantwoord. Geconfronteerd met de verschillen in de verklaringen antwoordt [getuige 3] tijdens het verhoor bij de raadsheer-commissaris: “Er is iets verkeerd begrepen (..) Het is niet een bewuste vergissing van mij geweest (..) Ik heb hem (het hof begrijpt: [verdachte] ) één keer gezien bij de wijziging/betaling. Naar het oordeel van het hof brengen de verschillen in de verklaringen van [getuige 3] niet met zich mee dat de verklaring van [getuige 3] zoals afgelegd bij de politie als onbetrouwbaar terzijde moet worden gesteld. Die verklaringen zijn niet herroepen bij de rechter-commissaris. Het hof gaat uit van de verklaringen van [getuige 3] zoals afgelegd bij de politie omdat deze kort na het aantreffen van de hennepkwekerij zijn afgelegd en er inmiddels maanden respectievelijk jaren zijn verstreken op het moment dat [getuige 3] (in 2019) bij de rechter-commissaris en (in 2022) bij de raadsheer-commissaris is gehoord. De verklaringen bij de politie worden bovendien ondersteund door een handgeschreven aantekening uit de administratie van [getuige 3] onder meer met de naam “ [verdachte] ”. Verder constateert het hof dat de verklaringen van [getuige 3] op hoofdlijnen consistent zijn en in de kern er op neerkomen dat [getuige 3] het pand heeft verhuurd en dat hij daarbij aanvankelijk contact heeft gehad met [getuige 2] en [bedrijf 1] en dat hij op (of omstreeks) 3 november 2017 een ontmoeting heeft gehad met [verdachte] , die langs kwam in verband met een wijziging van de bedrijfsvoering en het huurcontract en toen ook huur heeft betaald. Het hof gaat daarvan uit en gaat voorbij aan de verklaring van verdachte ter zitting van het hof dat hij weliswaar eenmaal in aanwezigheid van [medeverdachte 1] de verhuurder van het pand heeft gezien, maar toen geen huur aan de verhuurder heeft betaald of heeft gesproken over de huurovereenkomst. Betrokkenheid verdachte Het hof stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte contact heeft gehad met [getuige 3] , zijnde de verhuurder van het pand waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Verdachte heeft tijdens een ontmoeting op (of omstreeks) 3 november 2017 aan [getuige 3] verteld dat de eerder bij de huurder [bedrijf 1] betrokken personen uit beeld waren en heeft het originele huurcontract meegenomen omdat een wijziging in de tenaamstelling zou moeten plaatsvinden. Hij heeft dat contract niet meer aan [getuige 3] gegeven. Het hof duidt deze handelingen als het versluieren van de feitelijk bij de huur van het pand betrokken personen. Verdachte heeft die dag ook contant huur aan [getuige 3] betaald. Verdachte heeft zich daarnaast beziggehouden met het bestickeren van het pand. Het hof duidt die handelingen als het verhullen van de (beoogde) hennepkwekerij in het pand. In de auto van verdachte zijn verder automagneetplaten aangetroffen van [bedrijf 1] , het bedrijf dat als dekmantel voor deze locatie met daarin een hennepkwekerij fungeerde. Verdachte is in de ten laste gelegde periode meerdere keren bij het pand geweest. Bovendien is in de bus van medeverdachte [medeverdachte 1] een handgeschreven aantekening aangetroffen (Bijlage 11 van het proces-verbaal van bevindingen, pagina 37 van het dossier) die blijkens de inhoud ziet op investeringen in onder meer de hennepkwekerij aan de [straat 1] (project 1) en waarbij is vermeld: “Project 1 +/- 12.000 % 2 [alias] = +/- 6.000”. Gelet op alle bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien begrijpt het hof die aantekeningen aldus dat met “ [verdachte] ” verdachte wordt bedoeld en dat hij heeft meegedeeld in kosten voor de hennepkwekerij. Alternatieve scenario’s Op de zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat zijn werkbus, een zwarte Renault Traffic, van 3 augustus 2017 tot en met 5 december 2017 vaak door enkele anderen werd gebruikt. Hij was in die tijd zijn rijbewijs kwijt door een rijontzegging en maakte zelf geen gebruik van zijn werkbus. De werkbus is na zijn arrestatie op 19 april 2018 inbeslaggenomen, terwijl de hennepkwekerij al op 14 maart 2018 is ontmanteld door de politie. Als verdachte wetenschap had gehad van de magneetplaten die in zijn bus lagen, dan had hij ze daar al lang uit weggehaald, aldus de verdediging. Verder heeft verdachte op de zitting van het hof verklaard dat hij op 30 oktober, 4 november, 21 november en 13 december 2017 weliswaar bij het pand aan de [straat 1] is geweest, maar dat was voor het aanbrengen van bestickering op verzoek van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft daarvoor zijn oom [getuige 4] benaderd. Verdachte wist niet dat in het pand een hennepkwekerij zou worden of werd opgebouwd. Volgens de verdediging zijn de zendmastgegevens en de aanwezigheid van verdachte bij het pand van vóór de ingangsdatum van het huurcontract. Dat kan dus niet relevant zijn voor betrokkenheid bij de hennepkwekerij die later moet zijn opgebouwd, aldus de verdediging. Verder heeft verdachte via zijn raadsman een boekingsbevestiging van zijn vakantie op [land] van 20 december tot en met 28 december 2017 overgelegd. Daarnaast heeft verdachte een foto overgelegd waaruit blijkt dat hij op 27 juli 2017 in de [locatie] is geweest. De enkele omstandigheid dat verdachte zijn werkbus mogelijk heeft uitgeleend, op 27 juli 2017 in de [locatie] is geweest en een vakantie heeft geboekt gedurende een periode in december 2017, maakt naar het oordeel van het hof niet dat verdachte in de tenlastegelegde periode niet betrokken is geweest bij (de opbouw van) de hennepkwekerij in [plaats 1] . Het hof constateert dat uit de door de verdediging overgelegde e-mails van de oom van verdachte, [getuige 4] , volgt dat [getuige 4] op 29 augustus 2017 een offerte heeft ontvangen voor onder meer bestickering (windowfilm + laminaat), folie en meshdoeken voor [bedrijf 1] . Daarin staat onder meer “Op zijn vroegst kun je dus 8 of 11 september plakken”. [getuige 4] reageert daar dezelfde dag op door te melden dat hij wel aan neemt dat het doorgaat en dat er nog wel 4x magneet platen met hun logo erop maat 40 x 60cm bij komt. Het kan niet anders zijn dan dat verdachte, die immers – zoals hij zelf verklaart – opdracht gaf aan zijn oom, weet had van de magneetplaten met het logo van [bedrijf 1] en dat die later in zijn werkbus zijn aangetroffen. Zoals hiervoor overwogen was de bestickering en de beplating essentieel voor het afschermen van het pand en het creëren van een dekmantel. Reeds hieruit blijkt dat het voor de hand ligt deze verhullende handelingen zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Dat dit niet lang na de start van de bouw van de kwekerij is gebeurd, vindt ook steun in de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . Gelet ook op de data van voormelde e-mails en de opmerking over het tijdstip van plakken in combinatie met hetgeen hiervoor is overwogen over verdachtes contact met [getuige 3] , de aangetroffen aantekeningen in de bus van [medeverdachte 1] en de overige bewijsmiddelen acht het hof de verklaring van verdachte dat hij pas op 30 oktober, 4 november, 21 november en 13 december 2017 bij het pand was om het (enkel) te bestickeren en niet van de (opbouw) van de hennepkwekerij afwist, ongeloofwaardig. De alternatieve scenario’s zijn niet aannemelijk geworden en worden weersproken door de bewijsmiddelen. Medeplegen Verdachte is gelet op de hiervoor weergegeven feitelijke handelingen naar het oordeel van het hof betrokken geweest bij kernactiviteiten van de hennepkwekerij, bestaande uit het regelen van de bedrijfslocatie voor de hennepkwekerij, onder meer door het betalen van huur, het versluieren van wie feitelijk bij de huur van het pand betrokken was en het afschermen van de hennepkwekerij voor de buitenwereld door bestickering voor het pand te regelen en automagneetplaten te (laten) bestellen. Automagneetplaten kunnen gebruikt worden om werkbussen als bussen van [bedrijf 1] te laten rijden, de dekmantel van het pand waarin zich de hennepkwekerij bevond. Verdachte is bovendien meerdere malen aanwezig geweest bij het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen. Al met al heeft verdachte daarmee een essentiële bijdrage geleverd aan het op grote schaal telen van hennep in [plaats 1] . Gelet op de aard en vooral ook omvang van de buitengewoon professioneel ingerichte hennepkwekerij moet verdachte nauw en bewust hebben samengewerkt met zijn mededaders om de hennepkwekerij te kunnen opbouwen en te kunnen laten voortduren. Dat leidt het hof af uit voormelde handelingen die verdachte zelf heeft verricht en de eerder vermelde aantekeningen die in [medeverdachte 1] zijn bus zijn aangetroffen. Op basis van alle bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien begrijpt het hof uit die handgeschreven aantekening dat met ‘ [verdachte] ’ verdachte wordt bedoeld en dat verdachte heeft meegedeeld in kosten van de hennepkwekerij en aldus één van de belangrijke personen is die betrokken is geweest bij de hennepkwekerij. Verdachte zijn rol is daarmee dusdanig essentieel en substantieel geweest voor het (verdere) verloop van de hennepkwekerij, dat verdachte naar het oordeel van het hof moet worden beschouwd als medepleger. Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde. Bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen hennepkwekerij [straat 1] te [plaats 1] Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 8 februari 2018 hebben wij (het hof: aan het pand aan de [straat 1] in [plaats 1]) onderzoek ingesteld. Wij zagen dat het pand er verlaten bij lag. Wij zagen dat dit pand beveiligd was met camera’s. Wij zagen dat er in het pand een ruimte was gemaakt. Wij zagen dat deze ruimte was gemaakt met zogenoemde isolatieplaten. Wij zagen dat er een zeecontainer tegen de rechter achterzijde stond. Wij zagen dat er in het midden van de muur een grote roldeur zat. Middels een warmtebeeld camera is de achterzijde van het pand bekeken. Vastgesteld is dat de zeecontainer en de roldeur warm waren. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in zijn proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In het pand aan de [straat 1] te [plaats 1] werd op 9 februari 2018 binnengetreden. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. In de loods was een ruimte gemaakt van isolatieplaten. In deze ruimte werden vijf kweekruimtes aangetroffen: - kweekruimte 1: in totaal stonden er 374 hennepplanten; - kweekruimte 2: in totaal stonden er 375 hennepplanten; - kweekruimte 3: in totaal stonden er 397 hennepplanten; - kweekruimte 4: in totaal stonden er 385 hennepplanten; - kweekruimte 5: in totaal stonden er 362 hennepplanten. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Het bleek dat de illegale aftakking achter de meterkast zat. In de ruimte om de hennepkwekerij heen werd [medeverdachte 5] aangetroffen. Hij verklaarde daar aanwezig te zijn ter beveiliging van de hennepplanten. Namens [benadeelde partij] heeft [naam 1] op 22 maart 2018 aangifte gedaan van diefstal van stroom en heeft daarover het volgende opgesteld, zakelijk weergegeven: De fraudespecialist zag dat de zegels van de hoofdaansluiting waren verbroken. Na het verwijderen van het deksel van de aansluitkast, zag hij dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Uit ervaring weet hij dat door een illegale aansluiting onder de zekeringhouders te maken, het mogelijk is meer vermogen af te nemen dan dat de contractueel overeengekomen 3 x 25 ampère en geïnstalleerde hoofdzekeringen zouden doorlaten. Hij weet dat daardoor schade en hinder werd veroorzaakt aan [benadeelde partij] , omdat de juiste tarievenregeling niet juist kon worden toegepast. Voorts heeft hij vastgesteld dat het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming was met de installatie. Door manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De fraudespecialist en [verbalisant 1] hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat sprake is geweest van meerdere teelten. Uit het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek is gebleken dat een hennepplantage was ingericht in het perceel in ieder geval in de periode van 27 september 2017 tot 9 februari 2018. Dit betekent dat in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste één eerdere teelt. De aangetroffen teelt was tenminste negen weken oud. Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek, is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 142.820 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan [benadeelde partij] is verschuldigd, bedraagt € 11.044,57. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 9 februari 2018 vond het onderzoek plaats aan een hoeveelheid plantendelen afkomstig uit de afzonderlijke kweekruimtes van een in werking zijnde hennepkwekerij op de [straat 1] te [plaats 1] . (…) Ik zag dat de tests een duidelijke positieve kleurreactie gaven, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik zag dat de ruimte voor de kwekerij aan de [straat 1] te [plaats 1] werd gebruikt als afvalplek. Ik zag daar een grote hoeveelheid vuilniszakken liggen. Ten behoeve van het onderzoek heb ik de vuilniszakken in beslag genomen. Ik heb vier zakken geopend. Ik zag dat in elke zak afgeknipte hennepplanten zaten. Ik heb vervolgens van alle vier de zakken de hoeveelheid planten geteld. Ik heb geteld dat er in deze vier zakken 57 planten zaten. Vervolgens heb ik alle zakken geteld. Ik telde dat er in totaal 187 zakken lagen. Ik voelde tijdens het tellen dat de zakken vermoedelijk allemaal dezelfde inhoud bevatten vanwege het gewicht en vanwege de structuur van de potgrond wat ik voelde. Hierop heb ik uitgerekend dat er vermoedelijk in totaal 10.659 stekken waren verpakt in de vuilniszakken. Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft op 9 februari 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik moest daar letten op de marihuana. In de loods had ik een plek waar ik sliep. Het wapen is van de eigenaar van het pand. Ik moest voorkomen dat er mensen zouden komen die er niets te zoeken hadden. Ik ben een soort van bewaker. Ik heb het vuurwapen zien liggen. Periode en verdachten hennepkwekerij [straat 1] te [plaats 1] [getuige 1] is op 11 juli 2019 als getuige gehoord door de rechter-commissaris en heeft als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: In de zomer van 2017 was er weer activiteit in het pand aan de [straat 1] . Ik heb activiteiten gehoord. Als ik daar was, ook doordeweeks, dan hoorde ik dat er werd gebouwd. Ik hoorde bijvoorbeeld schroefboormachines. Ik hoorde dat er dingen in elkaar werden gezet. In het begin was het bouwgeluid heel frequent. Ik heb er twee mensen gezien. Die heb ik ook gesproken. Een wat jongere man met behoorlijk wat tatoeages en een wat oudere man die was wat gezetter. Op een gegeven moment werd er een container achter het hek geplaatst. Vervolgens werden de ruiten geblindeerd, gematteerd eigenlijk, zodat je niet meer naar binnen kon kijken. Aan de zijkant van het gebouw werden ook containers geplaatst zodat je niet meer naar binnen kon kijken. De beglazing werd bestickerd met een doek van een schoonmaakbedrijf en het hek werd geblindeerd met een soort spandoek. In het begin zag ik een grijze Volkswagen Transporter met een dubbele cabine met geblindeerde ruiten achterin. De jongen die ik als eerste aanduidde reed daar in. In het begin zag ik dat busje daar vrij vaak, toen ze nog aan het klussen waren en later eigenlijk niet meer. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Wij waren ter plaatste aan de [straat 3] te [plaats 1] . Op dit adres zit [getuige 2] gevestigd. Wij stelden [getuige 2] de vraag of hij in de afgelopen tijd opvallende dingen had gezien in of rondom het bedrijfspand aan de [straat 1] . Wij hoorden [getuige 2] zeggen dat er in juli 2017 een man bij hem aan de deur had gestaan. [getuige 2] vertelde dat deze man in een donkerkleurig voertuig reed. De man zou aan [getuige 2] hebben verteld dat hij van een schoonmaakbedrijf in [plaats 4] was en dat hij dit door wilde zetten in de polder. De loods aan de [straat 1] zou het magazijn hiervoor worden. [getuige 2] had de man later niet meer gezien. Op 27 juli 2017 heeft [getuige 2] twee voertuigen bij de loods gezien. [getuige 2] vertelde ons dat hij dit verdacht vond omdat rond die tijd panelen werden gebracht. Het hek van het pand zou dan geopend worden en dan reden de bussen het terrein op en werd het hek meteen gesloten. [getuige 2] kon ons deze twee kentekens overhandigen: [kenteken] , donker grijs van kleur en [kenteken] , donker grijs van kleur. [getuige 2] vertelde ons dat hij, nadat deze panelen zijn gebracht er een tussenwand is geplaatst in de loods. Deze tussenwand was te zien vanaf het terrein van [getuige 2] . Niet veel later werden ook de ramen geblindeerd van het pand. Op 28 juli 2017 is het slot vervangen. [getuige 2] vertelde ons dat hij de bestuurders van beide bussen wel eens heeft gezien: persoon 1: gezet en blanke huidskleur en persoon 2: mager en blanke huidskleur. [getuige 2] vertelde dat een van deze mannen tatoeages op zijn armen had. Verbalisant [verbalisant 5] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit het buurtonderzoek komt het kenteken [kenteken] naar voren (er mist een cijfer). Het is mij bekend dat [medeverdachte 1] een contact is van [verdachte] . Uit onderzoek bij de Rijksdienst voor het wegverkeer zag ik dat [medeverdachte 6] een voertuig op naam had staan met het kenteken [kenteken] . Ik zag dat de volgende gegevens van het kenteken bekend waren: Renault Trafic, bedrijfsauto. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: De verdachte [getuige 3] gaf in zijn verhoor aan contact te hebben gehad met [naam 1] (het hof begrijpt: [naam 1]) van [bedrijf 1] uit [plaats 4] . Hierop heb ik gekeken in een eerder verkregen uitdraai van de kamer van koophandel met betrekking tot [bedrijf 1] en ik zag dat de eigenaar van dat bedrijf [naam 1] betreft. Tevens gaf [getuige 3] aan dat een persoon tijdens een transactie van de huur een persoon gezien te hebben. Hij verklaarde dat de man een tatoeage in zijn hals had en een breed postuur had en blank van huidskleur was. Hierop dachten wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] aan de persoon [medeverdachte 1] . Deze betreffende [medeverdachte 1] is de aanleiding van het aantreffen van de hennepkwekerij. Medeverdachte [getuige 3] heeft op 15 februari 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Begin augustus hebben [naam 1] en [naam 2] telefonisch contact met mij opgenomen om te kijken naar het pand. Ze hebben toen het pand bekeken. Eind juli zou kunnen. Ze zijn twee keer geweest en toen hebben we getekend, wanneer dat dan precies was weet ik niet zo goed. In november kreeg ik contact met [verdachte] . Die kwam met de melding dat die [naam 2] uit de picture was en er zou ook wat met die [naam 1] zijn, dus ze wilde het huurcontract gaan veranderen want er kwam een ander persoon op het contract te staan. [verdachte] heeft toen contant bij mij betaald. [verdachte] heeft een breder postuur dan die van [naam 2] , 1.85 meter lang, blank, blond kort haar, geen piercings of opgevallen tattoos. Tijdens de ontmoeting was er nog iemand bij. Deze persoon was een stevig zwaarlijvige man, ongeveer 30 jaar oud, bruin haar, blank, zichtbare tattoo in de hals. 3 november kreeg ik een sms of we dinsdag konden afspreken in de loods in verband met het contract. Ik heb die dinsdag de huur gekregen Met betrekking tot het nieuwe contract gaf [verdachte] aan dat we het jaar af zouden maken en dan komt hij er in het nieuwe jaar op terug. Door de drukte kwam het daar niet van. Er is wel een origineel huur contract, maar die heeft die [verdachte] mee genomen omdat die [naam 2] er niet meer was en hij zou hem dus mee nemen om aan te passen. Ik had alles in mijn mapje zitten, KVK uitdraai, kopie ID kaart, en dat soort dingen. Ik heb dat hele mapje toen mee gegeven aan [verdachte] en heb bij hem aangegeven verander het maar en dan zie ik het wel weer terug verschijnen. Ze hebben geen contact meer met mij opgenomen. Verbalisant [verbalisant 5] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 18 januari 2018 werd [medeverdachte 1] aangetroffen in een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Op 23 januari 2018 heb ik onderzoek ingesteld naar het in beslag genomen voertuig. In het voertuig trof ik facturen in verschillende tassen aan: - [bedrijf 11] d.d. 18 december 2017, [straat 4] [plaats 2] : Verschillende artikelen waaronder koord en een daarvoor bestemde koordkikker. Ambtshalve is bekend dat de betreffende goederen gebruikt kunnen worden bij inrichtingen van hennepkwekerijen. Dit om de hoogte van de lampen t.o.v. hennepplanten te verkleinen of vergroten; - [bedrijf 2] : Pro-leaf Co2 Controller en Burner. Ambtshalve is bekend dat dergelijke goederen gebruikt worden voor hennepkwekerijen om de groeitijd met twee weken in te korten tot een periode van 8 weken. - [bedrijf 3] d.d. 27 juli 2017, [plaats 5] : Twaalf pakketten sandwichpanelen. Afleveradres: [straat 3] te [plaats 1] . Datum: 27 juli 2017; - Goedkoop bouwmaterialen: 35 stuks vuren houten platen. In het voertuig trof ik tevens verschillende stukken papier aan met daarop aantekeningen. Ik zag dat er bij deze aantekeningen een tekening was gemaakt van een vierkant met daarin verschillende ruimtes aangeduid met de letters en cijfers A1-A2 en B1-B2. Ik zag dat er tevens de volgende woorden bij werden vermeld: Ferro Wortel, Top viagra, Super Royal, PH +/- en Ferro Enzym. Uit onderzoek in open bronnen bleek dat het op plant versterkende middelen ging. Ik zag dat er in het voertuig aantekeningen lagen met daarop verwijzingen naar de inrichting van een hennepkwekerij, waaronder de woorden: Fan (ventilator), Climat control, bord, kappen, lampen, trafo, draad, vijver folie, koppelingen, vat en sproeiers. Ik zag tevens een aantekening in het voertuig met daarop de Titel “Project 1”. Ik zag de volgende onderdelen: ‘project stek’, ‘belletering’, ‘stek hok’, ‘alarm’, ‘roldeur’, ‘camera’s’, ‘code systeem’, ‘kniphok’, ‘bali + computers’, ‘benodigdheden’, ‘huur komende drie maanden’, ‘35.000/40.000 euro per partij’, ‘partij 1 “wij”, partij 2 “hun”’, ‘opmerking: “ [naam 3] komt er nog bij, bord + aansluiting +/- 2000?’, ‘als we do of vrij datum krijgen we voor P3, ook zooi moeten bestellen en betalen’, ‘panden  +/- 25.000’, ‘hout + ijzer  +/- 6.000’ en ‘A.C.  +/- 40.000’. Een schriftelijk bescheid, gevoegd als Bijlage 11 aan het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] van 24 januari 2018: In de bus van medeverdachte [medeverdachte 1] is een handgeschreven aantekening aangetroffen die ziet op project 1 en waarbij is vermeld: “Project 1 +/- 12.000 % 2 [alias] = +/- 6.000”. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 23 januari 2018 werd de Volkswagen Transporter onderzocht en werden onder meer een grote hoeveelheid documenten aangetroffen, die er op wezen dat [medeverdachte 1] goederen had gekocht, die gebruikt konden worden voor het binnen kweken van hennepplanten onder kunstlicht. Er was sprake van meerdere geschreven lijstjes met benodigde kweekmaterialen voor het bouwen en inrichten van een hennepkwekerij. Het kweekmateriaal wat op deze lijstjes staat vermeld, komt overeen met het kweekmateriaal aangetroffen in de hennepkwekerij in het bedrijfspand aan de [straat 1] te [plaats 1] , zoals 152 kappen, 144 lampen van 600 Watt en acht lampen van 400 Watt, 144 trafo’s van 600 Watt en acht trafo’s van 400 Watt, boxventilatoren, koolstoffilters, watervaten, vatverwarmers, circulatiepompen, climatcontrolers, wasmachinebakken, PH + EC meter, etc. Een lijstje met aantekeningen en data betreffende het oogsten, knippen en het zetten van stekken in hok 1 t/m 4, zoals aangetroffen in de hennepkwekerij in het bedrijfspand aan de [straat 1] te [plaats 1] . Een document met een tekening met een plattegrond van een kweekruimte met daarin de opstelling van de watergekoelde airconditioners en CO2, zoals gebruikt in de kweekruimten in de hennepkwekerijen in de bedrijfspanden op de [straat 1] te [plaats 1] . Een memo met daarop geschreven het adres van een website ‘ [bedrijf 1] ’, het schoonmaakbedrijf van verdachte [naam 1] , de huurder van het bedrijfspand aan de [straat 1] te [plaats 1] . Verbalisant [verbalisant 7] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Tijdens het onderzoek in de Volkswagen Transporter zijn meerdere goederen aangetroffen, waaronder een mobiele telefoon van het merk Alcatel type One Touch. Ik zag dat onder andere de volgende namen en telefoonnummers onder het tablad ‘Contacts’ stonden opgeslagen: ‘ [naam 4] ’, ‘ [medeverdachte 2] ’, ‘ [naam 7] ’, [medeverdachte 3] ’, ‘ [verdachte] ’ en ‘stroom’. Ik zag dat onder andere de onderstaande sms-berichten tussen de gebruiker van de genoemde Alcatel telefoon en de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer] , voorzien van de naam ‘ [naam 4] , werden weergegeven: 24 oktober 2017 to [telefoonnummer] [naam 4] : “hey meid alles goed even een vraag wanneer konden jullie werken en de vraag of jullie het goed vinden daar in hotel te slapen scheelt hoop reizen we kunnen vanaf vrijdag of zaterdag aan de gang en dan tot het klaar is gr [naam 5] ”; 26 oktober 2017 to [telefoonnummer] [naam 4] : “hey mop we beginnen morgen met werken laat je vanmiddag even weten hoe laat ik je ophaal morgen x”. Verbalisant [verbalisant 8] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit CIOT bevraging blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] toebehoort aan [medeverdachte 7] . Uit onderzoek binnen de politiesystemen blijkt dat er mutaties zijn waaruit is op te maken dat [medeverdachte 7] bevriend is met [medeverdachte 8] . Medeverdachte [medeverdachte 8] heeft op 8 oktober 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik heb een iPhone met het telefoonnummer [telefoonnummer] op naam van mijn vriend [medeverdachte 7] . Medeverdachte [medeverdachte 8] heeft op 8 oktober 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Enige tijd geleden ben ik een man tegengekomen die [naam 5] heet. Ik ken hem verder niet. Ik raakte met hem in gesprek en toen hebben we telefoonnummers uitgewisseld. [naam 5] heeft mij een paar dagen later gebeld. Ik vertelde [naam 5] ook over mijn schulden. [naam 5] vroeg mij dan ook een paar dagen later of ik interesse had in schoonmaakwerk. Ik was daar natuurlijk wel in geïnteresseerd. Ik heb dus ingestemd. [naam 5] vertelde mij op een gegeven moment dat ik een hotel moest regelen in of in de buurt van [plaats 1] , omdat ik daar moest gaan werken. Dat is dan rond december 2017 geweest. Het zou eerst voor 2 of 3 dagen zijn. het is uiteindelijk van zaterdag tot vrijdag geworden, dus volgens mij 6 dagen in totaal. [naam 5] heeft het allemaal betaald. Ik moest in de ochtend om 07.00 uur klaar staan. Ik ben daar met [naam 5] naartoe gegaan, in zijn bus. Ik moest van hem achter in de bus gaan zitten. Ik stond binnen in een gebouw. Hij was naar binnen gereden met zijn bus. Ik stond in een ruimte met een groot rolluik. [naam 5] nam mij mee naar een andere ruimte. Hij vertelde mij toen dat wat ik eigenlijk moest gaan doen. Hij noemde het een soort schoonmaken, maar dan anders. Hij liet me toen ook die hennepplanten zien. Ik herkende de planten als hennepplanten. [naam 5] heeft mij uitgelegd wat de bedoeling was. Ik had nog nooit eerder hennepplanten geknipt. Hij deed het mij ook voor. Ik was daar niet alleen. Er waren nog vier vrouwen. Ik kende die vrouwen niet. Zij hebben ook geknipt van zaterdag tot vrijdag. Die andere vrouwen werden ook door [naam 5] opgehaald. Het waren allemaal oudere vrouwen. Die hadden duidelijk ervaring. V: Ik toon je nu een aantal foto’ [verdachte] van het bedrijfspand aan de [straat 1] in [plaats 1] waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Kun je hierop reageren? A: Ik herken de foto’ [verdachte] die aan de achterkant of zijkant zijn. Daar reed die bus naar binnen en daar ging ik dan de ruimte in waar ik moest knippen. Ik heb daar één keer geknipt. [medeverdachte 8] als getuige heeft op 11 juli 2019 ten overstaan van de rechter-commissaris als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Hetgeen wat geknipt was, werd door [naam 5] in zakken gedaan. Verbalisant [verbalisant 8] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de verkeersgegevens van telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat dit telefoonnummer, in gebruik bij [verdachte] , op onderstaande datum en tijd aanstraalt op de mast [straat 5] te [plaats 1] , zijnde in de directe omgeving van de [straat 1] te [plaats 1] : - 30 oktober 2017 om 14.10 en 14.57 uur; - 4 november 2017 om 13.09 en 13.29 uur; - 21 november 2017 om 12.50, 12.51 en 16.32 uur; - 13 december 2017 om 07.14, 07.16 en 07.26 uur. Verbalisant [verbalisant 8] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Er is onderzoek gedaan naar de opgeslagen gegevens op de iPhone van [verdachte] , in beslag genomen op 10 april 2018 tijdens de doorzoeking van perceel [straat 6] te [plaats 3] . Bij het bekijken van een groot aantal opgeslagen afbeeldingen op de iPhone werden twee foto’s aangetroffen waarop een schema zichtbaar was. Dit schema betreft een bestickeringsschema van perceel [straat 1] te [plaats 1] , zoals de bestickering ook daadwerkelijk door de politie werd aangetroffen tijdens het aantreffen van de hennepplantage op 9 februari 2018. Op dit schema is duidelijk zichtbaar de afmetingen van de ramen, de kleur van de bestickering (blauw met logo), met mailadres ( [e-mail adres] ). Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 19 april 2018 werd de bestelauto van [medeverdachte 6] , van het merk Renault Trafic met kenteken [kenteken] in beslag genomen. In deze bestelauto werden door mij onder andere 2 automagneetplaten aangetroffen met daarop de tekst: “ [bedrijf 1] ”. Magneetplaten gelijk aan de twee magneetplaten, die eerder in de bestelauto van [medeverdachte 1] , een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] zijn aangetroffen. [bedrijf 1] zou het schoonmaakbedrijf zijn dat ten behoeve van hun bedrijfsactiviteiten [pandnummer 1] op de [straat 1] te [plaats 1] zou hebben gehuurd. Het pand bleek aan de buitenzijde te zijn voorzien van reclame van dit schoonmaakbedrijf. Genoemd bedrijfspand bleek echter alleen geschikt te zijn gemaakt en te zijn gebruikt voor het kweken van hennepplanten onder kunstlicht. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof op 20 januari 2026: Ik ben op 30 oktober 2017, 4 november 2017, 21 november 2017 en op 13 december 2017 bij het pand aan de [straat 1] te [plaats 1] geweest. Vrijspraak van de onder 2 tenlastegelegde hennepteelt [straat 2] [plaats 2] In de bus van [medeverdachte 1] is een handgeschreven aantekening aangetroffen (Bijlage 11 bij het proces-verbaal van bevindingen) die blijkens de inhoud ziet op investeringen in onder meer de hennepkwekerij aan de [straat 1] (project 1) en waarbij voorts is vermeld: “Project stek +/- 40.000 % 3 [alias] + [medeverdachte 4] = +/- 13.000”. Daarin zou een aanwijzing gevonden kunnen worden dat verdachte ook betrokken is geweest bij de hennepteelt in [plaats 2] . Het hof is echter van oordeel dat sprake is van onvoldoende (steun)bewijs waaruit het hof kan opmaken dat verdachte daadwerkelijk strafrechtelijk betrokken is geweest als (mede)pleger, of medeplichtige aan de hennepteelt in [plaats 2] . Aan de omstandigheid dat verdachte zijn telefoon op vier data in de buurt van de kwekerij aan de [straat 2] een mast heeft aangestraald, voorafgaand aan de ingangsdatum van het huurcontract op 1 december 2017, komt geen zelfstandige belastende betekenis toe. Het hof betrekt daarbij dat verdachte heeft ontkend bij het pand te zijn geweest en heeft verklaard dat het mogelijk is dat zijn telefoon de mast heeft aangestraald omdat verdachte op die data op de nabij gelegen snelweg reed. De omstandigheid dat in de werkbus van verdachte logo’s van [naam 12] zijn aangetroffen, het bedrijf dat als dekmantel fungeerde voor de hennepkwekerij in [plaats 2] , acht het hof van onvoldoende gewicht om zonder redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte strafrechtelijk betrokken is geweest bij de hennepteelt in [plaats 2] . Het hof ziet dit anders dan bij de magneetplaten met het logo van [bedrijf 1] die eveneens in zijn werkbus zijn aangetroffen. Met betrekking tot die magneetplaten bevond zich in het dossier immers meer informatie om deze aanwezigheid in relatie tot verdachtes betrokkenheid bij de kwekerij in [plaats 1] nader te duiden. Het hof spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde. Vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde diefstal van stroom De betrokkenheid van verdachte bij de teelt van hennep in [plaats 1] brengt op zichzelf nog niet mee dat hij zich ook schuldig maakt aan het opzettelijk wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. Naar het oordeel van het hof is op basis van het dossier niet concreet vast te stellen dat de verdachte als (mede)pleger betrokkenheid heeft gehad bij de diefstal van elektriciteit in [plaats 1] . Gelet op de vrijspraak voor feit 2 (de hennepkwekerij in [plaats 2] ) is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte (mede)pleger is van elektriciteitsdiefstal in [plaats 2] . Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde. Bewijsoverweging feit 4 deelname criminele organisatie Standpunt van de advocaat-generaal De verklaring van [getuige 5] dient als basis voor de vraag wie de deelnemers aan de criminele organisatie zijn geweest. Zijn verklaring komt op verschillende onderdelen overeen met informatie uit het dossier en hij spaart zichzelf niet. De verklaring van [getuige 5] moet daarom als betrouwbaar worden aangemerkt. Dat [getuige 5] niet kan verklaren over de periode van de tenlastelegging doet aan de waarde van zijn verklaring niet af. Het feit dat [getuige 5] gedetineerd is geraakt betekent immers niet dat de organisatie opgehouden is te bestaan. Van verdachte is vast komen te staan dat hij hand- en spandiensten verrichtte voor deze organisatie. Ook dat kan gelden als bijdragen die een strafbare deelneming aan de organisatie opleveren, zolang maar bij de betreffende deelnemer kan worden gesproken van betrokkenheid bij de organisatie, het hebben van een aandeel in of bieden van ondersteuning aan gedragingen ter verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie en wetenschap in het algemeen van het oogmerk van de organisatie. Het bewijs voor de wetenschap van het bestaan van de organisatie en het oogmerk volgt uit de bewijsconstructie voor verdachtes betrokkenheid bij de zaak [plaats 1] en uit het OVC-gesprek tussen [naam 7] en medeverdachte [medeverdachte 4] in de gevangenis. Verdachte heeft handelingen verricht voor de organisatie en zijn bijdrage levert een strafbare deelneming op aan de criminele organisatie. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat cliënt van het onder 4 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Het OVC-gesprek tussen [medeverdachte 4] en medeverdachte [naam 7] in de gevangenis is niet redengevend voor het bewijs van deelname door verdachte aan een criminele organisatie. De verklaring van [getuige 5] vormt een contra-indicatie voor betrokkenheid van verdachte, omdat [getuige 5] de naam van verdachte geen enkele keer heeft genoemd. Oordeel van het hof Het hof leidt uit de hiervoor ten aanzien van feit 1 gebezigde bewijsmiddelen af dat verdachte zich samen met medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van hennep in het pand aan de [straat 1] te [plaats 1] . Het hof bezigt die bewijsmiddelen ook voor het bewijs van de criminele organisatie. Hoewel verdachte wordt vrijgesproken van strafrechtelijke betrokkenheid bij de hennepteelt in het pand aan de [adres] zullen de bewijsmiddelen die verband houden met de grootschalige hennepteelt aldaar ook worden opgenomen en gebruikt voor het bewijs van de criminele organisatie, meer in het bijzonder gelet op de betrokkenheid en rol van de medeverdachten daarbij. Daarnaast hecht het hof betekenis aan de verklaring van [getuige 5] en het OVC-gesprek tussen [naam 7] en medeverdachte [medeverdachte 4] en de verklaring van [naam 7] daarover. Uit de verklaring van [getuige 5] leidt het hof af dat er al langere tijd sprake is geweest van een samenwerkingsverband tussen (onder meer) medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en andere betrokkenen gericht op grootschalige weetteelt. [medeverdachte 1] kan worden aangemerkt als de ‘timmerman’ die verantwoordelijk was voor de opbouw en exploitatie van hennepkwekerijen. Medeverdachte [medeverdachte 3] deed de stroomvoorziening, ook achter de meter langs. Medeverdachte [medeverdachte 4] kan worden aangemerkt als degene die de organisatie aanstuurde, aan wie verantwoording werd afgelegd en die, ook in detentie, instructies gaf. Hoewel de verklaring van [getuige 5] ziet op een periode die vooraf is gegaan aan de tenlastegelegde periode ten aanzien van de deelname aan een criminele organisatie vindt de verklaring voor wat betreft de aard van het samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur steun in het OVC-gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 4] en [naam 7] en de verklaring van [naam 7] daarover. Uit het OVC-gesprek in combinatie met de overige bewijsmiddelen met betrekking tot de aangetroffen hennepkwekerijen volgt dat (ook) in de tenlastegelegde periode sprake was van een dergelijk samenwerkingsverband gericht op grootschalige hennepteelt én dat naast (onder meer) [medeverdachte 1] (“ [naam 5] ”), [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] (“ [medeverdachte 3] ”) en [medeverdachte 2] (“ [medeverdachte 2] ”) óók verdachte (“ [verdachte] ”) daarbij betrokken was. Dat [medeverdachte 4] en [naam 7] met “ [naam 5] ” [medeverdachte 1] , “ [medeverdachte 3] ” [medeverdachte 3] , “ [medeverdachte 2] ” [medeverdachte 2] en “ [verdachte] ” verdachte hebben bedoeld leidt het hof onder meer af uit de overige bewijsmiddelen in het dossier waarin die namen terug komen en meer in het bijzonder de in het OVC-gesprek genoemde feitelijk juiste informatie over de voorlopige hechtenis van verdachte (en zijn medeverdachten). Verdachte kan worden beschouwd als degene die namens de organisatie het gebruik van het pand in [plaats 1] heeft geregeld onder meer door het betalen van de huur en het versluieren van wie feitelijk bij de huur van het pand betrokken was. Daarnaast heeft hij de bedrijfslocatie afgeschermd door het te bestickeren om te verhullen dat er een hennepkwekerij in het pand zat. Verder heeft verdachte automagneetplaten laten bestellen, die kunnen worden gebruikt om werkbussen als bussen van een schoonmaakbedrijf te laten rijden, dat als dekmantel fungeerde. Deze automagneetplaten zijn ook in verdachte zijn auto aangetroffen. Verdachte is bovendien meerdere keren aanwezig geweest bij het pand waar de hennepkwekerij gevestigd was en heeft meegedeeld in de kosten voor de hennepkwekerij in [plaats 1] . Ten aanzien van de betrokkenheid van medeverdachte [medeverdachte 4] bij het criminele samenwerkingsverband heeft het hof meer in het bijzonder nog acht geslagen op het in de Transporter van (mede)verdachte [medeverdachte 1] aangetroffen document dat in het opsporingsonderzoek ook is aangeduid als ‘tijdlijn’. Over die tijdlijn valt op p. 195 en 196 onder meer het volgende te lezen: Eén van de aangetroffen documenten, lijkt een tijdlijn met als onderwerp "uitgaven". De tijdlijn bestaat uit 5 middels een horizontale lijn aan elkaar verbonden blokken met daarin een tijdsindicatie en daaraan verbonden ballonnen met tekst weergevende gebeurtenissen en uitgaven. In de blokken staat bij sep.2014 in de tekstballon “ [medeverdachte 4] . weg” en bij jan.2017 “ [medeverdachte 4] . terug”. Uit het detentieoverzicht van de verdachte [medeverdachte 4] blijkt dat de begindatum van zijn detentie 2 september 2014 is en dat hij vanaf januari 2017 in de halfopen inrichting [inrichting] is geplaatst, waar hij dan vanaf dat moment geregeld met verlof kan. Deze gebeurtenissen passen in de tijdlijn. Mede gezien overige inhoud van het dossier als geheel concludeert het hof hieruit dat met de aanduiding “ [medeverdachte 4] .” in de aangetroffen documenten wordt geduid op medeverdachte [medeverdachte 4] . Tegen die achtergrond acht het hof relevant dat op een ander van de in deze verzameling in de Transporter aangetroffen documenten staat genoteerd: 8600 -> Bet. [medeverdachte 4] . 10.000 -> Bet. [medeverdachte 4] . 6400 -> tegoed [medeverdachte 4] . Het hof leidt hieruit af dat medeverdachte [medeverdachte 4] investeringen heeft gedaan en kennelijk ook aanspraak had op revenuen. Gelet op het hierboven al benoemde document met daarop getallen en de aanduiding “ [medeverdachte 4] ” in combinatie met de termen “”stek”, “stekhok” en “kniphok” gaat het hof ervan uit dat een en ander betrekking had op de teelt van hennep. Op grond van de aldus gebleken rolverdeling moet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van een goed georganiseerd (professioneel), crimineel samenwerkingsverband dat overeenkomstig tevoren gemaakte plannen handelingen ten behoeve van de hennepteelt heeft uitgevoerd. Naar het oordeel van het hof is daarmee sprake van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet. Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat verdachte tot de organisatie behoorde en dat hij handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan het doel van de organisatie. Het hof verwerpt de verweren van de verdediging. Bewijsmiddelen criminele organisatie Het hof gebruikt de bewijsmiddelen die zijn opgenomen voor feit 1 (hennepteelt [plaats 1] ) ook als bewijsmiddelen voor de criminele organisatie. Aanvullend gebruikt het hof de hierna weergegeven bewijsmiddelen: [getuige 5] heeft op 12 januari 2018 als getuige bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven: Ik werkte voor een autoverhuur bedrijf waar [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 4] en [naam 8] klant waren. Ik wist dat zij in de grootschalige wietteelt zaten en ze kwamen bij mij bussen huren om daarvoor te gebruiken. [medeverdachte 4] , [naam 8] en [medeverdachte 1] werkten al jaren samen in de wietteelt. Hij had geen werk, hij zat alleen in de wietteelt. Hij was degene die de hokken altijd bouwde, samen met [medeverdachte 4] want [naam 8] had twee linker handen. Het was heel grootschalig, daar hadden ze echt een dagtaak aan. [medeverdachte 4] stond aan het hoofd van de organisatie van hun drieën. Ze stonden verder met z’n drieën aan het hoofd, want daaronder hadden ze natuurlijk nog wel andere mensen werken zoals knippers en zo. [medeverdachte 4] was wel degene die bepaalde, zelfs toen hij vast zat. [naam 8] stond direct onder [medeverdachte 4] . Hij ging iedere week naar de gevangenis. [medeverdachte 1] stond daar weer net onder, hij ging ongeveer één keer per maand naar [medeverdachte 4] om bij te praten. [medeverdachte 1] zorgde voor de uitvoering, de inkoop et cetera en [naam 8] kreeg de opdrachten van [medeverdachte 4] en zette die door naar [medeverdachte 1] . [naam 7] en [medeverdachte 4] zijn heel close en [naam 7] regelde ook wel veel voor [medeverdachte 4] . [medeverdachte 3] deed de stroomvoorziening voor die (hennep)panden, ook achter de meter langs zeg maar. De beslissing voorlopige hechtenis van 26 april 2018 van de rechtbank Midden-Nederland, waarin de gevangenhouding van verdachte voor een termijn dertig dagen is bevolen. Verbalisant [verbalisant 9] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit onderzoeksinformatie is gebleken dat op 7 mei 2018 [medeverdachte 4] bezoek zou ontvangen van [naam 7] (het hof begrijpt: [naam 7] ) in de PI in [plaats 2] . Hierop is door het onderzoeksteam OVC ingezet. [naam 7] : “Ik heb een hoop te vertellen. [verdachte] is 30 dagen weg.[medeverdachte 4] : “30 dagen.[naam 7] : “En [medeverdachte 3] heb 14 dagen[medeverdachte 4] : Onze [medeverdachte 3] ? Waarom?[naam 7] : “Ik denk dat euh..[medeverdachte 4] : “Heeft [verdachte] wat gezegd of niet?[naam 7] : Ik denk dat een paar bonnen naar boven zijn gekomen (..) [medeverdachte 4] : “Maar het verhaal dus met [verdachte] dat hij is opgehaald en hij heb nu na z’n 14 dagen, heeft hij 30 dagen erbij gekregen.” [naam 7] : “Ja. Ja. Die pakken ze allemaal straks in dezelfde regie zitting. [naam 5] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] denk ik.” [medeverdachte 4] : “Want [medeverdachte 3] zit ook vast?” [naam 7] : “Ja, twee weken.” [medeverdachte 4] : “Vind ik erg.” [naam 7] : “Ja vind ik ook erg. Maar jouw naam komt nergens voor. [medeverdachte 4] : “Nee dat hoop ik dat ze hun bek houden. Houdt ook [verdachte] z’n mond?” [naam 7] : “Ik weet het niet.” [medeverdachte 4] : “Maar euh… [medeverdachte 2] heeft niets gezegd?” [naam 7] : “Nee. Ik heb zijn verklaring gelezen. Ik heb die inbeslaglijst gezien. Er staat van alles op en weet je wat ik nou mis? Al het gereedschap.” [medeverdachte 4] : “Al het gereedschap.” [naam 7] : “Al het gereedschap. Dat staat er niet op.” [medeverdachte 4] : “Nee, maar die pakken ze. Daar letten ze wel op.” [naam 7] : “Wie de politie?[medeverdachte 4] : “Nee die gasten die…” [naam 7] : “O die schrijven niks op?” [medeverdachte 4] : “Nee die jongens die de boel opruimen, die pakken het. Dat is zo vaak weg.” [naam 7] : “Oke. Naja dat is in ieder geval klaar.” Farnk : “Het is te hopen dat… ntv…” [naam 7] : “Ja dat hoop ik ook en [medeverdachte 3] heh.” [medeverdachte 4] : “Ik heb jongen, ik heb tegen ze gezegd als dit fout gaat is dit natuurlijk een gigantische … ntv…” [naam 7] : “ntv… Ik heb bij mij ook alles weggeflikkert, want ik zit er op te wachten dat ze voor de deur staan.” [medeverdachte 4] : Hoe gaat het bedrijf nu door dan?[naam 7] : Ik weet het niet.[medeverdachte 4] : Dat hok die, die jongens hadden, [verdachte] ..ntv.. die binnen komt, [medeverdachte 1] die binnen komt ..ntv.. en dat zullen ze waarschijnlijk[naam 7] : We stinken allemaal. [naam 7] : “Nou die makelaar die heb hem genaaid. Die heb gewoon gezegd, hij heb mij betaald. En euh en [naam 5] heb het helemaal verkut want in zijn bus lagen allemaal bonnen. En daar is het begonnen.” […] [medeverdachte 4] : “Ik vind het erg voor [medeverdachte 3] .” [naam 7] : “Ik vind het ook kut voor die jongen. Ik vind het een pleurisleijer, maar ik vind het wel erg. Ach hij moet niet zeiken, hij heb er altijd aan verdiend, kom op. In het verleden had hij ook…ntv… hij doet het voor iedereen hoor. Hij sluit voor iedereen die teringzooi aan. Maar je moet uit die zooi [medeverdachte 4] , je moet wat anders gaan doen.” [medeverdachte 4] : “hm?” [naam 7] : “Je moet uit deze teringzooi. Je moet wat anders gaan doen. Veel beter.” [medeverdachte 4] : “Ja of alleen zelf doen.” [naam 7] : “Ja of alleen. Maar niet…” [medeverdachte 4] : He maar nogmaals, met die [naam 10] volgas er op.[naam 7] : Ja zal ik zeggen. Ik spreek hem straks.[medeverdachte 4] : Volgas. Bedreigen alles er op en er aan. [naam 7] : Ja joh, iedereen is zenuwachtig [medeverdachte 4] . Iedereen is zenuwachtig. En voor [medeverdachte 3] vind ik het ook kut hoor.[medeverdachte 4] : Vind ik ook. Je moet even naar [naam 9] toe gaan, dat het bedrijf wel door gaat (?) [naam 7] : Waar woont hij ook alweer? [straat 12] heh? [medeverdachte 4] : Ja.[naam 7] : Nou dat kleine hokkie van jou hebben we afscheid van genomen hoor.[medeverdachte 4] : Oke is ..ntv .. ons[naam 7] : Nee ik vind het voor [medeverdachte 3] wel kut dus ik zal vanmiddag wel even ..[medeverdachte 4] : Ja is ook kut. Zeg ook tegen [naam 9] dat ze haar bek dicht houd[naam 7] : Ja gaan we doen. [naam 7] heeft op 14 december 2018 als getuige bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven: V: In het gesprek gaat het over [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3]), dat u het een pleurislijer vindt, dat hij niet moet zeuren en dat hij er altijd aan heeft verdiend, dat hij voor iedereen die teringzooi aansluit. Wat kunt u hierover zeggen? A: Dat gaat over die aansluitingen in hennepkwekerijen die hij altijd heeft gedaan. V: U zegt in het gesprek dat [medeverdachte 4] wat anders moet gaan doen. Wat bedoelt u hiermee?A: Dat hij gewoon iets anders moet gaan doen en niet meer bezig moet zijn met die wiet. Bijkomende bewijsmiddelen criminele organisatie Het hof gebruikt tot slot voor het bewijs van de criminele organisatie en de rol en betrokkenheid daarbij van de in de bewezenverklaring genoemde medeverdachten eveneens bewijsmiddelen die zien op de professionele hennepteelt op de locatie [adres] . Bewijsmiddelen hennepkwekerij [adres] Verbalisant [verbalisant 10] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik reed op 13 maart 2018 via de [straat 2] voor het pand van [pandnummer 2] langs. Ik zag dat er camera’s op vrijwel alle hoeken van het pand hingen. Ik richtte de camera op de linker achterzijde van het bedrijfspand. Ik zag een warmtebron die vrijwel de gehele zijde besloeg. Hierna liep ik naar de rechter zijkant van het pand. Ook hier zag ik een soortgelijke warmtebron. Hij besloeg vrijwel de gehele rechterzijde van het pand. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in zijn proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op het adres [straat 2] te [plaats 2] werd op 14 maart 2018 binnengetreden. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. De bedrijfsruimtes waren onderverdeeld in acht grote kweekruimtes, twee in aanmaak zijnde kweekruimtes, een hennepstek kweekruimte en een moederplant kweekruimte: - kweekruimte 1: in totaal stonden er 280 hennepplanten; - kweekruimte 2: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 3: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 4: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 5: in totaal stonden er 417 hennepplanten; - kweekruimte 6: in totaal stonden er 434 hennepplanten; - kweekruimte 7: in totaal stonden er 490 hennepplanten; - kweekruimte 8: in totaal stonden er 441 hennepplanten. Ik stelde voor een representatieve bemonstering een aantal hennepplanten veilig. Deze monsters testten wij met gebruikmaking van de cannabistest. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In ruimte 9, kweekruimte A zijn 2012 hennepstekjes aangetroffen. In deze ruimte stonden twee bloemenkarren met de stekjes. Namens [benadeelde partij] heeft [naam 11] op 1 april 2018 aangifte gedaan van diefstal van stroom en heeft daarover het volgende opgesteld, zakelijk weergegeven: De specialist zag dat rechtstreeks op de aansluitkabel/hoofdkabel een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Uit ervaring weet hij dat door een illegale aansluiting onder de zekeringhouders te maken, het mogelijk is meer vermogen af te nemen dan dat de contractueel overeengekomen en geïnstalleerde hoofdzekeringen zouden doorlaten. Hij weet dat daardoor schade en hinder werd veroorzaakt aan [benadeelde partij] , omdat de juiste tarievenregeling niet juist kon worden toegepast. Voorts heeft hij vastgesteld dat het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming was met de installatie. Door manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De fraudespecialist en verbalisant [verbalisant 12] hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat sprake is geweest van meerdere teelten. Uit het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek is gebleken dat een hennepplantage was ingericht in het perceel in ieder geval in de periode van november 2017 tot 14 maart 2018. Dit betekent dat in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste één eerdere teelt. De aangetroffen teelt was tenminste zes weken oud. Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek, is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 20.744 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan [benadeelde partij] is verschuldigd, bedraagt € 4.116,06. Periode en verdachten hennepkwekerij [straat 2] te [plaats 2] Verbalisant [verbalisant 10] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik reed op 13 maart 2018 via de [straat 2] voor het pand van [pandnummer 2] langs. Ik zag dat er camera’ [verdachte] op vrijwel alle hoeken van het pand hingen. Ik richtte de camera op de linker achterzijde van het bedrijfspand. Ik zag een warmtebron die vrijwel de gehele zijde besloeg. Hierna liep ik naar de rechter zijkant van het pand. Ook hier zag ik een soortgelijke warmtebron. Hij besloeg vrijwel de gehele rechterzijde van het pand. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in zijn proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op het adres [straat 2] te [plaats 2] werd op 14 maart 2018 binnengetreden. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. De bedrijfsruimtes waren onderverdeeld in acht grote kweekruimtes, twee in aanmaak zijnde kweekruimtes, een hennepstek kweekruimte en een moederplant kweekruimte: - kweekruimte 1: in totaal stonden er 280 hennepplanten; - kweekruimte 2: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 3: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 4: in totaal stonden er 320 hennepplanten; - kweekruimte 5: in totaal stonden er 417 hennepplanten; - kweekruimte 6: in totaal stonden er 434 hennepplanten; - kweekruimte 7: in totaal stonden er 490 hennepplanten; - kweekruimte 8: in totaal stonden er 441 hennepplanten. Ik stelde voor een representatieve bemonstering een aantal hennepplanten veilig. Deze monsters testten wij met gebruikmaking van de cannabistest. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In ruimte 9, kweekruimte A zijn 2012 hennepstekjes aangetroffen. In deze ruimte stonden twee bloemenkarren met de stekjes. Namens [benadeelde partij] heeft [naam 11] op 1 april 2018 aangifte gedaan van diefstal van stroom en heeft daarover het volgende opgesteld, zakelijk weergegeven: De specialist zag dat rechtstreeks op de aansluitkabel/hoofdkabel een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Uit ervaring weet hij dat door een illegale aansluiting onder de zekeringhouders te maken, het mogelijk is meer vermogen af te nemen dan dat de contractueel overeengekomen en geïnstalleerde hoofdzekeringen zouden doorlaten. Hij weet dat daardoor schade en hinder werd veroorzaakt aan [benadeelde partij] , omdat de juiste tarievenregeling niet juist kon worden toegepast. Voorts heeft hij vastgesteld dat het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming was met de installatie. Door manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. De fraudespecialist en verbalisant [verbalisant 12] hebben aan de hand van indicatoren vastgesteld dat sprake is geweest van meerdere teelten. Uit het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek is gebleken dat een hennepplantage was ingericht in het perceel in ieder geval in de periode van november 2017 tot 14 maart 2018. Dit betekent dat in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste één eerdere teelt. De aangetroffen teelt was tenminste zes weken oud. Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door [benadeelde partij] ingestelde onderzoek, is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 20.744 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan [benadeelde partij] is verschuldigd, bedraagt € 4.116,06. [getuige 7] heeft als getuige op 23 maart 2018 bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik ben bedrijfsleider bij [bedrijf 13] , gevestigd aan de [straat 7] te [plaats 2] . Ons bedrijf zit recht tegenover het bedrijfspand waar jullie de hennepkwekerij hebben aangetroffen. Het is begonnen medio oktober/ november 2017. Rond die tijd kwam er een busje van een aannemersbedrijf uit [plaats 7] . De naam daarvan weet ik niet meer. Er zat reclame op dat busje en later ook op het raam van het bedrijfspand. Voor die tijd is het pand binnen en buiten schoongemaakt. Rond die tijd kwam er ook een vrachtwagen, een trekker oplegger. Ik weet niet meer van welk bedrijf. Deze ging het rechtse gedeelte van het pand binnen. De zeilen van de oplegger waren open en ik kon zien dat er met een heftruck houten platen, een soort underlayment, werden geladen. Vanaf december 2017 kwamen er meerdere busjes buiten die Transit om. Eigenlijk allemaal donkergekleurde busjes zonder reclame. In januari viel het mij op dat het pand volledig was geblindeerd. Je kon niet meer naar binnen kijken. Dat Transit busje heb ik eigenlijk heel de periode vanaf oktober/ november 2017 tot aan de dag van het ontdekken van die hennepkwekerij daar regelmatig gezien. Deze stond er bijna altijd. [getuige 6] heeft als getuige op 29 maart 2018 bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik ben werkzaam bij [bedrijf 12] aan de [straat 2] [nummer] te [plaats 2] . Dit bedrijf ligt, vanaf de voorzijde gezien, links naast het bedrijfspand waar een hennepkwekerij is aangetroffen. In november 2017 is het bedrijfspand blijkbaar weer verhuurd. Rond die tijd zag ik weer bedrijvigheid bij het bedrijfspand. Ik zag daar vanaf dat moment regelmatig twee busjes met daarop de bedrijfsnaam ‘ [naam 12] ’. Ik zag dat er vanaf die tijd meerdere mensen in dat pand werkten. Na een korte tijd zag ik dat de ramen van het bedrijfspand aan de binnenzijde werden beplakt met folie, waardoor het niet meer mogelijk was om via de ramen naar binnen te kijken. Er zijn rond die tijd ook rondom het bedrijfspand aan de buitenzijde camera’ [verdachte] aangebracht door een blanke man. Kort na de verhuur van het bedrijfspand kwamen er ook vrachtauto’ [verdachte] met platen. Deze platen werden gelost met twee rode vorkheftrucks. Later zag ik dat er ook regelmatig iemand in een rode personenauto kwam. Vaak reed die auto naar de achterzijde van het bedrijfspand en ging daar blijkbaar naar binnen. Verbalisant [verbalisant 5] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 18 januari 2018 werd [medeverdachte 1] aangetroffen in een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Op 23 januari 2018 heb ik onderzoek ingesteld naar het in beslag genomen voertuig. In het voertuig trof ik facturen in verschillende tassen aan: - [bedrijf 11] d.d. 18 december 2017, [straat 4] [plaats 2] : Verschillende artikelen waaronder koord en een daarvoor bestemde koordkikker. Ambtshalve is bekend dat de betreffende goederen gebruikt kunnen worden bij inrichtingen van hennepkwekerijen. Dit om de hoogte van de lampen t.o.v. hennepplanten te verkleinen of vergroten; - [bedrijf 10] d.d. 15 december 2017, Vrachtbrief: HWS materialen. Datum: 15 december 2017. Geleverd aan [bedrijf 9] , [adres] (tel. 06-53170932); - [bedrijf 2] : Pro-leaf Co2 Controller en Burner. Ambtshalve is bekend dat dergelijke goederen gebruikt worden voor hennepkwekerijen om de groeitijd met twee weken in te korten tot een periode van 8 weken. - Goedkope bouwmaterialen: 35 stuks vuren houten platen. In het voertuig trof ik tevens verschillende stukken papier aan met daarop aantekeningen. Ik zag dat er bij deze aantekeningen een tekening was gemaakt van een vierkant met daarin verschillende ruimtes aangeduid met de letters en cijfers A1-A2 en B1-B2. Ik zag dat er tevens de volgende woorden bij werden vermeld: Ferro Wortel, Top viagra, Super Royal, PH +/- en Ferro Enzym. Uit onderzoek in open bronnen bleek dat het om plant versterkende middelen ging. Ik zag dat er in het voertuig aantekeningen lagen met daarop verwijzingen naar de inrichting van een hennepkwekerij, waaronder de woorden: Fan (ventilator), Climat control, bord, kappen, lampen, travo, draad, vijver folie, koppelingen, vat en sproeiers. Ik zag tevens een aantekening in het voertuig met daarop de Titel “Project 1”. Ik zag de volgende onderdelen: ‘project stek’, ‘belletering’, ‘stek hok’, ‘alarm’, ‘roldeur’, ‘camera’s’, ‘code systeem’, ‘kniphok’, ‘bali + computers’, ‘benodigdheden’, ‘huur komende drie maanden’, ‘35.000/40.000 euro per partij’, ‘partij 1 “wij”, partij 2 “hun”’, ‘opmerking: “ [naam 3] komt er nog bij, bord + aansluiting +/- 2000?’, ‘als we do of vrij datum krijgen we voor P3, ook zooi moeten bestellen en betalen’, ‘panden  +/- 25.000’, ‘hout + ijzer  +/- 6.000’ en ‘A.C.  +/- 40.000’. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 23 januari 2018 werd de Volkswagen Transporter onderzocht en werden onder meer een grote hoeveelheid documenten aangetroffen, die er op wezen dat [medeverdachte 1] goederen had gekocht, die gebruikt konden worden voor het binnen kweken van hennepplanten onder kunstlicht. Er was sprake van meerdere geschreven lijstjes met benodigde kweekmaterialen voor het bouwen en inrichten van een hennepkwekerij. Het kweekmateriaal wat op deze lijstjes staat vermeld, komt overeen met het kweekmateriaal aangetroffen in de hennepkwekerij in het bedrijfspand aan de [adres] , zoals op het lijstje staat vermeld 368 kappen, lampen 600 Watt en trafo’s. Naast de in werking zijnde acht kweekruimten, waar in totaal 240 kappen, lampen en trafo’s waren opgehangen, werd in ruimte 1 nog 128 nieuwe lampen aangetroffen. 240 lampen 600 Watt gemonteerd + 128 lampen 600 Watt nieuw. Dit maakt 368, zoals vermeld op het lijstje. In ruimte 1 werd een grote hoeveelheid nog grotendeels verpakte goederen aangetroffen kennelijk ter uitbreiding van het aantal kweekruimten naast de inmiddels al in werking zijnde kweekruimten. Ook een groot aantal van de andere goederen reeds geïnstalleerd in de in werking zijnde kweekruimten en de goederen aangetroffen in ruimte stonden op het lijstje vermeld. Een document met een tekening met een plattegrond van een kweekruimte met daarin de opstelling van de watergekoelde airconditioners en CO2, zoals gebruikt in de kweekruimten in de hennepkwekerijen in de bedrijfspanden op de [straat 2] 16 te [plaats 2] . Verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 23 januari 2018 werd onderzoek verricht in en aan de in beslag genomen Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Door meerdere politiemensen is vanaf 2 maart 2018 onderzoek verricht naar de papieren snippers. Plattegrond [adres] : Bijlage 18 toont papieren snippers van een bouwtekening van een bedrijfspand aan de [straat 2] te [plaats 2] . Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 23 januari 2018 werd de Volkswagen Transporter onderzocht en werden onder andere diverse documenten aangetroffen. Op een document staat een berekening van kosten voor “project 1” en “project stek”, in totaal € 80.000,-. Deze € 80.000,- wordt verdeeld over 2 partijen “wij” en “hun”. De kosten betreffen onder andere kosten voor een stekhok, stek en een kniphok. Verder staat vermeld bij Project 1 “+/- 12.000 % 2 [alias] = 6.000” en Project stek “+/- 40.000 % 3 [alias] + [medeverdachte 4] = 13.500”. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd. Zakelijk weergegeven: Op 23 januari 2018 werd de Volkswagen Transporter onderzocht en werden onder andere diverse documenten aangetroffen. Bij onderzoek van genoemde documenten en de vanuit de papiersnippers leesbaar gemaakte documenten bleken een aantal van deze documenten, pakbonnen, vrachtbrieven, facturen betreffende de levering van materiaal kennelijk bestemd voor het bouwen van hennepkwekerijen en het kweken van hennepplanten in het bedrijfspand op de [adres] . Op verschillende documenten stond als afleveradres vermeld [bedrijf 9] gevestigd [adres] . Als klantadres en factuuradres [bedrijf 9] gevestigd [adres] . Als contactpersoon [medeverdachte 3] . Bij een nader onderzoek van deze documenten bleek het volgende: - Onder code Z24-019 en nummer 8023310527 werden een pakbon en een vrachtbrief aangetroffen van [bedrijf 10] betreffende de levering van materiaal als CV buis, knelkoppelingen, beugels met als afleveradres [bedrijf 9] , [adres] , klantadres [bedrijf 9] [adres] , contactpersoon [medeverdachte 3] , [telefoonnummer] . De datum van de pakbon bleek 7 december 2017 en de datum van verzending van de goederen 8 december 2017. Dergelijk materiaal is gebruikt ten behoeve van het klimaatbeheersingssysteem in de kweekruimten van de hennepkwekerij. - Onder code Z24-003 en nummer 8023325574 werden een pakbon en een vrachtbrief aangetroffen van [bedrijf 10] betreffende de nalevering van CV buis met als afleveradres [bedrijf 9] , [adres] , klantadres [bedrijf 9] [adres] , contactpersoon [medeverdachte 3] , [telefoonnummer] . De datum van de pakbon bleek 8 december 2017 en de datum van verzending van de goederen 12 december 2017. Dergelijk materiaal is gebruikt ten behoeve van het klimaatbeheersingssysteem in de kweekruimten van de hennepkwekerij.- Onder code Z24-002 en nummer 80233421662 werden een pakbon en een vrachtbrief aangetroffen van [bedrijf 10] betreffende de nalevering van CV buis met als afleveradres [bedrijf 9] , [adres] , klantadres [bedrijf 9] [adres] , contactpersoon [medeverdachte 3] , [telefoonnummer] . De datum van de pakbon bleek 14 december 2017 en de datum van verzending van de goederen 15 december 2017. Dergelijk materiaal is gebruikt ten behoeve van het klimaatbeheersingssysteem in de kweekruimten van de hennepkwekerij.- Onder ordernummer: VO29-0211696 werd een factuur aangetroffen van [straat 10] [plaats 3] betreffende de levering van een hoeveelheid materiaal en gereedschap, factuuradres [bedrijf 8] , [adres] , onder werkomschrijving [adres] te [postcode] en onder handtekening [medeverdachte 3] . De op deze factuur genoemde goederen zijn nodig voor het bouwen en inrichten van de kweekruimten van de hennepkwekerij.- Onder nummer 12-697026, referentie 464981-029 werd een verzenddocument aangetroffen van [bedrijf 7] betreffende de levering van een hoeveelheid OSB. Onder omschrijving stond vermeld; “levering met kooiaap. Van tevoren bellen met contactpersoon [medeverdachte 3] [telefoonnummer] ”. OSB is houten constructieplaat. Dergelijke platen zijn gebruikt voor het bouwen van de kweekruimte in het bedrijfspand aan de [straat 2] .- Voorts werd onder factuurnummer 1020158 een factuur aangetroffen van [bedrijf 14] betreffende de aanschaf van 4 C02 controllers van het merk Pro-Leaf en 4 C02 branders van het merk Pro-Leaf. Dergelijk materiaal wordt gebruikt bij het kweken van hennepplanten onder kunstlicht en werd ook aangetroffen in de hennepkwekerij op de [adres] . Als factuuradres staat op deze factuur vermeld; “ [bedrijf 2] gevestigd [adres] ”. Na informatie bij de Kamer van Koophandel blijkt op de [adres] te zijn gevestigd; “ [bedrijf 6] ” Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 6] is [bedrijf 5] , gevestigd aan de [adres] . Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 5] is [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 2] te [plaats 6] , wonende [adres] . Verbalisant [verbalisant 13] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik heb een aanvang gemaakt om van een aantal verscheurde documenten de papiersnippers aan elkaar te puzzelen, die afkomstig zijn uit de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Een van deze verscheurde documenten is op deze wijze weer samengevoegd tot leesbaar geheel. Dit document betreft een vrachtbrief van afzender [bedrijf 4] , geadresseerd aan [straat 10] [plaats 3] , [straat 11] te [plaats 3] , afleveradres [adres] . Verbalisant [verbalisant 10] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op het terrein van het pand aan de [straat 2] zag ik op 13 maart 2018 een roodkleurige Opel staan met het kenteken [kenteken] . Deze personenwagen stond op naam van [medeverdachte 2] . Verbalisant [verbalisant 8] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik heb onderzoek ingesteld in een onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen personenauto Opel Astra met kenteken [kenteken] . Bij het openen van de vijfde deur van deze auto zag en voelde ik dat dit gevulde (nieuwe) jerrycans waren met voedingsmiddel/groeimiddel van het merk Pro X. Dit waren dezelfde jerrycans als die werden aangetroffen bij de hennepkwekerij aan de [straat 2] te [plaats 2] . Een van de papieren betrof een inrichtingsschema voor het inrichten van een hennepkwekerij en twee stroomschema’s. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft op 15 maart 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik was aanwezig op de [straat 2] te [plaats 2] . Ik was een watervat aan het vullen met water. Ik was daar om water te geven.[…] Ik maak zo een zak aarde open en doe dit in van die bakken. Vervolgens deed ik de plantjes er in. Ik heb gezien dat de andere ruimtes ook gevuld werden. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit onderzoek van de uitgeleverde telefoongegevens blijkt dat het bij de verdachte [medeverdachte 3] in gebruik zijnde telefoonnummer [telefoonnummer] in de periode 7 februari 2018 tot 5 maart 2018 op verschillende dagen en tijdstippen 44 keer een zendmast aan de [straat 8] te [plaats 2] heeft aangestraald en 43 keer een zendmast aan de [straat 9] te [plaats 2] . De locaties van deze zendmasten zijn in de directe omgeving van het bedrijfspand aan de [adres] . Medeverdachte [medeverdachte 8] heeft op 8 oktober 2018 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven: Ik heb ook nog op een andere locatie geknipt. Ik ging dan achter in die bus en in dat pand werd ik er weer uitgelaten. Eigenlijk op dezelfde manier als in [plaats 1] . Ik zat ongeveer een half uurtje in die bus, dus [plaats 2] zou goed kunnen. Ik ben daar rond januari van dit jaar geweest. Ik zag daar ook dezelfde vrouwen die ook in [plaats 1] hadden geknipt. V: Ik laat je een aantal foto’ [verdachte] zien van de hennepkwekerij in [plaats 2] . Kun je hierop reageren?A: Ik herken daar in een ruimte die houten trap naar boven. Ik moest via die trap naar boven en heb daar in een ruimte geknipt, daar waar die tafel stond. Ik zie op die foto’ [verdachte] met die schoenen ook mijn schoenen er tussen staan. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1.primairhij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 9 februari 2018 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bewerkt en verwerkt, in een pand aan de [straat 1] , een hoeveelheid van ongeveer 1.893 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 4.hij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 14 maart 2018 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en een aantal onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op: de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; verdachte heeft zich gedurende een periode schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie met het oogmerk van het op bedrijfsmatige schaal telen van grote hoeveelheden hennep. Deze organisatie huurde daartoe (onder meer) een groot bedrijfspand in [plaats 1] dat vervolgens listig met behulp van bestickering werd gemaskeerd als ware in dat pand een bonafide onderneming bezig met een reguliere bedrijfsvoering. De kwekerij werd beveiligd met camera’ [verdachte] en bewaakt door een persoon met een vuurwapen. Verdachte is een onmisbare schakel gebleken bij het telen van ruim 1800 hennepplanten in een groots opgezette en professioneel ingerichte kwekerij in het pand. Verdachte is actief betrokken geweest bij de huur van het pand en het maskeren van de kwekerij en de activiteiten die in dat verband werden uitgevoerd; de omstandigheid dat illegale hennepteelt op zulke grote schaal en in georganiseerd verband maatschappelijk onaanvaardbaar is. Een dergelijke organisatie met oogmerk van dergelijke illegale hennepteelt heeft een onmiskenbaar ontwrichtende werking op het maatschappelijk en economisch verkeer. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzondere acht geslagen op: de inhoud van het strafblad van verdachte van 17 december 2025, waaruit volgt dat verdachte in 2021 door de rechtbank Rotterdam voor een andersoortig strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld. Het hof houdt daarom rekening met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht; de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte een baan heeft bij de brandweer, dat hij met zijn huidige vriendin en kinderen samenwoont en dat hij hulp heeft bij het aflossen van schulden. Verder is gebleken dat verdachte naar Oekraïne is geweest om als oud marinier training en hulpverlening te geven aan militairen bij het front. Schending van de redelijke termijn Het hof houdt bij de strafoplegging voorts rekening met schending van de redelijke termijn in hoger beroep. De termijn die voor de afdoening van de strafzaak in eerste aanleg en hoger beroep staat, bedraagt in dit geval twee jaren. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in eerste aanleg niet is overschreden. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 13 januari 2020 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. De onderhavige strafzaak is bij arrest van 3 maart 2026 afgedaan door het hof. Dit betekent dat in hoger beroep sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn van vier jaren en één maand. Aan die overschrijding zal het hof gevolgen verbinden door de toepassing van een andere strafmodaliteit dan in eerste aanleg is gedaan. Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank. Het hof acht in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de bewezenverklaarde feiten aangewezen. Gelet echter op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de in positieve zin gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte, ziet het hof aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. Alles afwegende en in onderlinge samenhang bezien, acht het hof een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.230,67 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding. Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 3 tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Wetsartikelen De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63 en 140 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 primair en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: personenauto ( [kenteken] ) en de telefoon Samsung S8. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina' [verdachte] van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 21 januari 2019, genummerd PL0900- 2018037426 en PL0900-2018071341, opgemaakt door politie Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, doorgenummerd l tot en met 2419. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 46. Pagina 1600. Pagina 1601. Pagina 1602. Pagina 1603. Pagina 1605. Pagina 1631. Pagina 430. Pagina 432. Pagina 2410. Pagina 2411. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris van 11 juli 2019, blad 2. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris van 11 juli 2019, blad 3. Pagina 57. Pagina 58. Pagina 84. Pagina 67. Pagina 2367. Pagina 2368. Pagina 2369. Pagina 2371. Pagina 29. Pagina 26. Pagina 27. Pagina 28. Pagina 29. Pagina 37. Pagina 126. Pagina 127. Pagina 74. Pagina 75. Pagina 77. Pagina 76. Pagina 688. Pagina 2177. Pagina 2181. Pagina 2182. Pagina 2183. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 8] door de rechter-commissaris van 11 juli 2019, blad 3. Pagina 104. Pagina 130. Pagina 323 en 324. Proces-verbaal van de zitting van het hof van 20 januari 2026. Pagina 37. Pagina 1780. Pagina 1781. Pagina 1783. Pagina 1784. Pagina 166. Pagina 169. Pagina 170. Pagina 170. Pagina 171. Pagina 172. Pagina 173. Pagina 175. Pagina 177 Pagina 1835. Pagina 97. Pagina 1683. Pagina 1684. Pagina 1685. Pagina 1686. Pagina 1687 Pagina 1689. Pagina 1698. Pagina 1732. Pagina 97. Pagina 1683. Pagina 1684. Pagina 1685. Pagina 1686. Pagina 1687 Pagina 1689. Pagina 1698. Pagina 1732. Pagina 674. Pagina 675. Pagina 717. Pagina 718. Pagina 29. Pagina 26. Pagina 28. Pagina 29. Pagina 126. Pagina 127. Pagina 187. Pagina 192. Pagina 195. Pagina 196. Pagina 206. Pagina 207. Pagina 208. Pagina 209. Pagina 89. Pagina 97. Pagina 327. Pagina 1963. Pagina 1964. Pagina 120. Pagina 121. Pagina 2183. Pagina 2184.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.