← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:217

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.315/01 CJIB-nummer : 244550378 Uitspraak d.d. : 15 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,

  1. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 907,-. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
  2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- (na matiging € 112,50) voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 augustus 2021 om 00:49 uur op de Krommestraat 27 in Amersfoort met het voertuig met het kenteken [kenteken]
  3. De gemachtigde van de betrokkene voert, onder verwijzing naar het arrest van het hof van21 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5340), aan dat het plan van aanpak waarmee het Openbaar Ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de onderhavige pleeglocatie omvat.
  4. De onder
  5. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV
  6. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera. Er is dus sprake van digitale handhaving.
  7. De onderhavige sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.
  8. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende: "De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. (…) Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen (…) 10 (…) RVV (…). Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV."
  9. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat door het Openbaar Ministerie instemming is verleend voor de digitale handhaving ter plaatse. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd is om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van het RVV 1990 op te leggen. De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
  10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het telefonisch horen door de officier van justitie, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt en gelet op het arrest van het hof van 3 november 2025 (ECLI:NL:GHARL: 2025:6853), wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,
  11. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.550,25 (= (1,5 x € 666,- x 0,5) + (2 x € 934,- x 0,5) + (1 x € 934,- x 0,5 x 0,25)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.550,25 Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.