← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:245

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.350.700/01 CJIB-nummer : 259126204 Uitspraak d.d. : 16 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2024, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 juli 2023 om 16:12 uur op de A15 in Ridderkerk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde herhaalt de grond die hij ook in de procedure bij de kantonrechter heeft aangevoerd inzake de oplegging van de sanctie aan de kentekenhouder. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 28 oktober 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9228) voert de gemachtigde aan dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd.
  3. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter op juiste gronden heeft geoordeeld dat de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv is opgelegd. Het enkel persisteren bij de eerder aangevoerde grond geeft geen reden om anders te oordelen. Ten aanzien van het arrest waarnaar de gemachtigde verwijst, overweegt het hof dat de vergelijking met die zaak niet opgaat omdat de omstandigheden en beschikbare informatie niet vergelijkbaar zijn. Deze grond treft geen doel.
  4. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter ten onrechte het sanctiebedrag niet heeft gematigd ter compensatie van de schending van de hoorplicht. Na de hoorzitting en pas bij de beslissing van de officier van justitie zijn aan de gemachtigde nieuwe stukken verzonden. De gemachtigde heeft hier ten overstaan van de officier van justitie niet meer op kunnen reageren. Pas in beroep bij de kantonrechter kon worden geageerd tegen deze stukken. Er is daarom aanleiding om het sanctiebedrag te matigen.
  5. Het zaakoverzicht bevat, naast een uitgebreide beschrijving van de gedraging, de volgende opmerking van ambtenaar: "Reden geen staandehouding: Verbalisant reed in een onopvallend voertuig zonder stopteken". Het dossier bevat een hoorverslag van 10 oktober 2023, waar de gemachtigde het volgende naar voren heeft gebracht: "Cliënt heeft niet gemerkt dat hij andere voertuigen heeft gehinderd. Waarom is cliënt niet staande gehouden?" Op 11 oktober 2023 heeft de officier van justitie de ambtenaar om een nadere toelichting gevraagd. Vervolgens heeft de ambtenaar in een proces-verbaal van 20 oktober 2023 herhaald dat hij reed in een onopvallend voertuig zonder stopteken en (opnieuw) beschreven wat hij destijds heeft waargenomen. Op 14 februari 2024 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard en omtrent de bewijsvoering verwezen naar de (eerder toegestuurde) stukken.
  6. Het hof stelt vast dat de (gemachtigde van de) betrokkene op 10 oktober 2023 door de officier van justitie is gehoord en dat in zoverre geen sprake is van schending van de hoorplicht. Niet gebleken is dat de officier van justitie voorafgaand aan het nemen van een beslissing op het administratief beroep de betrokkene (schriftelijk) in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren op het proces-verbaal van de ambtenaar van 20 oktober
  7. Dit nalaten kan niet worden aangemerkt als een structurele schending van de hoorplicht als bedoeld in de jurisprudentie van het hof, zodat geen aanleiding bestaat voor matiging van het sanctiebedrag. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd, met verbetering van gronden.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden; wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari, als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd het arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.