← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:410

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.356.309/01 Wahv 200.356.310/01 Wahv 200.356.311/01 CJIB-nummer : 263999857 264753298 264504093 Uitspraak d.d. : 23 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 21 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissingen van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie telkens niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend. De betrokkene heeft het beroep in de verschillende zaken schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft steeds de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 16 en 25 december 2025 zijn nog brieven van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan advocaat-generaal. De beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie telkens niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.
  2. Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. In elk van de aan de orde zijnde zaken is de betrokkene door middel van een brief van 24 juni 2024 gewezen op de wettelijke verplichting om vóór de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten. Vervolgens is de betrokkene telkens door een daarop volgende brief van 12 juli 2024 herinnerd aan die verplichting en opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen. De officier van justitie heeft de betrokkene op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen.
  3. Bij brief van 3 juli 2024, getiteld “Bezwaarschrift en Aanklacht tegen brieven OM omtrent Boetes eerst betalen (z.g. zekerheid stellen)”, heeft de betrokkene in reactie op de hem toegezonden zekerheidsbrieven met betrekking tot een zestal zaken, waaronder de zaken die thans aan de orde zijn, aangegeven dat het hier de reinste oplichterspraktijken betreft waar bejaarden keer op keer voor worden gewaarschuwd en dat er meestal Nigeriaanse bendes achter zitten die codes kraken. Zekerheid stellen betekent dat het OM het geld binnen heeft, dat de zaken daarmee gesloten zijn en dat je vervolgens nooit meer iets hoort. De betrokkene besluit zijn brief met de volgende opmerking: “Help mij uit de brand, ik heb € 1.200,- per maand.”
  4. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen. Een betrokkene zal daartoe in de procedure bij de kantonrechter tijdig een draagkrachtverweer moeten voeren.
  5. Dat heeft de betrokkene niet gedaan. Gelet op de inhoud van de brief van de betrokkene kan worden vastgesteld dat hij niet voornemens is om aan de wettelijke verplichting tot het stellen van zekerheid te voldoen. Hij stelt immers dat het hier de reinste oplichterspraktijken van het openbaar ministerie betreft. De betrokkene eindigt zijn brief vervolgens met de opmerking dat hij uit de brand wenst te worden geholpen, maar deze opmerking dient in de context van de voorgaande opmerkingen te worden gezien. Dit betekent dat de kantonrechter deze opmerking niet als draagkrachtverweer met het oog op de zekerheidstelling behoefde aan te merken.
  6. Nu de betrokkene in de verschillende zaken niet binnen de gestelde termijn zekerheid heeft gesteld en ook niet in reactie op de toegezonden brieven heeft gemeld dat wegens onvoldoende financiële draagkracht geen zekerheid kon worden gesteld, heeft de kantonrechter het beroep daarom telkens terecht niet-ontvankelijk verklaard.
  7. Voor zover de betrokkene thans in hoger beroep aanvoert - voor zover hier van belang - dat hij bij brief van 15 juli 2024 heeft gereageerd op de brieven van de officier van justitie van 12 juli 2025 met de mededeling dat hij vanwege zijn onvermogen geen zekerheid kan stellen en dat hij deze verklaring heeft verstuurd naar postbusnummer 8225 in Utrecht, is daarvan niet gebleken.
  8. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissingen van de kantonrechter dan ook zal bevestigen. Dit brengt mee dat het hof de gronden van de betrokkene tegen de opgelegde sancties niet kan beoordelen De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissingen van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.