← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:412

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.354.630/01 CJIB-nummer : 259678022 Uitspraak d.d. : 23 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 maart 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid hierop te reageren geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 juli 2023 om 16.27 uur op de N18 in Groenlo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene zich niet kan verenigen met de beslissing van de kantonrechter en de gedraging nadrukkelijk ontkent. Hierbij herhaalt de gemachtigde de grond dat bij het beroepschrift een foto is gevoegd van een notitieblokje. Dit blokje is door de betrokkene vastgehouden. De kantonrechter heeft op de zitting de foto’s bekeken op de laptop van de zittingsvertegenwoordiger en aan de hand daarvan geoordeeld dat geen twijfel bestaat over de vraag of de betrokkene een telefoon heeft vastgehouden. Waarom hierover geen twijfel bestaat, blijft onduidelijk. Op de foto’s is een notitieblok te zien. Dit blokje heeft niet de kenmerken van een telefoon. Voor zover de kantonrechter een overweging wijdt aan de manier waarop het voorwerp wordt vastgehouden, is de betrokkene van mening dat het vasthouden op de foto meer past bij een notitieblokje dan bij een telefoon. Immers, een telefoon wordt doorgaans aan het oor gehouden en niet als een boekje voor zich.
  3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Doordat de overtreding met een camerasysteem is geconstateerd bestond er geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. Daarom is op kenteken bekeurd. Op het bureau zijn de foto’s door de tweede verbalisant gecontroleerd op basis van camerabeelden. (…) Bijlagen: een fotografische opname. (…)”
  5. Het dossier bevat drie foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat de bestuurder in haar linkerhand, ter hoogte van het stuur, een rechthoekig donker gekleurd voorwerp vasthoudt. De bovenkant van het voorwerp is wit.
  6. De foto’s van de gedraging bieden in dit geval onvoldoende duidelijkheid om te kunnen vaststellen dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene rijdend een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft vastgehouden. Er is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Dit brengt mee dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal de inleidende beschikking daarom vernietigen.
  7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen een van hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast.
  8. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,
  9. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.141,63 (= (1,5 x € 666,- x 0,5)+ (1 x € 934,- x 0,5) + (1,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.141,
  10. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd het arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.