GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.359.488 (zaaknummer rechtbank Gelderland 447134) beschikking van 8 januari 2026 inzake [vader] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. N. Wouters, en [moeder] , wonende te [woonplaats2] , verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. F. van den Heuvel. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 juli 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 september 2025; - het verweerschrift. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2025 te Zwolle plaatsgevonden. Aanwezig in Zwolle waren de vader en zijn advocaat en een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad). De advocaat van de moeder heeft digitaal (via Teams) aan de mondelinge behandeling vanuit Arnhem deelgenomen. Partijen hebben ingestemd met deze digitale deelname. 3De feiten 3.1 Partijen zijn de ouders van: [minderjarige] , geboren [in] 2019 te [geboorteplaats] . De vader heeft [minderjarige] erkend. 3.2 De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 3.3 In de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vader om een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen aangehouden en de raad verzocht onderzoek te doen, te rapporteren en te adviseren over de mogelijkheden voor een omgangsregeling van [minderjarige] met de vader. Het verzoek van de vader om hem gezamenlijk met de moeder met het gezag over [minderjarige] te belasten is afgewezen. 4De omvang van het geschil 4.1 De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag en komt daarom in hoger beroep. De vader verzoekt het hof de beslissing van de rechtbank over het gezag te vernietigen en alsnog te bepalen dat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag. 4.2 De moeder voert verweer en verzoekt het hof het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te laten (te bekrachtigen). 5De motivering van de beslissing rechtsmacht en toepasselijk recht 5.1 De vader heeft de Turkse en de moeder de Nederlandse nationaliteit. Voordat het hof zich kan buigen over het verzoek van de vader, moet vanwege het internationale karakter van de zaak worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek tot gezamenlijk gezag in hoger beroep kennis te nemen. Deze beoordeling dient ambtshalve plaats te vinden. Ten tijde van de indiening van het (inleidend) verzoekschrift tot gezamenlijk gezag had [minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter ten aanzien van het verzoek rechtsmacht toekomt (artikel 7, eerste lid, Verordening Brussel II-ter (Nr. 2019/1111). De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld naar Nederlands recht en de vader heeft daartegen geen grief gericht, zodat ook het hof Nederlands recht zal toepassen. juridisch kader 5.2 In artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. oordeel van het hof 5.3 Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht het verzoek van de vader om hem mede met het gezag over [minderjarige] te belasten heeft afgewezen, omdat er een onaanvaardbaar risico is dat [minderjarige] dan klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Het hof vindt dat de moeder alleen met het gezag over [minderjarige] belast moet blijven. Het hof zal dat hierna uitleggen. 5.4 Partijen hebben in het verleden een relatie gehad die gepaard ging met verbale agressie en geweld. Gedurende hun relatie is de vader meerdere keren gedetineerd geweest. De moeder heeft ernstig letsel opgelopen door het huiselijk geweld (onder andere een gebroken oogkas) en de vader heeft in het verleden een tracker onder de auto van de moeder geplaatst. De vader is voor deze feiten veroordeeld. De vader erkent het geweld, maar stelt dat hij zijn straf heeft uitgezeten en met hulpverlening hard aan zichzelf heeft gewerkt. Hij is nu een stuk rustiger en minder impulsief en heeft zijn leven stabiel ingericht. Hij werkt fulltime en is gestopt met blowen. Daarom kan er volgens de vader nu een streep onder het verleden worden gezet. Het hof acht deze visie van de vader niet realistisch en constateert dat de vader de gebeurtenissen in het verleden afzwakt. De nieuwe situatie van de vader zoals die door hem is geschetst, voor zover van de juistheid daarvan kan worden uitgegaan, is nog pril en er moet naar het oordeel van het hof rekening mee worden gehouden dat de moeder door haar ervaringen met de vader ernstig getraumatiseerd is geraakt. De periode met de vader heeft een grote impact op de moeder gehad en de vader gaat daaraan voorbij. Om haar situatie te verbeteren heeft de moeder hulpverleningstrajecten gevolgd, maar dit heeft er nog niet toe geleid dat zij in staat is om constructief te communiceren met de vader over beslissingen die voor [minderjarige] moeten worden genomen. De advocaat van de moeder heeft toegelicht dat de moeder enorm veel stress en instabiliteit ervaart door het contact met de vader en de procedures en dat dit een negatief effect heeft op haar moederschap. Uit de door partijen in deze procedure overgelegde stukken blijkt duidelijk dat de benodigde basiscommunicatie tussen de ouders die nodig is voor overleg over [minderjarige] op dit moment volledig ontbreekt en dat de verstandhouding tussen de ouders heel slecht is. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling opgemerkt dat de raad weinig mogelijkheden ziet om de communicatie tussen de ouders te verbeteren en daarom adviseert de raad de beschikking van de rechtbank ten aanzien van de beslissing over het gezag te bekrachtigen. Voor het hof is voldoende duidelijk dat de moeder op dit moment weinig draagkracht heeft en geen hulpverleningstraject voor gezamenlijk ouderschap met de vader aankan, zoals de vader graag wil. 5.5 Alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende acht het hof het niet noodzakelijk om het onderzoek dat de raad verricht naar de mogelijkheden voor omgang tussen de vader en [minderjarige] uit te breiden met een onderzoek naar het gezag. Het hof acht zich voldoende voorgelicht om een beslissing te nemen. 5.6 Op grond van wat hiervoor is overwogen, slaagt het hoger beroep van de vader dus niet. Het hof zal de bestreden beschikking ten aanzien van de beslissing over het gezag over [minderjarige] bekrachtigen en beslissen als volgt. 6. De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 juli 2025, ten aanzien van de beslissing over het gezag over [minderjarige] ; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mrs. L. van Dijk, H. Phaff en K.H.P. Selcraig, bijgestaan door de griffier, en is op 8 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.