GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.356.949/01 CJIB-nummer : 258863886 Uitspraak d.d. : 8 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 2 juli 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet tijdig zekerheid is gesteld.
- De betrokkene voert aan dat zij ruim voor de zitting van 11 april 2025 bewijzen heeft ingestuurd waaruit blijkt dat haar inkomen onder het bestaansminimum zit en zij dus geen borgstelling hoeft te betalen. De griffie van de rechtbank Amsterdam heeft de stukken niet naar behoren doorgestuurd. Verder had zij een pleitnota meegezonden met bewijzen dat zij niet de chauffeur was op die dag, maar haar zoon. Daarnaast is bewezen dat de bekeuring ten onrechte is uitgevaardigd door de verbalisant.
- Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter bij sancties van € 225,- of meer zekerheid te stellen voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.
- Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.
- Uit het dossier blijkt dat de betrokkene bij brief van 28 januari 2025 is uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter op 11 april 2025 om haar financiële omstandigheden toe te lichten. Uit de tussenbeslissing blijkt dat de betrokkene niet op de zitting is verschenen om te motiveren en onderbouwen dat geen zekerheid kan worden gesteld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er onvoldoende grond is om het bedrag van de zekerheidstelling te verlagen en de betrokkene in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken alsnog het verlangde bedrag te betalen. Dat heeft de betrokkene niet gedaan.
- Uit het hoger beroepschrift blijkt dat de betrokkene op 19 februari 2025 een e-mail heeft gestuurd naar de rechtbank. In die e-mail wordt onder meer het draagkrachtverweer nader toegelicht en verwijst de betrokkene naar bijlagen. Deze e-mail ontbreekt in het dossier zoals het hof dat van de rechtbank heeft ontvangen en uit de beslissing van de kantonrechter valt niet op de maken of deze e-mail en/of bijlagen bij het oordeel zijn betrokken. Het lijkt er ook op dat de betrokkene deze e-mail op 2 juni 2025 nogmaals heeft gestuurd nadat de tussenbeslissing aan haar was toegestuurd. Nu niet valt uit te sluiten dat de kantonrechter het draagkrachtverweer heeft verworpen op basis van een onvolledig dossier, kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven.
- Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.