← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:755

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.359.902/01 en 200.359.902/02 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 241681) beschikking van 10 februari 2026 in de zaak van [verzoeker] (de man), die woont in [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep en het incident, advocaat: mr. F. Boymans te Groningen, en [verweerster] (de vrouw), die woont in [woonplaats] , verweerster in hoger beroep en het incident, advocaat: mr. A. Mulder te Groningen. 1De procedure in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 3 juli 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2De procedure in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 1 oktober 2025; - een brief namens de man van 15 oktober 2025 met bijlage(n); - het verweerschrift met bijlage(n); - een journaalbericht namens de man van 5 december 2025 met bijlage(n); - een journaalbericht namens de vrouw van 8 december 2025 met bijlage(n); - een journaalbericht namens de man van 10 december 2025 met bijlage(n); - een e-mail namens de man van 12 december 2025 met bijlage(n). 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 18 december 2025 plaatsgevonden. De partijen zijn met hun advocaten verschenen. 3De feiten 3.1 Partijen hebben een geregistreerd partnerschap gehad van [datum] 2021 tot [datum]

  1. 3.2 Zij zijn de ouders van: [de minderjarige1] , geboren [in] 2017, en [de minderjarige2] , geboren [in]
  2. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw. 3.3 In het ouderschapsplan van 19 december 2022 zijn partijen ten aanzien van de kinderalimentatie onder meer het volgende overeengekomen. “6.
  3. Aan de hand van een alimentatieberekening uitgevoerd door mr. [naam1] d.d. 16 december 2022, is de behoefte van de kinderen bepaald op 858 euro per maand voor 2 kinderen, zijnde 429 euro per kind per maand. Dit is de totale behoefte van de kinderen, inclusief verblijfsoverstijgende kosten en netto kinderopvangkosten. Ouders zijn met elkaar in overleg gegaan over de verdeling van de kosten en zijn tot onderstaande afspraken gekomen. 6.
  4. De vader betaalt aan de moeder een bedrag voor kinderalimentatie van 174 euro per maand voor 2 kinderen, zijnde 87 euro per kind per maand. Van dit bedrag en haar eigen aandeel in de kosten van de kinderen van 126 euro, betaalt de moeder de boodschappen, kleinere uitgaven en woonlasten. Als richtlijn hanteren ouders een bedrag van 300 euro per maand per ouder voor de boodschappen en woonlasten. 6.
  5. Ouders hanteren daarnaast een kinderkostenrekening voor de verblijfsoverstijgende kosten. Dit zijn de kosten voor o.a. kleding, school, sport, niet vergoede medische kosten, netto kinderopvangkosten, abonnementen voor de kinderen. De vader stort 260 euro per maand op deze kinderkostenrekening. De moeder stort geen maandelijkse bedragen, omdat hiervoor draagkracht ontbreekt. De ontvangen kinderbijslag wordt ieder kwartaal eveneens op deze rekening gestort.” De inhoud van het ouderschapsplan is opgenomen in de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 14 februari
  6. 3.4 Anders dan in het ouderschapsplan van 19 december 2022 overeengekomen verbleven de kinderen tot november 2024 de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw, waarbij de kinderen iedere woensdag bij de vrouw en iedere vrijdag bij de man verbleven. Sinds 21 november 2024 verblijven de kinderen eens per twee weken van donderdagavond tot maandag naar school bij de man, alsmede de helft van de vakanties. 3.5 De man heeft op 2 juni 2025 een dochter gekregen met zijn huidige partner. 4Het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hiervan belang, de overeenkomst zoals vastgelegd in het ouderschapsplan en opgenomen in de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 14 februari 2023 gewijzigd. De rechtbank heeft de bijdrage van de man aan de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van 13 januari 2025 op € 592,- per maand en vanaf juni 2025 op € 524,- per maand bepaald. 4.2 De man is met zeven grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien onder andere op de draagkracht van de man en de draagkracht van de vrouw. De man verzoekt het hof om de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, d.d. 3 juli 2025 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de vrouw aan de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding moet betalen van € 144,- per kind per maand met ingang van 13 januari
  7. Bij wege van incidenteel verzoek heeft de man het hof verzocht te bepalen dat de werking van de bestreden beschikking wordt geschorst. 4.3 De vrouw voert verweer en zij verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen. 4.4 Het hof zal de grieven per onderwerp bespreken. 5De overwegingen voor de beslissing In het incident 5.1 Nu het hof vandaag uitspraak zal doen in de hoofdzaak, heeft de man geen belang meer bij het verzoek tot schorsing van de bestreden beschikking. Om die reden zal het hof het schorsingsverzoek afwijzen. In de hoofdzaak 5.2 De rechtbank heeft geoordeeld dat de omstandigheden na het opstellen van het ouderschapsplan in december 2022 en de beschikking van 14 februari 2023 zodanig zijn gewijzigd, dat dit een hernieuwde beoordeling van de draagkracht van partijen rechtvaardigt (artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De man heeft tegen dit oordeel geen grieven gericht, zodat het hof daarvan zal uitgaan. 5.3 Het hof zal bij de beoordeling de aanbevelingen voor de berekening van kinderalimentatie van de Expertgroep Alimentatie toepassen. 5.4 Het hof zal de berekeningen, die op basis van de hierna volgende overwegingen zijn gemaakt, bijvoegen aan het eind van deze beschikking. Het hof bespreekt hierna alleen die uitgangspunten waarover partijen van mening verschillen. Ingangsdatum 5.5 Als de rechter een alimentatieverplichting oplegt, wijzigt of laat eindigen, dan heeft hij (op grond van artikel 1:402 BW) grote vrijheid bij het bepalen van de ingangsdatum. De gewijzigde verplichting kan ingaan op de datum dat: de omstandigheden zijn gewijzigd, de man of de vrouw op de hoogte was van de wijziging van de omstandigheden, het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend, of de bestreden beschikking werd gegeven. Ook een andere datum is mogelijk, maar de rechter moet in elk geval behoedzaam omgaan met deze beslissingsvrijheid als een wijziging met terugwerkende kracht ingrijpende gevolgen kan hebben voor de onderhoudsgerechtigde, omdat die daardoor zou moeten terugbetalen wat in de daaraan voorafgaande periode in feite is betaald of verhaald. Dat geldt ook voor de rechter in hoger beroep als die een in eerste aanleg vastgestelde of gewijzigde bijdrage verlaagt of op nihil bepaalt. 5.6 Partijen zijn het erover eens dat 13 januari 2025 als ingangsdatum voor de wijziging van de kinderalimentatie moet worden gehanteerd, met dien verstande dat de man zich op het standpunt stelt dat de datum van de beschikking van het hof als ingangsdatum moet gelden als het hof een bijdrage van hem aan de vrouw toekent in plaats van een bijdrage van de vrouw aan hem, zoals door hem is verzocht. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de wijziging van de kinderalimentatie moet ingaan op de datum waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend, ongeacht of de wijziging zal inhouden dat de vrouw een bijdrage aan de man moet betalen of de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie zal wijzigen. De man was immers vanaf dat moment op de hoogte van het verzoek van de vrouw om de door hem te betalen kinderalimentatie te wijzigen en van de verzochte hoogte daarvan. De man heeft vanaf dat moment dus rekening kunnen houden met de verzochte bijdrage en had dat ook moeten doen. De behoefte van de kinderen 5.7 De bij de bestreden beschikking vastgestelde behoefte in 2025 van € 1.057,- per maand voor beide kinderen samen is niet in geschil en staat daarmee vast. Het hof zal daar dan ook van uitgaan. Draagkracht van partijen 5.8 Bij het bepalen van ieders aandeel in de behoefte van de kinderen dient de draagkracht van alle onderhoudsplichtigen en de verhouding waarin eenieder tot de kinderen staat in de beoordeling te worden betrokken. Gelet op de hiervoor onder 5.6 genoemde ingangsdatum van de wijziging zal het hof de draagkracht beoordelen vanaf 13 januari
  8. Netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man 5.9 Omdat de ingangsdatum in 2025 ligt, is het hof van oordeel dat de salarisspecificaties van 2025 het uitgangspunt moeten zijn bij het berekenen van de draagkracht. Het hof houdt, evenals partijen, in de eerste plaats rekening met een bruto maandsalaris van € 3.918,57 en een VEB-toelage van € 364,43 per maand. Het hof houdt daarnaast rekening met een IKB-opbouw van € 639,91 per maand. Het IKB is in de plaats gekomen van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering die de man eerder ontving. Verder houdt het hof rekening met de bindingspremie van € 4.200,- per jaar, die op de salarisstrook wordt vermeld bij ‘afwijkende bezoldiging/doorlopende toelage’. De man heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij deze vergoeding de afgelopen jaren ook heeft ontvangen. Weliswaar heeft hij ook gesteld dat het onzeker is of hij dit inkomen en deze toelage in de toekomst nog steeds zal ontvangen, maar het hof heeft geen concrete aanwijzingen dat het inkomen van de man op korte termijn daadwerkelijk zal veranderen en hoe hoog het inkomen dan zou worden. Het hof kan geen rekening houden met toekomstige onzekere gebeurtenissen en rekent daarom met het huidige inkomen van de man. Het hof houdt geen rekening met de eenmalige uitkering van € 1.000,- in 2024 en van € 350,- in juli
  9. De man heeft op de zitting toegelicht dat dit tweemaal een compensatie was voor loonsverhoging met terugwerkende kracht als gevolg van Cao-onderhandelingen. Dit zijn geen structurele extra inkomsten die in aanmerking worden genomen bij het berekenen van de draagkracht. Uit de bijgevoegde berekening volgt dat het NBI van de man € 3.642,- per maand bedraagt. Het draagkrachtloos inkomen van de man 5.10 Van het hiervoor berekende NBI heeft de man een deel nodig om de eigen noodzakelijke lasten te voldoen: het draagkrachtloos inkomen. Het NBI is hoger dan € 2.125,- per maand. Het draagkrachtloos inkomen bedraagt volgens de in 2025 geldende formule dan 30% van het NBI ter bestrijding van woonlasten (het woonbudget) plus € 1.310,- ter bestrijding van de overige lasten. Het woonbudget bedraagt € 1.093,- per maand. 5.11 De man stelt dat rekening moet worden gehouden met zijn werkelijke woonlasten in plaats van het woonbudget van 30% van zijn NBI. Hij zou duurzaam hogere woonlasten hebben die niet vermijdbaar en niet verwijtbaar zijn. De man betaalt volgens zijn opgave in totaal € 2.061,- per maand: - € 1.397,97 rente en aflossing voor de hypotheek, te weten € 630,58 rente en € 783,18 aflossing voor drie leningdelen: een voor de oorspronkelijke hypotheek (€ 886,88), een voor de uitkoop van de vrouw (€ 337,45) en een voor de verbouwing (€ 189,43); - € 83,33 energiebespaarlening; - € 121,88 aan lokale belastingen; - € 360,- energielasten; - € 26,91 opstal- en inboedelverzekering; - € 4,23 + € 6,62 overlijdensrisicoverzekering voor de man en de vrouw. 5.12 Ondanks de stelling van de man ten aanzien van zijn woonlasten is het hof van oordeel dat uitgegaan moet worden van het woonbudget. Het hof ziet in het door de man gestelde over zijn werkelijke woonlasten, mede gelet op de betwisting daarvan door de vrouw, onvoldoende aanleiding om af te wijken van het forfaitaire woonbudget zoals aanbevolen door de Expertgroep Alimentatie. Het hof is in de eerste plaats van oordeel dat de vrouw voldoende gemotiveerd heeft betwist dat de lening die is aangegaan voor de verbouwing en verduurzaming van de woning noodzakelijk was. Dat de man ruimte wilde creëren voor zijn nieuwe partner en haar kind, behoort niet ten laste van de kinderen van partijen te komen. De man is immers niet onderhoudsplichtig voor zijn partner en haar kind uit een eerdere relatie. Bij het nemen van de beslissing ten aanzien van de verbouwing en verduurzaming van de woning had hij dus zijn onderhoudsplicht jegens de kinderen van partijen in het oog moeten houden. Het hof is daarnaast van oordeel dat de huidige partner van de man de helft van de woonlasten voor haar rekening moet nemen. Gebleken is dat deze partner de keuze heeft gemaakt om haar baan op te zeggen om met de man te gaan samenwonen. Deze keuze kan niet ten laste komen van de kinderen van partijen. De man houdt in de berekening van zijn werkelijke woonlasten bovendien ten onrechte rekening met energielasten en de premie voor de inboedel- en overlijdensrisicoverzekering. Deze kosten moeten uit het forfait voor de overige noodzakelijke lasten en de vrije ruimte voldaan worden. 5.13 De man voert verder aan dat rekening moet worden gehouden met de advocaatkosten die hij verschuldigd is voor deze procedure. De vrouw procedeert op basis van een toevoeging, maar de man moet de advocaatkosten zelf dragen. Deze kosten zijn inmiddels in twee instanties opgelopen tot € 17.000,-. De man houdt rekening met een afbetaling van € 583,- per maand voor een periode van een jaar, omdat deze kosten volgens hem niet vermijdbaar of verwijtbaar zijn. 5.14 Het hof stelt vast dat de man aan de hand van facturen heeft aangetoond dat hij advocaatkosten heeft moeten maken en dat hij daarop inlost. Ook is gebleken dat de man niet over vermogen beschikt waaruit hij die kosten zou kunnen voldoen. Het hof zal daarom bij de bepaling van de draagkracht van de man rekening houden met aflossing op deze kosten, maar volgt de man niet in zijn berekening waarbij hij gedurende een jaar € 583,- per maand betaalt voor advocaatkosten. Dit bedrag drukt te veel op de draagkracht van de man ten nadele van de kinderen. Het hof acht het redelijk om rekening te houden met een bedrag van € 100,- per maand voor advocaatkosten. 5.15 Het hof zal daarnaast rekening houden met de aflossing van € 149,- per maand op een belastingschuld van partijen in verband met te veel ontvangen kinderopvangtoeslag tot het moment dat deze schuld is afgelost op 1 november
  10. De aflossing heeft betrekking op een niet vermijdbare en niet verwijtbare schuld, waarvan het bestaan niet ter discussie staat. Het hof zal voor de periode daarna een nieuwe berekening maken, waarin de aflossing op deze schuld niet meer terugkomt. 5.16 Uit de aangehechte berekeningen volgt dan dat de man met voormeld NBI tot 1 november 2025 een draagkracht heeft van € 693,- per maand en vanaf 1 november 2025 van € 797,- per maand. Het NBI en de draagkracht van de vrouw 5.17 De man heeft gesteld dat uitgegaan moet worden van de verdiencapaciteit van de vrouw. Volgens hem is sprake van verwijtbaar inkomensverlies aan de zijde van de vrouw, doordat zij na het verliezen van haar baan in 2024 niet opnieuw heeft gesolliciteerd. Hij meent dat zij 32 uren per week kan werken tegen het minimumloon. Hij komt dan op een verdiencapaciteit van € 1.996,68 per maand. De vrouw heeft aangevoerd dat zij in maart 2024 haar baan in de detailhandel is kwijtgeraakt. Zij ontving toen een WW-uitkering. Vanaf november 2024 was zij ziekgemeld en ontving zij een Ziektewetuitkering van het UWV. Sinds 25 mei 2025 heeft de vrouw een nul-urencontract bij [bedrijf] . Zij werkt gemiddeld 10 uren per week als fitnesscoach tegen het minimumloon. Daarnaast werkt ze drie keer per week een uur als personal trainer, waarmee ze € 25,- per uur verdient. De vrouw stelt dat ze wel meer zou willen werken, maar daarin ook beperkt is omdat de kinderen om 14:30 uur uit school komen en haar inkomen nog niet voldoende is om de bso te betalen. 5.18 Het hof is van oordeel dat in de eerste plaats uitgegaan moet worden van het inkomen van de vrouw uit haar dienstverband met [bedrijf] . Het hof gaat uit van 10 uren per week maal € 14,40 per uur te vermeerderen met de vakantietoeslag van 8%. Het hof houdt daarnaast rekening met een extra verdiencapaciteit van de vrouw van € 500,- per maand. De vrouw heeft verklaard dat zij € 75,- per week extra verdient met het geven van personal training gedurende drie uren per week. Het hof is van oordeel dat zij in staat moet worden geacht haar werkzaamheden verder uit te breiden, zonder dat dit ten koste gaat van de verzorging van de kinderen. De vrouw heeft ook een eigen verantwoordelijkheid om in de kosten van de kinderen te voorzien. Het bruto jaarinkomen van de vrouw van € 7.488,- vermeerderd met de vakantietoeslag van 8 % wordt daarom verhoogd met een extra verdiencapaciteit van € 6.000,- per jaar. Het totale jaarinkomen bedraagt dan € 14.087,- bruto. Het NBI van de vrouw komt dan, rekening houdend met de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget, volgens de bijgevoegde draagkrachtberekening op € 1.587,- per maand. Het NBI van de vrouw is dus lager dan € 2.125,- per maand. Dat betekent dat haar draagkracht wordt vastgesteld aan de hand van de draagkrachttabel die als bijlage is gevoegd bij het Rapport alimentatienormen januari
  11. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan volgens de tabel € 50,- per maand. Het draagkrachtloos inkomen van de vrouw 5.19 De man is van mening dat voor het berekenen van de draagkracht van de vrouw rekening moet worden gehouden met een lagere woonlast dan het woonbudget van 30% van het NBI. De man baseert deze stelling op het feit dat de vrouw huurtoeslag ontvangt en samenwoont met een partner die de helft van de woonlasten voor zijn rekening kan nemen. De vrouw berekent haar werkelijke woonlast op € 674,
  12. Haar woonbudget bedraagt volgens de vrouw € 439,-. Al zou haar partner meebetalen, dan nog is er volgens de vrouw geen reden af te wijken van het forfaitaire woonbudget. 5.20 Het hof ziet in het door de man aangevoerde geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire berekening van de draagkracht. Hoewel het hof, net als bij de man, van oordeel is dat de partner van de vrouw de helft van de woonlasten voor zijn rekening moet nemen, leidt dit niet tot een hogere draagkracht van de vrouw. Deze blijft op het minimum van € 50,- per maand. Beschikbare draagkracht per kind 5.21 De draagkracht van de man wordt gelijkelijk over zijn kinderen verdeeld omdat er geen sprake is van een aanmerkelijk verschil in behoefte. Vanaf juni 2025 zal het hof rekening houden met de onderhoudsverplichting van de man voor zijn dochter uit zijn huidige relatie. 5.22 Vanaf 1 juni 2025 is van de draagkracht van de man twee derde van € 693,- per maand, dus een bedrag van € 462,- per maand, beschikbaar voor de kinderen van partijen in verband met de komst van het kind van de man met zijn nieuwe partner. Vanaf 1 november 2025 is de beschikbare draagkracht voor de kinderen van partijen € 532,- per maand van de totale draagkracht van de man van € 797,- per maand. Het aandeel van partijen in de kosten van de kinderen 5.23 De behoefte van de kinderen samen bedraagt € 1.057,- per maand. De totale draagkracht van partijen in de periode van 13 januari 2025 tot 1 juni 2025 (€ 693,- + € 50,- =) € 743,- per maand. In de periode van 1 juni 2025 tot 1 november 2025 bedraagt de totale draagkracht van partijen (€ 462,- + € 50,- =) € 512,- per maand. Vanaf 1 november 2025 is de totale draagkracht (€ 532,- + € 50,- =) € 582,- per maand. Dit betekent dat partijen in geen van de berekende periodes volledig in de behoefte van de kinderen kunnen voorzien. Dit brengt mee dat zij met hun volledige draagkracht moeten voorzien in de behoefte van de kinderen. Vermindering met de zorgkorting 5.24 De kosten van de verdeling van de zorg worden in aanmerking genomen als een percentage van de behoefte, de zorgkorting. Het percentage van de zorgkorting is afhankelijk van de frequentie van de zorg. Bij een zorgverdeling van gemiddeld twee dagen in de week mag een zorgkorting van 25% in aanmerking worden genomen en bij een zorgverdeling van ten minste drie dagen in de week is dat 35%. Tussen partijen is in geschil welke zorgkorting in aanmerking moet worden genomen. De man stelt zich op het standpunt dat uitgegaan moet worden van een zorgkorting van 35% gebaseerd op de week-op-week-af-regeling waaraan partijen tot november 2024 uitvoering hebben gegeven. Volgens de man is deze regeling slechts tijdelijk teruggebracht naar een regeling waarbij de kinderen een keer in de veertien dagen een lang weekend van donderdagavond tot maandagochtend en een groter deel van de vakanties bij de man verblijven. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de regeling niet tijdelijk is gewijzigd. Zij wenst de huidige regeling in stand te houden. 5.25 Het hof zal rekening houden met een zorgkorting van 25% gebaseerd op de regeling waaraan nu al ruim een jaar uitvoering wordt gegeven. Nu partijen het niet eens zijn over het uitbreiden van de zorgregeling naar een gelijke verdeling, ziet het hof geen aanleiding van een ruimere zorgkorting uit te gaan. Voor een zorgkorting van 30%, zoals de man subsidiair voorstelt, zijn in het Rapport alimentatienormen geen aanknopingspunten te vinden. 5.26 De zorgkorting bedraagt dan 25% x € 1.057,- = € 264,- per maand. De onderhoudsplichtigen hebben samen niet genoeg draagkracht om in de totale behoefte van de kinderen te voorzien. Dat tekort moeten zij ieder voor de helft dragen en daarom zal het hof de zorgkorting niet volledig in mindering brengen op de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de kinderen. Het tekort aan draagkracht bedraagt in de periode vanaf 13 januari 2025 € 313,- per maand, waarvan € 157,- per maand ten laste van de man wordt gebracht. In de periode vanaf 1 juni 2025 bedraagt het tekort € 544,- per maand, waarvan € 272,- per maand ten laste van de man komt. Voor de periode vanaf 1 november 2025 geldt dat er een tekort in draagkracht is van € 475,- per maand, waarvan een bedrag van € 237,- per maand aan de man wordt toegerekend. De zorgkorting wordt met deze bedragen verminderd. Het restant van de zorgkorting wordt afgetrokken van het bedrag dat de man aan de vrouw dient te betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding. Het tekort aan draagkracht is in de periode van 1 juni 2025 tot 1 november 2025 hoger dan de zorgkorting. Dat betekent dat de man voor die periode in het geheel geen zorgkorting kan verzilveren. Bijdrage per kind 5.27 Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat de man met ingang van 13 januari 2025 een kinderalimentatie dient te betalen van (€ 693,- minus (€ 264,- minus € 157,-) =) € 586,- per maand en dus € 293,- per kind per maand. Met ingang van 1 juni 2025 dient de man zijn volledige draagkracht aan te wenden voor de bijdrage aan de vrouw en dus € 231,- per kind per maand aan de vrouw te voldoen. Vanaf 1 november 2025 is de bijdrage (€ 532,- minus (€ 264,- minus € 237,-) =) € 504,- per maand en dus € 252,- per kind per maand. In verband met de indexering van de alimentatie stelt het hof de kinderalimentatie met ingang van 2026 vast op € 264,- per kind per maand. 5.28 Nu het hof tot de slotsom komt dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet betalen aan de vrouw faalt de laatste grief van de man waarin hij stelt dat hij een bijdrage van de vrouw dient te ontvangen. Terugbetalingsverplichting 5.29 Het voorgaande brengt mee dat het hof tot een (iets) lagere door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie dan de rechtbank komt. Het hof stelt vast dat het om een relatief beperkt verschil gaat. Daarnaast constateert het hof dat ook met de door de rechtbank vastgestelde bedragen niet volledig in de behoefte van de kinderen kon worden voorzien. Ten slotte overweegt het hof dat bij de berekening van de draagkracht van de vrouw rekening is gehouden met een verdiencapaciteit aan haar zijde, zodat zij de berekende draagkracht niet daadwerkelijk volledig heeft gehad. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de vrouw de eventueel door de man te veel betaalde bedragen niet aan hem hoeft terug te betalen. 6De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: in het incident: wijst het schorsingsverzoek van de man af; in de hoofdzaak: vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 3 juli 2025 en in zoverre opnieuw beschikkende: wijzigt de overeenkomst, zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van 19 december 2022 en opgenomen in de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 14 februari 2023 en bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zal betalen: - met ingang van 13 januari 2025 € 293,- per kind per maand; - met ingang van 1 juni 2025 € 231,- per kind per maand; - met ingang van 1 november 2025 € 252,- per kind per maand; en - met ingang van 1 januari 2026 € 264,- per kind per maand, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. E. Leentjes, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en mr. C. Coster, bijgestaan door mr. D.M. Welbergen als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier. Partij de man Zaak 200.359.902 Berekening Vanaf 13 januari 2025 Tarieven 2025-1 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 47.016 48 Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering € 4.200 49b Overige bruto arbeidsinkomsten € 4.373 49c Individueel keuze budget (IKB/PKB) € 7.679 Bruto inkomsten € 63.268 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 3.279 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 59.989 Notitie: 51premie OP € 257,43 + variabel deel € 51,58 + premie AOP-BW € 6,86 + verrekening prem OP/NP € 42,64 - 59 Inkomsten € 59.989 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 59.989 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 59.989 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 13.769 - Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 € 8.076 95 Inkomensheffing box 1 € 21.845 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 59.989 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 21.845 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.565 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 16.280 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 43.709 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.067 jaar Arbeidskorting € 4.498 jaar 120 Besteedbaar inkomen € 43.709 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 43.709 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.642 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 3.642 Draagkracht wordt berekend op basis van Formule 122a Kosten van levensonderhoud € 1.310 123a Woonbudget € 1.093 134a Extra lasten opnemen € 249 135a Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie € 2.652 136a Draagkrachtruimte € 990 137a Draagkrachtpercentage % 70 Beschikbaar € 693 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 693 Partij de vrouw Zaak 200.359.902 Berekening Vanaf 13 januari 2025 Tarieven 2025-1 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 7.488 44 Vakantietoeslag € 599 46a Inkomsten uit overwerk waarover geen vakantietoeslag wordt berekend € 6.000 Bruto inkomsten € 14.087 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 66 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 14.021 59 Inkomsten € 14.021 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 14.021 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 14.021 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 5.022 95 Inkomensheffing box 1 € 5.022 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 14.021 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 5.022 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.507 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 14.021 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 3.068 jaar Arbeidskorting € 1.537 jaar Combinatiekorting € 902 jaar Bij: Kindgebonden budget € 5.022 120 Besteedbaar inkomen € 19.043 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 19.043 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 1.587 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 1.587 Draagkracht wordt berekend op basis van Tabel Afwijken van de tabel? nee 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 50 Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen Zaak de man / de vrouw Tarieven 2025-1 Periode Vanaf 13 januari 2025 man nieuwe partner man vrouw nieuwe partner vrouw Kindgebonden budget na scheiding € 0 € 0 € 418 € 0 Alleenstaande ouderkop € 0 € 0 € 0 € 0 Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK) € 3.642 € 1472 € 1.587 € 0 Aantal kinderen 2 [de minderjarige1] [de minderjarige2] Leeftijd 8 7 Woont bij AP 0 0 AG 1 1 Ex-partner 0 0 Zorgkorting vrouw % 0 0 Zorgkorting man % 25 25 Zorgkorting tbv. AP AP [de minderjarige1] [de minderjarige2] Totaal Bijdrage ouders in kosten kinderen € p/m 528 528 1.056 Netto kinderopvangkosten na scheiding € p/m 0 0 0 Overige kosten kinderen na scheiding € p/m 0 0 0 Totale kosten kinderen na scheiding € p/m 528 528 1.056 Zorgkorting € p/m 132 132 264 Draagkracht Man Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 347 347 693 Draagkracht man per kind € p/m 347 347 693 nieuwe partner man Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 0 0 0 Draagkracht man € p/m 0 0 Totaal draagkracht man & nieuwe partner man € p/m 0 Draagkracht man (eventueel na vergelijking) € p/m Verschil € p/m Draagkracht man (na vergelijking met nieuwe partner man en correctie) € p/m 347 347 Vrouw Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 25 25 50 Draagkracht vrouw per kind € p/m 25 25 50 nieuwe partner vrouw Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 0 0 0 Draagkracht vrouw € p/m 0 0 Totaal draagkracht vrouw & nieuwe partner vrouw € p/m Draagkracht vrouw (eventueel na vergelijking) € p/m Verschil € p/m Draagkracht vrouw (na vergelijking met nieuwe partner vrouw en correctie) € p/m 25 25 Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind € p/m 372 372 743 Bijdrage kosten kinderen Tekort aan gezamenlijke draagkracht € p/m 157 157 313 Gedeelde tekort aan draagkracht € p/m 78 78 157 Zorgkorting minus tekort aan draagkracht € p/m 54 54 108 Aandeel man in de kosten van de kinderen € p/m 347 347 693 Af: zorgkorting € p/m 54 54 108 Ten laste van man te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 293 293 586 Aandeel vrouw in de kosten van de kinderen € p/m 25 25 50 Ten laste van vrouw te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 25 25 50 Aandeel stiefouder(s) in de kosten van de stiefkinderen € p/m 0 0 Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen Zaak De man / de vrouw Tarieven 2025-1 Periode Vanaf 1 juni 2025 man nieuwe partner man Vrouw nieuwe partner vrouw Kindgebonden budget na scheiding € 0 € 0 € 418 € 0 Alleenstaande ouderkop € 0 € 0 € 0 € 0 Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK) € 3.642 € 1472 € 1.587 € 0 Aantal kinderen 3 Amaya [de minderjarige1] [de minderjarige2] Leeftijd 0 8 7 Woont bij AP 1 0 0 AG 0 1 1 Ex-partner 0 0 0 Zorgkorting vrouw % 0 0 0 Zorgkorting man % 0 25 25 Zorgkorting tbv. Geen AP AP Amaya [de minderjarige1] [de minderjarige2] Totaal Bijdrage ouders in kosten kinderen € p/m 528 528 528 1.584 Netto kinderopvangkosten na scheiding € p/m 0 0 0 0 Overige kosten kinderen na scheiding € p/m 0 0 0 0 Totale kosten kinderen na scheiding € p/m 528 528 528 1.584 Zorgkorting € p/m 0 132 132 264 Draagkracht Man Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 231 231 231 693 Draagkracht man per kind € p/m 231 231 231 693 nieuwe partner man Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 25 0 0 25 Draagkracht man € p/m 231 0 0 Totaal draagkracht man & nieuwe partner man € p/m 256 256 Draagkracht man (eventueel na vergelijking) € p/m 231 Verschil € p/m 0 Draagkracht man (na vergelijking met nieuwe partner vader en correctie) € p/m 231 231 231 vrouw Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 0 25 25 50 Draagkracht vrouw per kind € p/m 0 25 25 50 nieuwe partner vrouw Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 0 0 0 0 Draagkracht vrouw € p/m 0 0 0 Totaal draagkracht vrouw & nieuwe partner vrouw € p/m 0 Draagkracht vrouw (eventueel na vergelijking) € p/m 0 Verschil € p/m 0 Draagkracht vrouw (na vergelijking met nieuwe partner vrouw en correctie) € p/m 0 25 25 Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind € p/m 256 256 512 Bijdrage kosten kinderen Tekort aan gezamenlijke draagkracht € p/m 272 272 544 Gedeelde tekort aan draagkracht € p/m 136 136 272 Zorgkorting minus tekort aan draagkracht € p/m -4 -4 -8 Aandeel man in de kosten van de kinderen € p/m 231 231 462 Ten laste van man te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 231 231 462 Aandeel vrouw in de kosten van de kinderen € p/m 25 25 50 Ten laste van vrouw te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 25 25 50 Aandeel stiefouder(s) in de kosten van de stiefkinderen € p/m 0 0 Partij de man Zaak 200.359.902 Berekening Vanaf 1 november 2025 Tarieven 2025-2 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 47.016 48 Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering € 4.200 49b Overige bruto arbeidsinkomsten € 4.373 49c Individueel keuze budget (IKB/PKB) € 7.679 Bruto inkomsten € 63.268 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 3.279 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 59.989 59 Inkomsten € 59.989 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 59.989 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 59.989 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 13.769 - Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 € 8.076 95 Inkomensheffing box 1 € 21.845 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 59.989 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 21.845 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.565 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 16.280 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 43.709 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.067 jaar Arbeidskorting € 4.498 jaar 120 Besteedbaar inkomen € 43.709 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 43.709 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.642 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 3.642 Draagkracht wordt berekend op basis van Formule 122a Kosten van levensonderhoud € 1.310 123a Woonbudget € 1.093 134a Extra lasten opnemen € 100 135a Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie € 2.503 136a Draagkrachtruimte € 1.139 137a Draagkrachtpercentage % 70 Beschikbaar € 797 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 797 Partij de vrouw Zaak 200.359.902 Berekening Vanaf 1 november 2025 Tarieven 2025-2 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 7.488 44 Vakantietoeslag € 599 46a Inkomsten uit overwerk waarover geen vakantietoeslag wordt berekend € 6.000 Bruto inkomsten € 14.087 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 66 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 14.021 59 Inkomsten € 14.021 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 14.021 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 14.021 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 5.022 95 Inkomensheffing box 1 € 5.022 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 14.021 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 5.022 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.507 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 14.021 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 3.068 jaar Arbeidskorting € 1.537 jaar Combinatiekorting € 902 jaar Bij: Kindgebonden budget € 5.022 120 Besteedbaar inkomen € 19.043 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 19.043 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 1.587 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 1.587 Draagkracht wordt berekend op basis van Tabel Afwijken van de tabel? nee 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 50 Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen Zaak De man / de vrouw Tarieven 2025-2 Periode Vanaf 1 november 2025 man nieuwe partner man vrouw nieuwe partner vrouw Kindgebonden budget na scheiding € 0 € 0 € 418 € 0 Alleenstaande ouderkop € 0 € 0 € 0 € 0 Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK) € 3.642 € 1472 € 1.587 € 0 Aantal kinderen 3 Amaya [de minderjarige1] [de minderjarige2] Leeftijd 0 8 7 Woont bij AP 1 0 0 AG 0 1 1 Ex-partner 0 0 0 Zorgkorting vrouw % 0 0 0 Zorgkorting man % 0 25 25 Zorgkorting tbv. Geen AP AP Amaya [de minderjarige1] [de minderjarige2] Totaal Bijdrage ouders in kosten kinderen € p/m 528 528 528 1.584 Netto kinderopvangkosten na scheiding € p/m 0 0 0 0 Overige kosten kinderen na scheiding € p/m 0 0 0 0 Totale kosten kinderen na scheiding € p/m 528 528 528 1.584 Zorgkorting € p/m 0 132 132 264 Draagkracht man Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 266 266 266 797 Draagkracht man per kind € p/m 266 266 266 797 nieuwe partner man Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 25 0 0 25 Draagkracht man € p/m 266 0 0 Totaal draagkracht man & nieuwe partner man € p/m 291 291 Draagkracht man (eventueel na vergelijking) € p/m 266 Verschil € p/m 0 Draagkracht man (na vergelijking met nieuwe partner man en correctie) € p/m 266 266 266 vrouw Draagkracht verdeeld in gelijke delen € p/m 0 25 25 50 Draagkracht vrouw per kind € p/m 0 25 25 50 nieuwe partner vrouw Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte € p/m 0 0 0 0 Draagkracht vrouw € p/m 0 0 0 Totaal draagkracht vrouw & nieuwe partner vrouw € p/m 0 Draagkracht vrouw (eventueel na vergelijking) € p/m 0 Verschil € p/m 0 Draagkracht vrouw (na vergelijking met nieuwe partner vrouw en correctie) € p/m 0 25 25 Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind € p/m 291 291 581 Bijdrage kosten kinderen Tekort aan gezamenlijke draagkracht € p/m 237 237 475 Gedeelde tekort aan draagkracht € p/m 119 119 237 Zorgkorting minus tekort aan draagkracht € p/m 13 13 27 Aandeel man in de kosten van de kinderen € p/m 266 266 531 Af: zorgkorting € p/m 13 13 27 Ten laste van man te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 252 252 505 Aandeel vrouw in de kosten van de kinderen € p/m 25 25 50 Ten laste van vrouw te bepalen bijdrage (draagkracht minus (zorgkorting minus gedeelde tekort aan draagkracht)) € p/m 25 25 50 Aandeel stiefouder(s) in de kosten van de stiefkinderen € p/m 0 0

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.