← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2026:856

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.356.279/01 CJIB-nummer : 258182740 Uitspraak d.d. : 13 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 6 juni 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “Het kenteken is niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op of aan het motorrijtuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 mei 2023om 20:06 uur op de Van Rosenburgweg in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken].
  2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de betrokkene stelt dat de ambtenaar de vermeende hellinghoek heeft gemeten met een mobiele telefoonapplicatie, een niet geijkt hulpmiddel dat dus niet geschikt is om in rechte als betrouwbaar meetinstrument te dienen. De betrokkene heeft deze gang van zaken direct na de staandehouding naar voren gebracht en dit verweer gedurende de gehele procedure consequent gehandhaafd. Verder heeft de betrokkene aangevoerd dat hij kort voor de staandehouding een onderhoudsbeurt had laten uitvoeren waarbij de kentekenplaat door de garage is bevestigd en dat het kenteken probleemloos door een flitsinstallatie is geregistreerd. Daar komt bij dat de officier van justitie aanleiding heeft gezien om aanvullende informatie, met in het bijzonder een foto van de situatie, op te vragen. Er is echter nooit een foto overgelegd, terwijl deze juist uitsluitsel had kunnen geven over de stand van de kentekenplaat. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 1 juli 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:5078) heeft de betrokkene volgens de gemachtigde concrete feiten aangevoerd die reden geven tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar, zodat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven.
  3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), waarin is bepaald dat het kenteken behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig dient te zijn.
  4. Het op artikel 40, derde lid, van de WVW 1994 gebaseerde artikel 7 van de Regeling kentekens en kentekenplaten houdt onder meer het volgende in: “
  5. Bij motorrijtuigen op twee of drie wielen (…) moet de kentekenplaat zijn aangebracht aan de achterzijde van het motorrijtuig op de daartoe bestemde plaats. (…)
  6. De kentekenplaat moet loodrecht op het verticale mediaanvlak van het voertuig zijn aangebracht en zich in verticale stand bevinden, met een tolerantie van 5%. Indien de vorm van het voertuig zulks vereist, mag de kentekenplaat evenwel de volgende helling ten opzichte van de verticale stand hebben: a. indien de van het kenteken voorziene zijde van de kentekenplaat naar boven is gekeerd, een hoek van ten hoogste 30°, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich niet hoger dan 1.20 m boven het wegdek bevindt (…)”.
  7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat de kentekenplaat niet goed leesbaar was. Ik zag dat de letter cijfer combinatie omhoog wees. Na meting met een gradenmeter bleek de hellingshoek 42 graden te zijn, waar maximaal 30 graden is toegestaan. Overtreden artikel: 40, lid 1, WVW
  8. (…)Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…) Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat dit niet mocht. Ik heb afgelopen maand een onderhoudsbeurt gehad en het garagebedrijf heeft dit vervangen.”
  9. Het hof ziet geen reden voor twijfels aan de waarneming van de ambtenaar dat de kentekenplaat niet goed leesbaar was en evenmin aan de betrouwbaarheid van de meting van de hellingshoek van de kentekenplaat. Uit de relevante regelgeving volgt niet dat een dergelijke controle met geijkte meetapparatuur dient plaats te vinden. De ambtenaar verklaart met een gradenmeter de hellingshoek te hebben gemeten. Dat hij dit met behulp van zijn mobiele telefoon heeft gedaan, maakt niet dat de meting niet juist is. Zoals uit het door de kantonrechter aangehaalde arrest van het hof van 15 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9737) blijkt, wordt hiervoor een door de politieorganisatie uitgebrachte applicatie gebruikt. Verder neemt het hof in aanmerking dat de betrokkene bij de staandehouding niet zozeer heeft betwist dat de kentekenplaat niet goed stond, in aanmerking genomen dat hij tegen de ambtenaar heeft gezegd dat hij het ter plaatse wel wilde aanpassen. Dat de kentekenplaat na een onderhoudsbeurt door het garagebedrijf op deze wijze zou zijn geplaatst, doet evenmin af aan de waarneming van de ambtenaar dat de hellingshoek van de kentekenplaat 42 graden betrof, terwijl maximaal 30 graden is toegestaan. Naar het oordeel van het hof kan dan ook genoegzaam worden vastgesteld dat de gedraging is begaan en is de toevoeging van een foto van de gedraging of andere nadere informatie van de ambtenaar in dit geval niet noodzakelijk.
  10. Voor zover de betrokkene meent dat de ambtenaar hier met een waarschuwing had moeten volstaan, wijst het hof op de discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar. Die bevoegdheid houdt in dat de betreffende ambtenaar een zekere ruimte heeft om te beslissen of wordt volstaan met een waarschuwing dan wel direct een sanctie wordt opgelegd. Dat de betrokkene zich niet bewust was van de gedraging of dat het garagebedrijf de kentekenplaat op deze wijze zou hebben geplaatst, wat daarvan ook zij, maakt niet dat de ambtenaar in dit geval geen gebruik heeft kunnen maken van de bevoegdheid om een sanctie op te leggen. De sanctie is terecht aan de betrokkene opgelegd.
  11. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.