GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.357.690/01 CJIB-nummer : 259375007 Uitspraak d.d. : 20 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht(stoplicht) dat op rood staat” (feitcode R602). Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juli 2023 om 15:39 uur op de Burgemeester van Reenensingel in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken].
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent.
- De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de gedraging met feitcode R602 niet kan worden vastgesteld. Wel kan worden vastgesteld dat de betrokkene op een kruispunt niet de richting heeft gevolgd die de voorsorteerstrook aangeeft. De advocaat-generaal verzoekt het hof dan ook om de feitcode te wijzigen in R
- In artikel 62 juncto artikel 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is voor zover van belang bepaald dat weggebruikers moeten stoppen bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt. Op grond van artikel 79 van het RVV 1990 moeten bestuurders in dat geval stoppen voor een voor hen bestemde stopstreep. In artikel 78 van het RVV 1990 is bepaald dat bestuurders die de rijbaan volgen verplicht zijn om op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft.
- Uit deze bepalingen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat de door de bestuurder van het motorvoertuig vóór het kruispunt bereden rijstrook bepalend is voor de te volgen richting en dat het boven die rijstrook aangebrachte verkeerslicht voor hem is bestemd.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat dit ongeveer 10,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. (…) Ik zag dat betrokkene voorgesorteerd stond voor het verkeerlicht om rechtdoor te gaan. Ik zag dat het verkeerslicht op grond stond. Ik zag dat betrokkene rechtdoor door het groene licht reed. Op de kruising sloeg betrokkene links af. Ik zag dat het verkeerslicht voor linksaf rood licht uitstraalde.”
- Op grond van de bovengenoemde gegevens kan naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld dat de betrokkene niet is gestopt voor een rood verkeerslicht. De betrokkene reed vóór het kruispunt op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer. Het boven die rijstrook aangebrachte verkeerslicht was dus voor hem bestemd. Nu dit verkeerslicht groen licht uitstraalde kan niet worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode R602 is verricht. Dat de betrokkene vervolgens op het kruispunt links is afgeslagen en het voor die richting bestemde verkeerslicht rood licht uitstraalde, doet daar niet aan af.
- Wel kan worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode R619 is verricht. De betrokkene bevond zich immers op de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand verkeer en had dus die richting moeten volgen. Hij is op het kruispunt echter links afgeslagen. Aldus heeft hij niet de richting van de voorsorteerstrook gevolgd. Het hof ziet hierin aanleiding om de omschrijving van de gedraging en de feitcode te wijzigen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de betrokkene door deze wijzing niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad, nu de betrokkene wist waartegen hij zich moest verdedigen en het sanctiebedrag voor beide gedragingen gelijk is. Het hof zal dan ook beslissen zoals hierna te melden.
- De proceskosten, betrekking hebbende op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, komen voor vergoeding in aanmerking. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, moet het bedrag van de in hoger beroep gemaakte proceskosten worden vermenigvuldigd met de in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv genoemde factor. Met betrekking tot de vraag welke factor in een geval als het onderhavige - waarin de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden gewijzigd, maar het sanctiebedrag gelijk blijft - moet worden toegepast, overweegt het hof het volgende.
- Artikel 13a, tweede lid, van de Wahv luidt per 1 januari 2024 als volgt: “Het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt, voor zover die kosten betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in dat besluit, vermenigvuldigd met: 0,25 indien de kosten zijn gemaakt in verband met de behandeling van het administratief beroep dan wel het beroep bij de rechtbank waarbij de bestreden administratieve sanctie wordt vernietigd of het sanctiebedrag wordt gewijzigd; 0,1 in alle overige gevallen.”
- In de toelichting op deze bepaling staat dat vermenigvuldiging met factor 0,25 aan de orde is indien de administratieve sanctie in beroep bij de kantonrechter of in hoger beroep wordt vernietigd of het sanctiebedrag wordt gewijzigd en dat in andere gevallen, bijvoorbeeld indien uitsluitend de omschrijving van de gedraging of de feitcode wordt aangepast, maar het sanctiebedrag ongewijzigd blijft, de proceskostenvergoeding wordt vermenigvuldigd met factor 0,
- Gelet op de tekst van de wet alsmede op de bovenstaande toelichting is het hof van oordeel dat een wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging waarbij het sanctiebedrag ongewijzigd blijft in beroep bij de kantonrechter en in hoger beroep dient te leiden tot toepassing van de in artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder b, genoemde factor 0,
- Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift, alsmede het verschijnen op de hoorzitting bij de officier van justitie dienen in totaal vier punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten wordt vermenigvuldigd met factor 0,
- Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.179,70 (= (2 x € 666,- x 0,5) + (1 x € 934,- x 0,5) + (1 x € 934,- x 0,5 x 0,1)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond; wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden gewijzigd in respectievelijk ‘R619’ en ‘op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft’; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.179,
- Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36427, nr. 7, bladzijde 2