Gerechtshof Arnhem derde meervoudige belastingkamer nummer 01/02338 Proces-verbaal mondelinge uitspraak belanghebbende : [X] te : [Z] ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren [P] aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekering jaar : 1995 mondelinge behandeling : op 14 mei 2002 te Arnhem door mrs Röben, vice-president en voorzitter, mr De Kroon en prof dr Zwemmer, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Nuboer, als griffier waarbij verschenen : [belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur] gronden: 1. Bij arrest van 12 oktober 2001, nr. 35 478, heeft de Hoge Raad der Nederlanden de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 2 juli 1999, nr. 810/97, op het beroep van belanghebbende inzake bovenbedoelde aanslag vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit Hof. 2. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en voor de overwegingen van de Hoge Raad verwijst het Hof naar de onderdelen 3.1. tot en met 3.7. van het arrest. 3. Blijkens het arrest van de Hoge Raad rust op het verwijzingshof de taak te onderzoeken voor wiens rekening de door belanghebbende in 1995 verrichte werkzaamheden werden uitgeoefend. Bij de beantwoording van die vraag is, aldus de Hoge Raad, uiteraard van belang wie de kosten van de werkzaamheid betaalt of draagt, maar daarnaast is van belang voor wiens rekening de voordelen van de werkzaamheid en de daaruit voortvloeiende nadelen en risico's komen. 4. Namens belanghebbende is dienaangaande in de stukken en in de conclusie na verwijzing het volgende aangevoerd. A AG, gevestigd te Q in Zwitserland], had in 1995 drie (minderheids)aandeelhouders, te weten [telecom NL] in Nederland, [telecom Zw] in Zweden en [telecom Sw] in Zwitserland. De taak van [A AG] bestond uit het managen van gezamenlijk IT-projecten, gericht op het realiseren van synergieresultaten voor de klantorganisaties, zijnde de IT-organisaties van de drie aandeelhouders. Belanghebbende was werkzaam in dienstbetrekking bij [telecom NL]. Vóór 1995 had belanghebbende al werkzaamheden voor de [A]-organisatie verricht. Met ingang van 1 januari 1995 is belanghebbende door [telecom NL] verhuurd aan [A AG]. Omdat belanghebbende formeel in dienstbetrekking wilde blijven bij [telecom NL] is in maart 1995 door [telecom NL] en [A AG] een 'Agreement to Hire Out' opgemaakt en ondertekend. Gedurende de periode 1995 tot en met 1997 was belanghebbende uitsluitend werkzaam voor [A AG] (later: [B-bedrijf]). Hij was lid van het management team en rapporteerde rechtstreeks aan de managing director. Aangezien zijn taak met zich mee kon meebrengen dat de bestaande klantorganisaties van de drie aandeelhouders reorganisaties moesten ondergaan of arbeidscapaciteit moesten afstoten, kon belanghebbende zijn taak alleen met succes vervullen vanuit een neutrale positie binnen [A AG], onafhankelijk van aandeelhouder [telecom NL]. Belanghebbende verrichtte werkzaamheden voor [A AG] en vertegenwoordigde haar daarbij. [A AG] voerde diverse projecten uit in Europa. In Zwitserland vond de aansturing van alle projecten plaats en daar lag ook het centrum van de activiteiten op bestuurlijk niveau. [Telecom NL] was daarbij niet direct betrokken. Belanghebbende diende met betrekking tot de projecten ook niet te rapporteren aan [telecom NL]. [Telecom NL] heeft alle loonkosten van belanghebbende aan [A AG] doorbelast met een opslag voor kosten van administratieve aard. Daarnaast heeft belanghebbende in de periode dat hij voor [A AG] werkzaam was tweemaal van deze maatschappij een bonus ontvangen die was gebaseerd op zijn prestaties voor deze organisatie. In zijn functioneren werd belanghebbende beoordeeld door de managing director van [A AG]. Een afschrift van de beoordeling over 1997 bevindt zich bij de stukken. De conclusie is dat [A AG] gedurende de periode 1995 tot en met 1997 de kosten van de beloning van belanghebbende geheel zelfstandig diende te dragen en dat eventuele nadelen en risico's voortvloeiende uit de werkzaamheden van belanghebbende en het eventueel (niet) functioneren van belanghebbende geheel voor rekening van [A AG] kwamen. 5. De Inspecteur heeft het volgende aangevoerd. [Telecom NL] is de werkgever van belanghebbende nu ook in de periode 1995 tot en met 1997 tussen belanghebbende en [telecom NL] een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is blijven bestaan. [A AG] kan niet als materiële werkgever van belanghebbende worden beschouwd. Omdat in het Verdrag Nederland-Zwitserland het begrip 'werkgever' niet is omschreven moet dat begrip worden bepaald aan de hand van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de loonbelasting 1964, welke wetten er redelijkerwijs geen twijfel over laten bestaan dat als werkgever in ieder geval is aan te merken degene die in het kader van een privaatrechtelijke overeenkomst de andere partij is van degene die zich tot het verrichten van arbeid heeft verbonden (Hof Amsterdam 9 mei 1996, nr. 94/5017, Infobulletin 96/537). Gelet daarop is redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat [telecom NL] als materiële werkgever moet worden aangemerkt. Dat belanghebbende gedurende een zekere tijd tegen een vergoeding aan [A AG] wordt verhuurd brengt geen verandering in het werkgeverschap van [telecom NL]. Indien belanghebbende gedurende de periode van verhuur geen salaris meer zou ontvangen spreekt hij daarover [telecom NL] aan en niet [A AG]. [Telecom NL] behoudt het gezag over belanghebbende en de bevoegdheid tot ontslaan. De enige reden waarom belanghebbende voor [A AG] werkt is dat zijn werkgever hem dat heeft opgedragen. De instructiebevoegdheden van [A AG] zij slechts beperkte, afgeleide bevoegdheden die [telecom NL] aan haar heeft overgedragen onder gelijktijdige opdracht aan belanghebbende om voor die bevoegdheden de opdrachten van [A AG] op te volgen. Belanghebbende kan zelf zijn arbeidsrelatie met [A AG] niet verbreken. In het Agreement to Hire Out staat weliswaar dat belanghebbende exclusief voor [A AG] werkzaamheden zal verrichten, maar deze werkzaamheden verricht hij steeds als werknemer van [telecom NL]. 6. Het Agreement to Hire Out vermeldt in de considerans onder meer dat belanghebbende werknemer van [telecom NL] wenst te blijven, maar instemt met de uitleen aan [A AG]. Het agreement bevat naast artikelen over de arbeidsrechtelijke relatie tussen belanghebbende en [telecom NL] en over de beëindiging van het agreement - zakelijk weergegeven - het volgende: - de standplaats van de werknemer is [Q] Zwitserland, maar de werknemer zal werkzaam zijn in Nederland, Zweden en Zwitserland wanneer [A AG] dat bepaalt (art. 2.1.); - tijdens de werkzaamheid voor [A AG] zal de werknemer hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.