12 juli 2005 eerste civiele kamer rolnummer 2005/172 KG G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Arrest in de zaak van: 1. de naamloze vennootschap Reesink N.V. en 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Reesink Technische Handel B.V., beide gevestigd te Zutphen, appellanten, procureur: mr. J.M. Bosnak, tegen: de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk McCormick Tractors International Limited, gevestigd te Doncaster, Engeland, geïntimeerde, procureur: mr. J.C.N.B. Kaal. 1 Het geding in eerste aanleg Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank te Zutphen tussen appellanten (hierna afzonderlijk te noemen Reesink N.V. en RTH en gezamenlijk Reesink c.s.) als eiseressen en geïntimeerde (hierna te noemen: McCormick) als gedaagde in kort geding gewezen vonnis van 9 december 2004. Van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 6 januari 2005 hebben Reesink c.s. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 9 december 2004, met dagvaarding van McCormick voor dit hof. Bij dit exploot hebben Reesink c.s. tegen het bestreden vonnis acht grieven aangevoerd en toegelicht, producties overgelegd, bewijs aangeboden en aangekondigd te zullen concluderen dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dit vonnis zal vernietigen en opnieuw recht doende: primair: McCormick zal veroordelen om de met Reesink c.s. in 2001 gesloten distributieovereenkomst deugdelijk te blijven nakomen tot 1 oktober 2009, althans totdat in de aanhangig te maken arbitrage uitspraak is gedaan, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,-- voor iedere dag of gedeelte hiervan dat McCormick nalaat aan de in deze te wijzen veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,--, onder de voorwaarde dat Reesink c.s. binnen drie maanden na dit arrest conform de distributieovereenkomst in Londen genoemde arbitrageprocedure aanhangig maken; subsidiair: I. McCormick zal veroordelen aan RTH binnen 14 dagen na dagtekening van dit arrest in Nederland de bestelde 18 tractors te leveren, tegen de tussen partijen geldende betalingscondities, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,--, althans een in redelijkheid door het hof te bepalen dwangsom, per dag dat McCormick nalaat aan dit arrest te voldoen, met een maximum van € 100.000,--; II. McCormick zal veroordelen om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan Reesink c.s., althans aan RTH, een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 500.000,--, althans een in redelijkheid door het hof te bepalen bedrag, binnen een termijn van 14 dagen na dit arrest, bij gebreke waarvan McCormick over genoemd bedrag vanaf de dag van de uitspraak van het arrest de wettelijke handelsrente is verschuldigd, dan wel een bankgarantie conform het Rotterdamse Garantieformulier te stellen voor hetzelfde bedrag, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag dat McCormick hieraan niet voldoet, met een maximum van € 1.000.000,--; III. McCormick zal veroordelen om binnen een termijn van 14 dagen na dit arrest een bankgarantie conform het Rotterdamse Garantieformulier te stellen voor de duur van vijf jaar voor een bedrag van € 500.000,--, althans voor een in redelijkheid door het hof te bepalen bedrag, voor het geval dat in rechte komt vast te staan dat Reesink c.s., of één van hen, een aan een afnemer verkochte McCormick-tractor als gevolg van de ontbinding van de daarmee samenhangende koopovereenkomst moet terugnemen en - een deel van - de koopprijs moet restitueren, dan wel vanwege de ondeugdelijkheid van de McCormick-tractor een schadevergoeding moet betalen; primair en subsidiair: McCormick in de kosten in eerste en tweede aanleg zal veroordelen. 2.2 Ter rolzitting van 22 februari 2005 hebben Reesink c.s. voor eis geconcludeerd zoals zij in voormeld exploot hadden aangekondigd. 2.3 McCormick heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd, producties overgelegd, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep, zonodig onder aanvulling of verbetering van gronden, zal bekrachtigen, met veroordeling van Reesink c.s. in (het hof leest:) de kosten van dit hoger beroep. 2.4 Ter terechtzitting van het hof van 9 juni 2005 hebben de partijen hun zaak doen bepleiten. Namens Reesink c.s. is het woord gevoerd door mr. P. F. Hopman, advocaat te Amsterdam, en namens McCormick door mr. P.J. de Jong Schouwenburg, eveneens advocaat te Amsterdam, beiden aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Zowel aan Reesink c.s. als aan McCormick is akte verleend voor het in het geding brengen van producties (aan het hof en de wederpartij toegezonden bij brieven van respectievelijk 3 en 7 juni 2005 (Reesink) en van 8 juni 2005 (McCormick)). Bij akte ter rolle, genomen ter pleitzitting en op 7 juni 2005 gezonden aan het hof en de wederpartij, hebben Reesink c.s. hun eis gewijzigd in dier voege: - dat in het primaire onderdeel van hun vordering de daar genoemde arbitrageprocedure wordt vervangen door een bodemprocedure voor de Mercantile Court in Manchester; - dat het eerste onderdeel van hun subsidiaire vordering wordt vervangen door de vordering McCormick te veroordelen om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan Reesink c.s., althans aan RTH, een voorschot op schadevergoeding te betalen van € 80.000,--, te weten de door Reesink c.s. geleden schade, althans een in redelijkheid door het hof te bepalen bedrag, binnen een termijn van 14 dagen na dit arrest, bij gebreke waarvan McCormick over genoemd bedrag vanaf de dag van de uitspraak van dit arrest wettelijke handelsrente is verschuldigd, voor zover nodig onder de voorwaarde dat Reesink c.s., althans RTH, een contragarantie stellen, althans stelt, in de vorm van een bankgarantie. McCormick heeft tegen voormelde eiswijziging geen bezwaar gemaakt, zodat het hof daarvan zal uitgaan. 2.5 Ten slotte hebben partijen hun procesdossiers overgelegd en is arrest bepaald. 3 De vaststaande feiten Tegen de overwegingen van de voorzieningenrechter in het vonnis waarvan beroep inzake de vaststaande feiten zijn geen grieven of bezwaren gericht, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 4 De beoordeling van het geschil in hoger beroep 4.1 Grieven I tot en met VII komen op tegen de afwijzing door de voorzieningenrechter van de primaire vordering van Reesink c.s. en lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof is bevoegd over dit (internationale) geschil te oordelen. 4.2 Tussen partijen is, naast hetgeen onder 3 is overwogen, mede naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting van het hof, het volgende komen vast te staan: a. Reesink N.V. is op 24 september 2001 met “manufacturer” McCormick de distributieovereenkomst aangegaan voor een nader door haar aan te wijzen dochter die als “distributor” zou optreden. Dit was tot 1 juli 2003 Kamps de Wild B.V. (verder Kamps de Wild) en daarna RTH binnen de divisie McCormick Benelux. McCormick heeft toestemming verleend voor deze distributeurswisseling, wetende dat Kamps de Wild voortaan als distributeur zou optreden van concurrerende tractoren van het merk Claas (productie 1 bij appeldagvaarding, pagina 15-16 en 19, memorie van antwoord onder 2.1.13 en 3.6.2 en pleitnota zijdens McCormick in hoger beroep onder 2.6); b. De distributieovereenkomst bepaalt onder andere dat “(t)he distributor undertakes to purchase minimum quantities of contractual products (…) from the manufacturer, in accordance with the sales targets (…) as specified in schedule B”. Deze “sales targets” waren over 2001, 2002, 2003 en 2004 vastgesteld op respectievelijk 60, 260, 390 en 450 tractoren; c. Van meet af aan heeft eerst Kamps de Wild en later RTH bij McCormick erover geklaagd dat de tractoren niet aan de in redelijkheid daaraan te stellen kwaliteitseisen voldeden, dat de “after-sales service”, waarvoor McCormick volgens de overeenkomst (p. 2) verantwoordelijk is, ver onder de maat bleef door de gebrekkige (levering van) onderdelen en dat de prijszetting van de tractoren en (reserve)onderdelen niet overeenstemde met de gemaakte afspraken. Deze klachten zijn onder meer verwoord in de navolgende correspondentie. - 1. In brieven van 13 mei 2002 en 11 oktober 2002 klaagt Kamps de Wild bij McCormick over fouten in de “Spare part delivery” opmerkend dat zij “need a reliable and fast spare part service” en dat “a good spare part delivery system is crucial for being successful in installing dedicated McCORMICK dealers”. In haar brief van 30 januari 2003 met de aanhef “Concerning: pricing on spare parts” wordt door Kamps de Wild aan McCormick verzocht om een “competitive pricing structure and distribution system” (producties 2a-2c bij inleidende dagvaarding). - 2. Bij mailbericht van 18 augustus 2003 schrijft [A.], directeur van RTH, aan [B.], sales director van McCormick, onder andere het volgende: “I am still very concerned about two main problems, which can affect our McCormick business in a negative way: Parts supply The availability of parts for Doncaster products is still dramatically. (…) If we want to stay in the business the problems need to be solved very quickly; otherwise, we fail in building up McCormick Benelux. An other problem is the availability of parts for the old Case International/McCormick tractors in the field. (…). Price Level As in the Kamps de Wild period, many new McCormick tractors are coming in from Germany (20 pieces a year). Our Dutch and Belgium dealers are not able to compete with the German dealers due to the fact that they have a higher price than the German dealers do. Our dealers were even able to purchase tractors from German dealers for a cheaper price than our price. I understand (…) that in our distribution agreement McCormick guaranteed us the lowest price in Europe. In the month July we sold the following tractors without margin or even a lost, due to the fact of strong German competition against McCormick Benelux” (productie 4 bij inleidende dagvaarding). - 3. Bij brief van 23 januari 2004 schrijft [A.] aan [C.] van McCormick dat “more things need to change e.g.: - Quality of the products: We have taken to many products back from customers who are absolutely unsatisfied of the quality (…). - Parts policy: The parts supply is still bad (…). The parts pricing policy is for us unacceptable on the products group K,I and P which is 60% of our turnover so we have to reduce margins with 16% to be competitive for our dealers, otherwise they can buy them cheaper at the Case dealer. (…) we can not wait any longer otherwise we will fail in our common efforts to give McCormick the right position in the market and make the business profitable” (productie 5 bij inleidende dagvaarding). - 4. [D.], export sales manager bij McCormick, verstuurt vervolgens op 14 september 2004 een mailbericht van “the very good and engaged salesman [E.] in Belgium” aan [B.] met de begeleidende tekst dat “(h)is customer is waiting now 4 months to get a GX40H repaired. This dealer and customer is not happy, as understatement. (…). What can I say there, in stead of only a big SORRY” (productie 6 bij inleidende dagvaarding). - 5. [D.] laat aan [F.] van de moedervennootschap van McCormick (ARGO) op 18 mei 2004 per mailbericht weten “ feel the need to make an official statement concerning the delivery of spare parts once again” en dat “the quality of our spare parts delivery does effect our sales of new tractors in a very negative way”. In zijn verslag van de “meeting on parts in Holland” aan ARGO van 25 mei 2004 schrijft [D.] dat “(t)he bad situation is improving. (…). The problems are recognized now, giving an opportunity to solve them, that gives hope for the future”. Op 5 juli 2004 mailt [D.] aan ARGO en McCormick dat [A.] hem telefonisch had laten weten dat hij verbaasd was “that the organisation of McCormick is improving so slowly. He mentioned pricing (…), deliveries of tractors and parts, especially parts. (…) [A.] has the impression that McCormick is still not on a level as needed in this competitive market. (…). I fear his impressions are not unique” (productie 7 bij inleidende dagvaarding). - 6. Na lezing van de concept-brief, die uiteindelijk aangescherpt op 14 september 2004 door [A.] aan McCormick is gezonden (zie vaststaand feit 2.8 van het vonnis waarvan beroep), laat [D.] RTH weten: “Brief lijkt mij correct. Terecht wordt een serieus gesprek gevraagd om problemen diepgaand te bespreken. Eventueel duidelijk maken dat deze situatie bij voortduring voor Reesink niet acceptabel zal zijn “(productie 8 bij inleidende dagvaarding); d. De onder b aangehaalde “sales targets” zijn ieder jaar na overleg door partijen bijgesteld. Zo is het oorspronkelijke “target” over 2002 van 260 verminderd tot 240 en over 2003 bijgesteld van 390 naar 160 tractoren. Ter pleitzitting van het hof heeft [G.], product manager van RTH (McCormick Benelux), verklaard dat het oorspronkelijke “sales target” voor 2004 van 450 in twee keer is bijgesteld, eerst naar 178 en uiteindelijk naar 148 tractoren. [B.] heeft op diezelfde zitting erkend dat het “target” over 2004 meer dan eens is bijgesteld, maar wist niet meer of dit uiteindelijk op 178 of 148 is vastgesteld. Het hof is voorshands van oordeel dat aldus voldoende aannemelijk is geworden dat het “sales target” over 2004 tweemaal is bijgesteld, eerst naar 178 en tenslotte naar 148 tractoren; e. De (bijgestelde) “targets” over 2001 tot en met 2003 zijn door Kamps de Wild en RTH niet gehaald. Over 2001 is een aantal van 26 tractoren gerealiseerd (“target” 60), over 2002 137 tractoren (bijgesteld “target” 240) en over 2003 120 tractoren (bijgesteld “target” 160). 4.3 Partijen zijn het niet eens over het door RTH in 2004 behaalde “sales target” tot datum opzegging (12 oktober 2004). Volgens McCormick tellen enkel verkochte èn geleverde tractoren mee en had zij tot datum opzegging slechts 64 tractoren aan RTH verkocht en geleverd. RTH gaat ervan uit dat het “sales target” alle door haar verkochte McCormick tractoren betreft en zij komt ter pleitzitting bij het hof uiteindelijk uit op een aantal van 106 tractoren, te weten: a. 64 tractoren die al door McCormick waren geleverd; b. 18 tractoren die RTH al bij McCormick had besteld, zijnde de tractoren als bedoeld in haar eerste oorspronkelijke subsidiaire vordering; c. 24 tractoren die RTH had verkocht, waarvan 18 uit eigen voorraad en 6 uit aankoop in omliggende landen omdat die daar goedkoper bleken te zijn en sneller konden worden geleverd. 4.4 Het hof komt dienaangaande voorshands tot het volgende oordeel. Alle tractoren die in de loop van een jaar door RTH bij McCormick zijn gekocht (besteld), dienen voor het behaalde “sales target” te worden meegerekend. Niet alleen volgt dat uit de woorden “sales target”, maar ook uit de bepaling uit de overeenkomst waarin staat dat de “distributor undertakes to purchase minimum quantities of contractual products (…) from the manufacturer, in accordance with the sales targets (…) as specified in schedule B”. McCormick heeft voormelde bestelling van 18 tractoren (4.3 onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.