25 april 2006 pachtkamer rolnummer 2005/542 P G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Arrest in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Maatschappij tot het ontginnen en exploiteren van landerijen “Het Kruis” B.V., gevestigd te Nederweert-Eind, gemeente Nederweert, appellante, procureur: mr. A.A. Voets, tegen: [pachter] , wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] , geïntimeerde, procureur: mr. P.M. Wilmink. 1Het geding in eerste aanleg Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van de vonnissen van 26 augustus 2004 en 24 februari 2005, die de pachtkamer van de rechtbank te Roermond, sector kanton, locatie Roermond, tussen appellante (hierna te noemen: Het Kruis) als eiseres in conventie en verweerster in reconventie en geïntimeerde (hierna te noemen: [pachter] ) als gedaagde in conventie en eiser in reconventie heeft gewezen. Van genoemde vonnissen is een fotokopie aan dit arrest gehecht. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het Kruis heeft bij exploot van 21 maart 2005 aangezegd van genoemd vonnis van 24 februari 2005 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [pachter] voor dit hof. 2.2 Bij memorie van grieven heeft Het Kruis zeven grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht, heeft zij bewijs aangeboden en twee nieuwe producties in het geding gebracht, en heeft zij geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, en opnieuw recht doende: de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst met betrekking tot de hoeve, gelegen te [plaats] , in de pachtovereenkomst omschreven als kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , bedrijfskaart 13 a ged., sectie P nummer 224, gedeeltelijk, bestaande uit gebouwen en erf, Gebleektedijk 11, groot 1.30.00 ha, zal ontbinden met ingang van de datum van het in deze te wijzen arrest; [pachter] zal veroordelen om gemelde onroerende zaak binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest, met al de zijnen en al het zijne, te ontruimen en te verlaten en ter vrije en algehele beschikking van Het Kruis zal stellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,— per dag voor iedere dag dat [pachter] met de gevorderde ontruiming in gebreke is, een gedeelte van een dag voor een hele dag te rekenen, en Het Kruis verder zal machtigen die ontruiming zelf met politie en justitie te doen bewerkstelligen op kosten van [pachter] ; de vorderingen van [pachter] in reconventie alsnog van de hand zal wijzen; subsidiair: het bestreden vonnis volledig zal vernietigen en de zaak voor verdere behandeling zal verwijzen naar de pachtkamer te Maastricht dan wel naar de pachtkamer te Eindhoven; dit alles, in het primaire dan wel subsidiaire geval, met veroordeling van [pachter] in de proceskosten zowel in die van eerste aanleg als in die van deze hogerberoepzaak. 2.3 Bij memorie van antwoord heeft [pachter] de grieven bestreden en verweer gevoerd, heeft hij bewijs aangeboden, heeft hij een aantal nieuwe producties in het geding gebracht, en heeft hij geconcludeerd dat het hof – waar nodig met verbetering van gronden – het bestreden vonnis zal bekrachtigen, zulks met veroordeling van Het Kruis in de kosten van de appelprocedure. 2.4 Daarna heeft Het Kruis bij akte het debat voortgezet en bij die gelegenheid een aantal nieuwe producties in het geding gebracht. [pachter] heeft bij antwoordakte op bedoelde akte en producties gereageerd. 2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd. 3De vaststaande feiten 3.1 Op grond van hetgeen is gesteld en niet of onvoldoende is weersproken dan wel blijkt uit de onbetwiste inhoud van de overgelegde bescheiden, staat in hoger beroep het navolgende vast. 3.2 Bij schriftelijke pachtovereenkomst van 1 december 1981 heeft Het Kruis aan [pachter] verpacht een perceel kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , bedrijfskaart 13 a ged., sectie P nummer 224 gedeeltelijk, bestaande uit 1.00.00 ha grasland en gebouwen en erf ter grootte van 0.30.00 ha, dus totaal 1.30.00 ha. Bedoelde overeenkomst is op 15 december 1981 ingekomen bij de grondkamer voor Limburg en is op 16 december 1981 door die grondkamer goedgekeurd. 4Beoordeling van het geschil in hoger beroep 4.1 In dit geding heeft Het Kruis in conventie onder meer ontbinding van de pachtovereenkomst en ontruiming van het gepachte gevorderd en [pachter] in reconventie veroordeling van Het Kruis tot het uitvoeren van onderhoud op straffe van een dwangsom. Bij het vonnis van 26 augustus 2004 heeft de pachtkamer in eerste aanleg een plaatsopneming en bezichtiging alsmede een comparitie van partijen bevolen. Bij het vonnis van 24 februari 2005 is vervolgens de vordering in conventie afgewezen en die in reconventie deels toegewezen, een en ander met veroordeling van Het Kruis in de proceskosten. 4.2 Met grief 1 beklaagt Het Kruis zich erover dat de pachtkamer in eerste aanleg van de plaatsopneming en bezichtiging en van de comparitie van partijen geen proces-verbaal heeft opgemaakt. De grief is in zoverre achterhaald, dat de pachtkamer in eerste aanleg alsnog een proces-verbaal heeft opgemaakt, welk proces-verbaal door [pachter] bij memorie van antwoord in het geding is gebracht. Het Kruis heeft zich in haar reactie op dat proces-verbaal vervolgens beperkt tot de opmerking dat aan partijen ten onrechte niet de gelegenheid is gegeven om voorafgaand aan het vonnis van 24 februari 2005 op het proces-verbaal te reageren. Aldus moet de grief falen. Het Kruis heeft immers in hoger beroep wel de gelegenheid gehad om inhoudelijk op het proces-verbaal te reageren en heeft die gelegenheid niet benut. 4.3 Met grief 2 stelt Het Kruis zich op het standpunt dat het gepachte als varkensbedrijf aan [pachter] is verpacht en dat [pachter] het gepachte niet zonder toestemming van Het Kruis als verpachtster voor andere landbouwkundige doeleinden mag gebruiken. De grief faalt, omdat uit de pachtovereenkomst niet blijkt dat [pachter] als pachter gehouden is om op het gepachte een varkensbedrijf te exploiteren, terwijl aanvullende feiten of omstandigheden die mee kunnen brengen dat niettemin een zodanige bestemming is overeengekomen, door Het Kruis niet zijn gesteld. 4.4 Ook grief 3 faalt. Voor zover de grief voortbouwt op grief 1 (het ontbreken van een proces-verbaal), deelt zij in het lot van die grief. Voor zover de grief inhoudt dat van zinvolle andere agrarische activiteiten op het gepachte geen sprake is, is het standpunt van Het Kruis onvoldoende gemotiveerd. Zoals uit het proces-verbaal van de plaatsopneming en bezichtiging en van de comparitie van partijen blijkt, teelt [pachter] asperges, houdt hij schapen en teelt hij bloemen. Op deze activiteiten is Het Kruis ten onrechte niet ingegaan. 4.5 De grieven 4, 5 en 6 hebben betrekking op hetgeen de pachtkamer in eerste aanleg omtrent het onderhoud heeft overwogen en beslist. Uit het proces-verbaal van de plaatsopneming en bezichtiging en van de comparitie van partijen blijkt onder meer dat het dak van “stal D” (zie de bij het proces-verbaal behorende situatieschets) met palen is gestut, omdat het was doorgezakt. Het Kruis heeft die waarneming niet bestreden. Daaruit volgt dat onjuist is de stelling van Het Kruis dat uit niets zou blijken dat de onderhoudstoestand van de stallen zeer slecht is. 4.6 De pachtkamer in eerste aanleg heeft Het Kruis veroordeeld tot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.