Gerechtshof Arnhem eerste meervoudige belastingkamer nr. 04/00806 U i t s p r a a k op het beroep van Vereniging X (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de Gemeente Nunspeet (hierna: de Ambtenaar) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde aanslagen rioolrecht en afvalstoffenheffing over het jaar 2004. 1. Aanslagen en bezwaar 1.1. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak a-straat 1 op één aanslagbiljet verenigd over 2004 onder meer aanslagen opgelegd in het rioolrecht en in de afvalstoffenheffing. Het aanslagbiljet is gedagtekend 28 februari 2004. De aanslag rioolrecht bedraagt € 118,56 en de aanslag afvalstoffenheffing bedraagt € 163,92. 1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen beide aanslagen heeft de Ambtenaar bij uitspraak van 15 april 2004 de aanslagen gehandhaafd. 2. Geding voor het Hof 2.1. Het beroepschrift is ter griffi-e ontvangen op 13 mei 2004 en aangevuld op 16 juni 2004, waarbij vier bijlagen zijn overgelegd. 2.2. Tot de stukken van het geding behoren het verweerschrift en de daarbij gevoegde bijlagen. 2.3. De eerste zitting is gehouden op 15 februari 2005 te Arnhem door de vijfde enkelvoudige belastingkamer. Daar zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Ambtenaar. 2.4. Na de eerste zitting heeft het Hof bij brief van 1 maart 2005 de Ambtenaar verzocht schriftelijk inlichtingen te verstrekken. Een afschrift van die brief is per dezelfde datum verzonden aan de gemachtigde van belanghebbende. De gemachtigde heeft daarop bij faxbericht van 4 maart 2005 een reactie ingezonden. Bij brief van 3 maart 2005, ter griffie ontvangen op 10 maart 2005, heeft de Ambtenaar inlichtingen verstrekt. De gemachtigde van belanghebbende heeft bij brief van 8 april 2005, met twee bijlagen, gereageerd op de door de Ambtenaar verstrekte inlichtingen. Op 28 november 2005 heeft de gemachtigde van belanghebbende een pleitnota ingezonden. Op 29 november 2005 heeft de gemachtigde van belanghebbende een brief met twee bijlagen ingezonden. Al deze stukken zijn bij de wederpartij bekend. 2.5. Na verwijzing van de zaak naar de meervoudige belastingkamer is de tweede zitting gehouden op 8 december 2005 te Arnhem. Aldaar zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Ambtenaar. 2.6. Met toestemming van de wederpartij is in de tweede zitting overgelegd: - door de gemachtigde van belanghebbende een overzicht van zijn reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de twee zittingen van het Hof; - namens de Ambtenaar een overzichtskaart van het recreatiepark, onderverdeeld in de parken b, c en d, en een afschrift van een uitspraak van dit hof van 30 november 2004 met nummer 03/00091. 3. De vaststaande feiten Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet weersproken, de volgende feiten vast. 3.1. De raad van de Gemeente Nunspeet heeft in de op 18 december 2003 gehouden openbare raadsvergadering vastgesteld de Verordening op de heffing en invordering van rioolrecht 2004 (hierna: de Verordening rioolrecht) en de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2004 (hierna; de Verordening afvalstoffenheffing). Beide verordeningen zijn op de bij de wet voorgeschreven wijze bekendgemaakt en treden in werking per 1 januari 2004. 3.2. De Verordening rioolrecht – voorzover van belang – luidt: artikel 1 Krachtens deze verordening wordt onder de naam ‘rioolrecht’ een rioolaansluitingsretributie geheven. artikel 2; begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: a. (…) b. onder eigendom verstaan een onroerende zaak zoals afgebakend op grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken; c. onder niet-woning verstaan een onroerende zaak die onder het regiem van de Wet waardering onroerende zaken als zodanig dient te worden aangemerkt. Als niet-woning wordt derhalve aangemerkt een onroerende zaak die voor dertig procent of meer bestaat uit onderdelen of een onderdeel welke niet in hoofdzaak dient als woning gemeten in de waardeverhouding van de heffingsmaatstaf als vastgesteld op grond van de voorgaande leden. artikel 3, lid 1; belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam ‘rioolrecht’ wordt een recht geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. artikel 4; maatstaf van heffing Het recht als bedoeld in artikel 3 wordt geheven per object. artikel 5; belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 3 bedraagt: per woning € 118,56; per niet-woning € 213,20. artikel 6, belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3.3. De Verordening afvalstoffenheffing – voorzover van belang – luidt: artikel 1, lid 1; aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. artikel 2, lid 1; belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. artikel 4; belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 3.4. A BV (hierna: A) exploiteert in de Gemeente Nunspeet een recreatieterrein verdeeld in een drietal recreatieterreinen, te weten b, c en d. Park d (hierna: het park) is een park dat is verkaveld in 108 percelen. Het park grenst aan de a-straat, welke weg een openbare weg is. Het park heeft aan de a-straat een eigen ingang met slagboom. Van de 108 percelen met daarop een recreatiewoning zijn er 85 verkocht. De resterende 23 recreatiewoningen/percelen op het park zijn begin 2004 nog in handen van A. Deze worden door A bedrijfsmatig geëxploiteerd. Op het eigendomsrecht van de verkochte onroerende zaken zijn op grond van Algemene Voorwaarden Park d een aantal beperkingen van toepassing. Deze beperkingen omvatten een kettingbeding bij verkoop, enkele erfdienstbaarheden en overige verplichtingen. Belanghebbende is eigenaar van de op het park gelegen recreatiewoning met bijbehorende grond a-straat 1. De recreatiewoning wordt incidenteel gebruikt door leden van de familie X. Blijkens de door de Ambtenaar in de tweede zitting overgelegde kaart is de afstand van de recreatiewoning van belanghebbende tot aan de slagboom aan de a-straat ongeveer 160 meter. De infrastructuur – wegen, verlichting, elektriciteitsnet, centraal antenne systeem, waterleidingen, gasleidingen en rioolstelsel – van de drie recreatieparken is eigendom van A. Voor het huishoudelijk afval, GFT, en dergelijke heeft A op het park – op een grotere afstand dan de afstand tussen de recreatiewoning van belanghebbende en de openbare weg a-straat - op haar terrein in de nabijheid van enkele centrale voorzieningen afvalcontainers geplaatst, de zogenoemde milieustraat. Voor het verwijderen van het afval heeft A zelf een afvalverwerkingsbedrijf gecontracteerd. Het huishoudelijk afvalwater wordt via het rioolstelsel van de recreatieparken geloosd op de gemeentelijke riolering. De eigenaren en bewoners van de recreatiewoningen in de parken zijn verplicht gebruik te maken van de door A aangebrachte voorzieningen en betalen daarvoor jaarlijks een milieuheffing en parklasten aan A. Bij brief van 6 november 2001 heeft de gemeente aan alle eigenaren van recreatiewoningen meegedeeld dat zij met ingang van 2002 afvalstoffenheffing moeten gaan betalen. In verband met een uitspraak van dit Hof in een eerder beroep van belanghebbende heeft de Ambtenaar bij brief van 11 september 2003 aan belanghebbende meegedeeld de aanslagen afvalstoffenheffing over 2002 en 2003 en de aanslag rioolrecht over 2003 in te trekken. Daarbij heeft de Ambtenaar meegedeeld: ‘Door het intrekken van de aanslagen ligt er geen fiscaal geschil meer ten aanzien van de afvalstoffenheffing 2002.’ Met ingang van 1 januari 2004 is de Verordening rioolrecht gewijzigd in die zin dat voor de objectafbakening wordt aangesloten bij hetgeen daaromtrent is bepaald in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. In de loop van 2003 zijn de gemeente en A overeengekomen dat A een deel van de door de gemeente van eigenaren geheven afvalstoffenheffing ontvangt als vergoeding voor het gebruik van de milieustraat door die eigenaren. De Ambtenaar heeft over 2004 aan eigenaren van recreatiewoningen gebouwd op eigen grond, waaronder belanghebbende, aanslagen rioolrecht en afvalstoffenheffing opgelegd. Aan eigenaren van recreatieonderkomens die op bij A in eigendom zijnde grond zijn gebouwd, zijn die aanslagen niet opgelegd. Ter zake van het rioolrecht en de afvalstoffenheffing voor die woningen is A, als exploitant van een recreatieobject, aangeslagen. 4. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen 4.1. In geschil is: - of de Ambtenaar door het intrekken van de aanslagen rioolrecht en afvalstoffenheffing over de jaren 2002 en 2003 bij belanghebbende in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat over het jaar 2004 deze belastingen niet van haar zouden worden geheven; - of de omstandigheden dat de wijziging van verordeningen per 1 januari 2004 niet aan belanghebbende is bekend gemaakt en dat niet met belanghebbende of belanghebbenden over de wijziging van de verordeningen vooroverleg is gepleegd aan het opleggen van de aanslagen in de weg staat; - of de Ambtenaar bij het heffen van beide belastingen ten onrechte onderscheid maakt tussen eigenaren van recreatiewoningen staande op eigen grond en niet staande op eigen grond; - of de aanslagen terecht zijn opgelegd nu belanghebbende ter zake van de afvoer op het riool en de verwijdering van afvalstoffen aan A bijdragen is verschuldigd; - of in de omstandigheden van het onderhavige geval kan worden gezegd dat de gemeente de inzamelverplichting van huishoudelijk afval nakomt. 4.2. Partijen hebben de voor hun respectieve standpunten aangevoerde gronden vermeld in de van hen afkomstige stukken. Hetgeen daaraan in de zittingen is toegevoegd is opgenomen in de aan deze uitspraak gehechte processen-verbaal. 4.3. Belanghebbende verzoekt vernietiging van de bestreden uitspraak en van de aanslagen. 4.4. De Ambtenaar concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. 5. Beoordeling van het geschil 5.1. het rioolrecht Op basis van de Verordening rioolrecht heft de gemeente een rioolaansluitingsrecht van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Vaststaat dat alle eigendommen op het park indirect, via het rioleringssysteem van A, zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor de heffing van het aansluitingsrecht heeft de raad van de Gemeente Nunspeet voor het jaar 2004 twee tarieven vastgesteld. Een tarief van € 118,56 voor een woning en een tarief van € 213,20 voor een niet-woning. Belanghebbende is evenals de overige 84 eigenaren van recreatiewoningen op eigen grond in het park aangeslagen naar het tarief voor een woning. A is voor de bij haar in gebruik zijnde door haar geëxploiteerde onroerende zaak, te weten de bij haar in eigendom zijnde grond met de daarop gebouwde 23 woningen waarvoor geen recht van erfpacht of opstal is verleend, één maal aangeslagen naar het tarief voor een niet-woning. Gebruikers van woningen op grond die in eigendom is bij A zijn door de Ambtenaar niet aangeslagen in rioolrecht. Belanghebbende is van mening dat de gemeente aldus de belanghebbenden met een woning op eigen grond ongelijk behandelt in vergelijking met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.