← Nederland

ECLI:NL:GHARN:2006:AV2062

GERECHTSHOF ARNHEM TBS 2005\203 Beslissing d.d. 20 februari 2006 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], verblijvende in [verblijfplaats] Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juni 2005, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Overwegingen: [-] Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, gelet op het feit dat het hof recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken en mede op grond van hetgeen de getuige-deskundigen hebben verklaard ter terechtzitting van het hof. [-] De terbeschikkingstelling van betrokkene is ingegaan op 4 juli 1995 en loopt dus thans meer dan tien jaren. Dit tijdsverloop in relatie tot de ernst van het delict waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd (ter zake van onder meer brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd) moet mede in aanmerking worden genomen bij de verlengingsbeslissing. Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en van de maatschappij naar mate de maatregel van terbeschikkingstelling langer duurt het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat van disproportionaliteit in casu geen sprake is, nu het tijdsverloop niet alleen moet worden beschouwd in het perspectief van de ernst van het delict, maar tevens in aanmerking moet worden genomen de aard van de stoornis en het actuele recidivegevaar. Uit het verlengingsadvies van 4 mei 2005 volgt dat bij betrokkene sprake is van een psychotische stoornis, niet nader omschreven, en een persoonlijkheidsstoornis. De kans op recidive bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt groot geacht en betrokkene heeft geen zelfinzicht. Gelet op het bovenstaande is een verlenging van de terbeschikkingstelling aangewezen. [-] Het verzoek tot aanhouding, teneinde aan de Dr Henri van der Hoevenkliniek te bevelen de HCR-20-score formulieren door de deskundige Winters in te laten zien, wordt afgewezen. Uit hetgeen de deskundige Gerrits in raadkamer naar voren heeft gebracht, blijkt dat de deskundige Winters zelfstandig een risicotaxatie had kunnen uitvoeren. Hoewel in het verlengingsadvies van de kliniek geen blote verwijzing staat naar de HCR-20, staat in het advies wel de gehele motivering van de HCR-20-score en had de deskundige hiervan gebruik kunnen maken. Bovendien biedt het wettelijk kader van de procedure van beroep tegen verlenging van de terbeschikkingstelling het hof nergens een aanknopingspunt om aan een vertegenwoordiger van een kliniek het bevel te geven om bepaalde stukken te overleggen. [-] Het verzoek tot aanhouding om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen. In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans nog niet aan de orde is. Uit het verlengingsadvies volgt dat voortzetting van intensief toezicht en begeleiding in een dwingend kader nog lange tijd noodzakelijk is. [-] De deskundige Winter komt tot de conclusie dat er geen relevante motieven/indicaties zijn om betrokkenes verblijf in de huidige instelling te rechtvaardigen. Het kader waarin deze rapportage is geschreven, acht het hof nogal beperkt. In het rapport wordt niets vermeld over het gedrag van betrokkene in relatie met brandstichting. Tevens is het op een aantal punten onduidelijk wanneer in de rapportage de deskundige aan het woord is en wanneer er sprake is van een weergave van hetgeen betrokkene stelt. Bovendien staat deze rapportage haaks op het verlengingsadvies van de Dr Henri van der Hoevenkliniek en hetgeen de getuige-deskundige Gerrits in raadkamer heeft verklaard. In het verlengingsadvies is er sprake van een voldoende onderbouwing van het recidivegevaar. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de Dr Henri van der Hoevenkliniek, in tegenstelling tot de deskundige Winter, de terbeschikkinggestelde gedurende enkele maanden heeft kunnen observeren. Gelet op het voorgaande zal het hof aan de rapportage van de deskundige Winter geen overwegende betekenis toekennen. [-] In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd. Niet zonder betekenis is voorts dat er over twee jaar sprake is van een zesjaarsverlenging waarbij door twee onafhankelijke deskundigen rapportage zal worden opgemaakt. Beslissing: Het hof: Wijst af de verzoeken tot aanhouding. Vernietigt de beslissing van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juni 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde. Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Aldus gedaan door mr Vegter als voorzitter, mrs Lensing en Lauwaars als raadsheren, en drs Boon en drs Van Kordelaar als raden, in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2006. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.